Bekijk het origineel

Rekenschap van de hoop die in ons is

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rekenschap van de hoop die in ons is

Een wereldzaak

8 minuten leestijd

In Kerkinformatie van de vorige maand is het projekt van de Raad van Kerken, het huiswerk voor gemeenten en gemeenteleden, getiteld 'Rekenschap van de hoop die in ons is', al bij u ingeleid. Het zijn woorden uit de eerste brief van Petrus (1 P. 3:15) en ze zijn bedoeld — juist zoals ze zeggen — om mensen èn gemeenten ertoe te brengen verantwoording af te leggen, tegenover vrienden en buren, van de hoop die als het ware van hen afstraalt.
Waarom hopen jullie, terwijl er - - menselijkerwijs gesproken — geen hoop is?
Nu is het boeiende van dit projekt — beter kun je zeggen van deze uitdaging — dat het niet alleen een opdracht is namens de Raad van Kerken, maar dat deze hele zaak in wéreldverband speelt. Het is namelijk allemaal gestart in 1971 door de afdeling 'Geloof en kerkorde' van de Wereldraad van Kerken.
Een van de voornaamste opdrachten van de wereldraad is om de kerken — op zoek naar hun eenheid — te helpen om in de taal en de omstandigheden van vandaag hun geloof te belijden. Alle pogingen tot eenheid zullen vergeefs zijn, als de kerken geen antwoord vinden op deze vraag naar het belijden.
Maar hoe komt men daartoe? Natuurlijk kan men de kerken vragen hun geloofsbelijdenissen naast elkaar te leggen, maar veel van deze belijdenissen zijn juist ontstaan in de strijd met andere kerken: ze verdelen meer dan ze verenigen.
Daarom besloot 'Geloof en Kerkorde' een andere methode te volgen. Ze startte de 'rekenschapstudie' juist om de indruk te vermijden dat nieuwe geloofsbelijdenissen geschreven zouden moeten worden, maar wel met de bedoeling om mensen en gemeenten hier en nu te laten zeggen, wat hun geloof en hun hoop is.
Ook werd niet gekozen voor de bekende methode van het houden van een internationale beraadslaging, zoals de wereldraad meestal doet, maar in de hele wereld werden uitnodigingen gestuurd om deel te nemen aan deze verantwoording.
De oproep heeft weerklank gevonden. In meer dan 40 landen is men aan het werk gegaan. Een eerste verzameling 'rekenschappen' werd besproken op een konferentie van 'Geloof en Kerkorde' in 1974 in Accra, Ghana (Afrika).1)
Maar het werk is nog niet klaar. In Nairobi, op de vijde assemblee van de wereldraad is aan 'Geloof en Kerkorde' gevraagd deze studie voort te zetten en in 1978 af te ronden. Want voor deze kommissie luidt nu de opdracht: 'als veel getuigenissen zijn binnengekomen, wilt u dan de verschillende ervaringen van de kerken bijeenbrengen in een samenhangend geheel, zodat wij een geloofwaardig getuigenis aangaande Jezus Christus kunnen geven, niet slechts in elk van onze gescheiden werelden, maar ook in de ene wereld, waarvan Hij Heer is?'2)

De Nederlandse Raad
Zoals in het vorige nummer al werd vermeld, heeft de Raad van Kerken dit projekt overgenomen en van zijn resultaten een boekje gemaakt, dat is uitgegeven onder de titel 'Rekenschap van de hoop die in ons is''). Nadat partikulieren en groepen sinds 1974 hierover gepraat en geschreven hebben, heeft tenslotte de Raad aan het eind van het boekje zélf een stuk geschreven met de veelzeggende titel: 'Rekenschap van onze hoop in een dubbelzinnig bestaan.'
Voor ik iets schrijf over déze 'rekenschap' wil ik graag vermelden, dat men aan deze verantwoording vooraf heeft laten gaan een stuk met 'kriteria voor een rekenschap'.
Duidelijk wordt gemaakt dat deze rekenschap geen geloofsbelijdenis wil zijn, maar minder definitief is, sterk situationeel bepaald en vooral dialogisch van aard, een soort samenspraak dus. De rekenschap wordt afgelegd aan 'vrienden en buren', mensen 'zoals wij zelf, in of aan de rand van de kerk, gelovigen, maar dan meestal wel aangevochten gelovigen, christenen, maar veelal gesaeculariseerde (verwereldlijkte) christenen'.

Dubbelzinnig bestaan
Vele malen heb ik deze 'rekenschap' overgelezen. Naarmate ik haar meer lees, des te meer gaat zij spreken. Met kracht komt de dubbelzinnigheid van ons bestaan op je af. Hoeveel mensen beleven deze wereld niet als waanzinnig? Een paar tekenende zinnen: 'De materiële welvaart die wij verworven hebben heeft ons niet gelukkiger gemaakt en tegelijkertijd realiseren wij ons dat het een geweldige luxe is dat wij zo skeptisch over onze welvaart kunnen doen.' En: 'In deze dubbelzinnigheid hebben we uit het evangelie het verhaal opgevangen dat God gekozen heeft tegen het duister en vóór het licht. En in de gestalte en de weg van Jezus van Nazareth hebben wij het gezicht van God in ons dubbelzinnig bestaan zien oplichten.' Verder: 'Hij is opgekomen voor de onderliggenden, de zwakken... de hopelozen en hen die vastgelopen waren heeft hij losgekapt van hun schuldig verleden. En tenslotte heeft hij in gehoorzaamheid aan God en terwille van de mensen lijden en dood aanvaard. Door hem op te wekken heeft God eens en voor goed duidelijk gemaakt aan welke kant Hij staat en in welke richting Hij werkt.'
Dan gaat deze 'rekenschap' verder met uiteen te zetten, dat wij achter Jezus aan moeten gaan, in onze politieke keuze, in de grote en kleine beslissingen van elke dag. Dit volgen laat sporen na, ook als we leren met ons tekort schieten en onze schuld te leven.
Zij kiest duidelijk voor het volgen van Jezus, omdat God zich in hem en in het verhaal van Israël als deze God heeft onthuld.
Wij kiezen voor deze God en zijn toekomst. Hoewel deze toekomst alleen maar aan te duiden valt, kunnen wij door haar de dubbelzinnigheid van ons bestaan eerst echt peilen, maar dan ook verdragen. Verdragen om er in stand te houden en ons te verzetten tegen alles wat verkeerd is.
Dat kunnen wij niet alléén, daarvoor hebben we elkaar nodig. De gemeenschap kan in haar eredienst, haar onderricht en haar handelen tot een stukje zichtbaar gemaakte hoop worden, die door de Geest wordt levend gehouden en doorgegeven.
Ik hoop de inhoud van deze 'rekenschap' zo eerlijk mogelijk te hebben doorgegeven.

Wat doen we er nu mee?
In het stuk over de kriteria voor een rekenschap is gesteld, dat men de rekenschappen wil hanteren om naar eikaars overtuiging te luisteren, om elkaar nader te komen. Niet om eikaars rekenschappen af te wijzen. Dat lijkt me heel belangrijk. Want in de veelheid van getuigenissen, ook van dit getuigenis van de Raad van Kerken, zijn er stukken, waarin je jezelf herkent en er zijn zinnen waar je nauwelijks wat mee kunt. De vraag blijft of zo'n rekenschap werkelijk verstaanbaar is voor onze vrienden en buren, of dat ze wel accepteren de beschrijving van de dubbelzinnige wereld, waarin we leven, maar dat de weg naar de oplossing voor hen abacadabra blijft. Zit die onduidelijkheid dan in het mysterie zelf, of kunnen we het nog altijd nauwelijks onder woorden brengen, als we het gewoon willen zeggen?
Maar we kunnen er wel mee aan het werk gaan. Je kunt zo luisteren dat je gaat herkennen wat een ander bedoelt en dat je zo tot een eigen formulering kunt komen. Het is vooral de bedoeling dat dat weer in groepen gebeurt. Opdat het proces van rekenschap geven voort kan gaan.
Ook daarvoor geeft dit boekje in een laatste hoofdstuk richtlijnen.
Men wordt verzocht om het resultaat van zijn besprekingen in te zenden aan de Raad van Kerken in Amersfoort, Kon. Wilhelminalaan 5. Daar kan men met de reakties weer zijn nut doen bij de voorbereiding van de Nederlandse kerkenkonferentie die in 1978 gehouden zal worden.
In het Centraal Weekblad las ik dat in de hervormde gemeente in Sneek rekenschappen zijn opgesteld door gemeenteleden zelf, een werkloze jongere, een boer en een wijkverpleegster. Met deze rekenschappen doet men 'groot huisbezoek', om de gemeente ook zelf tot antwoorden te brengen.
In onze eigen gemeente zullen we in een drietal diensten aan de rekenschap aandacht besteden.
Een aantal jaren geleden werden geschreven het 'getuigenis' van de hervormde predikanten, ook 'de proeve' van de hoogleraren Berkouwer en Ridderbos. De inhoud ervan heeft velen niet bereikt. Het zou fijn zijn als men in de gemeenten zich althans van déze (korte) rekenschap rekenschap wilde geven om zelf mee opgenomen te worden in het proces dat de Wereldraad startte: met de kerk van de hele wereld verantwoording afleggen van de hoop die in ons is.

1) Een goed boekje over Accra, de voorbereidingen en het vervolg is geschreven door mevrouw dr. E. Flesseman-van Leer: 'Uitdaging en bemoediging'. Wat de Wereldraad met de theologie doet. Uitgave Oekumene Baarn.
2) In de 'Newsletter' van Faith and Order (nr. 3, okt. 1976) staat alle informatie over publikaties i.v.m. deze Wereldraad studie.
3) Deze publikatie is ook samengesteld door mevrouw Flesseman-van Leer. Te bestellen bij de Prot. Stichting Bibliotheekwezen te Voorburg en de Horstink te Amersfoort ƒ 7 , - .
Door Faith and Order is de Nederlandse studie als voorbeeld genomen voor de grote conferentie in 1978, waar dit project wordt afgerond!

Mevrouw ds. Van der Veen-Schenkeveld is predikant te Krimpen a. d. IJssel en lid van het Centrale Comité van de Wereldraad van Kerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Rekenschap van de hoop die in ons is

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken