Bekijk het origineel

Daar zaten we dan op rotanstoelen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Daar zaten we dan op rotanstoelen

8 minuten leestijd

Voorzover ik heb kunnen nagaan worden er ter voorbereiding op de komende gezamenlijke vergadering van de hervormde en gereformeerde synode geen kwissen georganiseerd. Jammer eigenlijk, want een goeie vraag zou zijn:

— Wie waren 'de achttien'?
— Geen Idee.

— Kom, kom, eventjes nadenken. Ik zal u een handje helpen. Het waren allemaal dominees.
— Die. . . eh wilden meer eenheid.

— Uitstekend! Voortreffelijk geantwoord.
Dat Is drie punten erbij. Inderdaad, dat waren negen hervormde en negen gereformeerde dominees die vonden dat de gescheidenheid van de hervormde en gereformeerde kerken niet langer geduld mocht worden. Prima. En weet u misschien ook één van 'de achttien' te noemen?
— Dominee Landsman. . .?

— Haha, die zat wel bijna overal in, maar hierin nou net niet. Daar kan ik u helaas geen punt voor geven.
Jammer. . .

Zo ongeveer zou het gegaan zijn, denk ik, want 'deachttien' zijn nogal snel In de vergetelheid geraakt Nu hadden zij ook niet het voornemen om een permanente actiegroep of Iets dergelijks te vormen, maar vast staat dat zij er hun steentje toe hebben bijgedragen dat hervormden en gereformeerden vandaag méér naar elkaar omkijken dan het geval was op 24 april 1961, toen zij hun oproep formuleerden en ondertekenden.

Om te weten hoe dat in zijn werk is gegaan, moeten we 'Hervormd Nederland' van 1 juli 1961 oppakken. Daarin verhaalt dominee M. Groenenberg dat op die aprildag van vijftien jaar terug een aantal hervormde en gereformeerde dominees bij elkaar zat, allen afkomstig uit de evangelisatorische of apostolaire sector van hun kerk.
Ds. Groenenberg:
'Om de een of andere reden was Ik ook uitgenodigd om aanwezig te zijn. Daar zaten we dan in een grote kring op de rotanstoelen van de boerderij van de Horst. Nee, helemaal door elkaar liep het niet. De hervormden zaten bij elkaar en de gereformeerden ook. Och, je gaat onwillekeurig zitten bij wie je kent. Alleen een stuk of wat studentenpredikanten zaten echt 'gemengd' bij elkaar. Dat is veelzeggend: misschien is nergens de samenwerking al zo nauw als in de universitaire wereld. Daar kun je nu eenmaal geen apartheidspolitiek voeren.
Wat er uit dit samenzijn te voorschijn kwam, stond niet op de agenda.
Dat kwam er alleen zo maar uit. Niet, dat de gevoelens en bedoelingen waaraan b. v. de oproep uiting geeft, toen pas ontstonden. Die waren er al lang en hinderden ons.
Maar laat me eerst deze oproep nog eens geven met de namen eronder van de aanwezigen.
'De ondergetekenden, een werkgroep van hervormden en gereformeerden hebben op een bijeenkomst van 24 april 1961 unaniem als hun oordeel uitgesproken dat de gescheidenheid van de hervormde en gereformeerde kerken niet langer geduld mag worden. Bewogen door de verwachting van het Rijk Gods en de opdracht der kerk in de wereld zijn zij er gezamenlijk van overtuigd dat naar eenwording gestreefd moet worden. Zij hebben zich voorgenomen stappen te doen om deze eenwording krachtig te bevorderen. Daartoe benoemden zij uit hun midden een kleine werkgroep. Over enige tijd zullen verdere plannen bekend gemaakt worden. Reeds nu echter wordt toezending van adhesiebetuigingen van hervormden en gereformeerden op hoge prijs gesteld.
De oproep is ondertekend door de volgende personen:
ds. J. H. Baas, 's-Gravenhage-West, dr. E. J. Beker, Utrecht; ds. W. van Boeijen, Amsterdam-Z.; Wika L. A. C. van Ginkel, Driebergen; ds. M. Groenenberg, Utrecht; ds. I. J. van Houte, Middelburg; ds. G. P. Klijn, Driebergen; ds. H. M. Kuitert, Amsterdam-C; ds. G. Lugtigheid, Maarn; dr J. M. van Minnen, Utrecht; ds. J. Monteban. Driebergen; ds. T. Poot, Middelharnis; ds. F. J. Pop, Driebergen; ds. E. Pijlman, Rotterdam-O.; dr. P. L. Schoonheim, Leiden; ds. J. H. Sillevis Smitt, 's- Gravenhage; ds. G. Toornvllet, Bloemendaal; dr. J. M. Vlijm, Voorburg.'

Tot zover dominee Groenenberg. In vijftien jaar kan veel gebeuren en veranderen. Van de ondertekenaars zijn overleden de predikanten Van Boeijen, Klijn, Lugtigheid, Pop en Sillevis Smitt. Beker en Kuitert zijn professor geworden, evenals dr. Kr. Strijd, die de plaats Innam van WIka van Ginkel toen deze naar Australië vertrok (hij is, naar radioluisteraars regelmatig kunnen vaststellen, inmiddels hoog en breed terug). Dominee Toornvllet is geen predikant van de gereformeerde kerken meer en de VPRO Is sinds jaar en dag niet V.P. meer. Dit laatste meld Ik, omdat Van Houte toen, in '61 nog VPRO-dominee was. En de meeste woonplaatsen kloppen ook niet meer.
Het Is bepaald niet zo dat kerkelijk Nederland van slag raakte vanwege de oproep van 'de achttien'. Eerlijk gezegd, drong het nieuws ervan maar langzaam door in kranten en kerkbladen. Het ANP gaf het stuk niet door, daar zagen ze er de zoveelste tot niets verplichtende verklaring van wat goedwillende mensen in.
Het was niet voor 't eerst dat de verhouding hervormd-gereformeerd aan de orde kwam. Er was zelfs een officieel gesprek geweest tussen gereformeerde deputaten en een hervormde commissie, maar dat had weinig opgeleverd. De In 1955 te Leeuwarden gehouden gereformeerde synode zag zelfs af van wederzijdse afvaardiging naar eikaars synode omdat dit bij het kerkvolk de Indruk zou kunnen wekken dat alles al koek en ei was. Bovendien keken de gereformeerden ook nog altijd de kant van de vrijgemaakten uit en een bericht in 'Trouw' van 28 november 1961 over Intercommunie in Baarn gaat dan ook niet over hervormdgereformeerde contacten, maar over een gereformeerde brief naar de vrijgemaakten. En bij de hervormden leefde de vraag of je bij het bezig zijn met de gereformeerden, de remonstranten niet te veel uit het oog verloor. Op dit laatste gaf dominee Groenenberg ten antwoord dat je maar beginnen moest met hen die pas (!) tachtig jaar uitje midden waren en niet met hen die dat al drie-en-een-halve eeuw waren.

Na verloop van tijd kwamen 'de achttien' toch compleet in het (kerk)nieuws, vooral toen het op 26 mei 1962 te houden congres werd aangekondigd, met de hoogleraren Berkhof en De Gaay Fortman als notabele inleiders. Er was geestdrift en benauwdheid. Aan heel wat hervormde dominees is het grapje toegeschreven dat ze 's morgens baden om hereniging met de gereformeerden en 's avonds dankten dat hun gebed niet verhoord was. . . Professor Herman Ridderbos schreef in het Gereformeerd Weekblad van 2 maart 1962 een artikel onder de titel 'Nuchterheid gevraagd'.
Ik geef een citaat:

'Iemand schrijft mij te duchten, dat gelijk voor de Kongo de onafhankelijkheid en voor het Nederlandse volk de vijfdaagse werkweek ontijdig is gekomen, wij zo ook wel eens Hervormd kunnen zijn vóór we het weten of willen. En de meesten, die zo schrijven, verzekeren dan tevens, dat zij er niet bij zullen zijn.
Ik zou willen pleiten voor enige nuchterheid van oordeel Het feit, dat hier en daar op nogal opzienbarende wijze voor de eenheid wordt gedemonstreerd en dat sommigen deze eenheid eenvoudig als eis stellen, bewijst nog niet dat die eenheid thans mogelijk is en nog minder, dat zij reeds onderweg Is. Zoals de zaken er nu voorstaan acht ik déze hereniging zowel principieel als praktisch niet alleen niet te bereiken, maar ook geenszins te begeren.'

Hiermee wil professor Ridderbos overigens niet het punt van de verhouding hervormd-gereformeerd van de tafel geveegd zien.
Hij wenst naar de éne kant te waken voor het zich overgeven aan (eenheids)illusies en anderzijds, zo zegt hij, is nuchterheid geboden 'om de strijd voor de eenheid en voor de waarheid der kerk niet als een reeds door ons opgelost probleem te beschouwen. '
Het zal zo'n vaart niet lopen, meent de vrijzinnige dr. A. de Wilde, die van gereformeerde komaf is, In 'Kerk en wereld' van 16 maart 1962:

'Ik verwacht (. . .) niet dat de actie der achttien op korte termijn tot fusie der kerken zal leiden. Lopen zij te hard van stapel, dan komt er alleen een nieuwe scheuring uit voort in de gereformeerde kerken. Bij de achterblijvende groep — en dat zal vermoedelijk een hoog percentage zijn — zal nieuwe verharding optreden, omdat de leiding daar dan over zal gaan op lieden van aanzienlijk kleiner kaliber,
De bij de actie betrokkenen zullen waarschijnlijk eerder resultaten verwachten dan degenen die er wat verder van af staan — en misschien krijgen ze nog gelijk ook.
Maar waarschijnlijk is dat ook deze actie moet overzomeren en overwinteren, een tijd bloeien en dan weer bevriezen en zelfs de deelnemers tot wanhoop brengen. Maar de verborgen realiteiten zijn op de hand van de verenigers.'

Tot zover deze terugblik op vijftien jaar geleden. Voor de één misschien een feest der herkenning — waar hoor je vandaag de dag zulke stevige geluiden nog?! — voor de ander wellicht aanleiding om verbaasd z'n wenkbrauwen op te trekken. Ik voor mij vond in de komende bijeenkomst van hoogeerwaarde hervormden en gereformeerdenaanleiding iets te doen aan, watje met de nodige vrijmoedigheid zou kunnen omschrijven als: het derde lustrum van 'de achttien'.


Fotobijschrift:
A. J. Klei

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Daar zaten we dan op rotanstoelen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken