Bekijk het origineel

In de gevangenis geweest…

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In de gevangenis geweest…

5 minuten leestijd

Er is een tijd geweest dat woorden als “gevangeniswezen” en “reclassering” in de ordinantie voor het diakonaat met name werden genoemd. Een sectie daarvoor zou er “in elk geval zijn” stond er in Ord. XV, 26 (oud).

Het komt niet vaak voor dat een gevange-nispredikant in een boek zijn ervaringen naar buiten brengt. Toch is het goed dat dit eens gebeurt, want voor de meesten van ons liggen begrippen als gevangene en gestrafte zo ver weg dat we er ons maar zelden mee bezighouden. We schermen ons onwillekeurig af tegenover de delinquent en voor velen blijft “een dief” nu eenmaal altijd een dief (al behoren we beter te weten), om van erger maar te zwijgen.

Niet eenzijdig

Het gaat hier over een recente publicatie van drs. H. J. Ter Haar Romeny, gevange-nispredikant in Utrecht, die ons in dit boekje “Ik ben in de gevangenis geweest” laat meeleven met zijn werk en (vooral) met de positie van de gedetineerde, de ingesloten mens. Dat hij dat doet tegen de achtergrond van de totale samenleving is begrijpelijk en terecht, hoewel hij daarbij gelukkig niet doorslaat naar de andere kant en zijn “gemeenteleden” eenzijdig en uitsluitend typeert als slachtoffers van de maatschappij.

Hij spreekt over “ontoelaatbare daden” die gebeuren door “onaanvaardbare mensen”. Maar wel zijn het mensen, met een eigen achtergrond en een eigen geschiedenis, wat méér inhoudt dan de feiten in een dossier. Zij leven en “bestaan” in onze samenleving. Ik citeer:

“Er zijn inderdaad ontoelaatbare daden van mensen. Er zijn ook ontoelaatbare dingen achter de schermen waar geen haan naar kraait, totdat er iets gebeurt! Er zijn ontoelaatbare toestanden, ook meestal achter de schermen verborgen. Toestanden die kiemen vormen, haarden van geestelijke ziekten en afwijkingen”

Volgens de schrijver zijn het normverlies en de nivelleringstendens van deze tijd mede de oorzaak er van dat achterblijvers, initiatieflozen, gedeprimeerden en underdogs steeds verder achterblijven. Minderheidsgroepen in de samenleving — Zuid-Molukkers, Surinamers, buitenlanders in het algemeen — hebben daarbij bovendien de handicap van hun eigen groepsproblemen.

Het gaat om de mens

Ds. Romeny — met meer dan tien jaar ervaring in de Utrechtse strafgestichten — probeert ons in dit boekje, veelal aan de hand van voorbeelden en de weergave van gesprekken, de gedetineerde als mens naderbij te brengen.

Soms voelt de gevangenisdominee, de “bajes-dominee”, zich machteloos, soms worden hem mogelijkheden gegeven. Zo herinnert hij ons er aan hoe Vincent van Gogh gevangenen op de luchtplaats schetste. Gebogen figuren, grauw als de omgeving, leeg en moe. Hij was zelf een van hen.

“En elke keer wanneer je met een gedetineerde contact hebt in déze werkelijkheid (of on-werketijkheid), moet je kijken of je het gelaat ziet van Hem, die onherkenbaar in vernedering en schuld, in leegheid en verachting, zich gelijk gemaakt heeft aan deze minsten van allen”.

Niet alleen woorden

Het is een goed leesbaar boek geworden, dat met nuchterheid en toch met pastoraIe bewogenheid is geschreven. Het is het verhaal van een pastor die in alle openheid zijn werk tracht te doen en daarbij allerlei ontdekkingen doet. Zo schrijft hij ergens dat het hem onmogelijk werd zijn pastoraat alleen verbaal, alleen met woorden uit te oefenen. “De belofte, in woorden gegeven, moet handen en voeten krijgen. Zij moet gelééfd worden en voor mensen, die op de rand leven van het niets, een zin trachten te onthullen.

Zo leerde hij ook er op uit te gaan en kwam o.a. in de gezinnen van gedetineerden. Toen ik dat las, dacht ik: inderdaad, een opnieuw verwaarloosde taak van de kerk. Het zijn de gezinnen die we niet kennen en als we ze kennen worden ze vergeten. En zo wordt de afstand alsmaar groter.

Verbeteringen

In enkele slotopmerkingen wordt gewezen op een aantal verbeteringen die zouden kunnen worden aangebracht. Die betreffen vooral zaken van rechtspleging, voorarrest en strafexecutie. Maar er zijn ook andere wensen.

Terzake van de maatschappij wordt o.a. gesteld:

— Gevangenisstraf beoogt een straf te zijn die “schoonmaakt”. De stigmatiserende werking die dit verhindert, kan verminderd worden door de vermaatschappelijking van het strafsysteem en een mede daardoor opgeroepen verandering in de houding van de maatschappij tegenover de weer in vrijheid gestelde mens. (C, 1)

— De wederopname van de uit detentie in de maatschappij terugkerende mens zij volledig. Ook de Rijks- en Gemeentelijke Overheid (…) sluite de aanstelling van ex-gedetineerden bij voorbaat niet uit. (C,2).

Betreffende de kerk:

— Te bedenken dat velen in doffe berusting bezwijken of in toenemende verwarring en misverstanden omtrent de levens- doeleinden ten onder gaan, terwijl anderen hun kerkelijke feesten vieren, kan de kerk ertoe brengen zich meer op solidariteit toe te leggen en de feesten minder eenzijdig te vieren. (D, 1)

— De kerk neme met blijdschap allen op en aan die voor zichzelf of hun kinderen de dienst der kerk vragen bij doop, avondmaalsviering of huwelijksinzegening. Mensen hiervan uit te sluiten, omdat zij “gezeten” hebben is de kerk onwaardig.

“Ik ben in de gevangenis gewèest: ervaringen van een gestichtspredikant” werd geschreven door drs. H. J. ter Haar Romeny. Het is een uitgave van Ten Have. Baarn, 1977. (126 pag.) Prijs ƒ 14,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977

Diakonia | 36 Pagina's

In de gevangenis geweest…

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken