Bekijk het origineel

Er is veel aan de hand

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Er is veel aan de hand

8 minuten leestijd

In de laatstgehouden synodeweek is aan de orde geweest het rapport van de deputaten voor het verband tussen de kerken en de theologische faculteit van de VU.Als voorzitter van deputaten heb Ik toen geprobeerd een tekening van onze huidige situatie te geven. Graag wil ik dat in deze Kroniek ook doen.

De spanning, waarvan ons rapport spreekt is niet alleen de spanning, waarin wij als deputaten verkeren tussen de kerken en de faculteit In. Het is veel meer de spanning, waarin wij allen te samen verkeren in de geestelijke strijd van onze dagen.
De grote tegenstelling is die tussen de christelijke kerk en de seculariserende wereld. Wanneer wij beleven, dat jonge mensen, aan wie wij alle zorg voor een christelijke opvoeding besteed hebben, zich afkeren van de kerk niet alleen, maar ook wel degelijk van het geloof, dan kan ons dat als de hoofdzaak diep bewegen.
Was er nu maar één duidelijk front tegen deze secularisatie (in de zin dus van duidelijke geloofsafval) dan waren we nog tamelijk sterk. Maar er zijn twéé hoofdstromingen, die uit elkaar lopen en soms op elkaar botsen. De ene is vooral georiënteerd op het verleden. Zij legt de nadruk op de schatten uit de traditie. Maar zij loopt het gevaar van traditionalisme (het begin van dode orthodoxie). De andere is vooral georiënteerd op de toekomst. Zij wil het evangelie kracht zien oefenen in de loop der geschiedenis. Maar zij loopt het gevaar te veel door aardse bewegingen bepaald en beheerst te gaan worden.
Deze beide stromingen zijn er. Was het nu maar zo, dat men ze als vertlcalisme en horizontalisme kon zien. Terecht is vaak opgemerkt, dat het verticallsme en horizontalisme niet met elkaar in strijd mogen zijn en blijkens het evangelie ook niet kunnen zijn.
Een harmonie zou mogelijk moeten zijn. Het geval wil echter, dat de zaak veel gecompliceerder ligt.
Vrijwel alle punten van de geloofsleer zijn in discussie, waarlijk niet alleen in de academische sfeer. De Godsdienstbeschouwing is aan de orde, en de Godsregering (de voorzienigheid Gods). De Schrift is aan de orde op zulk een wijze, dat we niet kunnen zeggen: Wij gaan de Schriftbeschouwing en -hantering bestuderen en daarmee het Schriftvraagstuk oplossen. Alsof dat in korte tijd zou kunnen gedaan worden.
Er is de zaak van de schepping en van de exegese van Genesis. U weet, hoe de gedachten ten aanzien van Israël onder ons uiteenlopen. Over de Christologie hoef ik niet veel te zeggen. De persoon en het werk van Christus zijn opnieuw voorwerp van diepgaande studie en discussie. In de brede wereld Is Hij populair (Jesus Christ Superstar), maar Ik denk aan de nadruk, die is gelegd en wordt gelegd op de Christus der Schriften. Naast de kerk rijst de schaduw van wat genoemd wordt 'anoniem christendom'. De Heilige Geest heeft volle aandacht, waar de kerken te doen hebben met de charismatische beweging.
Ik denk verder aan de eschatologie, aan het wereldeinde (is het nabij of staan we aan een nieuw begin?), aan de wijze waarop het Koninkrijk komt, aan wat er gedacht wordt over de dood, over het oordeel, hemel en hel, en over wat heil eigenlijk is. Kortom: noemt u mij één onderwerp van de geloofsleer, waarover heden tendage niet gesproken moet worden,
Het moet dan duidelijk zijn, dat we als deputaten niet eenvoudig (!) met onze normen van Schrift en belijdenis naar de V. U. kunnen gaan om te controleren of alles nog klopt. Daarvoor is er te veel aan de hand.
En dat komt niet door de V.U., dat komt door wat er in de geestelijke wereld gaande is. Mét de V. U. staan wij in de branding. En daar verlangen we allen met elkaar naar het klare geluid, en vooral ook naar het blijde en meeslepende geluid.
U wilt van ons blijkens het commissierapport, dat wij waakzaam zullen zijn. Die waakzaamheid is er bij ons. Je denkt daarbij aan een hond. Welnu, een hond blaft op zijn tijd. Ons rapport is zo'n (misschien wat schorre) blaf, uit waakzaamheid geboren.

Wij denken daarbij echter aan wat er op het brede terrein van het geestelijk leven bezig is te gebeuren en waarlijk niet alleen aan de V.U.
Wij doen ons werk op deze wijze, dat wij met Schrift en belijdenis naar ons werkterrein gaan (naar de V. U.) en herinneren aan de afspraken en de gebondenheid aan Schrift en belijdenis. Maar men moet dan wél weten, dat wij daar geen mensen aantreffen, die dat onverschillig is. Integendeel, zij komen op ons af evenzeer met Schrift en belijdenis, met even sterk elan, en zij herinneren ons er aan, dat het gaat om de waarheid, die we misschien niet gelijk verstaan, maar waarbij zij ons de vraag stellen of zij op een bepaald punt die waarheid misschien niet beter verstaan. Het gevolg is niet, dat we in moeite of zorg verkeren, maar wel degelijk in discussie en nieuwe bezinning. Die vindt dan plaats in de sfeer van de existentiële ontmoeting, waarbij het de deelnemers in grote ernst gaat om de waarheid Gods.
Dat persoonlijk gesprek is heel belangrijk.
Het gaat altijd dieper dan wanneer je elkaar alleen uit geschriften kent. Je kunt van een bepaald boek, alsje het de eerste keer in de stilte van de studeerkamer zit te lezen, schrikken. Je kunt je zelfs kwaad maken.
Maar je kunt ook doorpraten.
Je bent er dan niet in een ommezien uit, maar je wordt je wel weer er van bewust, dat ons geestelijk leven lijkt op een ziedende pot, waarin alles borrelt en bruist. Je begrijpt, dat er moet worden doorgedacht en doorgepraat.
Welnu, in de existentiële ontmoeting willen we de synode en die niet alleen, maar de kerken in haar totaliteit betrekken. Daarom hebben wij ons er over verheugd, dat er een conferentie gekomen is. Die wijze van samenspreken zouden we graag verder uitgebouwd zien.
Over de structuur, waarbinnen onze kerken functioneren wil ik iets zeggen. Het gaat ons niet om nieuwe papieren en reorganisaties. Wij willen geen andere dan de presbyteriale synodale kerkstructuur en de verhouding tot de theologische faculteit van de V.U. is goed geregeld. Maar deze structuur moet levend genoeg zijn om bovengengenoemd existentieel met elkaar omgaan, de wezenlijke ontmoeting, te beleven. Ik wil niet pessimistisch zijn, maar we kunnen de huidige structuren zo hanteren, dat de mogelijkheid bestaat van nieuwe scheuring met de reductie van onze kerken tot een stoere secte, zoals één der synodeleden opmerkte, en met het gevolg, dat wij buiten de hoofdstroom komen van het werken Gods door Zijn Geest in deze wereld. Het is Hem in Zijn universele heilswil (1 Tim. 2) nog altijd te doen om alle mensen. Dat zijn er kortgeleden al vier miljard geworden. Waarbij ik alleen nog maar denk aan de thans levenden. In ieder geval, sprekende over de structuren bedoelen wij niet een ander kerkrecht (stel je voor!) maar een zodanige hantering van het bestaande, dat wij met alle geduld en liefde met alle ruimte voor bezinning en tijd voor de groei en rijping van de gedachten en overeenstemming van gedachten tot elkaar komen. Na de conferentie van januari zouden wij het toejuichen als er godsdienstgesprekken kwamen van dezelfde aard, niet alleen op synodaal niveau, misschien ook in P.S.-en en classes, in kerkeraden en gemeenten.
Terecht is door een onzer synodeleden (ds. J. L. van Apeldoorn, Bilthoven - red.) gewezen op de beginwoorden van artikel 31 van de kerkorde waarin sprake is van gemeenschappelijk overleg en zoveel mogelijk eenparigheid van stemmen. Het moet ons veel waard zijn die eenparigheid te bereiken. Ons probleem Is trouwens niet nieuw. Er Is herinnerd aan het 'onbekrompen en ondubbelzinnig' van het hanteren van de belijdenis naar Groen van Prinsterer.
Aan de orde is gekomen het feit, dat de kerk haar aantrekkelijkheid (min of meer? hier of daar?) verliest. Wij denken aan de stille kerkgang in de steden, waar men langs huizen met gesloten gordijnen, waarachter de mensen slapen als eenlingen naar de kerk gaat Ook mij bezorgt dat iedere zondagmorgen pijn, een pijn overigens, waar je je vlug overheen zet, omdat je anders je werk niet zou kunnen doen. In de kerk valt het dan trouwens ook altijd weer wat mee. Maar dat neemt niet weg, dat wij, als we de waarheid eerlijk in de ogen kijken, moeten erkennen, dat er sprake kan zijn van mislukking. Toen wij aan het begin stonden van ons ambtswerk (ik denk aan mijn generatiegenoten) bedoelden wij meer dan het moeizaam in stand houden van het bestaande. Het is nodig ons diep op de kerk te bezinnen, althans op ons werk in de kerk.
Er is gevraagd of de band met de V. U. niet moet worden losgemaakt. Ook van Kampen wordt dat een enkele maal wel gezegd.
Wij herinneren aan de diepe geestelijke en natuurlijke verwantschap onder ons. Wij spreken over eigen vlees en bloed, hart en ziel. Wij behoren tot één familie. Daar ruk je de dingen niet maar zo van elkaar Ik bedoel geen goedkoop mopje, wanneer ik zeg: Als je hoofdpijn hebt, heel erg misschien, dan hak je toch je hoofd niet af?
Het is natuuriijk wel radicaal en je hebt zeker geen pijn meer Waarmee ik maar zeggen wil: niet doen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1976

Kerkinformatie | 16 Pagina's

Er is veel aan de hand

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1976

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken