Bekijk het origineel

Denken over dienst (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Denken over dienst (3)

3 minuten leestijd

Het collecteren is vanouds de eerste hoofdtaak van de diaken, het uitdelen de tweede. Hij gaat de kerk uit en de wereld in met de gaven, die hem ter beschikking zijn gesteld. Dal behoeven niet alleen collectegelden te zijn. maar ook minder tastbare zaken: beschikbaarheid, persoonlijke inzet, gedachten over dienstbetoon, inspiratie.

Nu gaat er buiten de kerkdeuren bepaald geen gejuich op als de diaken verschijnt. Aan zijn historische aandeel in de armenzorg heeft hij geen goede naam overgehouden. Zijn meer recente optreden als bestuurder van welzijnsinstellingen is hem ook nauwelijks in dank afgenomen. En als maatschappelijk actievoerder lijkt hij al bij voorbaat ongeloofwaardig. Het beetje geld dat hij meebrengt kan niet veel zoden aan de dijk zetten en zijn ideële bagage maakt hem hoogstens verdacht: waar is hij eigenlijk op uit?

Om dienstbaar te kunnen zijn, moet de diaken dus eerst vrij veel achterdocht overwinnen en proberen wat vertrouwen te wekken. Het liefst gaat hij dus maar gauw ergens aan de slag, waar men hem gebruiken kan: de organisatie van een stukje dienstbetoon, de bouw van een onderkomen voor jongeren of bejaarden, het werken aan de leefbaarheid van een dorp of een buurt. Als hij maar flink de handen uit de mouwen steekt, wordt hij dan wel geaccepteerd.

Omdat hij bereid is zich in te zetten, komt er spoedig veel werk op hem af. Subsidieregelingen. bouwtekeningen, bestemmingsplannen; overleg met welzijnswerkers. technici, ambtenaren; agenda’s vol vergaderingen. Hij wordt specialist met de specialisten, hij kan zelfs zijn mede diakenen nauwelijks meer duidelijk maken waar het allemaal over gaat. Maar ondertussen realiseert hij zich. dat er in de wereld blijkbaar wel behoefte is aan zijn persoonlijke inzet. maar niet aan de gaven, waarmee hij op pad is gestuurd.

Diep in zijn hart begint hij het zelf moeilijk te krijgen met die gaven van de gemeente. De collecteopbrengst is. vergeleken bij wat er nodig is. minder dan een druppel op een gloeiende plaat. De beschikbaarheid en persoonlijke inzet van gemeenteleden vallen als puntje bij paaltje komt tegen. De verheven woorden die van de kansel worden gesproken over dienstbaarheid en inspiratie lijken maar weinig te maken te hebben met concrete menselijke ellende. De diaken gaat zich afvragen. of hij eigenlijk wel wat uit te delen heeft.

Zo wordt hij een vreemdeling op de plaats, waar hij dienstbaar tracht te zijn. Hij weel niet meer. of hij er wel thuis is, wat hij er eigenlijk doet. hoe hij er terecht kwam. En hij merkt dat hij om nog iets anders vreemdeling is: hij heeft weet van een ander rijk, dat hij zijn vaderland noemt.

Vreemdelingen hebben het nooit gemakkelijk. Ze worden op zijn best geduld, dikwijls gediscrimineerd, soms vervolgd. Maar nu en dan is het juist de kwetsbare vreemdeling, aan wie mensen hun nood klagen, hun diepste beweegredenen openleggen, hun mens zijn beleven. Wie dat meemaakl begint iets te begrijpen van de manier, waarop de dienst van onze Heer in de wereld verricht wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1978

Diakonia | 32 Pagina's

Denken over dienst (3)

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1978

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken