Bekijk het origineel

Stabiliseert het gereformeerde kerkbezoek zich?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Stabiliseert het gereformeerde kerkbezoek zich?

5 minuten leestijd

Kortgeleden is aan de Vrije Universiteit een rapport verschenen getiteld 'Ontwikkelingen in het kerkbezoek in de Gereformeerde Kerken in Nederland in de periode 1955-1975'. Het rapport is uitgebracht door het Instituut voor Praktische Theologie en gebaseerd op cijfers afkomstig van het bureau van de generale synode te Leusden.
Hieronder geven wij een samenvatting van de belangrijkste uitkomsten van dit onderzoek.
Uit dit rapport blijkt, dat de daling van het kerkbezoek die zich sinds 1960 inzette, in 1973 tot stilstand gekomen is. Tenminste wat de betreft de morgendiensten. Zelfs is er sprake van een zeer lichte stijging. Het kerkbezoek in de middagdiensten daarentegen loopt nog steeds verder terug.

Enkele cijfers
Globaal gezien heeft het kerkbezoek zich de laatste 20 jaar als volgt ontwikkeld: — in de periode 1954-1964 daalde het kerkbezoek in de morgendiensten geleidelijk van 54% naar 50%, daarna vond een snellere daling plaats, en wel tot 43,7% in 1973.
Na 1973 begint het kerkbezoek weer te stijgen. Zo bedroeg het kerkbezoek in 1974 44,6% en in 1975 44,9%.
— het kerkbezoek in de middagdiensten daalde gedurende de periode 1954-1964 van 49% naar 42%. Evenals het met het kerkbezoek in de morgendiensten het geval was, zette na 1964 de daling zich in versneld tempo voort. In 1975 bedroeg het kerkbezoek in de middagdiensten nog slechts 23%. In ruim 20 jaar is het kerkbezoek in de middagdiensten meer dan gehalveerd.
Echter vanaf 1973 valt toch enigszins een zekere afzwakking van de daling van het kerkbezoek in de middagdiensten te bespeuren: 1973 24,5%, 1974 24% en 1975 23%.
Genoemde cijfers hebben, zowel wat de morgen- als middagdiensten betreft, betrekking op landelijke gemiddelden.
Indien de kerken worden ingedeeld naar grootte (omvang van het ledental), zowel als naar regio en mate van verstedelijking, blijken — afgezien van enige kleine afwijkingen — dezelfde tendensen zich voor te doen.

De oorzaken
Na constatering van deze ontwikkeling komt direkt de vraag naar boven, waarom naai die jaren van daling het kerkbezoek in de morgendiensten zich weer blijkt te stabiliseren.
In het rapport worden de volgende drie factoren genoemd:
— de combinatie van die factoren waarvan de invloed op het kerkbezoek kennelijk uitgewerkt raakt, zoals de steeds minder geaccepteerde norm 'twee keer per zondag naar de kerk', de behoefte om er zondags op uit te trekken, de veranderingen in de sociale controle, de invoering van crèches en kindernevendiensten, etc.
— de verandering in de leeftijdsopbouw.
Door het sterk teruglopende geboortecijfer en het vrijwel gelijkblijvende sterftecijfer, wordt het aandeel van de jongeren in de leeftijdsopbouw van de kerken kleiner en daardoor het aandeel van de ouderen (de zgn. potentiële kerkgangers) groter. In feite vindt een 'veroudering' van de leeftijdsopbouw plaats. Als gevolg hiervan hoeft het aantal kerkgangers niet toe te nemen, maar kan toch het percentage kerkgangers gelijk blijven of zelfs stijgen.
— de blijvende belangstelling voor de kerkdienst. Deze factor kan als een afgeleide worden gezien van de vorige twee factoren. Ondanks de vele veranderingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan, wijst de stabilisatie van het kerkbezoek op een blijvende waardering van de kerkdienst.

Een paradox
Volgens het rapport is sprake van een paradoxale situatie aangezien, ondanks de mogelijke toenemende kritiek op de kerk en de kerkdienst, de waardering van de kerkdienst blijvend is en mogelijk zelfs toeneemt. Uit het onderzoek en literatuur blijkt, dat vele kerkgangers teleurgesteld en niet tevreden zijn met de huidige kerkdiensten, omdat men zich bijvoorbeeld te weinig betrokken voelt bij de actieve deelname aan de liturgie en men het gevoel heeft dat de kerkdienst te weinig stimulansen geeft voor het leven in de samenleving.
Toch heeft het kerkbezoek niet te lijden onder deze teleurstelling en kritiek.
Als mogelijke verklaring voor deze tegenstrijdige situatie, wordt in het rapport de volgende hypothese gesteld: 'Veel gemeenteleden hebben kritiek op de kerkdiensten, maar zij gaan niettemin naar de kerk omdat zij niet weten waar zij 'het' anders zouden zoeken'.
Hun verwachtingen zijn niet bepaald hooggespannen, maar ze blijven hopen en daarom blijven ze naar de kerkdienst komen. Hierbij speelt misschien ook een rol dat een aantal actieve gemeenteleden heeft ontdekt dat niet alleen de kerk, maar ook 'de wereld' tegenvalt, aldus het rapport.

Bezinning
Uit het voorgaande blijkt dat ondanks teleurstelling en kritiek de behoefte aan de kerkdienst blijft bestaan. Om deze reden moet in de stabilisatie van het kerkbezoek een extra impuls gezien worden om de kerkdienst te verbeteren. Gebeurt dit niet, dan heeft dit tot gevolg dat, ondanks de kerkgang een betrekkelijk groot aantal gemeenteleden 'in de kou' blijft staan.
Teneinde aan de kritiek tegemoet te kunnen komen, die voor een belangrijk deel voortkomt uit veranderingen in de kerk en de samenleving, zal bezinning noodzakelijk zijn. Een voorwaarde hiervoor is, dat er opnieuw en blijvend geluisterd wordt naar wat de gemeenteleden van de kerkdiensten verwachten en waaraan zij behoefte hebben, waarbij de bedoelingen van het gemeente-zijn centraal dienen te staan.
Hiervoor hoeven geen speciale groepen in het leven geroepen teworden, maar zij zijn veelal aanwezig in de vorm van gemeentekringen, verenigingen, commissies, catechisantengroepen etc.
Vanuit de gemeenteleden zelf, met inbegrip van de ambtsdragers, zal gepoogd moeten worden om opnieuw de band te leggen tussen de bijbel en het leven van alle dag.

Tenslotte
Het besproken rapport stemt enerzijds tot vreugde anderzijds tot nadenken.
Vreugde vanwege het feit dat de sombere verwachtingen van de afgelopen jaren m.b.t. het kerkbezoek niet bewaarheid zijn geworden.
Nadenken over het feit dat groepen kerkgangers zich 'in de kou voelen staan' en toch blijven komen; nadenken over andere inhoud en vormgeving van de kerkdienst, zodat ook deze groepen 'warm zullen worden'.
Het rapport zal om deze redenen als een belangrijk signaal binnen de gereformeerde kerken gezien dienen te worden.
In het nieuwe, kerkelijke seizoen zou het bijna verplichte literatuur moeten zijn voor tenminste de kerkeraden!

(Drs. Derks is staffunctionaris van het bureau Kerkopbouw).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1976

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Stabiliseert het gereformeerde kerkbezoek zich?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1976

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken