Bekijk het origineel

Een internaat voor meisjes uit de dorpen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een internaat voor meisjes uit de dorpen

5 minuten leestijd

In 1957 ging mevrouw Ans Meijer voor het eerst naar het toenmalige Nieuw-Guinea. en wel als onderwijzeres. In 1962 keerde ze naar Nederland terug. Op verzoek van “Oegstgeest” kwam ze in 1970 opnieuw naar West-lrian. Aller-eerst om les te geven op de scholings-cursus in Jayapura, maar ook werd haar gevraagd de mogelijkheden te bekijken om een internaat op te richten voor werkende en studerende meisjes. Verschillende classes van de Evangelisch Christelijke Kerk hadden hierom gevraagd.

De afstanden tussen de dorpen en Jayapura (het vroegere Hollandia) zijn enorm groot. Wegen zijn er nauwelijks. Men reist dan ook per boot of vliegtuig: vele dorpen hebben een kleine vliegstrip, waar een vliegtuigje op kan landen. Wil men gaan werken of een opleiding volgen in Jayapura. dan moet men wel onderdak zien te vinden in deze stad.

Aanvankelijk was het internaat met acht meisjes, in het gebouw, waar tot dan toe de scholingscursus gegeven werd. Deze kreeg een nieuwe behuizing en zo kon een begin gemaakt worden. Al spoedig bleek dat de aanvraag de beschikbare ruimte verre overtrof, en er werden plannen gesmeed voor een nieuw te bouwen internaat.

De Nederlandse regering nam drie-kwart van de bouwkosten voor haar rekening. “Oegstgeest” stelde zich garant voor de rest en de inrichtingskosten. “School en Evangelie” voerde in Nederland een actie, en de Wilde Ganzen vlogen een flink be-drag bij elkaar.

Zo konden de plannen worden verwezen-lijkt. In januari van dit jaar werd het nieu-we internaat in gebruik genomen, dat in korte tijd helemaal vol was. Er wonen nu 24 studenten van de universiteit van Jay-apura en 24 middelbare scholieren. Er zijn momenteel nog geen werkende meisjes bij, zoals de opzet was.

De meisjes betalen 4000 roepiah (ƒ 25,—) per maand voor kost en inwoning. Ze verzorgen hun eigen kleding en wasgoed en brengen daartoe o.a. een eigen emmer mee. Zij slapen met z’n zessen op een zaal. Een kamertje-alleen wordt niet op prijs gesteld. Er is een kokkie voor het eten, maar de meisjes hebben zelf ook corvee. Zo kweekt men verantwoordelijk- heidsgevoel aan.

Sommigen hebben een studiebeurs, voor anderen betaalt de familie. Dijkwijls ge-beurt dat in natura: groenten of vruchten, die anders toch door het internaat gekocht moeten worden. De meisjes verdienen wat bij door het maken van kettingen en tasjes, die in Nederland verkocht worden.

Huisregels

De huisregels van het internaat zijn in onze ogen nogal streng. Vrienden mogen slechts op bepaalde uren ontvangen worden en men moet s avonds om 12 uur thuis zijn. Dit geldt ook voor feestjes op de universiteit, die gelukkig vlakbij is. Voorts zijn er vaste tijden voor rusten, huiswerk maken en helpen in de tuin. Met dit laatste hoopt men te bereiken dat het land van West-lrian in de toekomst meer voor land- en tuinbouw wordt benut.

Er wordt gezamenlijk gegeten. In dezelfde ruimte worden ook gesprekken gevoerd over onderwerpen, waarvoor bij de meisjes belangstelling bestaat. Tevens is de ruimte beschikbaar voor bijeenkomsten van de vrouwenvereniging en voor andere kerkelijke activiteiten.

Mevrouw Meijer wordt bij de leiding van dit alles bijgestaan door vier assistenten. Ze hebben een tweepersoonskamer en een eigen badruimte, en genieten ook wat meer vrijheid om uit te gaan.

De bedoeling is dat het internaat in de toekomst geleid zal worden door Iriane-zen. Dat is trouwens in het algemeen het streven in West-lrian. Men is nu veelal nog aangewezen op de beter ontwikkelde mensen van Java en Menado, en de kerk van West-lrian moet ook (nog) een beroep doen op die van Nederland om mensen in te zetten.

Op onze vraag of er voldoende gedaan wordt om meisjes, die er geschikt voor lij-ken, méér scholing te geven, antwoordt mevrouw Meijer dat men hier zeker attent op is. Het komt voor dat een meisje door-gestuurd wordt naar een opleiding voor verpleegster, onderwijzeres of evangeliste.

Men leeft overigens nog zeer eenvoudig op West-lrian. De meisjes van de scho-lingscursus gaan meestal terug naar hun eigen dorp en krijgen daar behalve bege-leiding van hun classis een klein salaris voor hun werk onder hun dorpsgenoten. Veel hebben ze niet nodig; men leeft in fa-milieverband. Eten is er voldoende: groen-ten en fruit, en in de vele dorpen aan zee volop vis. De schaarse kleding draagt men van elkaar. Alles wordt benut; men leeft er nog niet in een weggooi-maatschappij! Aan gezinsplanning wordt weinig of niet gedaan. Er sterven nog vele kleine kinde-ren door ziekte of een ongeluk. De meeste huizen staan gedeeltelijk in het water; daardoor verdrinkt er wel eens een kind. De gezinnen zijn kleiner dan je zou ver-wachten. Bovendien wil men in West-lrian de kinderen zó opvoeden dat zijzelf in de toekomst het land kunnen besturen, en dat men niet meer aangewezen is op mensen van buitenaf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977

Diakonia | 36 Pagina's

Een internaat voor meisjes uit de dorpen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken