Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbesprekingen

7 minuten leestijd

Modikwe Dikobe, ‘De Marabidans’. Serie ‘De derde spreker’, nr, 3. Uitgave Novib, Den Haag, en Het Wereldvenster, Baarn, prijs ƒ 10,— (Novib) en ƒ 14,50 (in de boekhandel)

Ik ben in 1913 in Noord-Transvaal geboren. Toen ik tien jaar was, verhuisde ik met mijn ouders naar Sophiatown en Doornfontein in Johannesburg. Dit boek is geschreven voor mijn vroegere schoolkameraden van de Albert Street School. lemand als Martha zal misschien nog in leven zijn en haar zoon is misschien een van die jongemannen, die nu opgejaagd worden door de paswetten, die verdreven worden uit de steden en die tot vreemdelingen gemaakt worden in hun geboorteland.

Zo luidt de ‘opdracht’ voorin de roman De Marabidans, geschreven door een Zuid-Afrikaan, die krantenverkoper, kantoorbediende, boekhouder en nachtwaker is geweest, en op 60-jarige leeftijd zijn eerste boek publiceerde; delen ervan waren daarvóór al in Zuid-Afrikaanse dagbladen verschenen.

Het boek dateert dus uit 1 973, en speelt zich af in Molefe Yard, een krottenwijk van Johannesburg. Hoofdpersoon is het negermeisje Martha (Moipone) Mabongo, door haar ouders van school gehaald en daarna uitgehuwelijkt aan een familielid van de vroegere ‘verloofde’ van haar vader. Dat huwelijk moet dienen als zoenoffer tussen beide families en om de toorn van de goden af te wenden. Martha’s vader heeft de wetten van zijn clan geschonden door niet te trouwen met de vrouw, die hem was toegewezen, en door zonder betaling van een bruidschat een vrouw naar eigen keuze te nemen.

De toorn van de goden zou zich al geopenbaard hebben door de ziekte (na een vechtpartij) en het daarop volgend ontslag van Martha’s vader.

Door dat ontslag loopt hij het risico naar zijn ‘thuisland’ te worden teruggestuurd. Hij moet zo snel mogelijk werk zien te vinden, waarvoor hij zich regelmatig op het arbeidsbureau moet melden en zijn pasje moet laten afstempelen. Hierbij wordt hij uitgescholden en vernederd.

Het verhaal van De Marabidans ga ik niet navertellen; de aardigheid zou eraf zijn, en bovendien wil ik in deze aankondiging alleen maar laten uitkomen hoezeer twee verschillende werelden in dit boek een rol spelen. Die werelden zijn het geheel van wetten, riten en gebruiken van de stam, en de ‘culturele afvalresten van de reusachtige goudstad’, zoals de uitgevers terecht opmerken. Met in al zijn felheid de discriminatie, die daarbij hoort.

Romanproject

De Marabidans maakt deel uit van een ‘romanproject’ van Novib, dat sinds november vorig jaar aan de gang is en met erg veel succes. Doel ervan is door middel van literaire uitingen uit de derde wereld bekendheid te geven aan wat zich daar binnen de bevolkingsgroepen afspeelt. Geen beschouwingen óver andere landen, maar stemmen uit die landen. De schrijvers van deze boeken richten zich primair tot hun eigen volk, om daarmee de ontwikkeling van dat volk te dienen, in overeenstemming met de eigen tradities, maar juist daarom is het goed dat anderen er kennis van nemen. Zo komen we nog op ándere wijze met de ‘derde wereld’ in aanraking dan via onze eigen, noodzakelijk westers bepaalde, analyses en ‘oplossingen’.

In de serie zijn reeds boeken verschenen uit Senegal, Peru en Pakistan. Boeken uit de Indische, de Creoolse, de Palestijnse en de Chileense wereld staan op stapel.

Er wordt gestreefd naar aansluiting bij de actualiteit. Met de rellen in Soweto in ons achterhoofd, kost het bepaald geen moeite om die actualiteit in De Marabidans terug te vinden. Wie de zwarten in Zuid-Afrika vanuit hun eigen ervaring wil leren kennen, moet het zeker gaan lezen.

Overigens laat ik niet onvermeld dat de extra opbrengst van deze serie ten goede komt aan schrijvers, filmers en beeldende kunstenaars uit de ‘derde wereld’, die in verdrukking zijn geraakt. Ook zonder de aanschaf van boeken kan men aan het betreffende steunfonds van Novib deelnemen.

G. Boogaard en H. J. Teutscher, ‘Op zoek naar een antwoord’. Serie Pastorale Handreiking nr. 1. Uitgave J. N. Voorhoeve, Den Haag, prijs ƒ 9,50.

Lopen wij niet het gevaar te veel doediakenen te zijn en geven wij niet te weinig ruimte aan de Heilige Geest?

Zo ongeveer stelde een diaken uit Den Haag het eens in een brief aan de GDR, waarin zij aandacht vroeg voor bepaalde onderwerpen op de zomerconferenties.

De vraag is op zijn plaats, als er tenminste mee bedoeld wordt dat men ook kan vluchten in allerlei aktiviteit, en dan juist de mensen, om wie het in het diakonaat begonnen is, vergeet. Niet bewust, maar het gebeurt dan toch maar.

Gelukkig krijgen we er in het diakonaat aandacht voor dat het niet voldoende is, iets voor een ander te doen. Het moet ook mèt hem of haar gebeuren. Je kunt nog een stap verder gaan, en dan komt de vraag op: is het nodig altijd maar weer iets te dóen?

In het themanummer van Diakonia over het diakonale werk (april/mei) citeert Lydeke Vroom een ‘wanhopige’ diaken bij haar in de buurt:

‘Waarom zijn wij toch altijd bezig te zoeken naar ellende, naar nood, naar de tobbers, naar projecten om ons geld aan uit te geven? Waarom beginnen we niet eens met gewoon er te zijn, mee te leven met de mensen, aandacht te hebben voor het gewone dagelijkse leven van alledag met het kleine verdriet en het kleine geluk?’

Er te zijn, méé te leven. Is er iets eenvoudigers èn moeilijkers? In een samenleving van halen, hebben en houden, een samenleving ook waarin het tastbare en concreet aanwijsbare centraal staat, is er zoveel behoefte aan. Vooral bij hen, die zich met hun zorgen én hun vreugden alleen voelen staan in het leven.

In het boekje Op zoek naar een antwoord komen wij hen tegen; vooral dan die mensen, die door ziekte, handicaps, eenzaamheid en andere problemen worden gekweld. Het is geschreven door twee predikanten, die zich als rechtgeaarde pastorale werkers laten kennen: ds. G. Boogaard uit Enkhuizen, ook bekend als dichter en als vaste medewerker van het maandblad voor ouderen Open Vensters, en de onlangs overleden ds. H. J. Teutscher, die in het vroegere Nieuw-Guinea werkte en later o.m. verbonden is geweest aan het pastoraal centrum ‘De Hezenberg’ in Hattem en ‘Het Zonnehuis’ in Beekbergen. De 24 korte hoofdstukjes verschenen een paar jaar geleden in het weekblad Hervormd Nederland (al zou ik ze, eerlijk gezegd, er nú niet meer in verwachten …), maar laten zich nog steeds goed lezen. Vaak worden in deze stukjes de situaties van mensen ‘uit de pastorale praktijk’ geschetst, waarna op hun vragen en op mogelijke bijbelse antwoorden nader wordt ingegaan.

Al lezend besef je weer eens dat het onderscheid van pastoraat en diakonaat maar betrekkelijk is. Natuurlijk, in het één wordt de gemeenschap gebouwd, en in het ander wordt getracht nood te lenigen. Maar gemeente-opbouw, die niet tevens op leniging van nood uit is, deugt niet. Een andere overweging: in de pastorale zorg stuit men telkens weer op nood, die ook diakonaal moet worden beantwoord.

Niet dat men het laatste in dit boekje tegenkomt. Dat hoeft ook niet; het zou de goede eenvoud ervan maar schaden. Bovendien: laten we ons eerst maar eens verdiepen in de mensen, met hun ervaringen, hun gedachten, hun problemen. Eerst luisteren, dan antwoorden. En in het laatste de Geest zélf laten spreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976

Diakonia | 36 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken