Bekijk het origineel

In en om het diakonaat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In en om het diakonaat

14 minuten leestijd

Collecteren in Muiderberg

Aardenburgse diakonie collecteert concreet’. Onder die titel schreef diaken Pieter van Donkelaar in dit blad (oktober 1974) over een nieuwe aanpak in zijn gemeente van de diakonale collecte. Die nieuwe aanpak hield in: voor elke inzameling een concrete bestemming.

Toen destijds onze administrerend diaken het artikel over ‘Aardenburg’ gelezen had, nam hij contact op met de diakonie aldaar’, zo schrijft ons nu mevrouw E. de Graaff-Robijn, secretaris van de diakonie in Muiderberg. Zij meldt dat diakonie en kerkeraad dankzij de Aardenburgse informatie enthousiast werden voor een dergelijke nieuwe opzet van de collecte.

‘Gestart werd in augustus 1975 en daarna werd tot op heden minstens eenmaal per maand voor een binnen- of buitenlands project gecollecteerd. Bovendien werd aan de collecte op de A vondmaalstafel (8 × per jaar) een bestemming gegeven en wel voor de WH de Ganzen, welk idee ook bijzonder goed aansloeg.

Aan de beurt kwamen in de afgelopen maanden: Terre des Hommes, Bartiméus, Effatha, school in Israël (4 mei), Sonneheerdt, Guatemala, Sa hel, Solidaridad.

Daarnaast willen wij niet onvermeld laten dat we nu al ruim drie jaar één keer per maand gezamenlijk met de gereformeerde diakonie hier ter plaatse collecteren in een gezamenlijke avonddienst voor een project, dat in overleg, met alle diakenen dus, gekozen is. Meestal wordt ons streefbedrag (f 500,— per half jaar) overschreden. Zo collecteerden we voor zuster Koppert, koeien in Pakistan, wegenaanleg in Garupi, Naarderheem (tehuis voor chronisch zieken en bejaarden hier in de regio), weeskinderen in Vietnam en nu sedert januari jl. voor boer Spee en zijn geiten.

Over een en ander schrijven we in ons wekelijks verschijnend Kerkklokje (zowel voor de Hervormde Gemeente als de Gereformeerde Kerk alhier) en vaak krijgen we nog reakties ‘door de week’ met bijbehorende giften.

Al met al zijn we heel dankbaar dat we op deze ‘weg’ zijn gezet en we hopen daarop te mogen voortgaan.

Indien andere gemeenten ons voorbeeld ook willen volgen, we zijn altijd tot verstrekken van inlichtingen bereid’.

Ik hoop op een kettingreaktie en geef graag het adres door van de diakonie in Muiderberg: G. A. Heinzelaan 3. Doe er uw voordeel mee.

Diakonie en jeugd

Een werkgroep van het Diakonaal Werkverband Zuid- en Noord-Beveland gaat zich bezighouden met de verhouding van diakonie en jeugd. Drs. H. Eversdijkuit Heinkenszand, die voor de CHU in de Tweede Kamer zit, heeft er de leiding van.

Op de voorjaarsbijeenkomst van het werkverband, op 6 maart in Kamperland, hield drs. Eversdijk een toespraak over dit onderwerp, wat tot een intensieve gedachtenwisseling leidde.

Met het Zuid- en Noord-Bevelandse werkverband hebt u in het nummer van januari jl. kennis kunnen maken dankzij een bijdrage van de heer P. M. Dekker over diverse aktiviteiten, die men er onderneemt. Die aktiviteiten komen terug in het verslagje van de voorjaarsbijeenkomst, dat het bestuur ons nu toezond.

Daaruit licht ik het volgende:

Diaken C. van Sparretak uit Goes belichtte de aktie om ijskasten te kopen voor dokter Hogerzeil in India, en vertelde dat deze aktie door de medewerkende diakonieën ± f 8500,— had opgebracht. In de toekomst zal wederom een aktie op touw worden gezet voor dokter Hogerzeil.

Het stokpaardje van het diakonaal werkverband, weekreizen voor ouderen, werd door diaken J. Huysse belicht. Hij kon hierover vreugdevoiie mededelingen doen, daar op dit moment ± 200 bejaarden zich hebben opgegeven voor hotels in Valkenburg en Noordwijkerhout.(. …)

De pauze werd gevuld met een ontmoetingsspel om elkaar beter te leren kennen’.

Dat de afgevaardigden van de 35 diakenencolleges uit Zuid- en Noord-Beveland de boodschap meekregen dat de zomerconferentie in Amersfoort (inmiddels weer achter de rug) alleszins de moeite waard zou zijn, geef ik tenslotte graag aan u door.

Ruzie over democratie

‘Ruzie over democratie in bejaardentehuizen’ meldt het blad van de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn, Reflex, in het aprilnummer. Dat er rond de democratie in de verzorgingstehuizen het een en ander aan de gang is, kunt u in allerlei toonaarden lezen, ook in dit blad. Misschien ook maakt u er zelf wat van mee in uw diakonale werk.

De ruzie, waar Reflex het over heeft, lijkt echter allereerst een zaak te zijn van ‘werkgevers’ en ‘werknemers’ in de tehuizen, niet van de bewoners. Aanleiding is de niet geringe aandacht, die de Landelijke Stichting samen werking B eja ar den tehuizenorganisaties (LSB) de laatste tijd geeft aan de democratisering. Eerst werd er een nota. Besturen met inspraak, uitgebracht, daarna een krant, die de inhoud ervan samenvatte, De Inspreker. Die krant werd in een oplaag van 200.000 exemplaren verspreid onder besturen, directies, personeelsleden en bewoners van tehuizen.

Alle betrokkenen konden reageren op een achttal hearings, die tussen 29 maart en 14 april werden gehouden. En dat alles zal weer een rol gaan spelen bij de politieke besluitvorming, die kan worden verwacht.

Me dunkt: niemand kan beweren dat de LSB de democratie in de tehuizen niet serieus neemt.

Over de opstelling van de LSB zijn niettemin kritische geluiden te horen. Op Leeftijd, maandblad van de Nederlandse Federatie voor Bejaardenbeleid, vat die opstelling aldus samen: ‘Het bestuur moet zijn gang kunnen blijven gaan, bewoners en personeel mogen samen stoeien over adviezen met betrekking tot bepaalde niet-fundamentele zaken’.

De vakbonden waren over De Inspreker zelfs zo slecht te spreken dat zij met een tegenpublicatie kwamen, Medezeggenschap. De LSB betuttelt bewoners en personeelsleden dóor ze geen bestuursverantwoordelijkheid te willen toekennen, aldus de bonden. Maar de eigen voorstellen van de werknemers werden weer bekritiseerd in Trouw van 24 februari. ‘Reflex’ vat de zaak aldus samen:

‘Stel dat de bejaarden ‘s avonds langer willen biljarten. Dan vraagt de bewonerscommissie dat aan de directie. Bij onenigheid zal het bestuur moeten beslissen. Daarin zitten dan de vakbondsbestuurders en anderen, die wel eens zullen uitmaken, hoe laat de bejaarden naar bed moeten. Trouw vindt dit getrapt systeem even betuttelend als de voorstellen van de LSB.

Bij dit commentaar moet aangetekend worden dat in de voorstellen van de bonden het bestuur voor een-derde uit vertegenwoordigers van de bewoners, voor een-derde uit vertegenwoordigers van het personeel en voor een-derde uit deskundigen bestaat.

Wie overigens de ervaringen van een bestuurder (anoniem) in het blad ‘Op Leeftijd’ regelmatig leest, zal al blij zijn met de geringste vorm van democratisering. De bestuurders, die in deze schrijfsels optreden, doen niets anders dan borreltjes drinken, presentiegelden opstrijken en zich laten manipuleren door de directie’.

Te gortig

De serie van een anonieme scribent in Op Leeftijd, waar in het bovenstaande sprake van is, werd onlangs afgesloten. Ik citeer uit de slotbeschouwing van deze (ex-)bestuurder (nr. 4/1975):

‘Ik kon niet langer meer zitten blijven. Voor het bestuur niet, voor de mensen niet en voor mezelf niet. Het werd mij te gortig !

Ik had al enkele vergaderingen verstek laten gaan, verzon excuses om dit soort bijeenkomsten niet te hoeven meemaken. En als ik er wel kwam, was de sfeer te snijden.

Achteraf bekeken zijn mij nu wel een aantal dingen duidelijk geworden. Zijn de verhoudingen binnen dit bestuur in een ander licht gekomen. Begrijp ik nu waarom een statige directrice zich uit een bestuursvergadering laat wegsturen met de woorden: ‘Wilt u de vergadering even verlaten, want wij hebben iets onder elkaar te bespreken!’. Grote mensen, die elkaar op die manier kleineren, die macht uitoefenen over elkaar. En ook mensen, die dit moeten ondergaan.

Ik heb begrepen dat er iets niet klopt, als blijkt dat de penningmeester, in het dagelijks leven, in loondienst is bij een van de andere bestuursleden. Het is vrij logisch dat zo’n man het altijd eens moet zijn met zijn baas. Natuurlijk heb ik het óók niet altijd goed gedaan. Ik had waarschijnlijk ook niet zo maar ineens moeten doordouwen op democratisering binnen dat bestuur. Op de leefbaarheid binnen dat huis, op medezeggenschap van de bewoners en op inspraak van het personeel. Aan de andere kant kon ik niet weten dat ik in een regentensfeer van het zuiverste water terecht was gekomen. Stuk voor stuk autoritaire mensen, die op hun titel en hun positie benoemd waren. Niet gekozen! Welneen, benoemd, want zo gaat dat in stichtingen. Coöptatie heet dat! Soms had ik eens een gesprek met een stichtingsbestuurder onder vier ogen. Met verschillende van hen.

‘Hoelang zit u nu al in het bestuur?’ vroeg ik dan.

En het antwoord was dan: ‘Nou, vanaf het begin. Eerst vijfjaar bouwvergaderingen en toen het huis klaar was, had ik er eigenlijk uitgewild. Maar ja, hoe gaat dat! Je blijft dan zitten. Want je vormt een team. En zo zitten we eigenlijk allemaal al tien jaar’.

Vijf jaar lang bouwvergaderingen. Praten met autoriteiten, architecten, financiers en aannemers. Praten over blauwdrukken, geld en beton. Dat lag ze wel I Dat was ook interessant. Ze hielden van organiseren en cijfers, van begrotingen en exploitatieoverzichten, prima mensen stuk voor stuk. Zij waren er voor het huis. En toen het huis er eenmaal was, vulden ze het met mensen en ging de vlag in top. Dat was hún werk!

En in heel die organisatiedrift werd een eveneens autoritaire directrice aangesteld. Eén, die goed kon organiseren! En binnen de kortst mogelijke tijd heerste er orde en regelmaat. Barstte het er van de voorschriften en was de discipline een feit.

En mèt de discipline, deed óók de dankbaarheid zijn intrede. En kreeg de directrice ‘grip’ op haar ‘bedrijf’, dat zeer economisch ‘gerund’ werd.

‘Want waarin verschilt een bedrijf als een bejaardenhuis nu van een bedrijf als bijvoorbeeld de Hoogovens’, schreef ze ééns in het door haar uitgegeven en geredigeerde huisorgaan.

De sfeer in dit huis was zo triest, dat toen ik kortgeleden met een van de bewoonsters stond te praten in de hal, zij er midden in het gesprek van door ging met de woorden: ‘Oh, daar komt de directrice aan, en als die ziet dat ik met u sta te praten, zwaait er weer wat. Komt u maar eens als ze met vakantie is’.

Maar genoeg over dit middelgrote bejaardenhuis, ergens in het centrum des lands. De mensen zijn er nog. Het bestuur zit er nog en al is er nog niet zo heel veel veranderd, de kentering is wèl in zicht’,

Filmcatalogus ‘derde wereld’

De Nationale Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking (NCO) heeft een catalogus van films over de Derde Wereld en ontwikkelingsproblematiek uitgegeven.

De catalogus geeft een overzicht van vrijwel alle 16 mm-films over dit onderwerp (meer dan 350), die in Nederland verkrijgbaar zijn. Behalve een korte beschrijving is ook een beoordeling van de film opgenomen.

De NCO, die het initiatief voor deze uitgave heeft genomen, mikt op gebruik door plaatselijke groepen en organisaties, in het onderwijs, het vormingswerk, enzovoorts.

Het NCO-initiatief is een gevolg van de voortdurende roep van aktieve groepen om films en een overzicht van wat er te krijgen is. De NCO stimuleert voorlichtingsaktiviteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in Nederland.

De ‘Derde Wereld Filmcatalogus’ kost ƒ 10,— inclusief verzendkosten, en kan worden bestelci bij B. Commijs, Koninklijk Instituut voor de Tropen, Mauritskade 63 in Amsterdam.

Homofilie

Over theologische twistgesprekken rond Genesis 19, Sodom en homofilie, waarmee onlangs de kerkelijke lucht, als gold het een van tijd tot tijd voorkomend onweer, werd bezwangerd, wil ik het niet hebben. Ik wil alleen maar melding maken van een pastorale werkgroep ‘Homofilie’, die in de provincie Groningen is opgericht. ‘Groninger Kerkblad’, het orgaan van de Hervormde Gemeente te Groningen, wijdde er 7 maart een artikel aan.

‘De initiatiefnemers tot de oprichting van deze werkgroep zijn een aantal pastores uit verschillende kerken, aan wie gebleken was, dat er in de provincie Groningen weinig of niets gedaan werd aan pastorale begeleiding van homofiele mensen. Omdat deze mannen en vrouwen vaak met specifieke problemen te kampen hebben, verdienen ze een bijzondere aandacht vanuit de kerken. Veel homofielen voelen zich echter door maatschappij en kerk in de steek gelaten en veroordeeld; velen van hen vereenzamen daardoor. Toch gaat het hier om een grote groep mensen, die in elke gemeente en parochie voorkomt. De werkgroep wil zich daarom gaan bezighouden met:

het doorbreken van de problematiek

de pastorale hulpverlening

het wegnemen van de vooroordelen’.

De werkgroep vindt dat de pastor de taak heeft de homofiele mens tot ‘een bewuste en verantwoordelijke houding met betrekking tot zijn homofiele geaardheid te brengen’. Vuistregels:

— een bestaande vriendschapsrelatie mag men niet verbreken

— een huwelijk met een heterofiel als mogelijke oplossing moet men afwijzen

— voor de homofiel is onthouding geen vanzelfsprekende zaak, maar feitelijk slechts een uitzondering

— men moet de homofiel helpen tot een goede liefdesrelatie of goede liefdesrelaties te komen, waarbij de wederzijdse verantwoordelijkheid een belangrijke rol speelt.

Op het Provinciaal Kerkelijk Bureau, Praediniussingel 23, Groningen, telefoon 050-134036, weet men er meer van.

Busje

Over een volkswagenbusje, dat met hulp vanuit het fonds Kinderbescherming van de G.D.R. werd aangeschaft voor het kindertehuis ‘De Salentein’ in Nijkerk, hebt u kunnen lezen in de folder, die werd uitgebracht voor de landelijke collecte op 16 mei. De folder is in de Salentein met gejuich ontvangen, schrijft de directeur, de heer Doodewaard. Over het volkswagenbusje zelf meldt hij verder:

We zijn al een paar maal in de korte vakanties, de v.w.-bus volgeladen met bagage en een aantal kinderen, naar ons kam padres in Chaam vertrokken. Voor zo’n klein groepje van 6 à 8 kinderen konden we dan een bungalowtje huren en onder leiding van een groepsleidster vormden ze dan zo’n korte periode een klein gezin. Dan was het busje weer dé uitkomst om met de kinderen tochtjes te maken in de omgeving.

U hebt er als diakenen aan meegeholpen dat ook de Salentein kon worden geholpen. Vandaar dit bericht in ‘In en om’.

‘Hoe moet ik helpen?’

Van 28 augustus tot 3 september organiseert vormingscentrum Den Alerdinck in Laag-Zuthem een week rond het thema ‘Help I Hoe moet ik helpen?’.

De bedoeling is, mensen, die zich afvragen wat ‘helpen’ is, in de gelegenheid te stellen met anderen daarbij stil te staan.

De week is gericht op geïnspireerd worden, nieuwe ideeën opdoen, oefenen en ervaringen uitwisselen.

Maximaal aantal deelnemers: 16, verdeeld over de verschillende werkterreinen, leder, die inschrijft, wordt volledig bij de opbouw van de week betrokken.

Iedereen, die op enigerlei wijze met hulpverlening van doen heeft, kan deelnemen: verpleegkundigen, maatschappelijk werkenden, personeelsfunctionarissen, opleiders, vrijwillige hulpverleners enz.

De cursusleiding berust bij Yvonne van den Bosch en Joan Röell.

De kosten bedragen ƒ 205, — alles inbegrepen.

Voor opgave en inlichtingen: Den Alerdinck, Laag-Zuthem, post Zwolle, telefoon 05290-541 (tijdens kantooruren).

Regenboog

‘De Regenboog’, het protestantse project voor hulp aan drugs-verslaafden, gaat in juli en augustus weer aan de gang met een werkgemeenschap in onze hoofdstad.

Door persoonlijke contacten (steeds groepjes van twee mensen), informatie over uitgaans- en logiesmogelijkheden en een koffiebar wil deze werkgemeenschap jonge toeristen helpen hun bestaan leefbaar te houden of te maken. Wie voor ten minste twee weken wil meedoen, kan zich melden bij Peter van Helden, Kloveniersburgwal 95, Amsterdam, telefoon 020-253737.

Huisvesting en gezamenlijke maaltijden worden genoten in het ‘Vincentiushuis’. Voor logies en onderhoud betaalt men ƒ 5,— per dag.

Ideële reclame

Voor het eerst is zgn. ideële reclame getroffen door een uitspraak van de Codecommissie voor het Reclamewezen, een uitspraak, die later in beroep nog eens werd bevestigd. Slachtoffer, als u het zo kunt noemen, is de Boycot Outspan Actie, een bekende organisatie in de strijd tegen de apartheid in Zuidelijk Afrika. Bijgaande afbeelding, die wij afdrukken zonder daarmee een strafbaar feit te plegen (het is immers geen advertentie van de BOA!), kan volgens de Codecommissie volstrekt niet door de beugel. De ‘ideële’ overweging, die daarachter zit, te weten het bestrijden van de apartheidspolitiek, is volgens de commissie nog geen rechtvaardiging voor deze zo weinig het oog strelende reclame.

Gevolg is dat de dagbladen en tijdschriften, die met adverteerders, reclamebureau’s en consumentenorganisaties betrokken zijn bij de Reclamecode en de handhaving daarvan, de BOA-advertentie niet meer mogen opnemen. Tenminste: niet als advertentie. Opvallend is echter de uitspraak van het College van Beroep dat ervoor ideële reclame wel degelijk andere normen gelden dan voor commerciële. Immers, ideële reclame kan ten doel hebben wantoestanden aan de kaak te stellen, en dan zul je die wantoestanden toch ook moeten uitbeelden. Commentaar van Gerrit Jan Wolffensberger in De Volkskrant van 8 april j.l.: ‘Als de Reclamecode voor ideële reclame niet in alle strengheid geldt, wat geldt er dan wèl precies? Of zou het ’t beste zijn dat de betrokkenen gewoon afspreken dat de Reclamecode niet op zuiver ideële boodschappen van toepassing is? Daarbij zou een voorbeeld genomen kunnen worden aan de komende Wet tegen Misleidende Reclame, die óók alleen voor commerciële geldt’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

Diakonia | 36 Pagina's

In en om het diakonaat

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken