Bekijk het origineel

Twee jaar ‘onder DE REGENBOOG’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Twee jaar ‘onder DE REGENBOOG’

9 minuten leestijd

De Stichting ‘De Regenboog’ bestaat nu twee jaar. Voortgekomen uit het zgn. ‘Vondelparkproject’ wil de Regenboog hulp bieden aan jongeren, die aan drugs verslaafd zijn en daardoor dreigen verloren te gaan.

Twee jaar lang heeft de Regenboog dit werk nu gedaan. Zij deed dit in nauwe verbondenheid met de Christelijke kerken en hun diakonale organen en met hulp van allen, die zich met overtuiging inzetten voor hetzelfde doel. Vanuit de evangelische opdracht om ‘in getuigenis en dienst’ bezig te zijn, is met vallen en opstaan geprobeerd hulp te verlenen, ook in situaties waar dit menselijkerwijs gesproken niet mogelijk was.

Weerstanden

Bij de aanvang van het werk moesten veel weerstanden overwonnen worden, ook vaak in ‘eigen’ kring. Men zag de Regenboog als een club van goedwillende vrijwilligers, die op amateuristische wijze vanuit een evangelische motivatie het probleem van de drugs-verslaving te lijf wilde gaan. In de twee jaren, die nu al werkend achter ons liggen, is veel misverstand uit de weg geruimd en begrip gevonden voor de werkwijze van de Regenboog.

Van meet af aan werden bij het werk deskundigen ingeschakeld, mensen die geschoold waren op het gebied van de medische begeleiding, het maatschappelijk werk, de psychiatrie en de sociale paedagogie. Met tal van instellingen, die evenals de Regenboog werkzaam waren op het gebied van de hulpverlening aan drugsverslaafden, werden contacten onderhouden, vaste medewerkers (maatschappelijk werkers en anderen) werden in dienst genomen en een grote kring van adviseurs opgebouwd. Maar in de verschillende fasen van het werk bleef de vrijwilliger met zijn of haar gemotiveerde inzet onmisbaar. Daar is men bij de Regenboog erg gelukkig mee.

Twee jaar werken onder de Regenboog betekent twee jaar waarin het werk op ontstellende wijze toenam en een uiterste inzet vroeg van werkers en bestuurders.

Uit het zomer-jongerenprojekt 1975 vloeide als een vanzelfsprekende zaak de voortgaande hulpverlening in Amsterdam voort. Die hulpverlening vroeg weer om een ‘opvangcentrum’, waarvoor de Statenhof in Bussum werd ingericht. Het huis in Bussum was zó gesitueerd dat er geen arbeidstherapie kon worden bedreven. In Koekange werd een boerderij aangekocht.

Zo breidt het werk steeds maar uit, waarbij dit alles toch nog maar een druppel op een gloeiende plaat is, omdat het aantal drugs-verslaafden toeneemt en vanuit Amsterdam nu ook een landelijk probleem begint te worden.

Er is in die twee jaar erg veel gebeurd. Tientallen jongeren in nood zijn geholpen, duizenden jonge toeristen hebben in de zomermaanden van 1975 en 1976 de weg naar het Vincentiushuis gevonden. Kerken, diakonieën, vele vrienden van het Regenboog-werk, organisaties en instellingen hebben het werk financieel mogelijk gemaakt. Achter alles stond een gemeente, die in meeleven en gebed het werk droeg.

Plannen voor de toekomst

Het werk komt op ontstellende wijze op ons af. In een mate dat je je vaak afvraagt of het wel zin heeft om er aan te beginnen en of de hulpverlening nog wel effect kan hebben. Werk aan de donkerste zelfkant van de maatschappij, onder jongeren die vaak reddeloos verloren dreigen te gaan. Maar dan is er weer de opdracht om juist de verlorene te helpen. Zo staan wij met elkaar als gemeente van de Heer voor dit werk. En gaan wij weer verder!

Bij het maken van plannen worden de grenzen vaak mede bepaald door de financiële mogelijkheden, die er zijn. Men heeft die in ruime mate ter beschikking gesteld. De start van het werk is daarmee mogelijk gemaakt. Maar juist de inzet van deskundige krachten, de huisvesting in Amster-dam, het vensterhuis in Bussum, de boerderij in Koekange vragen veel geld. De overheid heeft het werk van de Regenboog in beginsel subsidiabel verklaard, maar tot dusverre slechts een bescheiden bijdrage in de huisvestingskosten te Amsterdam verleend.

Zo gaat de Regenboog haar derde jaar met zorg tegemoet.

Waar is men nu mee bezig, wat zijn de plannen voor de naaste toekomst?

Het zomer jongerenproject 1977

Evenals in voorgaande jaren, stelt de Regenboog zich voor in 1977 een leef- en werkgemeenschap te vormen, met het doel preventief bezig te zijn en door informatie en handreiking iets te betekenen voor de vele jonge toeristen in onze hoofdstad.

Dit jaar vier kampen, met ieder kamp 20 deelnemers(sters) van 18–30 jaar, in de periode van 18 juni tot 27 augustus. De morgens worden besteed aan voorlichting en training, de middagen aan contacten leggen in de stad, de avonden zijn gevuld met het werk in de koffiebar, waar men in gemoedelijke sfeer — met koffie, frisdrank en muziek de jonge toerist weer ontmoet. Alles staat onder deskundige leiding. Wonen doet men in het Vincentiushuis.

Je geeft twee weken van je vakantie, het kòst zelfs nog iets, maar je krijgt veel meer terug! Er is nog plaats, en jongeren zijn van harte welkom. Informatie hierover bij Martha Bruyn (020-253737) of anders een briefje naar de Regenboog, Kloveniersburgwal 95, Amsterdam.

Ouder-familie-contacten en voorlichting

Dit jaar hoopt men in het Regenboogwerk meer aandacht te kunnen geven aan de ouders en familieleden van aan drugs verslaafde jongeren. De nood, waarin zij geestelijk verkeren, is groot en men weet zich met de situatie vaak totaal geen raad. In persoonlijke- en groepsgesprekken zal gepoogd worden hulp te verlenen en tot uitwisseling van ervaringen te komen.

Ook aan voorlichting (scholen, instellingen) hoopt men meer te kunnen gaan doen. Voor dit werk kan de Regenboog nu een deskundige maatschappelijk werker aanstellen. Dit is mogelijk gemaakt door een financiële garantie uitsluitend voor dit doel, uit het ‘Solidariteitsfonds’ van de Generale Diakonale Raad.

Het veldwerk in Amsterdam

Twee ‘veldwerkers’ (maatschappelijke werkers) zijn in Amsterdam dag-in-dag-uit bezig met de directe hulpverlening. Zij zoeken de verslaafden op in eigen milieu (kroegen, kraakpanden, huizen van bewaring), helpen in crisis-situaties en begeleiden waar maar mogelijkheden zijn. Moeilijk en ondankbaar werk dat alleen gedaan kan worden dank zij hun geweldige inzet en de hulp van artsen en andere deskundigen, waarbij ook het contact met andere hulpverlenende instellingen van groot belang is.

Dag en nacht zijn ze bereikbaar (bij afwezigheid door bemiddeling van de bureauassistente of het telefonisch antwoordapparaat, vaak worden werkweken van zestig uur en meer gemaakt, en uitbreiding van de beschikbare mankracht is dringend geboden. Financieel is dit nog niet haalbaar. Behalve de directe hulpverlening en ambulante begeleiding, is er een wekelijkse ontmoetingsmogelijkheid in de ‘huiskamer’, waar drugsverslaafde jongeren, die begeleid worden, hun leeftijdgenoten uit de kringen van de vrijwilligers ontmoeten. De classis Amsterdam van de Gerefor-meerde Kerken heeft via Deputaten voor de zending gelden ter beschikking gesteld, waardoor een werker kan worden aangesteld, die zich in het bijzonder zal bezig houden met de problematiek van de vele uit Suriname afkomstige drugsverslaafden. Hiermee wordt opnieuw uitbreiding aan het werk gegeven.

Het vensterhuis ‘De Statenhof’ in Bussum

Twee gezinnen, een groepsleider en een consulent begeleiden in de Statenhof zes tot acht ex-verslaafden. Zij doen dit vanuit de evangelische motivatie, die aan al het Regenboog-werk ten grondslag ligt en met volledige inschakeling van deskundigen. Er wordt gebruik gemaakt van de hulp van artsen, van een psychiater, een creatief therapeute. Arbeidsmogelijkheden buitenshuis zijn jammer genoeg in deze statige villa-buurt slechts heel beperkt aanwezig.

Via de therapieën en door het leven in gezinsverband wordt getracht de exverslaafde weer terug te brengen naar de normale maatschappij. Dit gaat met vallen en opstaan. Er zijn er die het niet volhou-den, anderen moeten worden doorverwezen. Met grote dankbaarheid mag óók gewaagd worden van de zegen op dit werk en van jongeren die in de Statenhof het hele programma afrondden en hun werk en/of hun studie hebben hervat.

De boerderij in Koekange

Dank zij een belangrijke gift uit het bedrijfsleven heeft de Regenboog in 1976 een boerderij met ongeveer 3 ha. grond in Koekange (Drenthe) kunnen aankopen. In deze boerderij hoopt de stichting straks drugs verslaafde jongeren, die aan de weg terug willen beginnen, op te nemen. Het wordt dan een zgn. ‘eerste lijns’-huis; hier begint het af-kick-proces, dat bij voortgang in Bussum kan worden afgerond.

De boerderij moet nog helemaal voor dit doel geschikt gemaakt worden. Zelfs bij subsidiëring van het lopende werk zal de stichting dit inrichten en bedrijfsklaar maken zelf moeten financieren.

Een voorzichtige begroting doet verwachten dat hiermee minstens een bedrag van tweehonderdduizend gulden gemoeid zal zijn en daarover maken bestuur en staf zich echt wel zorgen. Wat zou het fijn zijn als een grote landelijke organisatie zich hier eens voor zou gaan inzetten.

In ieder geval gaan nog deze zomer een tweetal groepen van ‘Youth for Christ’ in Koekange aan het werk en wordt er met het ‘bedrijfsklaar’ maken dus een begin gemaakt.

Kerken, diakonieën (Gereformeerd-Chr. Gereformeerd en Hervormd) en instellingen in Drenthe hebben hulp aangeboden, waardoor het straks mogelijk moet zijn het draagvlak voor dit werk aan Drenthe en de regio te binden.

De financiële situatie

De enige steun, die de Regenboog tot dusverre van de overheid ontving, is een bijdrage in de huisvestingskosten van het Vincentiushuis te Amsterdam. In beginsel heeft het Ministerie van CRM het Regenboog-werk subsidiabel verklaard, maar in concreto moest al het Regenboog-werk gefinancierd worden door kerken, diakonieën, meelevende gemeenteleden en vrienden van het Regenboog-werk. Van enkele fondsen met een charitatief doel werden eveneens belangrijke bijdragen ontvangen. Voor de verpleeggelden van hen, die als gasten in De Statenhof verbleven, kon een beroep gedaan worden op de Algemene Bijstandswet; ook dat gaat echter eindigen wanneer de nieuwe subsidie-regelingen van de overheid ingaan.

Ondanks de gedane toezeggingen van het ministerie van CRM heeft het gemeentebestuur van Amsterdam de subsidieregelingen beperkt tot instellingen van algemene aard, die reeds lang op dit terrein werkzaam waren. Deze beperking is nog geen definitieve: de plaatselijke overheid van de stad Amsterdam heeft nadere inlichtingen over het Regenboog-werk gevraagd, de deur is dus nog open.

Intussen moet het werk doorgaan. Dat kan alleen als kerken, diakonieën en vrienden van de Regenboog offers blijven brengen.

Inlichtingen over het Regenboog-werk: Kloveniersburgwal 95, Amsterdam-C., tel. 020-253737

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Diakonia | 36 Pagina's

Twee jaar ‘onder DE REGENBOOG’

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken