Bekijk het origineel

Vrouwen in soweto

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vrouwen in soweto

8 minuten leestijd

Wij spraken over Soweto en over de geringe mogelijkheden van zwarte vrouwen. Sommigen waren onderwijzeres, enkelen verpleegster of helpster bij de plaatselijke kleuterscholen; velen werkten als huishoudelijke hulp. Allen echter voelden ze zich gefrustreerd door de beperktheid van hun bestaan.


Het verhaal over vrouwen in Soweto, dat u hieronder aantreft, is ontleend aan het boek ‘Honorary White’ van dr. E. R. Braithwaite. Het werd vertaald door mevrouw J. Tazelaar-de Groot voor het blad Contour van de Young Women Christian Association (YWCA) in Nederland.

De schrijver, zelf een neger, geboren in Guyana, en enige jaren ambassadeur van Guyana in de Verenigde Naties, kreeg in 1973 toestemming Zuid-Afrika te bezoeken. Gedurende dit bezoek kreeg hij van de Zuidafrikaanse regering de status van ‘Honorary White’, om hem daarmee te vrijwaren voor onheuse behandeling. Tijdens dit bezoek kwam hij ook in Soweto, de zwarte stad bij Johannesburg, bij de plaatselijke afdeling van de YWCA.


Plotseling stond iemand uit het groepje op, een grijzende, fors gebouwde vrouw. Ze onderbrak de anderen met de volgende woorden. ‘Zusters’, zei ze, we verspillen tijd, niet alleen de onze, maar ook die van onze gast. Laten we het nu niet hebben over die stomme irritatie zoals bijvoorbeeld waarheen we wel en niet kunnen gaan. Hij is per slot niet helemaal uit Amerika gekomen om dat te horen. Laten we hem vertellen over de dingen die werkelijk belangrijk zijn voor ons, laten we hem vertellen over de dingen die ons bang maken en hulpeloos doen zijn. Laten we hem vertellen over onze Angst.’

Het leek alsof ze het woord met een hoofdletter uitsprak, waardoor ze het de afmeting van een onmiddellijke dreiging gaf, een dreiging die ze aan ons in die zaal overbracht. Terwijl ze mij recht aankeek, zei ze: ‘Broeder, wij moeten leven in Angst, elk ogenblik van elke dag van ons leven. En met onze mannen is het precies zo maar zij, althans de meeste van hen, gaan elke ochtend naar hun werk en zij kunnen een poosje hun Angst vergeten, terwijl ze hun werk doen. Maar wij denken aan hen, terwijl ze aan het werk zijn en we zijn bang om hunnentwille. Ik heb een man, mijnheer, een prachtkerel, een goede man, die voor mij en onze kinderen zorgt. Hij is een zeer intelligente man en dat weet ik omdat ik met hem samenwoon. Ik vind het heerlijk om hem te horen praten, met mij, met de kinderen of met onze vrienden, wanneer ze ons komen bezoeken. Ik ben erg trots op hem.’ Ze hield even op en keek de kring rond; allen hadden hun ogen op haar gevestigd.

Mijn man werkt in de stad als een gewone kantoorbediende, een baantje dat elke jonge knul zou kunnen doen, maar er is voor hem geen enkele mogelijkheid om promotie te maken. Jonge, blanke jongens commanderen hem, noemen hem ‘boy’ soms. En dat doen ze met mijn man, mijn trotse man. Hij vreet zichzelf van binnen op. Elke dag kijk ik mijn man na, als hij om vijf uur ’s morgens weggaat en ik vraag me af of vandaag de dag zal zijn dat de remmen het zullen begeven, dat iemand het beslissende woord zal zeggen, dat de één of andere blanke dat beledigende woord zal uiten, die ene druppel die de emmer doet overlopen en dat mijn man zijn zelfbeheersing zal verliezen.’ Verscheidene van de andere aanwezigen knikten ernstig met hun hoofd terwijl zij sprak, haar pijn delend.

‘Eens zal het gebeuren’, zo vervolgde ze, ik kan het in mijn botten voelen, want ik ken mijn man. Op zekere dag zullen ze iets zeggen of iets doen en dan barst hij uit elkaar en weet u, wat er dan met hem en met ons zal gebeuren? Ze zullen de politie roepen en mijn man in de gevangenis stoppen en ik zal er geen bericht van krijgen. Ik zal op hem zitten wachten en als dan de avond valt en hij komt niet thuis, dan weet ik het. En de kinderen zullen het weten en de volgende dag moet ik hem gaan zoeken.

Denkt u dat de politie me zal komen vertellen dat mijn man in de gevangenis zit? Nooit! Ik moet hem gaan zoeken, ik moet de politiebureaus één voor één af gaan en naar hem vragen. Steeds moet ik wachten, moet ik mijn angst wegslikken en wachten, terwijl ze naar me kijken, me haten omdat mijn man een màn is, me uitlachen omdat ik zwart ben en machteloos.

Ik moet wachten totdat zij hun lijst nagelopen hebben en soms spellen zij zijn naam op hun manier of spreken hem uit op hun manier en dan herkennen ze de naam niet die ik opgegeven heb en zeg-gen: Ga maar weg, je man is niet hier.’

De zaal was stil, maar trilde als het ware gespannen mee met het leed van de vrouw. Het leek net alsof alles zich daar voor onze ogen afspeelde. Dag in, dag uit, moet ik dan dus zoeken, levend met mijn Angst, levend met mijn kinderen die mijn Angst van mij overnemen en bang zullen zijn. Misschien zal ik hem na 2 of 3 dagen vinden, gesmeten in een stinkende cel met een heleboel anderen, stinkend naar uitwerpselen en angstig, net zo bang als ik ben. De politie zal dan zeggen: Breng ons maar 40 Rand om de boete van je man te betalen.’ 40 Rand! Ze kunnen me net zo goed opdragen een ster uit de hemel te stelen. Zònder die 40 Rand kunnen ze mijn man wel ergens naar het Noorden deporteren, op de één of andere manier moet ik dat geld zien te krijgen. Zo staan de zaken hier, broeder. We houden onszelf bezig met dit gebouw en wat we hier maar kunnen doen om onze Angst weg te drukken, onze angst om onze mannen, onze kinderen en onszelf.’

Haar stem brak, maar haar ogen waren droog, hoewel ik wist dat de tranen erachter brandden en de manier waarop de anderen keken, onthulde me dat ze zich één met haar voelden bij elke angstaanjagende stap die ze verder deed. ‘Er is nog iets anders’, ging ze voort. We leven ook onder de druk van de angst voor elkaar. Kijk maar naar ons, we zijn allemaal zwart, allemaal arm. En toch, zelfs temidden van ons, zusters, zou je kunnen zeggen, kunnen er één of meer zijn, die straks aan de Veiligheidspolitie gaan overbrengen wat hier gezegd is, door u, door ons, maar wel speciaal door ons. En zo gebeurt het dat, terwijl we bang zijn terwille van elkaar, we ook bang zijn voor elkaar, want we verkopen elkaar voor een pasje, een vergunning voor een familielid of, en dat is nog het ergste van alles, voor een paar Rand.

Ik heb een paar van uw boeken gelezen, broeder: U bent leraar, vertel ons hoe we elkaar kunnen vertrouwen. Dat is wat we moeten weten. Praat tegen ons over vertrouwen hebben in elkaar, want als we dat kunnen, staan we samen sterk tegenover de tyrannie van de blanken.’

Ik stond op het punt haar te antwoorden omdat ik dacht dat ze klaar was, maar ze hief haar hand op om me te beduiden nog even te wachten.

De blanke wil ons bang houden. Weet u hoe hij dat doet? Vraag het aan iedereen hier. De Veiligheidspolitie doet invallen in onze huizen, in de huizen van iedereen. Ze doet dat om te kijken of er iemand illegaal woont zonder pas. Ze komt altijd ’s avonds laat of heel vroeg in de ochtend als wij nog heel slaperig zijn. Die lui slaan op de deuren om ons angst aan te jagen en als we niet gauw genoeg open doen, trappen ze de deur in. Ze hebben er plezier in ons in elkaar gedoken in onze bedden te zien zitten, angstig ons beschermend voor hun zaklantaarns en hun geweren. Ze vinden het zalig om het beddegoed van ons af te trekken en naar onze naaktheid te kijken. Zo leven wij broeder! Ondanks dit alles zijn we hier bij elkaar gekomen en hebben dit huis gebouwd! Vertelt u ons nu, hoe we aan onszelf kunnen bouwen, zodat we sterker zullen zijn dan onze Angst.’

Abrupt ging ze zitten, terwijl ik me absoluut niet in staat voelde op die uitdaging van haar, van hen, in te gaan.

Voor ik wegging, sprak ik nog informeel met hen, in het bijzonder met de indrukwekkende vrouw, die zo indringend had gesproken en me zo diep had bewogen. Ik hield van haar, bij wie de waardigheid en de majesteit zo diep in het zwarte gezicht gegroefd waren en ik wist dat de geest van vrijheid krachtig in haar gloeide en dat ze de vonk kon doen overslaan op de zwakkeren. Ik voelde me bemoedigd en versterkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Diakonia | 36 Pagina's

Vrouwen in soweto

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken