Bekijk het origineel

Wat vindt u van diakonia?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wat vindt u van diakonia?

9 minuten leestijd

De vraag, die boven dit artikel staat, is in oktober gesteld aan de colleges en de wijkraden van diakenen in de Nederlandse Hervormde Kerk. Het zou natuurlijk heel denkbaar zijn geweest als die vraag was voorgelegd aan de abonnees van dit blad. Als u als abonnee daar nog eens afzonderlijk op wilt antwoorden, is dat overigens zeer welkom. Hetzelfde geldt voor de nadere toelichting en de suggesties, die een aantal diakenencolleges de afgelopen maanden ten beste heeft gegeven. Daar kan de redactie van Diakonia alleen maar van leren.

Waar ging het om? De GDR meende dat het goed was een onderzoek in te stellen naar de manier waarop de publicaties uit ‘Utrecht’ in diakonale kring functioneren.

Er waren in hoofdzaak twee vragen: in hoeverre worden ze gebruikt, besteld e.d.; en hoe kijkt men er tegen aan, heeft men er wat aan?

Natuurlijk, je hoort wel eens wat. Iemand zegt: ‘Diakonia is mij te moeilijk’. Een ander: ‘Die collectefolders worden niet gelezen’. Weer een ander: ‘Waarom toch de Nieuwsbrief naast Diakonia? Wat een verspilling!’ Weer een ander: ‘Waarom al dat drukwerk? Je komt erin om’. En dan zijn er ook wel eens mensen, die verklaren het allemaal met genoegen tot zich te nemen.

Als je zelf aan dat drukwerk medeplichtig bent, weet je niet altijd wat je ervan moet denken. Wat is oprecht gemeend, wat is een smoesje? Kom je met elkaar er eenmaal over aan de praat, dan is dat een goede gelegenheid om over het nut van schriftelijke informatie voor het diakonaat van gedachten te wisselen. En natuurlijk over het diakonaat zelf. Maar toch blijft de vraag: wat is een reactie nu eigenlijk waard, is dit geluid — zoals we het uitdrukken ‘representatief?’

Om daar wat meer over te weten, heeft de GDR de colleges en wijkraden een enquêteformulier gestuurd. De colleges en wijkraden, omdat het van belang is er nu eens met elkaar over te praten en samen tot een bepaalde — positieve of negatieve — waardering te komen. Waarbij komt dat men alleen per college/wijkraad kan aangeven in hoeverre van bepaald materiaal gebruik wordt gemaakt.

De resultaten van de hele enquête vindt u in het volgende nummer van ons blad. Dit keer alleen een samenvatting van wat zoal over Diakonia naar voren is gebracht. Een staatje met de antwoorden, die op 345 enquêteformulieren voorkwamen, treft u hierbij aan.

Onze telling, met de percentages erbij, heeft betrekking op de stand per 1 januari 1977. We hopen van harte dat er nog méér formulieren terugkomen, ook van die diakonieën, waar maar 1 exemplaar van Diakonia belandt. Het valt nl. meteen al op dat deze groep — ongeveer 3/8 van het totaal! — maar heel weinig aan deze enquête heeft deelgenomen. Waar je uit kunt afleiden dat de diakonieën met één (‘gratis’) abonnement vaak ook maar matig geïnteresseerd zijn in de overige landelijke diakonale uitgaven.

Feiten, geen commentaar

De redactie van Diakonia is niet de aangewezene om het eigen werk te beoordelen. Dat moet maar door anderen gebeuren. We geven de reacties van de colleges en wijkraden, die deelnamen, dan ook zonder veel commentaar. We trekken alleen wat conclusies en waar een misverstand in het spel lijkt te zijn, proberen we iets te verduidelijken. En we laten vooral die diakonieën, die ons de grote dienst bewezen dat ze zich duidelijk uitspraken (soms via een aparte brief), aan het woord.

Eerst de antwoorden, die men kon geven door een zin aan te kruisen. Voor de rubriek ‘In onze gemeente gaat Diakonia…’ was dat betrekkelijk eenvoudig. Wel werd er in 27 gevallen een mededeling aan toegevoegd, zoals ‘rouleert’ of ‘naar sommige ouderlingen’.

Veel meer werden verschillende antwoorden gegeven waar het ging om een oordeel. Hardnekkige supporters kruisten èn ‘van belang voor ons werk’ èn ‘interessant’ èn ‘aantrekkelijk gepresenteerd’ aan; even hardnekkige criticasters lieten het tegendeel van deze drie weten. Vele anderen vonden één aanduiding of twee aanduidingen voldoende.

Een berekening leert nu dat ‘van belang voor ons werk’ de hoogste score haalt: 211 of 61, 1%. Dat is wel wat verrassend, omdat een landelijk diakonaal blad nooit zo direct op de praktijk kan ingaan en zich tot een wel zeer gevarieerd publiek moet richten. Maar blijkbaar halen velen er toch het een en ander uit, dat ze ‘operationeel’ weten te maken (om bij wijze van uitzondering maar eens een modieuze uitdrukking te bezigen).


Enquête Diakonia

Aantal inzendingen per 1 januari 1977: 345

a. In onze gemeente gaat Diakonia

naar alle diakenen 165 47,8%

naar alle diakenen/predikanten 162 46,9%

naar sommige diakenen/predikanten 23 6,6%

alleen naar het centrale diakonie-adres 32 9,2%

naar het centrale diakonie-adres en 10 2,1%

de pastorie/pastorieën

..… 27 1) 7,8%

1) Bij 12 diakonieën circuleert het blad of gaat het in een leesportefeuille; 15 diakonieën hebben speciale adressen voor Diakonia, zoals de Gereformeerde kerk, voorzitter kerkeraad, sommige ouderlingen of ‘alleen sommige diakenen’.

b. Wij vonden Diakonia

van belang voor ons werk 211 6,1%

van weinig belang voor ons werk 44 12,7%

interessant 198 57,4%

weinig interessant 11 3,1%

aantrekkelijk gepresenteerd 140 40,6%

niet aantrekkelijk gepresenteerd 14 4,0%

..… 47 13,6%

nadere toelichting 16 4,6%

Een paar veel voorkomende opmerkingen:

a. er is geen tijd genoeg om Diakonia grondig te lezen;

b. Diakonia vrij moeilijk; korte artikelen slaan het beste aan;

c. artikelen zijn toegespitst op werk in grote gemeenten.


Voor hen, die er niet zoveel mee weten te doen, is het artikel ‘Hoe gebruikt u Diakonia?’ elders in dit nummer misschien een goede gids.

Opmerkingen

Intussen beseft de redactie natuurlijk wel dat dit alles kritiek op inhoud én vorm van ons blad niet uitsluit. Daarom haast ik mij naar de opmerkingen, die in vele gevallen op het enquêteformulier waren te vinden. Herhaaldelijk geuite meningen zijn onderaan het staatje vermeld. Ze worden door de redactie ter harte genomen, zoals trouwens alle kritiek.

Het punt van het tijdgebrek kan misschien wat worden ondervangen, als u de werkwijze volgt, die drs. Ruitenberg in zijn artikel aanbeveelt.

Beperkte omvang van de artikelen en variatie in onderwerpen wil de redactie graag nastreven, met hulp overigens van anderen, onder wie vooral de lezers. Als u meent dat een bepaald onderwerp te weinig wordt behandeld of op de verkeerde manier in Diakonia aan de orde is geweest, moet u ons dat vooral laten weten. Dat kan door een korte reactie, door een suggestie voor een artikel of door een zelf geschreven bijdrage. Met de eindredacteur, de leden van de redactiecommissie en medewerkers van de GDR kan wat dat betreft altijd worden overlegd.

Grote stad

Plattelandsdiakenen kunnen er niet veel mee, schrijven sommigen. Maar wat meldt de diakonie van Amsterdam? ‘Te lange en te moeilijke verhalen, welke meer niet dan wel aansluiten bij de alledaagse diakonale praktijk en ontwikkelingen’. Dus ook in onze hoofdstad zit men ermee. Overigens wordt Diakonia zeker niet overal op het platteland als een ‘grotestadsblad’ (en daarmee niet erg bruikbaar) beschouwd. Wons in Friesland bijvoorbeeld merkt op dat men het ‘diakonaal bewustzijnsvormend’ vindt.

Misschien hebben de problemen van sommige diakenen op het platteland toch ook met de volgende facetten te maken.

Ik noem allereerst de vraag naar achtergronden. Zomaar wat geluiden: ‘te oppervlakkig, te weinig geestelijk’ (Katwijk aan Zee): ‘voorlichting vaak niet in overeenstemming met de bijbelse gegevens’ (wijkgemeente Amersfoort): ‘meditaties opnemen’ (Putten); ‘achterin het blad richting geven voor de algemene filosofie’ (Voorschoten).

Hier en daar bespeur je de mening dat Diakonia wel degelijk ‘achtergronden’ heeft, maar dan — volgens de inzenders tenminste — de verkeerde. De citaten hierboven gaven er al blijk van.

Nieuw-Lekkerland maakte er een brief van, waarin werd uiteengezet dat in het totale informatiepakket van de GDR de rechterflank te weinig aan bod zou komen. Boven-Hardinxveld laat wat dat betreft het achterste van zijn tong zien:

‘Soms vinden wij Diakonia wat eenzijdig, b.v. Zuid Afrika. Als wij dan Diakonia naast de Waarheidsvriend leggen (bezoek prof. Jonker aan Zuid-Afrika), vragen wij ons wel eens af: wil Diakonia ons niet oproepen om Zuid-Afrika te steunen door de zgn. bevrijdingsbewegingen? Zouden wij Afrika niet juist moeten helpen met het woord van Christus: mijn Koninkrijk is niet van deze wereld?’

Zoals gezegd: ik geef hier geen commentaar, maar signaleer alleen het commentaar van anderen.

Van een heel andere orde is intussen de klacht over het teveel. Die klacht is niet nieuw, maar mag hier toch wel in het bijzonder worden genoemd. Zaanslag bijvoorbeeld adviseert: ‘zeker niet uitgebrei- der maken wat aantal artikelen betreft’. Warnsveld gaat in dezelfde richting: ‘te veel onderwerpen c.q. te veel artikelen per nummer.’

Dat lijkt dan een beetje in tegenspraak met de vraag naar korte bijdragen, die elders nogal eens wordt gesteld. Of moeten we het aantal pagina’s wat beperken?

Misschien komt uit een en ander toch wel de conclusie naar voren dat er een grotere samenhang — wat dan weer per nummer kan verschillen — wordt gewenst. En dat die samenhang duidelijk moet worden gepresenteerd. Een aantrekkelijke gedachte, die ook de redactie wel aanspreekt.

Moed

Hierboven is al gesteld dat het oordeel van de deelnemende colleges en wijkraden in het algemeen positief uitvalt; naar het standpunt van de ‘passieve’ diakonieën kunnen we alleen maar raden.

Waar een ‘eigen’ opinie werd geuit, is dat uiteraard vooral in kritische zin, en daar doet de redactie ook het meeste mee. Wat niet wegneemt dat het érg bemoedigend is als een Amsterdamse wijkgemeente uit een ander vaatje tapt dan de centrale diakonie, en kort en krachtig meedeelt: ‘doen er soms weer wat moed mee op…’

Die moed hebben we — al onze tekorten ten spijt — allemaal nodig om door te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1977

Diakonia | 36 Pagina's

Wat vindt u van diakonia?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1977

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken