Bekijk het origineel

Wijzigingen in de kerkorde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wijzigingen in de kerkorde

6 minuten leestijd

De generale synode heeft in een van haar zittingen van dit jaar besloten tot een aantal wijzigingen van de Kerkorde in tweede lezing. Daarmee werden deze wijzigingen definitief. Het betreft de volgende artikelen:
Artikel 37, lid 1:
'In de regel berust het presidium van de kerkeraad bij de dienaar des Woords, of, indien er in een gemeente meer dienaren zijn, beurtelings bij ieder van hen'.

Artikel 39, lid 1:
'Ingeval een kerk tenminste twee dienaren des Woords heeft, op geen van wie het in artikel 9, lid 3 bepaalde van toepassing is, kan de kerkeraad zijn taak ten dele toevertrouwen aan een aantal in te stellen wijkkerkeraden; zelf zal hij dan als kerkeraad voor 3: zaken optreden'.

Artikel 48, lid 3
'De leden van het moderamen van de classis zullen naar de huishoudelijke regeling worden aangewezen'.

Artikel 62, lid 1:
'Tot de taak van de generale synode behoort met name de aanwijzing van de door de kerken te gebruiken bijbelvertaling alsook de vaststelling van de belijdenisgeschriften, van de in artikel 26 bedoelde ondertekeningsformulieren, van de Kerkorde, van het psalm- en gezangboek, van de liturgische formulieren en van de orden van dienst'.

Artikel 95:
1 . Om de zendingsopdracht van Christus uit te voeren, zullen de kerken zoveel mogelijk samenwerken.
2. De wijze van samenwerking wordt nader geregeld door de generale synode.
3. De beroeping van een missionair dienaar des Woords zal geschieden door de kerk die daartoe door de voor een bepaalde arbeid der zending samenwerkende kerken is aangewezen, evenwel niet zonder overleg met deze kerken'.

Artikel 96:
'1 . De arbeid der zending kan ook in samenwerking met elders reeds bestaande kerken worden voortgezet of aangevat in een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.
2. De hiertoe strekkende overeenkomsten behoeven de goedkeuring van de generale synode'.

Artikel 97:
'De in artikel 95 bedoelde samenwerking van de kerken ten behoeve van de uitvoering van haar zendingsopdracht zal geregeld worden in een afzonderlijk statuut, dat de goedkeuring van de synode behoeft'.

Artikel 98:
'1 . De algemene leiding van de in artikel 95 en 97 bedoelde samenwerking zal berusten bij een aantal deputaten voor de zending, die benoemd worden door de generale synode.
2. De taak van deze deputaten omvat mede het leiden van een zendingscentrum'.

Artikel 109:
'1 . Indien bij een dooplid dan wel bij een belijdend lid een onverschilligheid wordt aangetroffen, die zover gaat dat zich daarin openbaart een volstrekte afwijzing van het evangelie van Jezus Christus zodat met het oefenen van tucht volgens het in de artikelen 110 en 113 bepaalde zelfs geen aanvang kan worden gemaakt, zal de kerkeraad verklaren, dat zo iemand niet meer tot de gemeente van Christus gerekend kan worden'.

Artikel 110:
'1 . Bij het vermaan en de tucht over de doopleden zal onderscheid gemaakt worden tussen jeugdigen en volwassenen.
2. Met hen zal worden gehandeld overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde richtlijnen inzake het vermaan en de tucht over de doopleden en zo nodig met gebruikmaking van de daartoe bestemde openbare bekendmakingen'.

Artikel 126:
'1 . Het toezicht over degenen die als missionaire arbeiders met een niet-ambtelijke taak werkzaam zijn, zal worden geoefend door de deputaten van de kerken, door welke zij uitgezonden zijn, dan wel voor gezamenlijke deputaten voor de zending of enige uit hun midden daartoe aangewezen deputaten'.

Artikel 128:
'1 . Met kerken en groepen van gereformeerde belijdenis en kerkregering in Nederiand zullen betrekkingen aangeknoopt en onderhouden worden in het belang van het herstel van de eenheid. Alle daartoe geëigende middelen, ook wanneer deze plaatselijk ondernomen worden, zullen, voor zover doenlijk en verantwoord is, steun ontvangen van de kerkelijke vergaderingen.
2. Indien een kerkeraad besluit tot het instellen van gemeenschappelijke kerkdiensten met een van de in lid 1 bedoelde kerken, hetzij bij gelegenheid, hetzij regelmatig, zal hij daartoe niet anders overgaan dan met inachtneming van de door de generale synode terzake vastgestelde bepalingen.
3. Indien een kerkeraad besluit tot het aangaan van een nauwe verbintenis ter plaatse met een van de in lid 1 bedoelde kerken, welke inhoudt het op gelijke voet samen handelen en besluiten ten aanzien van het werk der kerk zoals omschreven in het derde hoofdstuk van deze kerkorde, geheel dan wel in belangrijke mate, zal hij daartoe niet anders overgaan dan na de gemeente erin gekend en erover gehoord te hebben en voorts met inachtneming van de door de generale synode terzake vastgestelde bepalingen'.

Verder besloot de generale synode:
— De artikelen 109 toten met 113 te vernummeren zó dat artikel 110 wordt 109, artikel 111 wordt 110, artikel 112wordt 111, artikel 113 wordt 112, en artikel 109 wordt 113.
— lid 1 en 3 van artikel 132 van de kerkorde zoals deze voorkomen in de uitgave van de kerkorde, aanvullingen en wijzigingen, nr. 1, april 1975, als definitieve tekst te aanvaarden.
— de tekst van art. 134 lid 2 zoals deze reeds voorkomt in de uitgave van de kerkorde (met de aanvullingen en wijzigingen nr. 1) definitief te aanvaarden.
Ook besloot de generale synode tot een aantal wijzigingen in de z.g. Annexe Bepalingen bij de Kerkorde. a) t.a.v. de 'Richtlijnen voor vermaan en tucht over de doopleden' nam de generale synode kennis van het schrijven van de particuliere synode van Overijssel, waarin deze bezwaar maakt tegen de redactie van punt 6 van deze richtlijnen, behorende bij artikel 110, lid 2 van de Kerkorde, zoals vastgesteld door de synode van Haarlem.
De synode overwoog daarbij:
1. uit het geheel van de 'Richtlijnen' blijkt dat hierin niet op collectieve tucht gedoeld wordt;
2. uit redactionele overwegingen dient lid 6 van genoemde 'Richtlijnen' te worden gewijzigd. en besloot:
1. punt 6 van de 'Richtlijnen inzake het vermaan en de tucht over de doopleden' als volgt gewijzigd vast te stellen:
'6. Voordat de onder 5 bedoelde bekendmaking plaats vindt, zal daarvan tijdig en schriftelijk mededeling worden gedaan aan het betrokken dooplid.'
2. van dit besluit kennis te geven aan de particuliere synode van Overijssel.
b) t.a.v. het Rapport van deputaten voor de Kerkorde over art. 32 K.O. met betrekking tot het revisierecht van besluiten van de generale synode overwoog de synode:
1. in het algemeen zal een verzoek tot revisie van een door een generale synode gedane uitspraak behandeld worden door een volgende generale synode;
2. in bijzondere gevallen kan het noodzakelijk zijn, dat een generale synode een verzoek tot revisie van een door haar zelf gedane uitspraak in behandeling neemt;
3. voor deze bijzondere gevallen is het in art. 32 lid 1 K.O. bepaalde niet toereikend. en besloot:
1. de volgende annexe bepaling aan art. 32 K.O. toe te voegen: 'Een verzoek tot revisie van een door een generale synode gedane uitspraak kan bij dezelfde synode worden ingediend, welke na ontvangst daarvan, ongeacht de datum van inzending, dit slechts op het agendum zal plaatsen, indien zij met een meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen oordeelt dat dit generiei uitstel gedoogt'.
2. de annexe bepaling onder a. genoemd samen met de uitspraak van Dordrecht 1971, art. 121; Haarlem 1973, Breed Mod., art. 31 in art. 32 K.O. te plaatsen onder het eerste lid van dit artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1976

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Wijzigingen in de kerkorde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1976

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken