Bekijk het origineel

De kerken in meeste vergadering bijeen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De kerken in meeste vergadering bijeen

5 minuten leestijd

Onder deze titel heeft het instituut voor praktische theologie een beschrijvend onderzoek gepubliceerd over de synode, met name over de synode van Maastricht en wel in het bijzonder over haar samenstelling. Het draagt de namen van drj. Hendriks en drs A. L. Rijken-Hoevens. Prof. Firet schreef een woord vooraf.
Graag begin ik met een woord van grote waardering. Met uitgekiende vragen zijn studenten op bezoek gekomen bij de synodeleden en hebben niet anders dan prettige gesprekken met hen gevoerd over hun beleving van de opdracht, hun vertrouwdheid met de levenssfeer van de mensen voor wie zij hun synodewerk verrichten, over hun geloofsbeleving, over de richting van hun belangstelling, over hun maatschappelijke positie enz.
Wanneer men enige smaak heeft voor een sociologisch verhaal of er zich toe zetten wil wat thuis te raken op dit veld van wetenschap ligt hier een goed begin, dat de interesse prikkelt omdat het over dingen gaat, die onszelf op het nauwst betreffen.
Het lijkt op het bekijken van een portret.

Dat heeft immers ook iets strelends en iets schrikwekkends tegelijk.
De schrijvers vinden het van belang, dat er ook een onderzoek komt naar de werkwijze van de synode. De deputaten, die met de werkwijze bezig zijn, zouden met zo'n onderzoek hun winst kunnen doen.
Dit onderzoek ging echter over de personen, die met elkaar de synode vormen. In de conclusies wordt de zorg uitgesproken, of niet veel synodeleden (die hun speciale belangstelling hadden uitgesproken voor de verkondiging, onderricht, 'samenleving' en prediking vóór pastoraat en diakonaat) op een enigszins abstracte wijze op de opdracht van de kerk betrokken zijn, met het gevaar de concrete levende mensen enigermate te vergeten.
Ook vindt het rapport de samenstelling van de synode wat eenzijdig. De leden behoren overwegend tot de hoogste sociale lagen; zijn in overgrote meerderheid man en voor het merendeel ouder dan veertig, velen zelfs ouder dan vijftig. Door de getrapte verkiezingen komen ook de 'vleugels' te weinig aan bod. Wijzigingen in de kerkorde ten aanzien van werkwijze en samenstelling acht het rapport gewenst. Geconstateerd wordt, dat er binnen het landelijk leidinggevend orgaan een grote onvrede bestaat over het reilen en zeilen van de kerken.
Het stuk eindigt met de vraag: 'Is het eigenlijk wel mogelijk over die onvrede te praten en dan niet zijdelings, naar aanleiding van deze of gene kwestie, maar in een gesprek waarin dit volop aan de orde kan komen. In dit verband denken wij niet aan de ontwikkeling van een beleid op onderdelen, maar een visie op de wenselijke ontwikkeling van de kerken. Of is daar geen tijd en ruimte voor?'
Enkele vragen wil ik wel stellen. Is het wel juist om uit te gaan van de opdracht van de gemeente? Het is wel zo, dat de ambtsdrager door de gemeente gekozen wordt, maar in die keuze ligt toch opgesloten het door God geroepen zijn. En de opdracht van de gemeente heeft toch geen andere bron en geen ander gezag dan die van God, wiens opdracht door de gemeente slechts doorgegeven wordt.

De ambtsdrager zal sterk aan de gemeente verbonden zijn, zich in haar levenssfeer moeten inleven en haar noden kennen. Hij zal ook volledig rekening moeten houden met de zelfstandige positie van de gemeenteleden als kinderen van God met hun eigen verantwoordelijkheid. Hij zal daarin willen dienen. Nochtans gaat hij er niet in op. Hij is ook de gezondene, die met een opdracht van God staat tegenover de gemeente en met haar dan ook tegenover de wereld.
Daarom verbaast het mij ook niet, dat als vanzelf bij de vraag naar de zaak, waarheen de aandacht van de ambtsdragers het eerst uitgaat, de verkondiging voorop gaat. Wij zijn toch inderdaad met een boodschap de wereld in gezonden? Het volgt dan ook vanzelf, dat de aandacht niet bij het verkondigen mag blijven staan (het rapport merkt zelf op, dat gevraagd is naar een eerste, niet naar een uitsluitende belangstelling). Als de verkondiging iets inhoudt, ja wanneer de verkondiger zelf iets begrijpt van wat hij verkondigt, dan beweegt zich de aandacht onweerhoudbaar naar de enkele levende mens (het pastoraat) en naar de wereld (samenlevingsvragen).
Is het inderdaad nodig en is het ook mogelijk een kerkeraad of een synode zo samen te stellen, dat alle categorieën van de gemeente er in vertegenwoordigd zijn? Is een kerkelijke vergadering een volksvertegenwoordiging? Trouwens, zitten in een staatkundige volksvertegenwoordiging de zwakken zelf of de sterken, die de zaak van de zwakken presenteren? Ik dacht het laatste. Men kan wel de bijvoorbeeld wat het ontwikkelingspeil betreft zwakken een plaats geven in de synode, maar dan zal de werkwijze wel moeten veranderen en zal men ze niet moeten bezig houden met stukken van wetenschappelijk peil, zoals o.a. dit sociologisch rapport, waarvan het lezen mij als modaal synodelid echt wel de nodige inspanning gekost heeft.
Intussen, prof Firet zegt in zijn inleiding ten aanzien van dit werk van het instituut: 'Wij zijn van mening, dat we een bijdrage kunnen leveren tot het denken over het functioneren van kerkelijke vergaderingen'. Zulk een bijdrage is dit portret van 'Maastricht' stellig. En het instituut verdient onze hartelijke dank.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1977

Kerkinformatie | 28 Pagina's

De kerken in meeste vergadering bijeen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1977

Kerkinformatie | 28 Pagina's

PDF Bekijken