Bekijk het origineel

In en om het Diakonaat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In en om het Diakonaat

10 minuten leestijd

Woninginrichting

In het voorjaar komen allerlei kranten met speciale bijlagen, waarin bij voorbeeld over ‘wonen’ en ‘reizen’ wordt gehandeld. Dat zijn van die onderwerpen, waarover men graag wat leest, en ook commercieel is het aantrekkelijk: de advertentie- afdeling van de krant belt jan en alleman af om te wijzen op de mogelijkheid tot adverteren.

Ik kan me echter nauwelijks een krant voorstellen, die in een bijlage over ‘Lente’ een pagina reserveert voor het onderwerp ‘Woninginrichting in Bijbelse belichting’. Het Reformatorisch Dagblad is zo’n krant en in het ‘Lente’-nummer van 23 maart j.l. komen we dan ook een artikel hierover tegen van ds. J. Hoek, hervormd predikant in Groenekan.

De schrijver wijst erop dat juist binnen ‘de belijnde gereformeerde gezindte’ veel geld voor woninginrichting wordt besteed, en hij stelt de vraag of dit bijbels gezien wel klopt. Hij gaat na wat erover het wonen zoal in de bijbel is te vinden en citeert in dit verband ook de profeten. ‘Bij Amos en Zefanja richt de kritiek zich niet tegen het bouwen en inrichten van mooie huizen als zodanig, maar tegen de wijze waarop de rijkdommen zijn verworven en ook waarop ze nu worden gehanteerd: in hoogmoedige zelfhandhaving tegen de Heere en in liefdeloosheid en onrechtvaardigheid ten opzichte van de armen’. Je zou hier misschien een actuele toepassing verwachten, maar die blijft uit. Wel wordt opgemerkt dat het pelgrimsbestaan van christenen niet letterlijk, maar geestelijk moet worden verstaan, en dat Gods huis nog altijd belangrijker is dan het huis waar je zelf in woont.

‘Bijbels gezien mag ons huis nooit zoiets als een privé-paleisje worden, een pronkkamer waarbinnen het gezin zichzelf isoleert. Het huis moet een open huis zijn naar de gemeente toe. Het gezin is geen geïsoleerde grootheid, maar kleinste op- bouwcel van de gemeente’. Aldus ds. Hoek.

De staking

Een heel ander stukje ‘toepassing’ viel, ook al op 23 maart, te lezen in Hervormd Wageningen. De diakonale rubriek van de heer Germing begon met enkele opmerkingen naar aanleiding van de stakingsgolf, die ook aan Wageningen niet voorbij is gegaan.

‘Er is ook nog een vergadering van stakers geweest. Daar sprak een vakbondsman, die de Wageningse ambtenaren gebrek aan solidariteit met de stakers verweet. Over de kerk zei hij blijkbaar niets. Had die soms wel solidariteit getoond? Of werd dat helemaal niet verwacht? Ik zou ook eigenlijk niet goed weten wat je daarbij als diaken gedaan of gezegd zou moeten hebben. Gelukkig is het staken nu weer afgelopen’. Zo’n toestand geeft maar onbehagen. Toch maar vast eens gaan nadenken wat we een volgende keer vanuit de kerk wèl kunnen doen’.

Met welk gezag?

Over de aanwezigheid of afwezigheid van de kerk tijdens de stakingen is wel meer geschreven, zoals door ds. L.H. Ruitenberg in Woord en Dienst. De kerk is er niet bij geweest (ondanks de diakonale opdracht terzake van het getuigenis over gerechtigheid) en niemand heeft de kerk wat gevraagd, was zo ongeveer zijn conclusie. Voordat we gaan klagen dat het weer niks is geweest met het ‘spreken’ van de kerk, is het goed kennis te nemen van een uitstekend artikel van dr. C. Rijnsdorp in Trouw van 5 maart, onder het hoofd ‘Het oneigenlijk spreken der kerk’. Hij roert een probleem aan dat we eigenlijk keer op keer tegenkomen en dat ook het onderwerp is van de GDR-publicatie Gaat de kerk te ver…’. die in februari uitkwam.

De kerk heeft vanzelfsprekend een taak in de samenleving, want anders houdt zij op kerk te zijn. Over die taak zijn heel wat bijbels geladen begrippen in omloop, die om zo te zeggen voor christenen als een paal boven water staan. Maar hoe de brug te slaan naar de actualiteit? Waarin zal het eigene van het kerkelijke getuigenis terug te vinden zijn? Dr. Rijnsdorp: ‘Dat men gerechtigheid moet betrachten, dat men moet opkomen voor de vernederden en verdrukten, zal iedereen beamen. Maar met welk kerkelijk gezag kan de predikant de kant kiezen van een groepering, die buiten de kerk om is ontstaan en die wel de mensen van de kerk, maar niet de kerk zelf nodig heeft om haar doel beter te kunnen bereiken? Hoe kan de kerk als kerk blijven spreken zonder echo te zijn van buitenkerkelijke klanken en hoe kan zij zich staande houden wanneer zij in de politiek-sociale strijd als kerk feitelijk overbodig is?’

Rijnsdorp ziet geen oplossing van dit probleem, meent wel dat de preek zich moet richten op het ‘tonen’ van de ongerechtigheid en dat de gemeenteleden daar maar zelf hun conclusies uit moeten trekken. In de kerkdienst moet iets zitten van ‘God is tegenwoordig, alles in onze zwijge’. Want, aldus Rijnsdorp, ‘zonder dit Bethel- element is de kerk weg’.

De C in de G

Nu ik toch wat op de levensbeschouwelijke toer ben geraakt, wijs ik op een themanummer van het maandblad voor de gezinsverzorging/bejaardenhulp, VIP. Het april nummer is grotendeels gewijd aan het onderwerp ‘Verdwijnt levensbeschouwing uit de hulpverlening?’ De redactie had een uitvoering gesprek met drie mensen, die al vele jaren met de verhouding van levensbeschouwing en gezinsverzorging zijn geconfronteerd. Dat zijn mr.dr. Th. W.F. Speetjens, tot 1970 voorzitter van de Diocesane Katholieke Gezinszorg Limburg, de heer P. van Strijen, bestuurs-adviseur en vroeger directeur van de Gereformeerde Raad voor Samenlevingsaan-gelegenheden, en mevrouw N. Hoving, directrice van de protestants-christelijke opleiding voor gezinsverzorging ‘De Eekwal’ in Eelde en lid van de commissie Gezinsverzorging van de GDR. Ook een vertegenwoordiger van ‘Humanitas’ was uitgenodigd, maar die bleek tenslotte verhinderd.

Het is een boeiend gesprek geworden, waarin — dat viel te verwachten — heel wat overhoop werd gehaald, stellig in de hoop dat er gesprekken ‘op het grondvlak’ het gevolg van zullen zijn.

Vragen van levenskeuze blijven vaak onbesproken omdat mensen worden uitgedaagd zich kwetsbaar op te stellen en ook omdat verschillen van inzicht en beleving al gauw aan de dag zullen treden. Dat zal bij levensbeschouwelijke’ organisaties wel niet anders zijn dan bij ‘algemene’. Toch hebben mensen, zeker als ze werken in de hulpverlening, daarmee te maken. Het zou goed zijn daarover in de opleidingen en ook in het praktische werk serieus met elkaar te praten.

Een citaat in dit nummer uit de mond van mevrouw Hoving:

Ik ben directrice van een school, van een christelijke school; er is geen diaken die naar mij om kijkt, niemand! Als ik moeilijk heden heb, kan ik naar het bestuur gaan. Wij gaan met allerlei mensen om, niet alleen in deze hulpverleningsfunctie, ook binnen schoolverbanden, noemt u maar op. Dan vind ik dat het — waar wij werken met mensen heel erg aankomt op onze identiteit. Ik ben een overtuigd christen en ik heb God gekozen, die in Jezus Christus zich geopenbaard heeft aan mij. aan ons, en die heelt mij de opdracht gegeven. Dat zal bij mijn werk een rol spelen. Wat zegt de Grote Helper, hoe moet ik helpen? Hoe versta ik de boodschap van God dat ik mij nu moet opstellen? Zo kan ik mij voorstellen van een humanist dat die zegt: wat doe ik hier op menselijke gronden? Ik kan me zelfs voorstellen vanuit een politiek stelsel dat men zegt: de rechten van de mens, wat gebieden die mij? Zo benadert men het van alle kanten. Wanneer we bezig zijn om gezinnen te helpen, moeten we er met elkaar alert op zijn: wat zijn de noden van de mens? Waar zit de diënt mee? Dat moeten we goed doorspelen. En dan een waarschuwende vinger: pas op, ga niet voorbij aan die levensbeschouwelijke vragen, maar durf die ook te lijf te gaan. Dat zou ik een opdracht vinden.

Wilt u dit themanummer in huis hebben of wilt u zich, bij voorbeeld omdat u met de gezinsverzorging relatie onderhoudt, op VIP abonneren: de administratie is gevestigd op het adres postbus 125 in Hengelo, telefoon 05400-18450. De abonnementsprijs is ƒ 19, — per jaar.

Lichtdragers

Het toogdagwezen is nog allerminst uitgebloeid, althans bij sommige organisaties, waaronder niet in het minst de Evangelische Omroep. De persdienst van deze thans 10-jarige omroep kondigt de jaarlijkse landdag aan, zaterdag 10 juni in de Irenehal in Utrecht, en meldt verder de verschijning van het boekje ‘Lichtdragers’., geschreven door de bekende legerpredi- kant ds. J.J. Poort. Ds. Poort behandelt hierin veertig vragen, die vorig jaar zijn gesteld op de ‘jongerendag’ van de EO, waar zo’n 3500 jongelui bijeen waren.

Een paar van die vragen:

— Hoe moet je anderen de waarheid laten zien? Iedereen is altijd zo overtuigd van zijn gelijk.

— Hoe komt het dat de kerken de mensen zo weinig leren over wat ze in de praktijk moeten doen? Heeft God zijn kerk in de steek gelaten? Of andersom?

— Ik voel me vaak zo alleen op school en ga dan maar een beetje meedoen met de anderen. Daarna voel ik me dan weer schuldig, ja zelfs vuil. Wat doe ik ertegen?

‘Lichtdragers’ kunt u bestellen door storting van ƒ 5,90 op giro 1260600 van de EO te Hilversum.

Zuid-Afrika

Zuid-Afrika komt in dit nummer nogal aan de orde. In aansluiting op de betreffende artikelen meld ik dat onlangs bij ‘De Horstink’ in Amersfoort een documentatiemap is verschenen onder de titel ‘Zuid-Afrika: de opstand van de ongewensten’. Drie actuele ontwikkelingen zijn het uitgangspunt geweest, en wel: de opstand in Soweto, de provocatie van de krotbewoners en de rol van vrouwen in de bevrijding. Ook zijn vertalingen opgenomen uit Zuid Afrikaanse tijdschriften en verslagen. Uitgave in samenwerking met de Boycot Outspan Actie, prijs ƒ 13,90, besteladres: De Horstink, Postbus 400, Amersfoort, telefoon 033-11523.

Amandla heet een maandblad, dat in januari van start ging en een gezamenlijk product is van de al genoemde Boycot Outspan Actie, het Komitee Zuidelijk Afrika (Angola Comité) en de werkgroep Kai-ros. Het handelt, zoals u begrijpt, over Zuidelijk Afrika. In het maart nummer komt een artikel voor met ‘eisen aan de volgen de regering’, die onder meer inhouden hulp aan bevrijdingsbewegingen, verbreking van de economische betrekkingen met Zuid-Afrika, geen militaire samenwerking van de NATO-landen en Zuid-Afrika, afremming van de emigratie naar Zuid- Afrika, afbreking van andere contacten, actief toelatingsbeleid ten aanzien van deserteurs en dienstweigeraars uit Zuid Afrika, en een ander stemgedrag van Nederland in de Verenigde Naties.

Uit het bovenstaande kunt u al afleiden dat het kabinet-Den Uyl het volgens Amandla inzake Zuid-Afrika niet al te best heeft gedaan.

Een werkmap ‘Partij kiezen voor Zuidelijk Afrika’ (ƒ 4,—, te bestellen via giro 600657 van het Komitee Zuidelijk Afrika te Amsterdam) gaat er nader op in en bevat volgens Amandla ‘uitgebreide informatie over de Nederlandse politiek tegenover Zuidelijk Afrika sinds 1945 waarbij ook de verschillende politieke partijen onder de loupe worden genomen’.

Twee films bij NCGV

In de filmotheek van het Nationaal Centrum voor Geestelijke Volksgezondheid, Wilhelminapark 26 te Utrecht, tel. 03051-7804, zijn opgenomen de films ‘de Speelmeters’ en ‘Tanny’. Beide films werden onlangs bekroond op het festival voor korte films te Oberhausen in Duitsland.

‘De Speelmeters’; gemaakt door Hans Hylkema, is een pleidooi voor het scheppen van speelruimte mogelijkheden voor de jeugd in de grote stad. Kinderen gebruiken hun zakgeld om het in de parkeermeter te stoppen en zich aldus speelruimte te kopen. Een automobilist verjaagt hen wreed en in droomscènes nemen de kinderen wraak op hem.

De film werd door bemiddeling van het N.C.G.V. mede gefinancierd door het Nederlandse Comite voor Kinderpostzegels.

Tanny’, (al genoemd in de Kroniek van de vorige maand), gemaakt door Hans Quat-fass e.a., behandelt de problematiek van ouders, die uit innerlijke dwang ertoe komen, hun kinderen te mishandelen. De film kwam tot stand op initiatief van de Nederlandse Vereniging tegen Kindermishandeling en werd gefinancierd door het Nationaal Fonds voor de Geestelijke Volksgezondheid.

Als u aan de hand van één van deze films met de problemen van jongeren bezig wilt zijn, en waarom niet, stelt u zich dan in verbinding met het NCGV.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Diakonia | 36 Pagina's

In en om het Diakonaat

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1977

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken