Bekijk het origineel

Wat de synode en de kerken moeten weten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wat de synode en de kerken moeten weten

Evangelisatiecentrum

6 minuten leestijd

In een periode van tien jaar verdwenen zes standplaatsen voor evangelisatiepredikanten. In diezelfde periode verdwenen 11 standplaatsen voor kerkelijk werkers in de evangelisatie. Het gaat om de periode van 1965 tot 1975. In 1965 waren, door het land verspreid, 57 full-timers werkzaam in de evangelisatie. Tien jaar later zijn het er nog geen 40. (Hierbij zijn dan nog 7 vacatures meegeteld!)
De volle betekenis van deze cijfers kan zo worden duidelijk gemaakt: als deze ontwikkeling zo doorgaat, hebben we in onze kerken over 25 jaar geen enkele evangelisatiepredikant en geen enkele kerkelijk werker in de evangelisatie meer!
Deze onthutsende gegevens staan vermeld in een extra rapport dat de generale evangelisatiedeputaten bij de synode op tafel gelegd hebben. Daar had deze synode om gevraagd. Want de particuliere synode van Gelderland had de generale synode geschreven, dat 'vooral in de grote steden posten van evangelisatiepredikant werden opgeheven of dreigden te worden opgeheven omdat voldoende financiën ontbraken'.
'Is dat waar?', vroeg de synode. Willen jullie — generale evangelisatiedeputaten — dat eens voor ons uitzoeken en ons rapport uitbrengen?' De resultaten van dat onderzoek liggen nu vast in dat extra synoderapport.

Helaas is het waar
Maar liefst 17 standplaatsen van door de kerken betaalde full-time werkers in het evangelisatiewerk gingen in tien jaar tijds verloren. En inderdaad vielen er gaten in de grote steden. Zij leverden negen van 17 verloren gegane plaatsen in. Inderdaad speelden en spelen de financiële problemen een rol. Dat valt af te lezen uit twee ontwikkelingen.
In de eerste plaats nam de financiële steun vanuit het fonds voor evangelisatienoodgebieden in de loop van deze tien jaar vooral met het oog op salariskosten sterk toe. Zeker nog 20 standplaatsen (de helft!) zouden in gevaar komen, als deze toenemende steun zou verdwijnen.
Een tweede ontwikkeling is, dat steeds meer posten alleen kunnen worden gehandhaafd, doordat het werkterrein voor de evangelisatiepredikant (of de kerkelijk werker in de evangelisatie) wordt verbreed.
Want zodoende wordt ook het financiële draagvlak groter.
Heel nuchter betekent deze situatie, dat de schrik ons op het evangelisatiecentrum om het hart slaat als we horen, dat er ergens weer een vacature in de evangelisatie ontstaat. De kans is groot, dat dit voor de betrokken plaatselijke kerk het geschikte moment is om in te grijpen. We zitten — zo zegt men dan — zo omhoog met ons eigen kerkelijk werk, met ons pastoraat en onze catechese, dat we niet langer iemand voor de evangelisatie kunnen betalen. En zo dreigt dan weer een stukje hoogst belangrijk evangelisatiewerk verloren te gaan.

Maar dat mag niet langer
Dat zeggen de generale evangelisatiedeputaten en de synode. Het evangelisatiewerk doen we rechtstreeks in opdracht van de Heer. Voor dat werk zijn een aantal beroepskrachten — zeker in sterk buitenkerkelijke gebieden — onmisbaar. Daarom stellen de deputaten aan de synode voor, 'een deel van de opgelopen schade te herstellen door in een periode van enkele jaren het aantal aanwezige full-timers in de evangelisatie met tien uit te breiden'.
Een moedige suggestie. Maar eveneens een noodzakelijke. Ook een kostbare. Maar het moet toch mogelijk zijn hiervoor het geld op tafel te krijgen!

Toch drie werkers
Tegen de achtergrond van het bovenstaande is het erg fijn toch drie nieuwe werkers in de evangelisatie te mogen voorstellen. De mensen zijn nieuw. De plaatsen niet. Het gaat om het opvullen van vacatures.
Sinds kort werkt ds. P. Reedijk als evangelisatiepredikant te Rotterdam.
De heer W. A. Raadsheer startte als kerkelijk werker in de evangelisatie in Amsterdam.
Ds. C. M. Overdulve werd benoemd tot evangelisatiepredikant in Den Haag.
Met name in deze drie grootste steden van het land wacht hun een zee van werk. Mogen ze veel steun ontvangen van de gemeenteleden en Gods zegen.
En binnen enkele jaren tien nieuwe collega's. . .

Evangelisatie en zending
Een ander onderwerp — of eigenlijk niet, want het heeft meer met elkaar te maken dan we doorgaans denken — is de samenhang tussen zending en evangelisatie. Het laatste jaar is er een intensief contact geweest tussen deputaten voor de Evangelisatie en het Centraal Orgaan voor de Zending.
Daar bleek dat bij zending en evangelisatie over en weer het inzicht groeit dat de jonge kerken, waarmee onze kerken betrekkingen hebben, én onze kerken elk in eigen situatie in principe met dezelfde uitdagingen te maken hebben. In het helpen dragen van de missionaire verantwoordelijkheid van onze kerken hebben zending en evangelisatie elkaar steeds meer nodig. Deze contacten hebben geleid tot een gezamenlijke verklaring van beide deputaatschappen, die zij aan de synode hebben gezonden.
Deze verklaring is een intentieverklaring genoemd, d.w.z. dat beide deputaatschappen hun gezamenlijke bedoeling voor een toekomstig beleid willen uitdrukken. Nu de generale synode zich hierover deze maand heeft uitgesproken zullen de consequenties nader moeten worden uitgewerkt.
De intentieverklaring luidt als volgt:
— Zending en Evangelisatie zijn in principe vormen van één en dezelfde missionaire verantwoordelijkheid van de gemeente;
— voor elke kerk in elk land zijn de verkondiging van het evangelie aan hen die vreemd zijn aan het evangelie en aan hen die vervreemd zijn van het evangelie nauw met elkaar samenhangende taken;
— bovengenoemd onderscheid is daarom als zodanig niet meer te hanteren als kriterium voor een taakverdeling tussen Zending en Evangelisatie;
— de taakverdeling tussen de organen van Zending en Evangelisatie kan op pragmatische gronden bepaald worden door dienstverlening t.b.v. werk buiten Nederland en werk binnen Nederland (pragmatische = praktische gronden — red.);
— dit laatste betekent een overdracht van verantwoordelijkheid voor bepaalde taken van de gereformeerde zendingsorganen binnen Nederland, zoals taken t.b.v. de arbeid onder Afro-Aziatische studenten en Surinamers, aan organen voor de Evangelisatie;
— vanuit de zending-in-zes-continentengedachte (m.n. op het punt van de wederzijdse assistentie) èn vanwege het bezigzijn met verwante vraagstukken in Zending en Evangelisatie èn voor het op elkaar afstemmen van de binnenlandse diensten van Zending en Evangelisatie is een voortdurend en toenemend samenspel tussen organen van Zending en Evangelisatie onmisbaar;
— dit samenspel maakt een geïnstitutionaliseerd overleg voor contact en samenwerking nodig;
— vanwege de éénheid tussen Zending en Evangelisatie en t.b.v. een goede beeldvorming daaromtrent in onze kerken lijkt het gewenst om toe te groeien naar één missionaire begroting en geldwerving;
— in onderling overleg tussen deputaten voor de Zending en deputaten voor de Evangelisatie dient in de toekomst te worden aangegeven welke prioriteiten in de missionaire dienstverlening gewenst zijn.

(Drs. Jonkers is staffunctionaris van het Evangelisatiecentrum)


Fotobijschriften:
DRIE NIEUWE MEDEWERKERS:
Ds. P. Reedijk, Rotterdam W. A. Raadsheer, Amsterdam Ds. C. M. Overdulve, Den Haag

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Wat de synode en de kerken moeten weten

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1976

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken