Bekijk het origineel

Antillianen in Nederland: staan zij op uw agenda?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Antillianen in Nederland: staan zij op uw agenda?

8 minuten leestijd

Uit het oktober-nummer van mijn kerkblad haalde ik het volgende, onthullende, bericht:Vanaf 19 september wordt er spreekuur ge-houden door een maatschappelijk werkster ten behoeve van de in IJsselstein woonachtige Surinamers/Antillianen. Dit spreekuur is in het leven geroepen om personen afkomstig uit Suriname/Antillen, die vragen en/of moeilijkheden hebben, de gelegenheid te geven in hun taal hierover te praten met iemand, die zelf uit Suriname afkomstig is.

Het is het zoveelste voorbeeld dat Surina-mers en Antillianen over één kam worden geschoren. Alsof Antillianen in ons land extra geholpen zijn met iemand die ”zelf uit Suriname afkomstig is”, en alsof Surinamers dezelfde taal zouden spreken als Antillianen! Wie van zulke gedachten uitgaat, lijkt niet de eerst aangewezene om onze ”rijksgenoten” uit de Antillen, die hier wonen en werken, zo goed mogelijk van dienst te zijn.

Natuurlijk gaat het niet om dit ene geval. Het misverstand dat Surinamers en Antillianen één groep vormen, is nu eenmaal wijd verbreid. Daarom is het goed iets over de situatie van de Antillianen in ons land en hun achtergrond te vertellen. Ik doe dat naar aanleiding van een gesprek, dat ik had met twee mensen, die nauw bij het werk onder Antillianen zijn betrokken. Het gaat hier om ds. W. Kraayenhof, medewerker van de ”werkgroep Antillianen”, die uitgaat van het Protestants Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, en Anco Ringeling, functionaris van de welzijnsstichting voor Antillianen ”Kibra Hacha”, welke stichting opereert in Utrecht en omgeving. Het werk van ds. Kraayenhof komt nog speciaal in dit artikel aan de orde.

Migraties in etappes

De eilandengroep, die wij aanduiden als ”de Nederlandse Antillen”, heeft een heel andere historie gekend dan Suriname. Landbouw op plantages stelde er maar weinig voor, handel en visserij stonden in het middelpunt. Dat leidde er toe dat men op de Antillen veel meer internationaal was georiënteerd. Meer Amerikaans ook. De joden, die in de 17 de eeuw uit Brazilië naar Curaçao trokken, gingen b.v. van het Portugees over op het Spaans, en niet op het Nederlands of op de volkstaal, het Papiamentu. De contacten met het Noord- en Zuidamerikaanse continent waren vele. Dat betrof ook de cultuur en de politiek; er waren nogal wat ballingen, die op de Antillen hun toevlucht zochten. Vanuit de Antillen gingen sommigen vroeger nog wel gemakkelijker in Amerika studeren dan in Nederland. Natuurlijk is er van oudsher een zekere trek geweest naar het ”moederland”. In grote aantallen zijn er echter eerst na de tweede wereldoorlog Antillianen naar Nederland gekomen. Dat had alles te maken met de eigen industrie. De vestiging van oliemaatschappijen op de Antillen in de eerste helft van deze eeuw bracht een economische opbloei. De bevolking steeg enorm: in de periode 1923–1948 met 160% op Curaçao en met 400% op Aruba. De voorspoedige gang van zaken bracht ook de behoefte mee aan een goed opgeleid kader van ”eigen bodem”. De inmiddels betrekkelijk zelfstandig geworden regering van de Antillen en de besturen van de afzonderlijke eilanden stelden beurzen beschikbaar voor studie in Nederland. Dat betekende de eerste echte migratiestroom naar ons land.

In de daarop volgende periode deed in de bedrijven op Curaçao en Aruba de automatisering haar intrede. Gevolg was dat duizenden op straat kwamen te staan. Op een beroepsbevolking van 65.000 mensen waren er in 1965 niet minder dan 15.000 werklozen! Nieuwe vestigingen bleken maar beperkt mogelijk, en zo kwam de overheid ertoe de emigratie speciaal naar Nederland krachtig te steunen. De vorm, die hiervoor werd gevonden, was die van contractarbeid. Hierbij ging het om jonge, ongehuwde Antillianen, die met steun van de regering door bedrijven werden geworven en ook een zekere begeleiding kregen.

Voorzover emigratie zich nu voordoet, is het een persoonlijke zaak. Wel doen zich bepaalde effecten van de wervingsacties nog steeds gelden.

Voor de opvang van Antillianen is het zelfs van buitengewoon belang dat zij in tegenstelling tot de Surinamers, sterk over ons land zijn verspreid.

Van de ongeveer 20.000 Antillianen in Nederland is naar schatting de helft in de vier grootste steden te vinden.

Problemen

Ik vraag mijn gesprekspartners naar de voornaamste problemen, die Antilliaanse immigranten ontmoeten. Ds. Kraayenhof en de heer Ringeling noemen de volgende punten:

— de vooropleiding is vaak onvoldoende

— de studiebegeleiding van de ”bursalen” is vooral wat de persoonlijke aspecten betreft, nogal gebrekkig

— de Antillianen hebben vaak moeite met het hoge werktempo

— doordat de immigratie van Antillianen meer geruisloos verloopt dan bij andere groepen, komen hun problemen minder gemakkelijk aan het licht: er is minder specifieke aandacht voor hun moeilijkheden

— vooral als er weinig contact is met andere Antillianen, weet men niet tot wie men zich moet wenden

— er is veel eenzaamheidsproblematiek

— de verhouding met het ouderlijke milieu op de Antillen is wel eens moeilijk.

De opvang

Nu is er wel degelijk (georganiseerde) opvang in ons land. Verscheidene stichtingen doen welzijnswerk onder Antillianen, en wel in de breedste zin: individuele hulpverlening, voorlichting, mogelijkheden voor ont-spanning en onderling contact, cursuswerk. Soms richten deze stichtingen zich uitsluitend op Antillianen, soms op Antillianen én Surinamers — met de moeilijkheid, die ik in het begin van dit artikel al aanduidde.

Ook de kerken doen ”werk onder Antillianen”. De Rooms-Katholieke Kerk heeft een specifiek pastoraat voor deze groep opgezet. De grote meerderheid van de Antillianen is lid van deze kerk, wat wel mede het gevolg zal zijn van de omstandigheid dat de protestantse meesters op de Antillen indertijd het rooms-katholicisme een acceptabele godsdienst vonden voor hun slaven!

Aan protestantse kant kennen we de al ge-noemde werkgroep Antillianen van het Protestants Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. Dit PCMW is een samenwerkingsverband van het zgn. Commissariaat, waartoe de Generale Diakonale Raad behoort, de Gereformeerde Raad voor Samenlevingsaangelegenheden (GSA) en het Vrijzinnig Protestants Centrum voor Maatschappelijke Toerusting (VPC). Voor de werkgroep Antillianen is, zoals gezegd, ds. Kraayenhof ”uitvoerend” bezig.

Dat gebeurt in meer dan één opzicht ”pro deo”, want zijn boterham verdient hij als districtssecretaris van het Nederlands Bijbelgenootschap. Zijn bemoeienis met de Antillianen komt eenvoudig voort uit het feit dat hij van 1954 tot 1957 predikant was op Aruba en de problemen dus ”van binnenuit’’ kent.

Individuele begeleiding

Het werk van ds. Kraayenhof betreft voornamelijk individuele begeleiding van Antillianen, met wie contacten bestaan, of contacten worden gelegd via anderen. In die begeleiding gaat het om van alles en nog wat. Het is evengoed pastoraat als diakonaat. Problemen in huwelijk en gezin, de relatie met ouders op de Antillen, contacten met andere Antillianen komen aan de orde, maar ook de moeilijkheden bij het vinden van werk, de contacten met ”instanties”, aanpassingsproblemen, huisvestingssituaties. Er is behoefte aan eenvoudige hulp als het schrijven van een brief en het bemiddelen bij een gesprek met een ”deskundige”. En omdat de verhouding met het land van herkomst, speciaal ”thuis”, wel eens moeilijk ligt, moet ook daar worden bemiddeld. Om zijn werk goed te kunnen doen en om zowel in Nederland als op de Antillen deskundig advies te kunnen geven, heeft ds. Kraayenhof meermalen een reis naar ”de West” ondernomen.

Ook úw diakonale aandacht

Er zijn tot nu toe niet veel contacten ge-weest tussen de landelijke groep en plaatselijke gemeenten. De werkgroep Antillianen en ds. Kraayenhof zelf willen niettemin graag assisteren als de plaatselijke situatie daar aanleiding voor geeft. Een diakonaal gerichte gemeente kan volgens ds. Kraayenhof het een en ander voor Antillianen betekenen. Daarbij is niet alleen aan de grotere plaatsen te denken. Juist in de dorpen liggen volgens ds. Kraayenhof taken. Daar kunnen een stuk of wat Antillianen te vinden zijn, die geen of weinig contact hebben met professionele hulpverleners. Juist zij kunnen behoefte hebben aan hulp.

Natuurlijk is er voor die hulp geen ”model” te geven. Of er hulp gegeven moet worden, en welke, hangt sterk af van de situatie en van de mensen om wie het gaat. Iemand, die vanwege een scheiding naar Nederland is getrokken of een kind bij een pleeggezin op de Antillen heeft achtergelaten, zal andere problemen hebben dan een Antilliaan, die weinig contacten heeft en kampt met de taalbarrière. Waarbij het één het ander na-tuurlijk niet uitsluit.

Een diakonie zou in elk geval kunnen nagaan of er:

— wensen zijn

— diensten kunnen worden verleend

— behoefte is aan contact met de kerkelijke gemeente

— voorlichting nodig is over instanties, waarop men een beroep kan doen.

Juist in deze dingen blijkt dat diakonaat niet uit een boekje of een maandblad te leren is! Maar wel kun je iets opsteken van de ervaring van een ander. Die van ds. Kraayenhof bijvoorbeeld. Zijn adres: Patagoniëdreef 78 in Utrecht, zijn telefoonnummer: 030-612888.

Over Surinamers in Nederland verscheen in het oktobernummer 1977 van Diakonia een artikel onder de titel ”Samen leven met Surinamers: makkelijker gezegd dan gedaan”. Dit betrof de werkgroep ”Samen leven met Surinamers” van de Raad van Kerken. Zie pag. 286 e.v.

Aan dat artikel ontbrak nog het adres van ds. P. Jan sen, die deze werkgroep coördineert. Dit adres luidt: Groeneweg 51, Rhenen, tel. 08376-4680.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 1978

Diakonia | 36 Pagina's

Antillianen in Nederland: staan zij op uw agenda?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 1978

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken