Bekijk het origineel

Uit “om de vrede van de strijd”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit “om de vrede van de strijd”

5 minuten leestijd

In de brochure “Om de vrede van de strijd” — elders in dit nummer besproken — schrijft dr. Van den Heuvel ook over voorvallen in zijn eigen leven. Zo vertelt hij over de merkwaardige manier waarop hij met dr. Martin Luther King in aanraking kwam. Van den Heuvel was toen in Amerika, waar hij studeerde en tevens “assis-tent-minister” (hulpprediker of vicaris) was in Englewood, New Jersey.

Op een dag werd er opgebeld. Eén van de plaatselijke negerpredikanten aan de andere kant van de kleurlijn vroeg of hij de gemeentezaal kon huren. Ik was te naïef om iets te vragen en verhuurde. Er kwam een jonge baptistenpredikant uit het zuiden spreken. Hij had een komische naam: Martin Luther King.

Ik had nog nooit van hem gehoord. Ik wist niet eens dat hij zwart was.

Nu, om zes uur ’s avonds wist ik dat wèl! Ineens stond de telefoon roodgloeiend.

Wat ik me wel verbeeldde? Of ik niet wist dat die z.g. dr. King een oproerkraaier en een communist was? Had ik niet eerst moeten overleggen met de kerkeraad? Natuurlijk mòcht er wel verhuurd worden, maar was het verstandig? Wist ik niet dat die King eigenlijk een gewone ordinaire politicus was, die de kerken misbruikte om propaganda te maken voor gemengde huwelijken? Had ik er niet bij stilgestaan dat de gemeente dit nooit zou begrijpen? Wist ik niet dat de mensen er nog helemaal niet aan toe waren om negers in hun kerk te laten? Wie zou de smeerboel opruimen als die vuile nikkers de rotzooi hadden vervuild? Zo tuimelden de vragen over elkaar. Ik was geheel verbijsterd. Vreselijke scheldwoorden en hele aardige tegenwerpingen, pastorale bedenkingen en klinker-harde rassistische argumenten hoopten zich op. En dat uit de mond van ontzettend aardige mensen: keurige kerkeraads-leden, die nooit een onvertogen woord ge-bruikten.

Wat was er gebeurd? Wat had ik fout ge-daan?

Mijn tweede reactie was al even naïef als mijn eerste. Ik wilde de verhuur gelijk weer ongedaan maken. Het geweld, dat ineens op mij afkwam, was zo nieuw en onverwacht dat ik al omgevallen was eer ik had kunnen nadenken.

Toen verscheen mij een engel des Heren. Nou ja: dat zeg ik nú, achteraf. Wat ge-beurde, was heel gewoon.

Prof. dr. H. Kraemer, de Nederlandse zen-dingsman, was gastprofessor in hetzelfde seminarie, waar ik student was. En juist die dag ging ik thee bij hem drinken.

Nog bleek om de neus vertelde ik hem hoe stom ik was geweest, maar dat ik het zou goedmaken. Ik zou de verhuur ongedaan maken. Dat kon ook heel goed: in de ne-gerwiik van Englewood waren er heel goede vergaderzalen, hadden kerkeraads-leden mij verzekerd. Het hóefde helemaal niet in ons gemeentecentrum. Dat hadden de kerkvoogden zelf gezegd.

In m’n onervarenheid had ik als buiten-staander bijna mijn hele pastoraat ver-speeld!

Kraemer liet mij uitspreken. Toen ik klaar was, ging hij staan. En toen kreeg ik nóg eens de wind van voren — maar nu heel anders. Ik kan die philippica niet meer op-schrijven. Maar het moment is me altijd bijgebleven. Het was een combinatie van oordeel en genade, zoals ik maar zelden meer heb meegemaakt.

Het begon met een college over de kerk in de verhouding tussen de rassen. Over sla-venhandelaars, die hun menselijke waar uit Afrika naar Amerika haalden en avond-sluitingen hielden tussen de geketende le-den van uit elkaar gerukte families. Over slavenschepen, die christelijke namen droegen. Over plantage-eigenaars, die na kerktijd een slavenmarkt organiseerden. Over mannen, die zo gevoelloos waren dat ze zelf niet inzagen hoe om hun gedrag zwarte medemensen en mede-christenen de naam van hun God hadden gelasterd. ‘En dat is dezelfde gevoelloosheid, die jij vandaag hier ten toon spreidt’, zei Kraemer.

Ik kreeg die middag geen thee, maar wel huiswerk. Aan het eind van die zeer lange toespraak werd mij aangezegd dat ik niet meer bij hem over de vloer hoefde komen als ik de verhuur van dat zaaltje ongedaan zou maken. Dat was dan dat.

Toen ik terugliep van Kraemers apparte-ment naar mijn kamer, had ik het gevoel dat m’n hele wereldje als een blokkendoos twee keer door elkaar was gegooid en twee keer weer was opgestapeld.

Die avond zocht ik één van m’n zwarte medestudenten op en vertelde hem zo eerlijk als ik kon het hele verhaal. Ik herin-ner me nog dat hij veel vriendelijker rea-geerde dan Kraemer, maar ook hoe hij met grote bewondering over hem sprak.

Hij kon zich mijn reactie best voorstellen, zei hij. Ik wist immers niet waarover ik het had? Ik had toch nog nooit de angst van een zwarte groep mensen geproefd, als de Ku Klux Klan weer eens op jacht ging? Ik kende immers de verbittering niet van eeuwenlange vernedering en belediging? Had ik wel eens een groep blanken horen snoeven over een geslaagde lynchpartij van een zwarte, die verdacht werd begerig naar een blanke vrouw te hebben gekeken? Ik had toch ook nooit volwassen zwarte mannen zien huilen om de vernederingen hun aangedaan? Ik had nu mijn hartelijke kerkeraad plotseling zien worden tot een bende getergde rassisten en ik was immers één van hen?

Zo praatte hij en ik werd van hem nog verwarder en beschaamder dan ik van Kraemer was geworden. Ik wist ook niets meer te zeggen. Eén ding begreep ik: de zaal moest verhuurd worden. Zo gebeurde het ook.

De kerkeraad bond zelfs in en de zaal werd verhuurd. Een paar mensen trokken hun financiële bijdrage in, en één familie zei het lidmaatschap op, maar dat was alles. Zelfs in tweede instantie was er geen heldenrol voor me weggelegd. Het liep allemaal met een sisser af. Ik had alleen even de demonen zien opstaan en mezelf ervoor zien vallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 augustus 1977

Diakonia | 40 Pagina's

Uit “om de vrede van de strijd”

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 augustus 1977

Diakonia | 40 Pagina's

PDF Bekijken