Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

15 minuten leestijd

Na de diakenen-conferentie

De zomerconferentie van diakenen zit er weer op. Heel wat diakenen uit allerlei delen van het land waren naar Amersfoort getrokken om daar samen met een stel inleiders en een opgetrommeld panel bezig te zijn met de plaats van de diaken in de kerk en de opdracht van de diaken in de samenleving.

Na afloop blijft voor dit blad de taak om de wegblijvers alsnog een paar conferentie-flitsen thuis te bezorgen. Die treft u dan een aantal pagina’s terug aan.

Behalve de opwekking om volgend jaar wèl te komen beperk ik mij hier tot een paar opmerkingen van dingen die mij op deze conferentie opvielen.

— Er waren in vergelijking met vorige conferenties méér dames en minder heren. Zit dat in de veranderde samenstelling van de colleges? Of is het simpel een gevolg van het feit dat mannen er midden in de week moeilijker tussenuit kunnen dan tijdens een weekend? Ik geef het de G.D.R. maar door, want opvallend was dat de noordelijke provincies slechter vertegenwoordigd waren dan bij vroegere gelegenheden.

— De sfeer was plezierig en ontspannen. De discussies waren wat oeverloos met soms de neiging om te ver af te dwalen van het onderwerp. Overigens alle lof voor discussieleider ds. Hamoen, die veel in goede banen wist te leiden.

— Tenslotte is het Evert Kupersoord een erg plezierig huis met veel mogelijkheden. Zowel voor ernstige gesprekken als voor gezellige onder-onsjes achteraf.

Is deze conferentie nu geslaagd? Dat hangt er natuurlijk van af wat je ervan verwacht, wat je zelf inbrengt èn wat je er van mee naar huis kunt nemen, naar de eigen gemeente. Want wie “tekenen wil stellen van het heil” — en daarbij citeer ik de inleider ds. Romein — zal déér moeten beginnen. Wie daarin een beetje slaagt, kan óók van een “geslaagde” conferentie spreken.

Diakonale creativiteit.

In zijn referaat tijdens bovengenoemde conferentie droeg dr. Anne van der Meiden zóveel materiaal aan en gaf zóveel voorbeelden van hoe het niet moet en hoe het misschien wel kan, dat heel wat diakenen zich een beetje wanhopig gevoeld zullen hebben.

“Als voorlichting, publiciteit en doorgeven-in-het-algemeen zó moeilijk zijn, wat moet ik in mijn wijk, wat moeten wij in ons dorp dan nog beginnen…?” Maar de troost volgde. Want na afloop van de conferentie liet Van der Meiden een voorbeeld achter van een diakonie (ik weet niet eens welke) die op een heel eenvoudige manier gemeenteleden probeerde te vertellen, waar diakenen in de eigen gemeente óók mee bezig zijn. Dat gebeurde door middel van een kaartje van 7x10 cm. Dit staat er op:

En op de andere kant:

DIAKONIE

Niet om te heersen maar om te dienen.

Uw wijkdiaken is:…

Dat is dan diakonale creativiteit dicht bij huis.

Waarom de dokter uit Amsterdam in Friesland koffie ging kopen

Op zo’n diaken-conferentie hoor je kostelijke verhalen. Ik ga er hier één navertellen omdat er uit blijkt hoe diakenen binnen een bepaalde samenleving met nuttige initiatieven kunnen komen.

Het verhaal speelt op een dorp in Friesland, waar men zich opeens realiseerde dat 30% van de huizen direct buiten de bebouwde kom allemaal opgekocht waren door (zoals de spreker het kernachtig uitdrukte:) de tandarts uit Amsterdam. ‘ Zo zeggen we dat in Friesland.”

Die randstedelingen brengen dan niet alleen voor het weekend hun hele gezin mee, maar bovendien een halve kruidenierswinkel in de achterbak van hun auto. Dat betekent dat de plaatselijke middenstand alleen maar klanten verliest. En dat zijn nu net de mensen die eigenlijk in die huisjes hadden moeten wonen als ze geld hadden gehad om die huisjes in hun eigen dorp te kunnen kopen… Dat werd in de kerkeraad als een pijnlijke zaak ervaren en men besloot er wat aan te gaan doen.

Maar wat?

Aan het begin van een lang en fraai weekend ging men alle tweede huisjes- bezitters in het dorp langs om hen persoonlijk uit te nodigen de zondagse kerkdienst te komen mee-vieren, waarbij ook iets werd verteld over dit probleem van het dorp.

Dat heeft gewèrkt. Niet alleen in economische zin, maar ook in de zin van een stukje gemeenschapsvorming tussen de recreanten en het dorp.

Is dat nu diakonaat? Ja, in bepaalde gevallen heel duidelijk. Om ergens op een Fries dorp zó te componeren aan de gemeenschap dat de dokter uit Amsterdam dáár z’n koffie gaat kopen. Niet vanwege de koffie of vanwege de dochter van de kruidenier, maar om opnieuw te leren gemeenschapsmens te zijn in een situatie, in een dorp, met de kerk in het midden.

In België

In verband met de volgend jaar te verwachten fusie van drie Protestantse kerkgemeenschappen in België, kreeg ik weer eens het blad ‘De Stem” in handen. Die op handen zijnde ‘vereniging’ betreft de Prot. Evangelische kerk, de Eglise Refor- mée en de Gereformeerde kerken in België. Samen gaan zij de Verenigde Protestantse kerk in België vormen. Een formatie waarmee we als Ned. hervormde kerk en als hervormde diakenen ongetwijfeld een band zullen hebben. Naar ik hoop wordt dan ook het wel erg onoverzichtelijke protestantse leven in België wat duidelijker voor ons. Hoewel, wij maken het anderen met al onze kerken en kerkjes, stromingen en modaliteiten ook niet al te gemakkelijk. Maar goed, dat gaat ten aanzien van drie kerkelijke groeperingen bij onze zuiderburen nu wellicht beter worden. En daarom las ik deze keer in ‘De Stem’, een blad dat daar intussen al weer 106 jaren achtereen om de week in de Nederlandse taal verschijnt.

Het diakonaat ontbrak niet in deze aflevering. Onder de titel ‘Zijn schone dienst’ (naar Psalm 27, oude berijming) schrijft K. Zijlstra over de toekomst van het diakonaat in België. Hieronder volgt een verkorte weergave.

“Zijn schone dienst”

Het accent op het diakonaat is in de naoorlogse jaren verschoven. Er kwamen gelden vrij die men ook kon aanwenden voor andere zaken. De diakenen moesten zich heroriënteren.

“Dat heeft dit gunstige gevolg gehad, dat naarmate de meer direct-materiële nood minder in het centrum kwam te staan, aandacht besteed kon worden aan nood ver weg en aan nood in meer niet- materiële situaties. Er kwam ruimte vrij om zich te bezinnen op het wézen van het diakonaat. Men kwam tot de ontdekking, dat diakonaat ook te maken heeft met aandacht voor de relaties binnen en buiten de gemeente: advisering bij moeilijkheden in sociale aanpassing, hulp bieden bij vereenzaming, aandacht schenken aan de geïsoleerde plaats van bv. gehandicapten in kerk en samenleving, voorziening voor bejaarden, de problematiek van de werkloosheid enz. Tegelijkertijd deed men de ontdekking, dat het er niet om gaat dat de diakenen alle werk moeten verrichten, maar dat het gaat om de houding van de gemeente. Diakenen zijn niet méér (maar dat is al erg veel) dan degenen die het de gemeente mogelijk maken diakonale gemeente te zijn. Zij stimuleren, coördineren, initiëren.

Als ambtsdragers maken zij deel uit van de kerkeraad en herinneren de gemeente eraan dat het niet alleen gaat om de rechte leer, maar ook om het rechte leven. Zij representeren de diakonale opdracht van de gemeente en zijn er als de kippen bij wanneer die gemeente in eredienst en bestaan dat diakonale aspect dreigt te verliezen. ”

Gepleit wordt in dit artikel voor een landelijke interkerkelijke commissie voor het diakonaat met als opdracht de vorming van ambtsdragers en gemeenteleden. Het gaat hierbij om een centraal beleidsorgaan, tweetalig en nationaal, met een diakonaal bureau waar men alle gewenste informatie en toerustingsmateriaal zal kunnen verkrijgen.

“Te mooi en teveel? Het is niet gauw goed genoeg. Want waar “Zijn schone dienst” mogelijk wordt gemaakt, valt de gestalte van de Goede Herder te ontwaren.”

Dit geven we onze lezers graag door. En naar België toe: een hartelijke en christelijke groet.

Knelpunten in de samenleving.

Zo nu en dan krijg ik wel eens notulen van een diakonie of van een diakonale commissie onder ogen. Deze maand werd mijn aandacht getrokken door de uitspraak van een deelnemer ergens, die stelde dat hij als kernpunt van de diakonale opdracht zag “het attent zijn op knelpunten in de samenleving”. Hij vond het belangrijker dat diakenen alert, waakzaam zijn t.a.v. bijvoorbeeld gevaarlijke verkeerssituaties, voldoende speelmogelijkheden voor kinderen, crèches en dergelijke, dan dat zij besturen van protestantse instellingen bevolken…

Opmerkingen die ik van harte onderstreep, maar die bij mij wel de vraag doen rijzen of daarvoor niet een andere “instelling” en een andere “aanpak” in veel gemeenten nodig zijn. Hier worden zaken genoemd die (ten onrechte!) aan veel diakenen voorbijgaan. Je kunt er op een conferentie over discussiëren, maar wat doe je er thuis mee?

Toch ervaar je soms opeens dat er hier en daar wel oog voor is. In het moderamen van de Haagse diakonie viel b.v. heel duidelijk het woord stadsvernieuwing. Ik citeer een paar zinnen uit het verslag:

“In een aantal stadswijken (…) zal in de komende jaren het proces van vernieuwing in alle hevigheid ontbranden. Dat betekent voor de bewoners niet alleen plezier om wat er komen gaat, want het levert ook ongemak op. Voor anderen onzekerheid, want stadsvernieuwing kan niet zonder verhuizing van een deel der bevolking. Vandaar dat mensen uit de binnen- stadswijken verhuizen naar… En daar zal je maar wonen, wanneer je je levenlang je boodschappen in de Koningstraat gedaan hebt…

Heeft de kerk in dit proces van vernieuwing een taak? Hebben de wijkdiakenen hier een taak, waar zovelen zich ongelukkig voelen? En wat doen de wijkgemeen-ten waar mensen uit de binnenstad komen wonen en die zo’n eigen woon- en leefklimaat gewend zijn? Daarover gaan we met de betrokken wijken praten.”

“Dat geldt alleen voor de stad” zullen misschien enige duizenden dorpsdiakenen denken. Vergeet het maar. Of liever: vergeet het niet. Ook bij u is dit aktueel, of het wordt het. En dan is het zonder meer toch de moeite waard er aandacht aan te besteden.

“Ik heb vanavond niet kunnen lachen…”

U hebt er waarschijnlijk geen idee van hoeveel t.v.-kijkers en radio-luisteraars er na een uitzending naar de studio bellen. En dan niet omdat ze het juiste nummer van een plaat willen weten of om een adres of om andere informatie, maar omdat ze in nood zitten !

Soms wordt dat ook wel een beetje uitgelokt. Het is natuurlijk te verwachten, dat na een programma over b.v. euthanasie, abortus, over gezins- of huwelijksproblemen, over diepgaande godsdienstige vragen (en noemt u maar op) mensen in zekere zin geprest worden om hun zegje te zeggen. Of om hun persoonlijke moeilijkheid aan een ander voor te leggen. Eigenlijk doen onze moderne media daarbij niet veel anders dan de al jaren bekende Lieve Lita’s uit de damesbladen en soortgelijke figuren uit de tienerpers.

Maar hoe u het ook keert of wendt: mensen worden ergens door getroffen. Er gaat iets in hun hart meetrillen. Misschien een prettige, vaker een pijnlijke herinnering. Misschien moeten ze opeens iets kwijt waarmee ze al maanden of jaren rondlopen. Ze grijpen de telefoon.

Dat geldt voor al onze omroepen, vanaf de E. O. via Vara en Tros tot en met de V.P.R.O. Leed is niet confessioneel bepaald. Hulp trouwens ook niet. Zo hoorde ik naar aanleiding van een amusementsprogramma van de N.C.R.V. (de titel ben ik vergeten, het was van een van die stevige jongens met een snor) dat iemand achteraf de studio belde met de opmerking: “Ik heb vanavond niet kunnen lachen, want…” En toen kwam het verhaal. Het probleem van onze omroepen is natuurlijk dat je zo iemand wel vriendelijk kunt te woord staan (en dat vind ik al veel !), maar dat je hem of haar verder in de kou moet laten staan. “Hulpverlening” staat nu eenmaal niet in het programma van deze organisaties. Wat is dus voor de hand liggend? Dat omroepinstellingen een relatie leggen met organisaties die wèl de hulpverlening als doelstelling hebben.

De kerken doen in dat opzicht zonder meer goed werk. Ik denk aan de r.k. pastor Raadschelders uit Amersfoort, terwijl al 15 jaar eerder de hervormde dominee Kla- mer begon. Deze laatste heeft bovendien samen met Dolf Coppes (dat is alweer elf jaar en zoveel maanden geleden) de stichting “Korrelatie” opgericht. Sedert die oprichting hebben meer dan 16.000 mensen contact gezocht. Korrelatie staat 24 uur per etmaal ter beschikking, d.w.z. dag aan dag en nacht aan nacht. Bovendien gaat men nu samenwerken met andere instellingen, waardoor het mogelijk wordt in iedere provincie een vast telefoonnummer te hebben.

Maar daar is dan weer niet iedere zuil het mee eens. Gevraagd wordt of de mensen pastoraal wel aan hun trekken komen en of er daarvoor niet een “eigen” nummer nodig is. Zo’n vraag wordt b.v. gesteld door de N.C.R.V. aan de diakonale organisaties van de kerken. Er is zelfs al iemand voor vrijgesteld (mevr. Caty Wolfswinkel) om te onderzoeken wat er verder moet gebeuren.

Ik heb daar alle gevoel voor. Je maakt met je programma’s (bedoeld of niet bedoeld) dingen bij de mensen los en je wilt diezelfde mensen dan ook wat verder helpen. Alleen: het moet niet te véél worden en omroeporganisaties zullen zich in eerste instantie moeten beperken tot hun eigenlijke opdracht. Dus: niet iedere omroep haar eigen pastoraat of diakonaat, haar eigen dominee of maatschappelijk werker, haar eigen… enz. Dan kan straks niemand door de bomen het bos meer zien. Overigens: dat er na uitzendingen zoveel mensen de telefoon grijpen is natuurlijk niet zonder meer een gevolg van dat programma. Een programma maakt alleen maar los wat er al zat. En daar moeten de mensen van de kerk en de diakenen zich wèl zorgen over maken.

Drie maanden K.J.F.: bijna 2 miljoen

Door het Koningin Juliana Fonds werd in het eerste kwartaal van 1 977 ƒ 1.936.000,— beschikbaar gesteld voor 219 zeer verschillende projecten. Het betreft instellingen op het gebied van maatschappelijk werk, gezinsverzorging, club- en buurthuizen, kinderbescherming, peuterspeelzalen, bejaardenwerk, gehandi- captenwerk enz.

Naast aanvragen voor bijdragen à fonds perdu kan ook een beroep worden gedaan op de stichting Garantiefonds van het K.J.F., waar het onder zekere voorwaarden mogelijk is rentedragende leningen af te sluiten.

Inlichtingen: K.J.F., Eisenhowerlaan 146, Den Haag, tel. 070-559286.

Nog een ombudsman?

Naar ik hoor heeft het Landelijk Woonwa- genwerk een plan gemaakt om te komen tot de aanstelling van een ombudsman voor de woonwagen-bewoners. Dat gaat natuurlijk geld kosten en een verzoek bij C.R.M. schijnt op niets uitgelopen te zijn. Bij het K.J.F. is intussen een subsidieaanvraag ingediend om twee jaar te kunnen experimenteren.

In ieder geval doet het Landelijk Woonwa- genwerk een stap naar de kampbewoners toe (wat wel nodig is) door er van uit te gaan dat de toekomstige vertrouwensman zèlf woonwagen-bewoner dient te zijn.

Het gele boekje uit Purmerend.

De diakonie van Purmerend stuurde ter kennismaking, een exemplaar toe van hun “gele boekje”, dat 1½ jaar geleden werd uitgereikt aan de hervormde gemeenteleden. Het directe resultaat was dat 15 personen zich opgaven voor een der diakonale werkgroepjes waarvan er na enige mutaties nu altijd nog 1 3 personen (niet- diakenen) aktief zijn. Enkele anderen zijn ingeschakeld bij het werk van de H.V.D. Ik vermeld dit initiatief hier met veel genoegen omdat het er een goed voorbeeld van is hoe je het diakonaat duidelijk en fris kunt aanpakken zonder dat het veel geld behoeft te kosten.

Dit boekje — dat heel eenvoudig is uitgegeven, met eigen middelen lijkt me — bevat erg veel diakonale informatie. Plaatselijk, maar ook van verder weg. Als het kan hoop ik later nog eens op de inhoud terug te komen.

Zijn er nog meer van die creatieve diakenen? Ongetwijfeld. Stuur uw materiaal naar Utrecht. We kunnen er elkaar mee helpen.

We dronken koffie met Douwes

Voor het geval u het nog niet wist: vanaf vandaag — woensdag 1 juni 1977 — zetelt drs. P. A. C. Douwes in de “directiekamer” van Maliesingel 26. Hoewel, “zetelen” is geloof ik niet het juiste woord. Beter gezegd daarom: vanaf vandaag is hij de nieuwe algemeen secretaris van de Generale diakonale raad in Utrecht.

Opeens, om 8.30 uur s morgens was-ie er en ging aan het werk. Als opvolger van Alons, van Diesbergen en Hemmes. Even was het wel wat vreemd, voor hem zelf en voor de anderen, maar dat zal niet lang duren.

Voor de minder geïnformeerde lezer vertel ik nog even dat de heer Douwes 47 jaar oud is en vele jaren directeur was van de Hervormde stichting voor diakonaal maatschappelijk werk in de provincie Groningen. Maar niet alleen de Groningse diakenen zullen hem kennen, want hij bekleedde een groot aantal nevenfuncties, vooral op het terrein van het diakonaat, en daaraan verwante werkvelden. Hij heeft te maken gehad met jeugdwerk, kinderbescherming, gezinswerk en industriepastoraat. Op landelijk terrein is hij o.a. lid geweest van de Raad voor de Zending en is lid van de sectie Dienst van de Raad van Kerken. Een man “van alle markten thuis”, zou je kunnen zeggen. Zo iemand heeft het diakonaat nodig.

Drs. Douwes is theoloog, maar geen predikant. U moet hem dus niet met “dominee” aanspreken maar gewoon “meneer tegen hem zeggen. Dat weet u dan vast. Overigens zal het “drs” voor zijn naam vrij spoedig “dr” worden, want hij hoopt nog dit jaar te promoveren op een dissertatie over de “Armenkerk”, d.w.z. over de histo rie van de Rotterdamse diakonie in de vorige eeuw.

Even nog terug naar vandaag, 1 juni 1977. Douwes is z’n nieuwe werk begon nen. Zonder veel tam-tam. Geen vlag uit, geen taartjes, geen toespraken. Wel koffie. Iedereen van Maliesingel 26 (het hoofdkwartier van het hervormde diakonaat) kwam een half uur in de vergaderkamer bijeen om samen met de nieuwe secretaris een nieuw begin te maken. Over een paar maanden kunt u hem allemaal op de algemene diakonale vergadering ontmoeten. Ik hoop dat u van die kans gebruik maakt.

Namens de redaktie van dit blad heet ik drs. Douwes hartelijk welkom en wens ik hem en zijn gezin veel zegen toe.

We dronken koffie met Douwes. We verwachten méér. Hij trouwens ook denk ik.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1977

Diakonia | 40 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1977

Diakonia | 40 Pagina's

PDF Bekijken