Bekijk het origineel

Gesprekken met dr. H. M. Kuitert n.a.v. ingediende bezwaarschriften en vragen van de betrokken synodecommissie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gesprekken met dr. H. M. Kuitert n.a.v. ingediende bezwaarschriften en vragen van de betrokken synodecommissie

Officiële mededelingen

5 minuten leestijd

De synode heeft kennis genomen van:
1. een schrijven van de kerkeraad van Nieuwdorp:
2. een schrijven van br. N. Siljée uit Middelburg met begeleidend schrijven van de kerkeraad van Middelburg;
3. een schrijven van de kerkeraad van Nieuwdorp met een bijgevoegd schrijven van br. M. Blankenburgh;
4. een schrijven van de kerkeraad van Uithuizen met een toelichting;
5. een schrijven van ds. A. M. Lindeboom en mevrouw A. G. Lindeboom-Bakker uit Hooghalen;
6. een verslag van de deputaten voor de oefening van het verband met de theologische faculteit van de Vrije Universiteit over een door hen gevoerd gesprek met dr. H. M. Kuitert n.a.v. zijn publicatie „Zonder geloof vaart niemand wel";
7. een nadere uiteenzetting van dr. H. M. Kuitert als aanzet tot het gesprek met commissie I;
8. een kort verslag van het gesprek van commissie I met dr. H. M. Kuitert.

De synode overweegt:
1. dat de in onze kerken thans geldende binding van predikanten en (hoog)leraren in de theologie aan het belijden der kerk, zoals die in het door de synode van Dordrecht 1971/72 vastgestelde ondertekeningsformulier wordt omschreven, ten diepste binding is aan de Heilige Schrift als het Woord van God, de gezaghebbende openbaring van het Evangelie Gods in Jezus Christus;
dat uit het nader gesprek met dr. H. M. Kuitert is gebleken, dat hij zijn bezwaren tegen deze binding handhaaft, hoewel hij niet pleit voor opheffing van het ondertekeningsformulier:
2. a. dat bepaalde uitlatingen in dr. H. M. Kuitert's boek ,.Zonder loof vaart niemand wel " t.a.v. de relatie Openbaring — Heilige Schrift en de aard van het Schriftgezag zonder nadere toelichting moeilijk te rijmen zijn met erkenning van de Heilige Schrift als het Woord van God;
b. dat uit nadere toelichtingen zijnerzijds mocht blijken, dat hij belijdt dat ons via de Heilige Schrift Gods unieke en onherhaalbare Zelfopenbaring in Jezus Christus is overgeleverd;
c. dat gewichtige vragen blijven bestaan over de o.a. door dr. H. M. Kuitert voorgestane opvattingen t.a.v. de relatie Openbaring - Heilige Schrift en de aard van het Schriftgezag;
3. dat dr. H. M. Kuitert in zijn nadere uiteenzettingen in het algemeen de mogelijk gebleken gevolgtrekkingen uit zijn boek ,.Zonder geloof vaart niemand wel " van de hand gewezen heeft als zou hij
a. de inhoud van de Schrift en het christelijk geloof slechts in zoverre voor waar houden als ze naar algemeen menselijk gevoelen een bevrijdende, menselijk welvaren bevorderende uitwerking kunnen hebben;
b. geen wézenlijk onderscheid maken tussen Gods algemene openbaring aan alle mensen en Zijn bijzondere openbaring in de Heilige Schrift;
c. menen, dat het christelijk geloof een menselijk bedenksel is en niet het door Gods Geest bewerkte antwoord van mensen op het Evangelie Gods in de Christus der Schriften;
d. het christelijk geloof beschouwen als één van de vele wegen waarlangs een mens tot God en zijn heil kan komen;
e. een buitenkerkelijk christendom willen legitimeren:
dat het gesprek met dr. H. M. Kuitert over deze punten niet tot voldoende helderheid heeft geleid.

De synode spreekt uit:
1. a. dat terecht bezwaren werden ingediend tegen dr. H. M. Kuitert's radicale critiek op de thans in onze kerken geldende binding: zij wijst een dergelijke radicale critiek af;
b. dat van dr. H. M. Kuitert, evenals van allen die het ondertekeningsformulier onderschreven, verwacht wordt zich te zullen blijven houden aan het daarin bepaalde;
2. a. dat terecht bezwaren werden ingediend tegen bepaalde uitlatingen in dr. H. M. Kuitert's boek ,.Zonder geloof vaart niemand wel" t.a.v. de relatie Openbaring — Heilige Schrift en de aard van het Schriftgezag:
b. dat erkenning van de Heilige Schrift als het Woord van God naar onze belijdenis inhoudt:
,,dat dit Woord Gods niet is voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken, gelijk de Heilige Petrus zegt. Daarna heeft God, door een bijzondere zorg, die Hij voor ons en onze zaligheid draagt, zijn knechten de profeten en apostelen geboden, zijn geopenbaarde woord op schrift te stellen; en Hijzelf heeft met zijn vinger de twee tafelen der Wet geschreven. Hierom noemen wij zulke gechriften: Heilige en Goddelijke Schrifturen" (N.G.B., art. 3), en: ,,AI deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en kanoniek, om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmede te bevestigen. En wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is; en dat niet zozeer, omdat de Kerk ze aanneemt en voor zodanig houdt; maar inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn . . ." (N.G.B., art. 5);
c. dat in de historisch bepaalde formulering van dit belijden der kerk geen antwoord gegeven wordt op nieuwe vragen die sindsdien gerezen zijn t.a.v. de relatie Openbaring — Heilige Schrift en de aard van het Schriftgezag, waarom zij dan ook reeds eerder bestudering daarvan en bezinning daarop als een zaak van grote urgentie heeft opgedragen aan haar deputaatschap Kerk en Theologie;
3. dat dr. H. M. Kuitert zich in het algemeen niet heeft kunnen herkennen in mogelijk gebleken gevolgtrekkingen uit zijn boek ,,Zonder geloof vaart niemand wel"; dat overigens omtrent een en ander in het huidige stadium van discussie en bezinning daaromtrent geen kerkelijke uitspraak gedaan kan worden.

De synode besluit:
mededeling te doen van de door haar vastgestelde overwegingen en uitspraken
a. aan dhr. N. Siljée en de kerkeraad van Middelburg, aan de kerkeraden van Nieuwdorp en Uithuizen, dhr. M. Blankenburgh, ds. A. M. Lindeboom en mevr. A. G. Lindeboom-Bakker als haar antwoord op de door hen ingebrachte bezwaren tegen opvattingen van dr. H. M. Kuitert;
b. aan dr. H. M. Kuitert;
c. aan het deputaatschap Kerk en Theologie, vooral met het oog op uitspraak 2.c.;
d. aan deputaten voor de oefening van het verband met de theologische faculteit van de Vrije Universiteit.

(Dr. H. B. Weijland, actuarius)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1977

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Gesprekken met dr. H. M. Kuitert n.a.v. ingediende bezwaarschriften en vragen van de betrokken synodecommissie

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1977

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken