Bekijk het origineel

In en om het Diakonaat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In en om het Diakonaat

12 minuten leestijd

Medische zending (I)

Zondag is de landelijke collecte voor medische zending en werelddiakonaat. Voor allerlei medische projecten in de wereld vraagt de GDR de aandacht samen met de Raad voor de Zending en de Gereformeerde Zendingsbond in de Nederlandse Hervormde Kerk.

De laatstgenoemde instantie, de GZB dus, doet onder meer aan medisch werk in Kenya. Zo drukken we het in de wandeling uit. Maar “in de wandeling” kan ook wel eens fout zijn. “Ons” medisch werk is niet het werk van “ons” alleen, het is vooral werk van en voor de Kenyanen, schrijft dokter W. de Visser in het blad van de GZB, Alle den Volcke. In een tweetal artikelen, in de nummers van juli en september, geeft hij een beeld van “Ons medisch zendingswerk in Kenya”, en om aan te geven hoe betrekkelijk dat “ons” wel is, maakt hij voor zijn lezers een denkbeeldige rondgang door de kraamkliniek, tevens ziekenhuis, in Plateau.

Om u een idee te geven: in 1976 werden er 2471 patiënten opgenomen, van wie 987 kinderen, het totaal aantal opnamedagen was 17.575 oftewel 10% meer dan in 1975, en er werden 834 kinderen geboren.

Medische zending (II)

Nu dus (een gedeelte van) de rondgang, waarbij wij een aantal van de 60 medewerkers van het ziekenhuis tegenkomen.

“We volgen het bordje “inlichtingen” en komen in de administratieafdeling. Hier ontmoeten we Aaron Lugumira, een zoon van de oude dominee Lugumira, die samen met een assistente, Jeannet Jeptum, de administratie (financiën, medicijnvoorziening, statistieken, enz.) verzorgt. Ondanks zijn korte middelbare schoolopleiding (slechts twee jaar) heeft hij zijn zaakjes goed voor elkaar. In hetzelfde blok is ook de keuken waar twee koks, Chesire en Jamin, het eten voor de patiënten en de stafleden, die intern zijn, koken. Eén van hen heeft de lagere school doorlopen, wat erg gemakkelijk is in verband met het bestellen van nieuwe voorraad.

Op weg naar de zalen passeren wij de naaikamer, waar Jane en Beatrice werken. Ze zorgen voor het ziekenhuislinnen en de “pyama’s” van de patiënten. Bovendien maken ze babykleertjes, die de moeders van de pasgeboren babies mee naar huis krijgen. Vanuit traditioneel geloof is het ongebruikelijk dat er iets voor het kind klaargemaakt wordt vóór de geboorte, zodat deze kleertjes een welkom geschenk zijn voor de moeder en een goede bescherming tegen kou vatten voor het kind. In de zalen ontmoeten we naast de patiënten de verpleegsters en ziekenverzorgsters. Er zijn verpleegsters met een officieel erkende opleiding (“enrolled nurses”) en er zijn ziekenverzorgsters, die wat lessen in Plateau hebben gekregen en verder in de praktijk leren. Momenteel zijn er 4 verpleegsters en ongeveer 15 ziekenverzorgsters.

Laat ik van beide groepen een vertegenwoordigster voorstellen.

Elizabeth is dichtbij Plateau geboren. Haar ouders zijn eenvoudige mensen. Ze hebben een stukje land en een paar koeien.

Het was dan ook een welkome zaak dat Elizabeth na de lagere school in het ziekenhuis kon gaan werken als ziekenverzorgster. Toch wilde ze graag hogerop en ging solliciteren naar een opleiding voor verpleegster (“enrolled nurse”). In 1973 werd ze aangenomen in het Presbyteriaanse Zendingsziekenhuis in Kikuyu, waar ze na 2½ jaar met goed gevolg examen deed. Ze werkt nu weer in Plateau en is inmiddels getrouwd.

Annah is geboren in de Kerio Valley, een diepe vallei ongeveer 40 km van Plateau vandaan. Kort daarna zijn haar ouders naar een hoger gelegen gedeelte verhuisd en hebben daar een stukje land gekocht. Daar heeft ze ook de lagere school doorlopen. Ze kwam toen thuis omdat er geen geld was voor verdere opleiding. Er waren nog 12 broertjes en zusjes, die hun deel opeisten (haar vader heeft twee vrouwen). Ze was toen 16 jaar.

Na ruim twee jaar werd ze op Plateau aangenomen als ziekenverzorgster. Na enkele maanden in de keuken en de wasserij gewerkt te hebben, mocht ze op zaal gaan werken. Inmiddels had ze de verpleegkundelessen bijgewoond, die regelmatig gegeven worden, zodat ze een beetje idee gekregen had over hygiëne, medicijnen enz. Ze werkt nu ruim 1½ jaar op de zalen en samen met de andere ziekenverzorgsters zorgt ze voor het schoonmaken van de zaal, het wassen van bedpatiënten, bedden opmaken, babies baden, temperatuur nemen, bloeddruk meten, infusen re-gelen enz. Binnenkort mag ze beginnen met de opleiding voor hulpvroedvrouw. Twee voorbeelden van Kenyaanse meisjes, die samen met de anderen “ons” medische werk in Kenya uitmaken”.

Medische zending (III)

We lopen nu langs het kantoor van de zusters en de dokterskamer, en komen in de verloskamer. Hier werken vroedvrouwen (“enrolled midwives”), die een officiële opleiding hebben gehad en hulpvroed-vrouwen, die hun opleiding in Plateau kregen.

Er zijn momenteel zes hulpvroedvrouwen en twee “enrolled midwives”. Ze helpen bij de normale bevallingen; alleen als er kans is op complicaties, moeten zij één van de zusters of de dokter erbij roepen. Gewone meisjes, die na de lagere school doorlopen te hebben, in het ziekenhuis aan het werk zijn gegaan en door ogen en oren goed de kost te hebben gegeven, nu samen met anderen het medische werk in Plateau uitvoeren.

Tegenover de verloskamer ligt de operatiekamer, waar kleine operaties gedaan worden, en daarnaast de praematurenzaal, waar het werk gedaan wordt door de moeders, samen met en onder leiding van één van de ziekenverzorgsters.

In de polikliniek ontmoeten we de “Clinical Officer” (een halve dokter), Simon Kiptoo. Hij werkt al sinds 1963 bij de zending. Hij heeft alle zusters en dokters, die in Plateau gewerkt hebben, in de loop der jaren van dichtbij meegemaakt! Eerst heeft hij enkele jaren als verpleeghulp gewerkt. Van 1966 tot 1969 heeft hij een verplegersopleiding in het Kikuyu-ziekenhuis gevolgd, waarna hij tot 1974 hoofd geweest is van de kraamkliniek (6 bedden) + polikliniek in Ainabkoi. Vanaf juli 1975 tot juni 1976 heeft hij de opleiding voor Clinical Officer in Nairobi gevolgd. Deze opleiding geeft niet de bevoegdheden van een arts, maar wel een groot deel van de bekwaamheden. Nu werkt hij weer in Plateau, met grote ijver en veel verantwoordelijkheidsbesef. Ongetwijfeld een zeer belangrijk man binnen het geheel van “ons” medisch zendingswerk in Kenya”.

Dokter De Visser noemt tenslotte nog enkele anderen, die aan de polikliniek zijn verbonden, zoals de “dressers”, verplegers zonder een officiële opleiding. Eén van hen is Christopher Ngetich, die “vele blanke gezichten heeft zien gaan en komen”.

“Van allen heeft hij iets geleerd en nu is hij onmisbaar geworden voor de diagnostiek en behandeling van regelmatig voorkomende ziekten. Bovendien regelt hij een groot aantal organisatorische zaken. Zo rust bijvoorbeeld de organisatie van de polikliniek in Plateau en van het mobilteam voornamelijk bij hem. Naast hem werken nog vijf andere dressers met meer of minder ervaring”.

Voor de volledigheid: dit en ander medisch werk in Kenya gaat uit van de Hervormde Kerk van Oost-Afrika en wordt ook door het hervormde werelddiakonaat gesteund. Zie daarvoor het projectenboekje van dit jaar onder nummer 775.

Zending in Nederland (I)

Negen christenen uit verschillende delen van de wereld komen van 19 september tot 17 oktober naar ons land om hier op verzoek van de Raad van Kerken een “internationale kerkvisitatie” te houden. Ze gaan kennis maken met ons kerkelijk leven in al zijn facetten en zullen bij wijze van afsluiting deelnemen aan een zgn. consultatie, van 13 tot en met 16 oktober op “Kerk en Wereld” in Driebergen. Ook leden van voorbereidingscomité’s, die per regio zijn gevormd, zijn hierbij van de par-tij. Doel is de Nederlandse kerken te doorlichten op hun “missionaire gehalte”, met natuurlijk als achtergrond dat ons land, evengoed als de landen, waar wij nu al weer zo lang evangeliseren, een “zendingsgebied” is. Is geworden, zo u wilt. Omdat het je vrienden zijn, die je je feilen tonen, hebben wij via de Raad van Kerken aan een aantal vrienden uit de wereldkerk gevraagd ons bij dit zelfonderzoek te helpen. Iets dergelijks heeft ook al in andere landen plaatsgevonden. Maar het bijzondere aan het Nederlandse initiatief is toch wel dat het bezoek van de buitenlanders zeer gedegen is voorbereid. Ik noemde al de regionale comité’s; daarnaast valt te wijzen op het “werkmateriaal”, dat is uitgegeven via een speciaal nummer van het tijdschrift “Wereld en Zending” (6de jaargang nr. 2, adres: Prins Hendriklaan 37, Amsterdam).

Dit “werkmateriaal” omvat een uitvoerig overzicht van de Nederlandse kerkelijke situatie, samengesteld door het landelijke voorbereidingscomité, en een rapport van een groep buitenlanders, die in Nederland wonen en werken.

Zending in Nederland (II)

Uit het rapport van de buitenlanders geef ik allereerst een citaat over de verhouding van kerk en maatschappij:

“De kerken schijnen als volgt te redeneren: als wij ons niet bezighouden met modieuze sociale problemen, zijn wij verloren; er zal dan niet meer naar ons worden geluisterd; we zullen verdwijnen. Preken die exclusief en eenzijdig horizontaal zijn, impliceren evenwel dat het heil gelijk is aan materiële welvaart alleen, en derhalve ook dat wij hier in het Westen niets meer nodig hebben: we hebben immers materiële welvaart bereikt!? Hiermee wordt vergeten dat de kerk op deze wijze haar integrale identiteit verliest, d.w.z. haar identiteit als draagster van het evangelie van het Rijk Gods in deze wereld — een evangelie, dat te maken heeft met heel het leven”.

Over de opvang van buitenlanders en Surinamers: “Opgemerkt wordt dat de kerken wel theoretisch extravert zijn in dit op zicht: ze spreken wel veel over opvang, maar praktisch komt hier weinig van terecht. Eén concreet geval ter verduidelijking: alle zakelijke aangelegenheden vanwege de locale gemeentelijke diensten worden in de Bijlmer in verschillende talen kenbaar gemaakt, terwijl kerkelijke activiteiten worden aangekondigd en kerkdiensten worden gehouden in de Nederlandse taal”.

Over de houding van kerkleden tegenover vreemdelingen: “Als algemene klacht wordt naar voren gebracht dat vreemdelingen niet vriendelijk worden ontvangen in de kerkdienst en/of niet worden uitgenodigd na de dienst bij de mensen thuis. Verschillenden hebben opgemerkt dat ze juist in de kerk door mensen worden afgestoten op een heel nare manier. De gemeenteleden wachten veelal totdat de vreemdeling naar hen toekomt in plaats van het omgekeerde. Een vraag, die algemeen en met een zekere mate van verbijstering gesteld is: hoe is de lange historie van tolerantie in Nederland te rijmen met deze geslotenheid, deze eigen gerichtheid, dit op zichzelf zijn? Getuigt dit toch van een soort verborgen nationalisme?”

Twee voorbeelden ter illustratie. Bij de doop van een buitenlands kind zei de dominee: “De bijbel spreekt van het opnemen in Israël van Filistijnen enzovoort, en nu kunnen wij vandaag zeggen: Grieken, Turken en Spaanse mensen worden opgenomen in het volk van God”.

Ander voorbeeld: ook als een buitenlander goed Nederlands verstaat en spreekt, wordt vaak tegen hem gezegd: “U mag ook wel verder in Engels, Frans, Duits…”

Zending in Nederland (III)

In het bovenstaande komen dingen voor, vind ik, die we in onze zak kunnen steken. Mij lijkt het veel reëler dan het beeld, dat de Nederlandse groep bijvoorbeeld van het diakonaat ophangt. Ik lees op pagina 40 in “Wereld en Zending”:

Met name het profetische karakter van het diakonaat, het opkomen voor recht en gerechtigheid en de sociale actie om deze naderbij te brengen, is opnieuw in het vizier gekomen. Ook in het verleden hebben kerkleden en pastores vaak een belangrijke bijdrage geleverd aan de maatschappelijke ontwikkeling naar een rechtvaardiger samenleven. En ook nu is het niet zo dat allen één en onverdeeld aan deze opgave meewerken. (…). De zorg om gelijkberechtiging van mannen en vrouwen, van minderheden en kansarme groepen, roept vele politieke vragen op, die de kerken verdelen, zodanig dat soms nieuwe breuken dreigen. Maar als de toekomst van de kerk afhangt van haar kritische houding tegenover de verslavende machten, dan zijn de initiatieven tekenen van hoop, die aan deze kritiek met woord en daad gestalte geven.

Op veel plaatsen hebben de diakonale instellingen van de plaatselijke keken (diakonieën en charitas-instellingen) zich bezonnen op hun taken. Terwijl die enkele jaren zich veelal nog beperkten tot het le-nigen van nood in de directe omgeving of in de eigen (geloofs)gemeenschap, heeft men nu de blik gericht op de naaste dichtbij en veraf. Diakonaat is wezenlijk ook “werelddiakonaat” geworden. Acties als de Bisschoppelijke Vastenactie, de Interkerkelijke Actie voor Latijns Amerika “Solidaridad”, de activiteiten van het Werelddiakonaat, de 2%-actie van Uppsala zijn daarvan het bewijs. Tal van andere, meer radicale acties als X–Y, Betaald Antwoord, het Interkerkelijk Vredeswerk, mobiliseren christenen, ook als ze er niet mee instemmen. Diakonale consulenten, F2-functionarissen, IKVOS-werkers en werkers Kerk en Samenleving proberen de plaatselijke gemeenten bij de invulling en uitvoering van hun diakonale taak behulpzaam te zijn. Er is een speciale Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken. In enkele rooms-katholieke bisdommen blijkt reeds dat pastorale werkers vanuit deze diakonale invalshoek mensen bereiken, die tot dan toe hun kerkelijk engagement op een laag pitje hadden gezet. Ook in protestantse kring wordt ervaren dat politiek of maatschappelijk diakonaat weer in contact brengt met mensen, die van de of ficiële kerk vervreemd waren. Diakonaat blijkt evangeliserend werk bij uitstek, niet allereerst doordat degenen aan wie hulp wordt verleend, zich bij de kerk betrokken weten, maar omdat de sociale dimensie van het geloven voor velen een weg is om te zoeken naar God en hem te vinden”.

Zending in Nederland (IV)

Hartroerend proza, vindt u niet? Even hartroerend als het motto van dit gebeuren: “Zending in Nederland”. Als ik die term op me laat inwerken, krijg ik de indruk dat we hier van doen hebben met de zoveelste kerkelijke publiciteitsberg, die bij nader inzien een muis heeft gebaard.

Ik denk dat onze buitenlandse vrienden weinig anders zullen doen dan onze klachten, grieven en verheven lofprijzingen van onszelf aan te horen, en terugreizen met de gedachte dat het land van de tolerantie zwanger is van geslotenheid en gerichtheid op zichzelf.

En wat betreft die onzin over diakonaat als “evangeliserend werk bij uitstek”, en over de “sociale dimensie van het geloven” waardoor je God gaat zoeken, alsof “het geloven”, laat staan de “sociale dimensie” ervan, de goochelhoed is waar God uit te voorschijn komt — och, ik denk dat ik me al te zeer opwind, als ik daar nog eens in alle ernst op zou ingaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977

Diakonia | 36 Pagina's

In en om het Diakonaat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken