Bekijk het origineel

Welsuria: tien zware jaren van hulpverlening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Welsuria: tien zware jaren van hulpverlening

6 minuten leestijd

“Welsuria” is één van de 25 welzijns-stichtingen voor Surinamers in ons land die zijn aangesloten bij een landelijke federatie. Haar werkgebied omvat Amsterdam en omgeving. Dit jaar viert de stichting haar tiende verjaardag.

Naast alle feestelijkheden rondom dit jubileum is het belangrijk, stil te staan bij de problematiek van de in ons land verblij-vende Surinamer.

Ook de stichting zelf jubileert met een combinatie van feestelijkheid en ernst. Op het programma staan (of stonden) een theateroptreden, een feestelijke dag voor de cliënten alsmede een studiedag op 23 september over de samenwerking in de hulpverlening en het dienstenpakket ten behoeve van Surinamers en Antillianen in Amsterdam.

Dag voor de cliënten

Keizersgracht 757. Welsuria houdt “open house” voor haar cliënten. Op de prachtige witmarmeren trap en in de vertrekken ziet het letterlijk en figuurlijk zwart van de mensen. Er treden Surinaamse musici op, er zijn voordrachten van dichters van het Antilliaans-Surinaams Schrijvers Kollek-tief, er worden films vertoond, waaronder de bekende “Faja Lobi”, en de kinderen worden bezig gehouden met een tekenwedstrijd.

Met de stafleden van Welsuria kan ge-sproken worden over het werk, terwijl op vele plaatsen documentatiemateriaal in de vorm van brochures, folders en tijdschrif-ten te verkrijgen is. Uit de aangeboden in-formatie blijkt dat het welzijnswerk is op-gedeeld in vijf secties: arbeidszaken, maatschappelijk werk, onderwijszaken, opbouwwerk en voorlichting. Met en naast elkaar werken ze aan de integratie van de Surinamer in onze gecompliceerde samenleving.

Inschakeling in het arbeidsproces

De werkloosheidscijfers onder de Surinamers zijn indrukwekkend somber. Van de beroepsbevolking ziet ruim 20% geen kans aan de slag te komen. In Amsterdam moet een kwart van de Surinaamse jongeren beneden de 25 jaar het al langer dan een jaar zonder werk stellen. Er zijn ontstellend veel ingeschreven werkzoekenden die op hun kaart de kwalificatie “minder geschikt” vinden staan; evenals trouwens werkgevers, die laten weten in Surinamers als arbeidskrachten geen interesse te hebben. Dat laatste is gedeeltelijk gebaseerd op minder goede ervaringen van het bedrijfsleven met Surinaamse werknemers.

Bij de confrontatie met een andere cul-tuur, een ander waarden- en normenpa-troon en een ander werkklimaat dan in het geboorteland gaat het vaak mis. Het Ne-derlandse bedrijfsleven verlangt immers voor 100% aanpassing van de Surinamer, en is niet of nauwelijks genegen rekening te houden met het feit dat er tijd en hulp voor nodig is om te acclimatiseren. De ge middelde Surinaamse werkzoekende heeft bovendien weinig kaas gegeten van de kunst van het solliciteren.

De sectie arbeidszaken van Welsuria houdt zich bezig met de arbeidsplaatsing en arbeidsbegeleiding.

Arbeidsconsulent J. Leter hierover: “We hebben in Amsterdam te maken met meer dan 3000 werklozen. We geloven dat we vaak beter dan het arbeidsbureau kunnen bemiddelen omdat we de problemen van de werkzoekende Surinamer kennen en de mogelijkheid hebben hem voor te bereiden op het sollicitatiegesprek en met hem kunnen praten over zijn sollicitatiegedrag. We houden echter niet alleen rekening met de belangen van de cliënt, doch ook met die van het bedrijf of de instelling. We proberen een goede relatie met het be-drijfsleven op te bouwen. De grootste handicap bij de plaatsing is overigens de geringe scholing van de werkzoekende Surinamer”.

Gerichte hulpverlening

Het zal geen verwondering wekken dat de sectie maatschappelijk werk de grootste is, en met vijf maatschappelijke werkers nog onderbezet. Op de vraag op welke ter-reinen de meest voorkomende problemen liggen, reageert Paulien Ubbergen-Hoo-plot, één van hen, met: “huisvesting en gezinshereniging”.

Nu is de kans groot dat huisvestingspro-blemen bij veel maatschappelijk werkenden op het lijstje staan als zaken, waar veel tijd in gaat zitten, zeker als ze in of rondom Amsterdam werkzaam zijn. Afgezien nog van de ellende van de contract-pensions, is het overheidsbeleid erop gericht geweest groepen Surinamers bij elkaar te laten wonen. In de Amsterdamse Bijlmermeer is een waar getto ontstaan van op en bij elkaar wonende Surinamers. Er is weinig fantasie voor nodig om na te gaan wat het betekent als meerdere gezinnen bij elkaar in een flatje zitten. De in 1975 ingevoerde 5%-regeling van het ministerie van volkshuisvesting, die inhoudt dat van de gesubsidieerde woningbouw 5% gereserveerd moet worden voor Suri-namers, geeft onvoldoende ruimte voor de sterke aanwas van Surinamers. Alleen al in 1975 kwamen er 40.000 naar ons land.

Sinds de onafhankelijkheid zijn er vele voorwaarden waaraan men moet voldoen om met de in Nederland verblijvende ge-zinsleden te worden herenigd. Datzelfde geldt trouwens ook voor de remigratie.

Het remigratiebeleid is nog niet geheel uitgewerkt door beide regeringen. Paulien hierover: “Voordat de sociale dienst akkoord gaat met een financiële regeling in verband met de terugkeer, hebben we vaak eindeloos aan de telefoon gehangen. De groep maatschappelijk werkers behan-delt 400 à 500 cliënten per jaar en dat is een aantal, dat weinig ruimte laat voor dat soort tijdrovende activiteiten”.

Naast huwelijks- en gezinsmoeilijkheden komen ook financiële problemen veel voor. Het relatief grote aantal bijstands-trekkers met een minimum-inkomen en vaak hoge huren, gevoegd bij een grote dosis onbekendheid met de Nederlandse consumentenmarkt, zorgt ervoor dat schuldeisers en deurwaarders geregelde bezoekers worden. Een grote zorg voor deze sectie is ook dat CRM in het kader van bezuinigingsmaatregelen mogelijk een inkrimping van hulpverleners en/of ac-tiviteiten zou kunnen bewerkstelligen.

Diakonale bijdragen

In een foldertje, dat wordt verstrekt aan Surinamers, die in ons land aankomen, staat o.a. vermeld “dat de Nederlandse samenleving niet altijd even vriendelijk is en dat Surinamers de laatste tijd vaker slachtoffer van discriminatie worden”. “Onthou bij dit alles dat u hier als burger zekere rechten heeft (discriminatie is in Nederland bij de wet verboden)” staat er dan verder.

Maar wat de wet voorschrijft, is niet het-zelfde als de werkelijkheid te zien geeft. Diakonieën kunnen een belangrijke bijdra-ge leveren aan het wegwerken van de vooroordelen en de taboes.

Dat vraagt in de eerste plaats kennis van het Surinaamse cultuurpatroon. Surina-mers moeten zich niet uitsluitend aanpassen. Ook Nederlanders behoren te leren omgaan met andere volkeren en begrip en respect te tonen voor een andere cultuur. Een goed initiatief hiertoe is dat van de in-terkerkejijke werkgroep voor Surinamers in Friesland. In een brochure getiteld “Vreemdelingen in het beloofde land” wordt een schets gegeven van hoe anders “wij” en “zij” zijn.

Pas als er wederzijds begrip ontstaat, kan er naar praktische oplossingen gezocht worden om problemen uit de weg te ruimen. Dat alles vraagt veel tijd en energie, maar ook teleurstelling en geduld.

Een Surinaams spreekwoord (odo) zegt echter: “Wan pasensi sma no abi lasi na Gado anoe”. oftewel: “Een geduldig mens is een sieraad in Gods ogen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977

Diakonia | 36 Pagina's

Welsuria: tien zware jaren van hulpverlening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken