Bekijk het origineel

Wachten op mensen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wachten op mensen

6 minuten leestijd

Kanker,

Het was een hartekreet, in een plaatselijk weekblad, van twee mensen, van wie er één moest sterven!

Een laatste schreeuw om contact van een kankerpatiënt. Contact met zijn medemensen, die zich hoe langer hoe meer van hem afkeerden. Want als je sterven gaat, wordt de wereld om je heen steeds kleiner. Vrienden en buren blijven de één na de ander weg. Ze ruiken de dood! En waar de dood zich komt melden, wordt het leven vanzelf steeds stiller …

Adriaan was nog nooit ziek geweest. In al zijn zes en vijftig jaren niet. Hij was een stille eenvoudige man, een timmerman van het ouderwetse slag. ‘Wat z’n ogen zien, kunnen z’n handen maken’, zeiden de mensen altijd. En dat vond hij fijn, want hij kon goed werken. En in t dorp hielp hij dan ook ieder, die een klusje te doen had, soms alleen voor de materiaalprijs.

Met al z’n harde werken kregen ze het nooit ècht breed. Want voor een gezin met acht kinderen is er heel wat nodig, maar ze waren gelukkig. Met elkaar.

Tot die dag dat er bloed in zijn zakdoek zat en hij langzaam maar zeker steeds meer pijn kreeg in z’n borst. Ja, hij was een zware roker …

De operatie volgde onvermijdelijk, maar zonder verdere ingreep werd Adriaan weer naar huis gezonden. En het gerucht dat hij spoedig aan kanker zou sterven, verspreidde zich snel door het kleine dorpje.

De mensen bleven weg. Wat moet je zeggen tegen een stervende?

Geen arts had hem verteld wat er precies aan de hand was, maar Corrie zijn vrouw was wèl op de hoogte gesteld. Adriaan voelde dat. Als je bijna veertig jaar samen bent, zijn woorden vaak overbodig.

En Adriaan kon dat geestelijk toen niet verwerken. Hij werd agressief en vaak onheus tegen Corrie en tegen de kinderen, die nog in huis waren. Vijf van de acht waren inmiddels getrouwd.

Corrie: ‘Het was voor hem een vreselijke tijd. Hij wilde geen afscheid nemen. Van ons niet en van het leven niet. Hij maakte bewust ruzie om geen afscheid te hoeven nemen; ik weet niet precies hoe ik het zeggen moet, maar er zat iets van zèlfvernietiging in’.

De twijfel werd hem teveel en in een dramatisch gesprek preste hij zijn vrouw dat te zeggen wat hij eigenlijk allang wist. En ze zei het.

Zijn reactie op de waarheid was nog erger dan in de dagen van twijfels. Zijn hele wezen verzette zich. Adriaan schreeuwde het soms uit en ze hebben hem meer dan eens met z’n drieën moeten vasthouden tot de dokter kwam met het kalmerende spuitje …

Vanaf dat moment heeft hij nog tien máánden geleefd. Tien maanden is hij elke dag een beetje meer gestorven. En ook tien maanden is de dokter èlke dag geweest met het spuitje.

Corrie besprak met de drie kinderen dat ze de laatste maanden helemaal met vader één wilde zijn; dat ze veel tekort zouden komen. En de kinderen konden het begrijpen. Als het de jongste zoon wel eens teveel werd, ging hij in het plaatselijk café een pilsje pakken. En daar zeiden ze dan: ‘Het duurt wel lang hè, met je vader?’

Maar de buren liepen met afgewend hoofd langs het huis. Om maar niet naar binnen te hoeven kijken. Niet groeten, want stel je voor dat Adriaan zou wenken van ‘kom maar binnen’.

In de winkels vroeg men aan Corrie: ‘Hoe is het nu met Adriaan?’ Corrie antwoordde: ‘Niet best, kom maar eens kijken, dat zal hij op prijs stellen’.

Het werd wel beloofd, maar niemand hield die belofte.

Mensen die hem een cadeau hadden beloofd voor het vele werk dat Adriaan de timmerman voor hen gedaan had, kwamen op een middag langs lopen en zelfs zij keken de andere kant uit.

Machteloos had Adriaan hen voor het nakijken!

Corrie: ‘Het was schrijnend om te zien, en het verscheurde me van binnen. Op dat moment schreef ik die paar regels, die in dikke letters tussen de advertenties verschenen. In wanhoop …

Een mijnheer kwam een praatje maken. We kenden hem niet, maar het was gezellig en Adriaan heeft dat op prijs gesteld. Dat was alles!

Ik sliep naast hem op de grond; hij lag altijd, behalve als hij sliep, met z’n benen náást het bed. Zo half op de grond. Dan had hij het idee dat hij niet zou sterven. Dat hij zo weer zou kunnen opstaan.

We puzzelden samen en kaartten. Als hij te moe werd, doezelde hij vanzelf weg. De pijn is tot op de laatste dag gebleven. Elke dag keek hij op de klok of de dokter met het pijnverlossende spuitje al in aantocht was’. Zoals z’n ziekbed eenzaam was, omdat de mensen niet van de dood houden, zo is hij kort voor Kerstmis ook gestorven. Corrie zat aan tafel even te praten met de twee kinderen. Ze had nog juist naar Adriaan gekeken, die rustig geworden was van het laatste spuitje, en ineens was daar dat moment van: ‘Het lijkt wel of vader niet meer ademhaalt’.

Alles is nu al weer een half jaar achter de rug. Op de begrafenis was een overweldigende belangstelling. Maar ‘de buurt’ was slecht en schichtig vertegenwoordigd.

‘Adriaan heeft èrg op mensen liggen te wachten’, zegt Corrie, ‘maar gelukkig hadden we samen het gezin, waar hij tot op het láátste moment midden in gestaan heeft. Dat is het voordeel van thuis sterven, in eigen vertrouwde omgeving’.


Dit artikel verscheen eerder in ‘Op leeftijd’ (nr. 1976/6), maandblad van de Nederlandse Federatie voor Bejaardenbeleid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976

Diakonia | 42 Pagina's

Wachten op mensen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976

Diakonia | 42 Pagina's

PDF Bekijken