Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

Diakonaat en avondmaal

Het behoeft in dit blad waarschijnlijk geen betoog dat de uitoefening van het diakonaat en de viering van het Heilig Avondmaal in een duidelijk verband met elkaar staan. De deling van de gaven aan de tafel des Heren vindt zijn voortzetting in de deling in de wereld.

Maar ook als ambtsdrager is de diaken persoonlijk sterk bij het avondmaal betrokken. De kerkorde spreekt o.a. over zijn ‘ambtelijke tegenwoordigheid bij de kerkdienst, in het bijzonder ook voor het inzamelen van de liefdegaven en het dienen aan de tafel des Heren’.

Over de vraag op welke wijze dat gebeurt, de frequentie daarvan, de intensiviteit en de betrokkenheid geeft de kerkorde ons geen richtlijnen. De praktijk wijst dan ook uit dat er in dit opzicht grote verschillen zijn. In de ene hervormde gemeente vindt iedere zondag een avondmaalsviering plaats, elders één keer per maand en weer op andere plaatsen maar zelden. Dat hangt van de gemeente af, zegt men dan. Of van de dominee. Maar toch ook — voeg ik er dan maar aan toe — van de kerkeraad.

Inclusief de diakenen, die op grond van hun opdracht zo nauw bij deze dingen betrokken dienen te zijn.

Ook de wijze van viering, de vormgeving, kan zeer verschillend zijn.

— In veel gemeenten gebeurt het zittend aan een tafel. Een plechtig, maar door de vele herhalingen en onderbrekingen ook een langdurend gebeuren. Vaak met een wat sombere ondertoon, die velen weerhoudt.

— In andere kerken ontvangt men de elementen geknield. Voor zover mij bekend, komt dat in de hervormde kerk in Nederland niet (meer) voor.

— Er zijn plaatsen, waar brood en wijn gewoon door de banken worden doorgegeven. Een efficiënte methode, die vooral in de gereformeerde kerken steeds meer in zwang raakt. Ik heb hier mijn persoonlijke bezwaren tegen. We zijn toch al zo passief.

— Dan liever staande in een kring rond de tafel elkaar schaal en beker aanreikend.

— Tenslotte is er de mogelijkheid achter elkaar naar voren te gaan om daar uit de handen van de ambtsdragers de gaven te ontvangen. Het brood van de dienaar des Woords, de wijn van de diaken.

Nu is de inhoud van een gebeuren natuurlijk veel belangrijker dan de vormgeving. Men kan op iedere manier een gezegend avondmaal vieren en men kan op iedere manier de Heer diep bedroeven. Ik kan u dus niet zeggen hoe dat bij u moet, hoewel ik er zeker van ben dat óók de diaken zich dient te beraden over de vraag wat in onze tijd en in onze situatie de meest geëigende vorm van viering is. Om dat dan persoonlijk of als college in de kerkeraad te brengen.

Mijn persoonlijke mening? In de Nederlandse situatie ben ik in verschillende gemeenten enkele jaren achtereen het meest aangesproken door de wijze van ‘gaande en staande’ avondmaal vieren. Hierbij zijn n.l. aanwezig alle vormen van eerbied, van aktiviteit (diakenen!), van een gemeenschappelijk opgaan èn van een vreugdevol gebeuren. En de diaken kan hier als mede-uitdeler zijn rol aan de gemeente vóórleven. Met elkaar opgaan tot Gods altaren, straks weer terug de wereld in, met een opdracht.

Is dit geen nieuwlichterij? Die vraag heb ik mij natuurlijk ook wel eens gesteld. Maar dan lees ik opeens in een paar artikelen in het Groninger Kerkblad (de 252e jaargang) van de hand van diaken W. K. van der Veen over de avondmaalsviering in Groningen in vroeger eeuwen. Wat deden de Groninger vaderen in de Martinikerk?

‘De plaats, die hun goeddunkte voor de viering van het Η. A vondmaal, die hun het meest logisch en praktisch tevens zal zijn voorgekomen, was het hoge koor’.

‘Anders echter dan te Emden, waar de gemeente zich in groepen om een witgedekte tafel zette, waarna brood en wijn werden rondgegeven, blijken te Groningen oorspronkelijk de lidmaten der gemeente in een lange stoet vanuit het schip der kerk door het koor te zijn getrokken, langs enige predikanten, die staande aan de avondmaalstafel brood en wijn aanreikten’.

Het was eerst in 1761 dat een der dominees wenste de bediening zittende te houden.

Men zou het dan (ik citeer letterlijk:) ‘met minder werk en schielijker’ kunnen afdoen! Maar nog aan het begin van de 19e eeuw beschrijft iemand de ‘oude wijze’ van de viering:

‘De communicanten zaten niet aan eene tafel, maar traden de een na den ander de beide predikanten, die de bediening hadden, langzaam voorbij, ontvangende bij een oogenblik stilstaans van den eersten het brood en van den tweeden den wijn uit den beker, en tevens voor zich alleen eene korte toespraak van elk der beide predikanten. Door de overigen der gemeente werd gezongen’.

Dank zij diaken Van der Veen (die overigens nog veel meer te vertellen had) kwam ik tot deze overdenking. Het is later in Groningen anders gegaan en in andere gemeenten wéér anders, soms in tegengestelde richting.

Ik zei het al: de vormgeving is niet het belangrijkste. Maar wel belangrijk. Soms belangrijker dan u denkt. De diaken zal er over moeten mee-denken en mee-praten.

Het gaat erom hoe wij de gemeente bereiken, hoe wij de gemeente tot leven en tot aktiviteit brengen. En dat begint nu eenmaal dáár: bij Woord en Sacrament.


Het avondmaal heeft wel degelijk iets te maken met de honger naar brood en gerechtigheid in de wereld. Het is de bron van inspiratie voor het werken van de christen aan een menselijker samenleving. Breken en delen aan de Tafel des Heren wordt een aanfluiting wanneer de deelnemers niet bereid zijn datzelfde ook te doen in hun dagelijkse handel en wandel.

(Eucharistisch congres Philadelphia, augustus ′76).


Diakonos

Bovenstaande overwegingen schrijf ik op een wat ongebruikelijke plek, aan een ruwhouten tafel op enige duizenden kilometers bij u vandaan. Buiten is de temperatuur zo tussen de 30 en 40 graden Celsius. En dan hier te zitten met het Groninger Kerkblad en meer dergelijke lectuur …

Maar ik doe ook andere dingen. Zo ga ik iedere ochtend mijn brood halen bij een bakker die Christos Diakonos heet. Daar sta je wel even van te kijken. Ik hoop voorlopig klant te blijven.

Als toerist (1)

Het is een voorrecht in staat te worden gesteld een poosje in dit heerlijke land te mogen verblijven. Met z’n verrukkelijk klimaat, z’n openhartige mensen, z’n spreekwoordelijke gastvrijheid, z’n cultuur vanaf ruim twintig eeuwen voor Christus en z’n intussen alweer eeuwenoude christelijke tradities. Vandaar dat deze Kroniek wat anders wordt dan gebruikelijk.

De kerk is hier op Kreta een dagelijks en onontkoombaar feit. Ik ben nergens anders zoveel kerken tegengekomen. Er wordt bijzonder veel zorg aan besteed, zoals overal in Griekenland. Gepoetst, geschilderd, verbouwd. Iedere dag is de eerste viering meestal tegen zeven uur ’s morgens, de laatste in het begin van de avond. ’t Is wel een wat andere kerk dan we in Nederland gewend zijn. Enerzijds met strenge voorschriften en een sterk naar binnen gekeerd liturgisch gebeuren, anderzijds met een menselijkheid en vrijblijvendheid waar je in het begin als westerling vreemd tegenover staat.

’t Is de kerk van Titus, de leerling en medewerker van Paulus, die hier ook zelf predikte. Titus was hier de eerste bisschop. Ik heb rondgelopen in de restanten van zijn kerk. Er wonen daar in de omgeving vrijwel geen mensen meer. Er zijn alleen nog krekels. Je waant je opeens negentien eeuwen terug.

Veel dingen zijn hier anders dan in Nederland. Zo woont tegenover mij een naaister met een klein atelier, waar een stel jonge meisjes werkt. Ze beginnen ’s morgens om half negen. Maar ’s avonds om half negen tref ik ze nog. Het meeste werk wordt met de hand gedaan in een schemerig kamertje. Dat gaat zo de hele dag door. Koffie is er alleen voor mevrouw zelf. Maar die werkt dan soms ook door tot één uur ’s nachts. Om ’s morgens vroeg weer present te zijn. Er moet verdiend worden!

Er wordt hier hard gewerkt en weinig verdiend. Bouwvakkers zijn echt niet vrij om vijf uur of de hele zaterdag. Woningnood is er dus niet. Dat komt ook doordat voldoende mensen genoegen nemen met één kamer, die tevens als werkruimte, woonvertrek en slaapkamer dient.

Er is wel een vorm van sociale wetgeving. Bejaarden krijgen een soort AOW-uitkering, die naar Nederlandse maatstaf ongeveer ƒ 100,— per maand bedraagt. Daar doe je niet veel mee. Opa en oma wonen dus bij hun kinderen en kleinkinderen in. Dat is niet altijd even leuk wanneer je klein behuisd bent.

Maar goed, je hebt altijd oppas en een 70-jarige kan best nog wat op het land werken. Ik zag zelfs ergens een oud in het zwart gekleed vrouwtje aan de straatweg werken. Voor brood, groente, wijn en een bed doe je heel wat.

Toch eert men de jeugd (altijd schoon en goed gekleed) en óók de ouderen. Er is hier een spreekwoord, dat zegt: ‘Wie geen grijsaard onder zijn dak herbergt, die moet er zich maar een aanschaffen’. Bejaardenhuizen zijn er in dit land nauwelijks. Ik heb er één gezien, waarvan de accommodatie doet denken aan onze tehuizen van een halve eeuw geleden. Maar door het andere klimaat leef je eigenlijk altijd buiten. Dan is alles anders, eenvoudiger en niet altijd ongelukkiger.

Een echte toerist ben ik niet. Ik bedoel daarmee: ik woon niet in een duur hotel, bezoek geen nachtclubs, heb geen auto gehuurd en bevind mij meer in steegjes en op landwegen dan op stranden en boulevards. Toch ben en blijf ik hier een vreemdeling, die met z’n weinige Hollandse guldens toch altijd nog méér kan doen dan de gemiddelde huisvader hier met zijn dagloon. En als je geld op is, ga je terug. Je blijft toerist, vreemdeling. Op z’n best: een gast.

Als toerist (2)

Het toerisme wordt in Griekenland niet door iedereen positief beoordeeld. Het is een belangrijke bron van inkomsten. Toch is er een groeiende groep mensen, die twijfelt aan de echte zin ervan. Maar een ‘terug’ is in feite niet mogelijk. Een land, dat van toerisme moet leven, is een kwetsbaar land.

Er is meer. De weinige toeristen van vroeger waren mensen met geld. Zij bleven lang, besteedden veel en gaven flinke fooien. Dat is er bijna niet meer bij. Wij doen het op een koopje. Met als resultaat dat het ontvangende land er niet zoveel beter van wordt.

Ook het gedrag van de massa-toerist wordt niet altijd gewaardeerd. De zeden en gewoonten worden langzamerhand aangetast. Men wordt geconfronteerd met een toenemend gebruik van tabak, alcohol, drugs. Meisjes en vrouwen uit het westen maken vaak een wat losbandige indruk. Voor een sober levend volk is dat niet altijd gemakkelijk te verwerken.

‘De ethiek van het toerisme …’. Een zware term, die me opeens invalt. Hoe gedraag je je in een ander land en in een andere cultuur? Wie ergens als gast is, dient zich ook als gast te gedragen.

September

De R is weer in de maand. Vroeger betekende dat levertraan. Tegenwoordig dat we allemaal weer terug zijn. Naar ik hoop: heelhuids. Hebt u al weer plannen en plezier om weer aan de slag te gaan, thuis en in de gemeente? Om wat te wennen: hier tenslotte nog een paar berichtjes dichter bij huis.

Praten met kerkvoogden

Ook dit najaar worden er in Friesland weer cursussen voor ambtsdragers gegeven. Deze keer afzonderlijke avonden voor ouderlingen, ouderlingen-kerkvoogd en diakenen. De laatste avond van de kerkvoogden-cursus, die op vijf centraal gelegen plaatsen wordt gehouden onder het motto ‘Kerkvoogd voor de gemeente van morgen’, is een praatavond van kerkvoogden èn diakenen over de mogelijkheden van samenwerking. Friese diakenen kunnen zich daarvoor aanmelden bij hun hoofdkwartier.

Uitgangspunt van gesprek is het boekje ‘Naar een verantwoord beleid’, dat enige maanden geleden met weinig tam-tam in al onze gemeenten ter tafel kwam. De vraag is natuurlijk: wordt ermee gewerkt?

Friesland geeft een goed voorbeeld. Want het moeten de provinciale organen zijn, die de middelen aanreiken om dit materiaal bespreekbaar en in de eigen situatie hanteerbaar te maken.

Ik hoor van dit initiatief uit Leeuwarden. Wie weet gebeurt het in andere provincies ook. Zo niet, dan kunnen er altijd nog plannen worden gemaakt.

‘Praten met kerkvoogden …’: ’t wordt tijd.

Tehuis in zicht

Met veel genoegen kondig ik hier een boekje aan, dat onlangs verschenen is bij de Nederlandse Federatie voor Bejaardenbeleid. De titel is ‘Tehuis in zicht’, wat direct al duidelijk maakt dat dit geschrift bedoeld is voor hen, die gaan wonen in een verzorgingstehuis of dat overwegen.

Bekend is dat oudere mensen vaak met veel vragen en onzekerheden zitten in de periode dat zij willen — of moeten — overstappen van hun eigen woning naar een tehuis. Hoe leef je daar: wat zijn je rechten en plichten; hoe gaat het met je geld; wat kun je je straks nog permitteren; waar moet je afstand van doen; welke instanties kunnen je eventueel een advies geven? Enz.

Op veel van deze vragen geeft dit boekje antwoord. Het is in een grote letter gedrukt en daarom zeer geschikt om het ouderen zelf ter hand te stellen. Verder is het vrolijk geïllustreerd. De tekst is samengesteld door mensen van het Gemeenschappelijk Protestants Overleg Bejaardenwerk.

U kunt exemplaren bestellen à ƒ 2,50 via postrekening 8685 van de GDR te Utrecht.

Koningin Juliana Fonds

In het tweede kwartaal van dit jaar werd door het KJF meer dan ƒ 1.350.000,— beschikbaar gesteld voor tezamen 183 projecten.

Aanzienlijk bedragen werden toegekend voor de kosten van inrichting enz. van instellingen voor maatschappelijk werk, gezinsverzorging, buurthuizen, alsmede voor projecten op het gebied van de zorg voor bejaarden en gehandicapten. Naast bijdragen à fonds perdu werden leningen verstrekt. Alles uiteraard na onderzoek en volgens richtlijnen. Inlichtingen: KJF, Eisenhowerlaan 146, Den Haag, telefoon 070-559286.

Aktie in Zeeland

Door de officiële vervoersinstanties in Zeeland is protest aangetekend tegen het besluit van minister Westerterp om op het openbaar regionaal vervoer te gaan bezuinigen.

De PDC van Zeeland heeft adhesie betuigd met dit protest, omdat naar haar mening vooral zij getroffen zullen worden, die sociaal de zwakste positie in de maatschappij innemen. De mensen, die niet over een eigen auto beschikken, en met name de oudere mensen worden hierbij genoemd. Het is juist dat deel van de bevolking in de meest geïsoleerde gebieden, dat zich toch al achtergesteld voelt door het ontberen van allerlei voorzieningen.

De PDC van Zeeland heeft zich inmiddels tot de andere provinciale diakonale commissies gewend met het advies ook in hun ressort na te gaan hoe daar de situatie is, om zonodig gemeenschappelijk tot aktie te komen.

Een niet alledaagse diakonale stap. Temeer de moeite waard het aan u door te geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976

Diakonia | 36 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1976

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken