Bekijk het origineel

Denken over dienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Denken over dienst

3 minuten leestijd

De diaken is al sinds eeuwen de man met de collectezak. Dat stukje kerkgereedschap is van merkwaardige herkomst. Van de eerste diakenen, die in ons land collecteerden — in 1566 in Amsterdam — wordt meegedeeld, dat zij dat deden met houten schotels, een soort bedelnap dus. De collectezak had nog meer met de bedelnap te maken. Want toen men in de kerk voor de armen ging collecteren, kon den de bedelaars aan de kerkdeuren verdwijnen.

Het was ook altijd een akelig gezicht geweest, die bedelaars. Je wist nooit watje aan ze had en soms werden ze erg opdringerig. Het was niet alleen veel efficiënter, maar ook veel beter voor de gemoedsrust als je een royale gift in het keurige zakje van een ordentelijke diaken kon doen in plaats van wat muntjes in de vieze handen van bedelaars.

Zo zijn de diakenen gaan collecteren. Een vreemde rol eigenlijk voor mannen, die zich verder maar al te vaak ver boven de armen verhieven, machtige heren werden en grote rijkdommen te beheren kregen: toch gingen zij elke zondag publiekelijk met het zakje rond, als bedelaars in de gemeente. Ze maakten er iets stijlvols en plechtigs van, dat de bedelaars snel deed vergeten en zelfs door anderen werd nagevolgd. Maar ze moesten blijven rondgaan en de hand met het zakje ophouden, om hun werk als diaken te kunnen doen.

De diaken als de bedelaar in de eredienst - is dat niet nog altijd zo? Want nog steeds presenteert het diakoniezakje midden in de kerk een stukje nood van mensen, die het slachtoffer zijn geworden van het bestel van deze wereld. Soms is het, alsof ik die bedelaars van onze tijd achter de diakenen aan door de kerk zie rondgaan; geslagen, gekwetste, misvormde, gebroken mensen — een even ordeloze en onheilspellende troep als vroeger die bedelaars aan de kerkdeur.

Als ik zo fantaseer, begrijp ik des te beter, waarom men ooit de bedelaars heeft weggejaagd en de collectezak ingevoerd. Want in de kerk wil ik desnoods wel wat geven, maar niet geconfronteerd worden met alle ellende van de wereld. Ik zoek er de ontmoeting met het goddelijke Woord, de inkeer van het gebed, de verheffing van mijn ziel in het lied, de bevestiging en gemeenschap van het sacrament. De rauwe realiteit die de collectezak me onder de neus houdt, hoort daar toch niet bij?

Toch heeft het meer zin dan veel diakenen zich bewust zijn, dat zij voortgaan met dit weerbarstige werk van het collecteren en zich daarmee in de plaats stellen van wie op hulp van anderen aangewezen zijn. Zoals ook die bedelaars meer gelijk hadden dan zij beseften, als zij samendromden bij de kerkdeuren. Want het hart van een mens moet bewogen worden, wil hij werkelijk naar een ander mens omzien. En waar ter wereld anders dan aan de poort van de tempel mag de bedelaar hopen op het wonder van de medemens, die tegen hem zegt: ”Zilver en goud heb ik niet, maar kom, sta op en ga met mij mee naar binnen?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 1978

Diakonia | 36 Pagina's

Denken over dienst

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 februari 1978

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken