Bekijk het origineel

Boeken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boeken

9 minuten leestijd

Prof. Velema maakt veel goed aan boek over welzijn

Onder de titel ”Met het oog op ons welzijn” is een aantal artikelen gebundeld door de immer ijverig samenstellende Ir. J. van der Graaf. Zes auteurs uit de kring van de ”Gereformeerde Gezindte” hebben zich bezonnen op het sociale vraagstuk. Zij zijn van meet af aan betrokken geweest bij de Gereformeerde Sociale Academie in Ede, zoals nadrukkelijk staat vermeld. Toch weet ik niet of de Vijverberg zo erg gelukkig zal zijn met deze bundel en de opvattingen die daarin voorkomen. De bijdragen zijn van té verschillend niveau en te weinig op elkaar betrokken.

Het is bijzonder jammer dat deze bundel begint met de bijdrage van Ds C. den Boer (Sociaal besef in het licht van het evangelie). Het artikel wordt gekenmerkt door een bittere en bijzonder negatieve instelling. Zo kan er ook geen echte discussie ontstaan over de problematiek. Integendeel, er wordt krampachtig geprobeerd de bestaande structuren te verdedigen met een beroep op de bijbel. Hoezeer je daarbij kunt ontsporen, blijkt op pag. 29, waar Den Boer schrijft ”Maar wij houden het erop, dat ten principale de weg, die de blanke meerderheidsregering (cursief van mij, GH) van Zuid Afrika gekozen heeft om die bevolking tot de gewenste vrijheid te leiden, namelijk via een geleidelijke, voorlopig althans nog gescheiden ontwikkeling, een goede weg is.” Ook de diaken wordt niet geholpen om nieuwe wegen te vinden en het diakonaat gestalte te geven binnen de vele problemen van de samenleving. Zij hebben alleen nog maar een verdedigende functie. ”In het bijzonder de diakonieën moeten weerbaar worden gemaakt. Zij staan, vooral in gemengde gemeenten, vaak alleen en zijn verkocht, voordat ze er erg in hebben.” Als we zo in de kerk met elkaar moeten omgaan, dan loopt elke discussie bij voorbaat al dood.

De andere bijdragen zijn van een beter ge-halte, ook al brengen ze weinig nieuws. Ir. J. van der Graaf (Samen leven in welvaart), W. Huizer (Zicht op welzijn) en Drs. B. J. Wiegeraad (Huidige visies op mens en maatschappij) geven goed weer welke standpunten men heeft ingenomen en van waaruit men het werk verrichten wil, al wordt er weinig concreet gesproken. Men proeft hoeveel moeite men heeft bij het meedoen in de samenlevingsopbouw. W. Huizer schrijft ”Onze deelname staat in de context met de vulling van het begrip welzijn”. Hij kiest niet voor de inclusieve, maar voor de exclusieve houding. Er is een bijdrage van prof. C. Veenhof (De leninistisch-marxistische mens), een overzicht van het dialectisch-materialisme, dat verder geen aanzet is tot een discussie met het marxisme of neo-marxisme.

Naar mijn smaak is de beste bijdrage die van prof. dr. W. H. Velema (Heil en herstel van relaties). In deze bijdrage bespeur je iets van het bezig zijn met de problematiek van de huidige samenleving. Er is een worsteling om een verantwoord standpunt te bepalen. Hier wordt een goede basis gegeven voor gesprek en discussie. Heel belangrijk is de vraag, die hij stelt ”of het geloof voor het maatschappelijk werk een wezenlijke factor is.”

Heel fijnzinnig wordt ingegaan op de vraag naar christelijk en neutraal maatschappelijk werk. Kernpunt is de relatie van heil en heelmaken. Velema grijpt dan terug naar de onderscheiding van Bonhoeffer tussen laat ste en voorlaatste doeleinden. Het laatste doeleind is de relatie tot God. die hersteld mag worden (heil) en de voorlaatste doeleinden zijn dan de herstelde relaties met onze medemensen (heelmaken). Zowel cliënt als maatschappelijk werker kunnen van het laatste geen weet hebben en toch in het voorlaatste er helpend zijn voor elkaar. Velema zegt nog enkele behartenswaardige woorden over de ”koppelverkoop” van geloof en maatschappelijk werk. Het lijkt mij goed deze bespreking te beëindigen met deze bijdrage van Velema onder uw aandacht te brengen, omdat in dit geval de betere wijn tot het laatst bewaard mag zijn. De prijs van deze bundel — uitgegeven bij Kok in Kampen — is ƒ 17,50.

Samen op weg

HANDREIKING TEN DIENSTE VAN DE SAMENWERKING VAN HERVORMDE GEMEENTEN EN GEREFORMEERDE KERKEN OP PLAATSELIJK VLAK

(Kampen/’s Grav. 1977)

Dit boekje is samengesteld door een werkgroep van de Raad van deputaten ”Samen op weg”. Het richt zich tot allen, die willen meewerken aan het langzaam groeiende interkerkelijke samengaan tussen Hervormden en Gereformeerden op plaatselijk vlak. Het gaat daarbij heel nadrukkelijk uit van de mogelijkheden die geboden worden door de betreffende Hervormde ”ordinantie” en de Gereformeerde ”richtlijnen”.

Een overzicht wordt gegeven van de verschillende plaatselijke situaties, die variëren van een incidentele ontmoeting tot een hechte federatie, met daarnaast de gevallen waarin Hervormden en Gereformeerden nog geen enkele mogelijkheid tot samenwerking zien òf Gereformeerden zich slechts tot een Hervormde deelgemeente aangetrokken voelen (en omgekeerd).

De opstellers van dit boekje pleiten sterk voor schriftelijke vastlegging (”omschrijving”) van de gevonden samenwerking.

Niet alleen ter informatie van de gemeente-leden en de eigen bredere kerkelijke orga-nen, maar ook met het oog op de conti-nuïteit binnen de kerkeraden. Afzonderlijk wordt aandacht besteed aan de Doop (in gemeenschappelijke diensten), catechese en toerusting, de viering van het Avondmaal en het gemeenschappelijk pastoraat.

Het hoofdstuk over het diakonaat is kort. Waarschijnlijk vanwege het feit dat hier bepaalde vormen van samenwerking al jaren bestaan. Ik citeer:

”De diakenen hebben ongetwijfeld al in een vrij vroeg stadium van de samenwerking mogelijkheden om veel van hun werk samen te doen. Dikwijls zullen de diakonieën van beide gemeenten al samenwerken in allerlei instellingen op het gebied van gezinsverzorging, maatschappelijk werk, geestelijke gezondheidszorg e.d. De diakenen zouden kunnen beginnen met het werk te inventariseren dat zij ieder in eigen gemeente doen. Aan de hand daarvan kan men dan nagaan wat zich voor gezamenlijk optreden leent”. Gewezen wordt op de mogelijkheden tot samenwerking t.a.v. ouderen, alleenstaanden en gehandicapten en ontwikkelingssamenwerking. Wat de eredienst betreft, daar ’’treden ook de diakenen uit beide gemeenten op, niet alleen voor de inzameling van de gaven, maar ook bij de dienst aan de avondmaalstafel”.

Tenslotte geeft dit boekje adviezen met betrekking tot de financiën, terwijl in enkele bijlagen ter zake dienende artikelen uit kerkorde, ordinantie en richtlijnen zijn opgenomen.

Hoewel deze handreiking uit den aard der zaak is gericht op samenwerking tussen hervormd en gereformeerd, worde de weg naar andere kerken niet geblokkeerd. Men dient er voor op te passen elkaar niet in een keuze-situatie te manoeuvreren, aldus de werkgroep. Een verstandige opmerking m.i., want samenwerking tussen twee groeperingen mag de oecumene niet in de weg staan. Voor een aantal gemeenten zal dit boekje weinig nieuws bieden. Andere zijn nog nauwelijks aan samenwerking toe, terwijl heel wat gemeenten zich in een tussensituatie bevinden. Maar in veel gevallen kunt u aan dit geschrift veel hebben.

Mocht er nog eens een herdruk, verbetering of aanvulling verschijnen, dan zou ik de uitgevers willen adviseren een beknopte literatuurlijst op te nemen. Juist terwille van hen, die nog maar kort ”op weg” zijn en te weinig weten van wat er allemaal al geschreven is. Ook vanwege de genoemde continuïteit.

Hondeslagers en floreenplichtigen

J. A. van Leeuwen, ”Bladerend in oude boeken”. Kleine kerkhistorie van Steggerda, Vinkega en De Hoeve. Stegg. 1977, 64 pag. m. ill. van Joep Bos. Te ontvangen door overmaking van ƒ 10,— op rek.nr 1491.05.142 t.n.v. J. E. Bos van de Rabobank te Steggerda. (Giro Rabo bank: 81.09.86).

Ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de zelfstandige Hervormde gemeente van Steggerda e.o. heeft de plaatselijke predikant de geschiedenis van deze gemeente beschreven.

Na een terugblik op de komst van het Christendom in Friesland, de vestiging van de kerk in dit gebied, de hervorming en de stichting van deze gemeente in 1727, volgen hoofdstukken over de ”handelingen des kerkeraads”, de woelige jaren aan het eind van de 19e eeuw en een hoofdstuk over de 20e eeuw. Tenslotte gegevens over het kerkgebouw, citaten uit de doop-, lidmaat- en trouwboeken en een lijst van de predikanten uit die jaren.

Zo maar een paar titels: Hondeslagers en floreenplichtigen; volkstelling en vervening; censura morum; wezen- en armhuizen; turven en toiletten; voorzangers en organisten. De diakenen Menger, Schuurer en Hornstra hebben uit hun archief materiaal aangedragen voor het hoofdstuk ”Diakonia in majeur en mineur”. Citaat uit de Handelingen van 1817:

”Is beslooten dat allen die eenig onderhoud genieten, verpligt zullen zijn dit in de Kerk na de godsdienst te komen afhalen, zoo lange zij niet door ziekte of ligchaamgebrek daarin verhinderd wordenvoorts dat ieder die overtuigd kan worden zich aan dronkenschap schuldig gemaakt te hebben, gestraft zal worden met het onthouden van het weekgeld, hetwelk hij gedurende eene week anders geniet ”.

Het geld voor de diakonie werd in die jaren ingezameld door de ouderlingen! Het waren bijdragen die eerder op een intekenlijst waren toegezegd. Bij strenge winters e.d. werden extra akties gevoerd om de behoeften te kunnen lenigen.

Ook zorgde de diakonie soms voor de begrafenissen. Na afloop werd dan vaak een maaltijd gehouden. Maar dat werd voor de nabestaanden een kostbare zaak. We lezen dan ook in 1823:

”Met algemeene stemmen wierdt besloten om voortaan bij begraaf missen die vanwege de Diakonie gebeuren geen tot nu toe gebruikelijke maaltijden meer te geven”.

Toen het oude armhuis moest worden afgebroken, bleek de diakonie geen geld te hebben voor nieuwbouw. De kerkvoogdij wilde niet ”overhevelen”. Wel wilde zij een lening verstrekken. Het kan verkeren.

Er bestonden in die jaren niet alleen boetes op het niet of te laat verschijnen in de kerkeraadsvergadering, maar óók als men zonder geldige reden bedankte voor het bekleden van een ambt. Dat overkwam b.v. in 1836 ene B. A. de Boer. Hij werd tot diaken gekozen, maar wilde dit niet aannemen. Het kostte hem ƒ 25,—, een flink bedrag voor die tijd. Maar hij betaalde.

Dominee Van Leeuwen heeft van zijn materiaal een interessant boekje gemaakt. Dankzij de diakonie van Steggerda hoort u er hier ook wat over.

P. W. A. de Wit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1978

Diakonia | 32 Pagina's

Boeken

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1978

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken