Bekijk het origineel

Salaris- en pensioenadvies voor medewerkers in kerkelijke dienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Salaris- en pensioenadvies voor medewerkers in kerkelijke dienst

(NIET van toepassing voor predikanten en kosters).

12 minuten leestijd

Advies nr. 1, 9 februari 1 978.

Voor de salariëring van medewerkers (niet predikanten en niet-kosters) in dienst van een plaatselijke kerk, classis of particuliere synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland is het onderstaande advies van toepassing.
Dit salaris- en pensioenadvies heeft voorlopig niet dezelfde "rechtskracht" van synodewege als het advies predikantstraktementen.
Met ingang van nader te bepalen datum (gestreefd wordt naar 1 januari 1980) zal aan de classes en particuliere synoden gevraagd worden om toe te zien op de naleving van dit advies.

Het advies is als volgt ingedeeld:
A.l: salarisschaal per 1 januari 1 978;
A . l l : inhoudingen op het salaris;
A . l l l : emolumenten
B.: toepassing salarisschalen;
C: pensioenregelingen.

A. I Bruto-salaris per maand per 1 januari 1978
salarisgroep
leeftijd 1 2 3 4 5 6 7 8 9
dienstjaren
in sal. groepen
(zie voor de tabel de originele pdf)

A. II Inhoudingen op het salaris
a. Woninghuur:
Indien de medewerker een huis bewoont, dat eigendom is van de kerk, dient een inhouding te worden toegepast van 12% over de som van salaris en vakantiegeld (= 12,96% van het bruto-salaris).
Indien de werkelijke huurwaarde van het huis lager is dan de bovendoelde inhouding, dient de inhouding te worden bepaald door taxatie van de huurwaarde.
b. Pensioenpremie:
Indien voor de medewerker in kerkelijke dienst een pensioenvoorziening getroffen is volgens de ""Pensioenregeling voor medewerkers in algemene dienst van de Gereformeerde Kerken'" (zie hoofdstuk C.) dient op het salaris het volgende te worden ingehouden. Het inhoudingspercentage is 11,7%; de franchise bedraagt ƒ 1.340,— per maand. De inhouding is 11.7% over (salaris + vakantiegeld minus de franchise). Premie-inhouding per maand: 12,636% van het bruto-salaris, en dat bedrag verminderen met ƒ 156,78
c. De wettelijke inhoudingspercentages voor de werknemersverzekeringen (voor zover van toepassing).

A III - Emolumenten
Boven de genoemde salarissen behoren de volgende emolumenten te worden verstrekt.
a. Vakantiegeld:
8% van het bruto-jaarsalaris. alsmede ƒ 140,28 per jaar voor ieder kind waarvoor recht bestaat op kindergeld (Kinderbijslag). De telling van het aantal kinderen geschiedt in dit verband op dezelfde wijze als voor kindergeld/kinderbijslag. De uitbetaling van vakantiegeld is een wettelijke verplichting. Het totaal van de vakantie-uitkering dient op grond van wettelijke bepalingen minimaal ƒ 1.892,64 per jaar te bedragen voor een ten minste 23-jarlge bij een volledige dagtaak.
b. Kindergeld:
Indien de medewerker voor zijn eerste en tweede kind geen kinderbijslag ontvangt van de Raad van Arbeid, dient de kerk kindergeld voor deze kinderen te verstrekken tot hetzelfde bedrag als anders door de Raad van Arbeid zou zijn uitgekeerd (voor het eerste kind ƒ 54,86 per maand; voor het tweede kind ƒ 1 11,54 per maand).
c. Tegemoetkoming premie ziektekostenverzekering:
Aan de medewerkers die niet verplicht verzekerd zijn ingevolge de Ziekenfondswet, dient jaarlijks een tegemoetkoming te worden verstrekt, ten behoeve van de verzekering tegen ziektekosten. Het netto-bedrag is gebaseerd op de interimregeling ziektekosten van het rijk.
Voor 1978 is de netto-tegemoetkoming:
— voor ongehuwden ƒ 647,04;
— voor gehuwden ƒ 1.294,08, alsmede ƒ 3 2 3 , 1 6 voor ieder studerend of invalide kind tussen de 1 6- en 27-jarig8 leeftijd, waarvoor door de medewerker verzekeringspremie wordt betaald.
De loonbelasting en de eventueel te betalen premie AOW/AWW over de netto-uitkering komen voor rekening van de werkgever.
d. Compensatie premies:
Voor degenen op wie de sociale wetgeving van toepassing is: volledige compensatie van het bedrag aan premie AOW en AWW, dat de medewerker moet betalen over de inkomsten die hij van de kerk ontvangt. Maximum-bedrag van de vergoeding ƒ 5.010,—. Voor hen op wie de sociale wetgeving niet van toepassing is:
Volledige compensatie van het bedrag aan premie AOW, AWW, AKW, AWBZ en AAW, dat de medewerker moet betalen over de inkomsten die hij van de kerk ontvangt. Maximumbedrag van de vergoeding ƒ 7.585,—. Zie verder toelichting in punt B.V.2.

B. Toepassing van de salarisschalen
B.l. Algemeen

a. Voor medewerkers waarvan in de hieronder genoemde voorbeelden de opleiding niet genoemd is. dient een inschaling toegepast te worden die billijk is ten opzichte van de genoemde opleidingsniveaus.
b. De doorloop naar een volgende schaal veronderstelt steeds het aanwezig zijn van ervaring en goede taakuitoefening.
c. Toepassing van schaal 8 is sterk persoonsgebonden, uiteraard ook afhankelijk van ervaring en taakuitoefening, maar veronderstelt in ieder geval het zelfstandig verrichten van een taak met ruime verantwoordelijkheid.
d. Opmerking c. geldt in sterkere mate voor de toepassing van schaal 9. Toepassing van deze schaal kan o.m. aan de orde komen als betrokkene leiding moet geven aan een groepje gesalarieerde medewerkers.
e. Alle salarisbedragen zijn gebaseerd op het verrichten van een volledige dagtaak. In geval van een gedeeltelijke taak worden het salaris en de emolumenten naar evenredigheid bepaald.
f. Voor een bepaalde functie geldt in beginsel één bepaalde schaal uit het advies. Bij een eenmaal vastgestelde inschaling dient geen automatische doorloop naar een hogere schaal plaats te vinden. Dat in de hieronder volgende voorbeelden van inschaling desondanks voor bepaalde functies een doorloop naar een volgende schaal geadviseerd wordt, vindt zijn oorzaak in het feit dat bij het opstellen van dit advies niet voldoende gegevens over alle vóórkomende functies ter beschikking stonden om steeds een exacte inschaling aan te geven. In volgende adviezen zal dit naar behoefte bijgesteld worden. Nu willen we er met nadruk op wijzen dat een doodoop naar een volgende schaal niet automatisch dient plaats te vinden, maar een aparte beslissing vergt. De ontwikkeling van de zwaarste van de functie dient bij deze beslissing een grote rol te spelen.

B.ll - Overgangsbepalingen
Indien er sprake is van een (groot) verschil tussen de bestaande honorering en die volgens het advies is het redelijk om een geleidelijke aanpassing (in max. 3 jaar) toe te passen. Deze aanpassing kan gevonden worden door niet alle werkelijke dienstjaren zonder meer in de nieuwe situatie toe te passen, maar het naasthogere bedrag in de nieuwe tabel. Afhankelijk van het verschil tussen de aldus gevonden fictieve dienstjaren in de nieuwe tabel en de werkelijke dienstjaren kan een doorloop zonder meer plaats vinden of een versnelde doorloop. Als voorbeeld: een medewerker met 6 dienstjaren verdient nu een bedrag van ƒ 1.785,— per maand; na aftrek AOW/AWW-premie blijft een bedrag van ƒ 1.583,—. In de nieuwe tabel kan hij dan ingeschaald worden volgens tabel 1,1e periodiek: ƒ 1.589,— en vervolgens doorlopen naar de volgende dienstjaren.

B.lll - Kerkelijke werkers, evangelisten, pastorale werkers e.d.
1. Kerkelijke medewerkers met een opleiding van het Ned. Bijbel Instituut of een daarmee vergelijkbare opleiding: beginnen in schaal 4 met de mogelijkheid later te worden ingedeeld in schaal 5.
2. Geregistreerd kerkelijk werkers. Dit zijn: medewerkers die ingeschreven staan in het register van kerkelijk werkers van de Gereformeerde Kerken in Nederland, dat door de generale deputaten voor de evangelisatie wordt beheerd. (Zie blz. 419 van Jaarboek 1977.) Zij dienen een functie te bekleden, waarin zij zelfstandig verantwoordelijkheid dragen voor een afgerond (afgebakend) stuk werk (werkterrein), dat duidelijk een kerkelijke signatuur draagt en waaraan ook vrijwillige medewerkers zijn verbonden. De salariëring is mede afhankelijk van vooropleiding en ervaring, b.v.:
— vooropleiding Jelburg e.d. (diploma ""Mikojel""): beginnen in schaal 6;
— vooropleiding "Mikojel"" + voortgezette cursus: beginnen in schaal 7; geheel afhankelijk van de aard van de functie is doorloop naar 8 mogelijk;
— vooropleiding pedagogische academie (volledig bevoegd onderwijzer) of diploma Hogere Sociale Arbeid: beginnen in schaal 7 en later — afhankelijk van de taak — eventueel doorloop naar schaal 8. In uitzonderingsgevallen kan schaal 9 worden toegepast. Zie hiervoor de opmerkingen.
3. Hulppredikers, evangelisten, pastorale werkers, e.d. voor zover niet vallend onder 1 of 2: salariëring afhankelijk van ervaring en vooropleiding, b.v.:
— zonder bijzondere vooropleiding en ervaring: schaal 4;
— werkers met ruime ervaring, of met gerichte persoonlijke opleiding: schaal 5, eventueel na begonnen te zijn in schaal 4. Later mogelijk doorloop naar schaal 6;
— werkers met opleidingen als genoemd onder 2, zonder de opleiding voor ""kerkelijk werker" en die niet als ""kerkelijk werker'" zijn geregistreerd: afhankelijk van opleiding en ervaring beginnen in schaal 5 of 6 met later doorloop naar schaal 6 resp. 7;
— werkers met kandidaatsexamen theologie (""nieuwe stijl'"): schaal 7 c.q. voor oudere werkers schaal 8;
- werkers die doctoraal examen theologie hebben afgelegd (geen predikanten): schaal 7, met doorloop naar schaal 8.

B.IV - Medewerkers verbonden aan een kerkelijk bureau
1. Typiste/jongste bediende: Schaal 1, met doorloop naar 2: Eenvoudige steeds wederkerende werkzaamheden van hetzelfde karakter, onder leiding verricht, waarvoor geen of geringe vakkennis doch wel een zekere vaardigheid en nauwkeurigheid is vereist. Aan vooropleiding worden in het algemeen geen bijzondere eisen gesteld (lager onderwijs, huishoudschool, eventueel middenstanddiploma); voor typistes is een typediploma vereist. Schaal 3, met doorloop naar 4: Medewerkers wier arbeid een zekere graad van vakkennis en een grote mate van praktijkervaring alsmede redactievaardigheid vereist en die hun werk in zekere mate zelfstandig verrichten. De in het algemeen vereiste vooropleiding omvat Mulo- of Mavodiploma, aangevuld met praktijkdiploma's naar gelang de functie (boekhouden, steno, typen, e.d.).
2. Administratieve medewerkers: Medewerkers wier arbeid uitgebreide kennis vereist van het kerkelijk werk, de nodige redactievaardigheid, en die eindverantwoordelijkheid op beperkt gebied dragen. Vereiste voorop-- leiding: Mavo- of Havodiploma, aangevuld met praktijkdiploma. Toepassing schaal 4.
3. Zelfstandig administrateur/boekhouder: Arbeid, waarvoor een meer uitgebreide kennis van het kerkelijk werk vereist is en de nodige redactievaardigheid. Werkzaamheden o.m. het volledig opstellen van jaarstukken, bijhouden ledenstatistiek e.d. De vereiste schoolopleiding omvat in het algemeen Mulo-Havo aangevuld met vakdiploma"s. Toepassing schaal 5. Indien deze medewerkers tevens leiding geeft aan meerdere medewerkers van het kerkelijk bureau, kan bij een goede taakuitoefening een inschaling in schaal 6 of doorloop naar schaal 6 en in bijzondere gevallen naar schaal 7 toegepast worden.

B.V - Opmerkingen
1. De bovengenoemde salarissen en omschrijvingen zijn niet van toepassing op emerituspredikanten, die hulpdiensten verrichten. Hun honorering dient geval voor geval in overleg te worden bepaald, waarbij het in het algemeen aanbeveling verdient, dat de som van die honorering en het emeritaatsgeld van de predikant niet hoger is dan het predikantstraktement bij 20 dienstjaren.
2. In punt A.lll.d. is sprake van compensatie AOW enz. In dit verband is het volgende van belang. Voor medewerkers, op wier salaris loonbelasting moet worden ingehouden (dat zijn alle medewerkers die onder de sociale wetgeving vallen), betaalt de werkgever de premie AKW, AWBZ en AAW. De medewerker betaalt zelf de premie AOW en AWW. Voor deze medewerkers heeft de premiecompensatie dus alleen betrekking op het bedrag, dat voor de AOW en AWW op hun loon wordt ingehouden. Het maximum van de compensatie is in 1 978 voor hen ƒ 5.010,—. Daarnaast kan het voorkomen, dat een medewerker door de bedrijfsvereniging niet geaccepteerd wordt als "werknemer in de zin van de sociale wetgeving"", omdat zijn functie wordt geacht arbeid van geestelijke aard in te houden. Zo'n medewerker valt dus niet onder de sociale wetgeving en er bestaat geen verplichting om op zijn salaris loonbelasting en premie AOW/AAW in te houden. Geadviseerd wordt echter, die inhouding wel toe te passen, en dan als werkgever ook de premie AKW, AWBZ en AWW te betalen. Doet u dat, dan onderscheiden deze medewerkers zich wat dit betreft niet van de anderen en blijft de premiecompensatie voor hen ook beperkt tot die voor de AOW en AWW, met voor 1978 een maximum van ƒ5.010,—. Houdt u op het salaris van de medewerkers met "arbeid van geestelijke aard"" geen loonbelasting in, dan betaalt u voor hen ook geen premie AKW, AWBZ en AAW. De medewerker ontvangt dan zelf van de fiscus een aanslag voor de premie van alle vijf genoemde wetten: de AOW, AWW, AKW, AWBZ en AAW. In dat geval geldt voor de premiecompensatie het gestelde in punt A.lll.d.
3. De salariëring is afgeleid van de salariëring die de overheid toepast voor de ambtenaren. In het algemeen zullen de door de overheid toegepaste wijzigingen in het volgende salarisadvies worden opgenomen.

C. Pensioenregeling
Aanbevolen wordt om voor de medewerkers in kerkelijke dienst van 25 jaar of ouder en de jongere gehuwde mannelijke medewerkers een pensioenverzekering af te sluiten op basis van het ""pensioenreglement voor medewerkers in Algemene dienst van de Gereformeerde Kerken in Nederland"". De tekst van deze regeling is te vinden in de losbladige Kerkorde — bijlage X punt 9 — of aan te vragen bij het Algemeen secretariaat Gereformeerde Kerken (afdeling Personeelszaken), postbus 202 te Leusden. Deze regeling is, zoals de naam aangeeft, tot nu toe alleen toegepast voor de medewerkers in dienst van de Generale synode. Per 1-1-1978 wordt deze regeling ook opengesteld voor alle plaatselijke en regionale medewerkers in dienst van de Gereformeerde Kerken, classes of particuliere synoden. De kerken (en classes en P.S.'n) worden dringend verzocht om voor hun medewerkers zich aan te melden voor deze regeling, om op deze wijze te kunnen bewerkstelligen dat voor alle kerkelijke medewerkers, ongeacht bij welke kerkelijke instantie zij in dienst zijn, éénzelfde pensioenregeling getroffen wordt. De dienstjaren worden vanaf de datum van premiebetaling meegeteld voor de bepaling van het pensioen. De regeling kent bij een maximaal aantal dienstjaren van 40 een ouderdomspensioen toe van 70% van het gemiddelde salaris over de laatste twee jaar, onder inbouw van 80% van de AOW-uitkering. De premie bedraagt 24% waarvan 11,7% minus een franchise door de werknemer wordt betaald. Op ingegane pensioenen wordt, voor zover de middelen toereikend zijn, een toeslag gegeven. De verzekering van deze regeling wordt uitgevoerd via het pensioenfonds "'Samenbinding".

9 februari 1 978, Deputaten voor Financiën en organisatie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Salaris- en pensioenadvies voor medewerkers in kerkelijke dienst

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken