Bekijk het origineel

Kiezen voor delen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kiezen voor delen

6 minuten leestijd

De vaderlandse politiek wordt nog steeds beheerst door de val van het kabinet Den Uyl. De grondpolitiek werd het struikelblok. De vier maatschappijhervormende wetsvoorstellen zullen niet meer in behandeling komen bij het parlement. Daarom is te verwachten, dat zij de inzet zullen worden van de verkiezingsstrijd.
De ontwikkelingssamenwerking zal geen groot twistpunt worden. Minister Pronk is erin geslaagd een brede steun voor zijn beleid te krijgen bij de politieke partijen.
Zelfs de VVD neemt in zijn partijprogramma op, dat Nederland een voortrekkersrol moet blijven vervullen op dit punt.
Inderdaad is het zo, dat het Nederiandse beleid gunstig afsteekt bij dat van de meeste andere landen. Niet alleen wat betreft de omvang van de hulp, maar ook wat betreft de wijze waarop de kleine drie miljard gulden aan hulp besteed wordt.

Drie kriteria
In de loop van zijn ministerschap is Pronk gekomen tot de formulering van een drietal voorwaarden of kriteria voor de hulpverlening:
— de mate van armoede van een land,
— de specifieke behoefte aan hulp in dat land,
— het sociaal-ekonomisch beleid van het betreffende land en de mate waarin de mensenrechten daar gehandhaafd worden.
Dat derde kriterium is het moeilijkste en het meest betwiste. Want het gaat Pronk erom, dat de allerarmsten in de ontwikkelingslanden profiteren van de hulp. In een aantal landen is echter een bewind aan de macht, dat vooral de belangen van de bovenlaag ten goede komt. De kloof tussen arm en rijk wordt dan steeds groter. Worden de armen opstandig, dan wordt er hard teruggeslagen. Men kan bepaald niet zeggen, dat in zo'n land een beleid gevoerd wordt, dat op sociale gerechtigheid gericht is. Buitenlandse investeerders zijn hartelijk welkom en zij komen graag, mede omdat de lonen laag gehouden worden en de arbeidsvrede met strakke hand gehandhaafd wordt.

Met het derde kriterium in de hand is er kritiek op Pronk, zowel ter linker- als ter rechterzijde. Links zegt, dat hij dit kriterium niet goed genoeg hanteert en wijst dan op een land als Indonesië, dat veel Nederlandse hulp krijgt, maar waarvan het beleid onder kritiek staat. Pronk heeft beloofd, dat hij de hulp aan dit land aan een toetsing zal onderwerpen en op het moment, dat dit artikel verschijnt, zal die evaluatie er wel zijn.
Ook rechts heeft kritiek: het derde kriterium betekent inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een land. Moeten wij de zedemeester spelen en het sociale beleid van een land beoordelen? Laat een land zijn eigen beleid mogen voeren.
In die kringen wordt er dan ook op gewezen, dat West-Europa toch ook in de 19e eeuw grote armoede gekend heeft en dat door de groei van de welvaart nu de hele bevolking in de zegeningen daarvan kan delen. Met andere woorden: laat eerst de welvaartskoek groeien, pas dan kan hij beter verdeeld worden.

Ook ergernis
Pronk's steun aan Cuba heeft ook veel ergernis gewekt in CDA-kringen en rechts daarvan. Hoe kun je nu hulp geven aan een kommunistisch land, dat nota bene troepen naar Angola stuurt?
De minister verdedigt zich tegen de eerste kritiek met de opmerking, dat elke vorm van ontwikkelingshulp inmenging in binnenlandse aangelegenheden is. Oók zogenaamde neutrale hulp. Hoe dan ook, ontwikkelingshulp is een instrument geworden van buitenlandse politiek. Als dat zo is, laat dan liever onze inmenging ten goede van de arme massa zijn in plaats van ten kwade. Geef dus vooral hulp aan die landen, die de ontwikkeling van de allerarmsten bevorderen. Cuba valt daar ook onder. Bovendien is de hulp bestemd voor specifieke projekten en kan dus niet gebruikt worden voor wapens.
Het derde kriterium is een moeilijk te hanteren instrument. Toch is het erg belangrijk en het zou bijzorfder jammer zijn als het — zoals H. J. Neuman onlangs in Trouw heeft voorgesteld — kwam te vervallen. Men moet de moeilijkheden niet uit de weg gaan. Centrale doelstelling van de ontwikkelingssamenwerking moet zijn: hoe komen de armsten aan een menswaardig bestaan. Daarom mag op iedere christen op 25 mei een beroep worden gedaan om te kiezen voordelen.
Dat staat de minister ook voor ogen in zijn pleidooi voor een grondstoffenfonds. Op de wereldhandelskonferentie (UNCTAD) van mei 1976 in Nairobi vonden de ontwikkelingslanden daarvoor weinig steun.
De rijke landen — uitgezonderd Nederland en enkele andere landen, zoals Zweden en Canada — voelden er weinig voor.
Door zon fonds zou stabilisatie van grondstoffenprijzen voor de arme landen bereikt kunnen worden. Daar hebben ze groot belang bij, want wanneer ze op een regelmatig inkomen kunnen rekenen, kunnen ze hun ontwikkeling veel beter opzetten.
Het leek er nu op, dat de EG-landen toch zouden gaan meewerken aan dat fonds, al vroegen ze op hun beurt van de ontwikkelingslanden weer garanties voor hun investeringen. De besprekingen in maart jl. te Geneve zijn echter toch weer op niets uitgelopen. In de internationale ontwikkelingspolitiek geldt nog steeds het recht van de sterkste.

Wat betekent dit voor onze kerken?
Ook in onze kerken vormen de nieuwe gedachten over ontwikkelingshulp onderwerp van bezinning. Het centrale punt is: als in de wereld het recht van de sterkste geldt, hoe kan dan de kerk daartegenover iets doen voor het recht van de zwakste?
Want het evangelie maakt ons wel goed duidelijk, dat het ons daarom moet gaan.
Soms zijn er nog stemmen, die zeggen, dat de kerk niets met ontwikkelingssamenwerking te maken heeft. Die mensen antwoorden wij, dat omderwille van Christus zelf de kerk de belangen van de zwakken ter harte moet nemen.
Dat slaat ook op ons werelddiakonaat. In een nieuw beleidsstuk van deze kerkelijke dienst wordt hetzelfde thema centraal gesteld. Het beleid van het werelddiakonaat zal er meer op gericht worden de allerarmsten op te sporen en te bereiken. Dat dit geen eenvoudige zaak is, zal ieder duidelijk zijn, die zich wel eens in de praktijk van de hulpverlening verdiept heeft. Nadere informatie over de plannen van het werelddiakonaat zullen stellig binnenkort volgen. De kommissie Ontwikkelingssamenwerking van onze kerken, die de bewustwording in onze eigen kring over dit soort zaken behartigt, heeft vanuit datzelfde thema een 60-tal Nederlandse bedrijven aangeschreven over de situatie in Brazilië.
Dit omdat de Braziliaanse bisschoppenkonferentie al enkele malen openlijk haar verontrusting heeft uitgesproken over het geweld, waarmee in dat land de armen ten onder gehouden worden. Dat geweld is niet alleen het harde optreden van politie, leger en het eskader des doods, waaraan ook martelingen te pas komen, maar ook het dagelijkse geweld dat op de armen drukt in de vorm van te lage lonen, honger, slechte huisvesting en de onmogelijkheid het protest vrij te uiten.
De kommissie heeft de aangeschreven bedrijven gevraagd of zij haar bezorgdheid delen en bereid zijn met haar die voor te leggen aan de Braziliaanse instanties. Er zijn daarop veel reakties binnengekomen.
De meeste daarvan zien hier geen taak voor het bedrijfsleven liggen.
Toch zijn er ook enkele bedrijven, die de bezorgdheid delen. De kommissie tracht het gesprek voort te zetten omdat zij meent dat de verantwoordelijkheid van het bedrijf verder strekt dan die van het eigen direkte bedrijfsbelang.

Dr. Koetsier is sekretaris voor ontwikkelingssamenwerking in onze kerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Kiezen voor delen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken