Bekijk het origineel

Werkgroep zocht wegen om tot één Kerkorde te komen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Werkgroep zocht wegen om tot één Kerkorde te komen

11 minuten leestijd

Wat komt er alzo kijken om kerkrechtelijk naar een nieuwe kerk toe te groeien? De synodeleden van beide kerken kunnen gedurende de zomermaanden hun eigen gedachten en inzichten toetsen aan hetgeen een speciale werkgroep over een ineenschuiven van de kerkorden heeft op te merken en aan een schets van een kerkorde-model, dat daaraan ter illustratie is toegevoegd.

Voor het ineenschuiven van twee kerken tot één kerk, is het van belang te onderzoeken in hoeverre de kerkorden van elkaar verschillen èn waarin zij overeenkomsten vertonen. Op grond daarvan kan dan worden nagegaan hoe eventuele struikelblokken bij een integratie kunnen worden weggeruimd.
Een hervormd-gereformeerde werkgroep Kerkordelijke Aangelegenheden heeft in opdracht van beide synoden een begin met zo'n studie gemaakt, waarbij vooral aandacht diende te worden besteed aan het vraagstuk van de geboorteleden en de grenzen van de kerk alsmede aan het met elkaar in overeenstemming brengen van de grenzen van wijkgemeenten.
In de werkgroep hebben nu zitting: H. Bartels, E. Hazelaar, F. H. Landsman, G. Post, J. A. van Ruler-Hamelink, P. Schravendeel, P. J. Verdam, D. N. Wouters en J. Woutersen. De werkgroep heeft rapport uitgebracht aan de Interimraad van deputaten 'Samen op weg', die het, vergezeld van enige voorstellen, nu aan de gezamenlijke vergadering voorlegt.
Ook heeft de werkgroep een begin gemaakt met het uitvoeren van dat deel van de opdracht, waar het gaat over de coördinatie van de grenzen van de wijkgemeenten en een model geschetst van een kerkorde voor een nieuwe kerkelijke indeling en een daarmee samenhangende taakstelling van de ambtelijke vergaderingen. Aan het rapport is een schema van zo'n model toegevoegd. Het is de bedoeling, schrijft de werkgroep, dat dit model als katalysator zal dienen voor het op gang brengen van een gedachtevorming in beide kerken. Uit de reacties daarop hoopt de werkgroep te kunnen afleiden in welke richting zal moeten worden gedacht bij een nadere uitwerking daarvan.
De Interimraad legt nu aan de gezamenlijke synode voor of de werkgroep deze vergelijkende studie zal voortzetten. Verder vraagt de Interimraad of de vergadering zich duidelijk wil uitspreken of de werkgroep verder zal gaan met het ontwikkelen van het door haar gesuggereerde model óf dat de werkgroep, gehoord de discussies en eventuele suggesties uit de vergadering een andere opzet zal zoeken.

Achtergronden
Om tot een vergelijking van de kerkorden te komen heeft de werkgroep zich in het eerste deel van het rapport verdiept in de historische achtergronden van het ontstaan der beide kerkorden. Beide kerken, zo wordt geconstateerd, stemden wat hun bedoeling betreft overeen, omdat de beweegredenen, die leden van de Hervormde Kerk er indertijd toe brachten zich af te scheiden en kerkelijke gemeenschappen te vormen, waarbij teruggegrepen werd op de kerkorde van Dordrecht èn die welke de Hervormde Kerk bewoog de thans geldende kerkorde te aanvaarden, dezelfde waren. Ondanks uiteenlopende vormgeving en inhoudelijke verschillen vertonen beide kerkorden grote overeenkomst. Beide dragen een 'confessioneel'karakter, d.w.z. dat beide willen breken met het bestuurlijke karakter, dat het Algemeen Reglement van 1816 en 1854 aan de kerk gaf en kerkorde wil zijn, die bij de confessie past en daarmee samenhangt. Bij de vergelijking ging men uit van de fundamentele artikelen van de Hervormde Kerkode.
De werkgroep stuitte bij haar vergelijking direct op het feit, dat de Hervormde Kerkorde wel een inleidend artikel kent (artikel I), dat uitdrukking geeft aan de identiteit van de kerk als belijdende kerk en dat de gereformeerde kerken zo'n artikel niet kennen. Voor de samenwerking is dat niet zo'n bezwaar, maar wèl bij een integratieproces.
Het is denkbaar, zegt het rapport, dat men voorlopig alleen maar een soort werkorde zou wensen, waarin een gemeenschappelijke synode de eenwording als belangrijkste opdracht zou hebben. Maar ook dan stuurt men aan op één kerkorde of twee, die geleidelijk aan meer op elkaar worden afgestemd. In die omstandigheden van een nieuw begin acht de werkgroep een dergelijk artikel van zeer veel waarde, omdat de identiteit van beide kerken op het spel staat.
De Interimraad stelt dan ook voor de werkgroep opdracht te geven zich te bezinnen op de formulering van een eerste artikel van een kerk (of werk-) orde voor beide kerken zoals de commissie dat in haar rapport beschrijft.

Geboorteleden
Een kernprobleem van de eerste orde in de relatie tussen beide kerken is dat van de geboorteleden. De Hervormde Kerk rekent ook hen die uit hervormde ouders zijn geboren tot de hervormde gemeente. In de Gereformeerde Kerkorde ontbreekt een specifiek artikel, maar uit deze kerkorde als geheel blijkt, dat ervan wordt uitgegaan dat men alleen tot de (plaatselijke) kerk en dus tot de gereformeerde kerken kan behoren als dooplid of als belijdend lid, dat, gedoopt zijnde, toegelaten is tot de viering van het H. Avondmaal na het afleggen van de openbare belijdenis.

Ook in de Hervomde Kerk is het probleem van de geboorteleden niet zo eenvoudig. In november 1974 heeft de hervormde synode een rapport synode een rapport van een commissie, waarin als gasten ook enige gereformeerde leden zitting hadden, besproken. De hervormde synode besloot het rapport waarin een proeve van een nieuw artikel 11 'Van de Gemeenten', waarin de categorieën van hen, die tot de gemeente behoren zijn omschreven, naar de kerkeraden te sturen uitsluitend om hun oordeel daarover te horen, als een soort vingeroefening.

De werkgroep geeft de inhoud van deze 'proeve' van een nieuw artikel II van de Hervormde Kerkorde in haar rapport niet weer, omdat niet duidelijk is of ze dat bij haar vergelijking moet betrekken, wel is ze van mening dat een negatieve beoordeling van het hervormde rapport zijn ongunstige weerslag zou kunnen hebben op de betrekkingen tussen beide kerken.
Om de lezer toch op de hoogte te stellen van de inhoud van dit artikel, omdat we menen, dat anders de opmerkingen van de commissie onduidelijk zijn, geven wij weer welke categorieën daarin worden omschreven als behorend tot de gemeente: — leden van een Hervormde gemeente, die rondom Woord en Sacrament wordt vergaderd en geroepen wordt tot getuigenis en dienstbetoon, en uit dien hoofde ook leden van de Nederlandse Hervormde Kerk zijn,
— zij die in een Hervormde gemeente de Heilige Doop hebben ontvangen, maar nog niet gekomen zijn tot openbare belijdenis des geloofs (doopleden),
— zij die door belijdenis des geloofs in een Hervormde gemeente belijdende leden (lidmaten) zijn geworden, en zij die belijdende leden of doopleden waren van een andere kerk, maar naar de Nederlandse Hervormde Kerk zijn overgekomen.
— gedachtig aan de trouw en barmhartigheid van het* Verbond erkent en onderhoudt een Hervormde gemeente een bijzondere band met hen, die in een hervormd gezin zijn geboren of opgenomen, maar (nog) niet gedoopt zijn, wanneer en zo lang dit mogelijk is. Zulk een band onderhoudt zij ook met anderen, die blijk geven van verbondenheid met de gemeente.
De commissie had overigens de indruk, dat de kritiek op dit rapport meer betrekking had op de kerkordelijke vormgeving dan op het rapport als zodanig. Theologisch blijken beide kerken wel gelijk te denken over wie er tot de plaatselijke gemeente of kerk behoren.
Naar aanleiding van dit punt stelt de Interimraad voor, dat de gezamenlijke synoden zich uitspreken over datgene wat ten aanzien van de geboorteleden in het rapport wordt gezegd en ten aanzien van een artikel over de gemeenten zoals dat daarin is geformuleerd.

'Proeve'
In de Gereformeerde Kerkorde komt geen artikel analoog aan artikel 11 van de Hervormde Kerkorde voor, zoals reeds werd gezegd. De commissie meent als in een nieuwe Gereformeerde Kerkorde een dergelijk artikel wèl zou worden opgenomen het er ongeveer uit zou moeten zien als in de hierboven omschreven 'proeve'. Niettemin zou ze dit toch niet erg gelukkig vinden omdat ze aan de indirecte aanduidingen van de Gereformeerde Kerkorde de voorkeur geeft. De vraag rijst, zo meent ze, of het niet voor de hand ligt af te zien van het formuleren van afgebakende categorieën en ook niet te pogen om de 'ruimte' te omschrijven waarin de Geest behaagt te werken, maar deze in geloof dankbaar te aanvaarden en niet nog eens andere categorieën toe te voegen zoals in de 'proeve' het geval is. Wenst men dat toch te doen dan geeft de commissie de volgende suggestie voor een 'proeve':

Van de gemeenten
In het ene apostolische geloof met allen verbonden die, op welke plaats dan ook, Jezus Christus belijden als Heiland en Heer en in Zijn Naam gedoopt zijn, zijn de (hervormde) gemeenten (kerken) geroepen tot verkondiging en viering van het heil in de dienst van Woord en Sacramenten, tot de opbouw van de onderlinge gemeenschap, tot wederzijds dienstbetoon en tot de dienst aan de wereld'.
De Interimraad stelt verder voor de werkgroep op te dragen een onderzoek in te stellen naar de regeling, die thans in beide kerken gelden met betrekking tot het gastlidmaatschap en als de regelingen in beide kerken ongelijkvormig blijken voorstellen te doen om deze te coördineren.


De Hervormde en Gereformeerde Kerken in Nederland (model)

Het model van één Kerkorde, waarvoor de werkgroep Kerkordelijke Aangelegenheden suggesties doet, ziet er, globaal weergegeven, als volgt uit.
De nieuwe kerkgemeenschap is opgebouwd uit wijkgemeenten, waarvan er 10 tot 15 samen één kerk vormen. De Kerkeraad is de grondvergadering, classis en synode zijn de meerdere vergaderingen.
Bij de classicale indeling zou zoveel mogelijk rekening moeten worden gehouden met de door de overheid voorgestelde gewestvorming. De particuliere of provinciale synoden, zoals de Gereformeerde Kerken die nu kennen zouden verdwijnen. Gestreefd zou moeten worden naar een zo kort rrwgelijke verbinding tussen synode en grondvlak. Wel wordt gepleit voor het houden van regionale kerkvergaderingen analoog aan de indertijd gehouden Algemene Kerkvergadering van de Hervormde Kerk (AKV) en het Pastoraal Concilie van de rooms-katholieken.
Volgens het nieuwe model zou niet, zoals in de Gereformeerde Kerken nu het geval is, om de twee jaar een nieuwe synode worden samengeroepen in een bepaalde plaats, voor een bepaalde tijd, want ook kerkeraad en classis sluiten hun werkzaamheden niet af na een bepaalde periode, zo is geredeneerd.

Werkgroepen
Hoewel in de Hervormde Kerk geen onbekende figuur is de ouderling of diaken met een bijzondere opdracht naast die met een alger^ene opdracht betekent de vertegenwoordiging van deze categorie in de gronden meerdere vergadering toch een nieuw accent vergeleken met de bestaande kerkorden. Ook de ruime plaats, die voor werkgroepen op alle niveaus van het kerkelijk organisme wordt voorgestaan en welke direct samenhangen met het functioneren van de ambtsdragers met een bijzondere opdracht, trekt in dit model de aandacht.Het logische gevolg van deze nieuwe indeling is aldus de werkgroep, dat de naam van de Nederlandse Hervormde Kerk moet worden veranderd in 'De Hervormde Kerken in Nederland' en de geïntegreerde hervormde en gereformeerde kerken moeten worden aangeduid als 'De Hervormde en Gereformeerde Kerken in Nederland'.

Synode = samen op weg
In een inleiding zegt de werkgroep:
Het is nu de tijd om de weg af te bakenen.
We zullen dit niet kunnen doen zonder een nieuwe evangelische oriëntatie. Ook kerkorde-modellen zijn niet op te bouwen zonder de bouwstenen van het evangelie! Het gaat om méér dan een goed organisatieschema! We zullen ons niet te snel mogen distantiëren van het kerkorde-model van onze vaderen zoals dat is opgetekend in de Kerkenordening van de synode van Dordrecht 1618-1619 en zoals dat voor onze tijd zijn vorm heeft gekregen in de nieuwe kerkorden van de Nederlandse Hervormde Kerk en van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Wij zullen ook rekening moeten houden met de plaats, die de christelijke gemeente thans inneemt in een samenleving, die steeds meer van haar christelijke signatuur verliest. Het gaat om de opbouw van een huis waarin synodekerken met blijdschap één kunnen worden. Synode betekent immers 'samen op weg'?

Het model is op presbyteriaal-synodale leest geschoeid. Er zijn ambtsdragers met een algemene opdracht, die door de vergadering van de gemeente worden gekozen en ambtsdragers met een bijzondere opdracht, die door hun werkgroep naar de wijkraad (wijkgemeente) of naar de kerkeraad worden afgevaardigd. De werkgroepenzouden de plaats moeten innemen van de nu bestaande raden en commissies van bijstand, deputaten enz.

Buitengewone wijkgemeenten
De nieuwe kerk zou ook buitengewone wijkgemeenten kunnen omvatten om aan de bijzondere aspecten van het kerkelijk leven tegemoet te komen. Ook daar waar een plaatselijke Hervormde gemeente en een Gereformeerde kerk nog niet zo ver zijn om tot de instelling van een geïntegreerde wijkgemeente over te gaan, zou een buitengewone w ijkgemeente u itkomst ku nnen bieden. De kerkeraad, waarin dus 10 a 15 wijkgemeenten vertegenwoordigd zijn, zou uit ongeveer 50 leden kunnen bestaan. Het aantal classes, zo heeft de werkgroep berekend, zou bij deze opzet ongeveer 20 a 25 kunnen bedragen, waarbij is uitgegaan van ongeveer 3(X)0 predikantsplaatsen. Geschat wordt dat er ongeveer 200 è 300 kerken zouden zijn. Het aantal synodeleden zou waarschijnlijk tussen de 80 en 90 leden moeten bedragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Werkgroep zocht wegen om tot één Kerkorde te komen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken