Bekijk het origineel

Uitvoeringsbepalingen bij art. 5 K.O. en art. 56 lid 2 K.O.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uitvoeringsbepalingen bij art. 5 K.O. en art. 56 lid 2 K.O.

9 minuten leestijd

De synode heeft kennis genomen van
het eerste gedeelte van het rapport van deputaten voor de Kerkorde inzake de uitvoeringsbepalingen bij art, 5, 6 en 7 K.O.

A. De synode overweegt:
1, het is noodzakelijk de tekst van art. 5 lid 3 aan te passen aan die van art. 5 lid 2 K.O,;
2, het verdient aanbeveling het woord "elders"" in art, 5 lid 3 K.O, nader aan te duiden;
3, wijzigingen, voortvloeiend uit bovengenoemde overwegingen, zijn van formele aard,

De synode besluit:
Art. 5 lid 3 wordt als volgt definitief vastgesteld:
'Ten aanzien van hem, die aan een andere hogeschool of universiteit in binnen- of buitenland een theologische opleiding ontvangen heeft, zullen de in lid 2 bedoelde deputaten handelen overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen."

B. De synode spreekt uit:
de beslissing inzake het al of niet verlengen van het proponentschap staat aan de classis die beroepbaar stelde.

De synode besluit:
Het besluit van de synode van Maastricht (acta, art, 68, 1 6) dat verlenging van het proponentschap moet worden aangevraagd bij examen-deputaten, wordt ingetrokken,

C. De synode besluit:
1, de uitvoeringsbepalingen bij art, 5 lid 2 K,0. worden als volgt vastgesteld:
I. Toelating tot het proponentschap van hen, die een theologische opleiding hebben ontvangen aan de Theologische Hogescholl van de Gereformeerde Kerken in Nederland of aan de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit. (Uitvoeringsbepalingen bij artikel 5 lid 2 K.O.).
1, Hij, die staat naar het ambt van dienaar des Woords, dient zich, na voltooiing van de in artikel 5 lid 1 en 2 K,0. bedoelde theologische opleiding, te melden bij de in artikel 5 lid 2 genoemde deputaten om zich te onderwerpen aan het praeparatoir examen.
2, Bij deze aanmelding worden de volgende bescheiden overgelegd:
a, een bewijs dat met goed gevolg het examen is afgelegd, hetzij aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland, hetzij aan de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit, dat krachtens besluit van de generale synode toegang geeft tot de kerkelijke examens,
b, een getuigschrift betreffende zijn belijdenis en levenswandel van de kerk of kerken, tot welke de aanvrager gedurende de laatstverlopen twee jaren behoorde,
3, Deputaten gaan na of de onder 2 bedoelde bescheiden in orde zijn en stellen vervolgens een onderzoek in naar de beweegredenen, die de aanvrager er toe brachten te staan naar het ambt van dienaar des Woords,
4, Indien dit onderzoek een bevredigend resultaat heeft zullen deputaten de aanvrager ten overstaan van de in artikel 5 lid 2 K.O, genoemde classis het praeparatoir examen afnemen.
5, Aan het examen zijn voor de aanvrager geen kosten verbonden, tenzij de classis daarvoor in een buitengewone bijeenkomst samenkomt: in dat geval kan de classis besluiten de aanvrager de gemaakte kosten of een deel daarvan in rekening te brengen,
6, Het praeparatoir examen behelst een onderzoek naar:
a. de geschiktheid voor de prediking; de aanvrager maakt daartoe een preek over een tekst uit de Heilige Schrift of een Zondagsafdeling van de Heidelbergse Catechismus, welke hem ten minste drie weken voor het examen door deputaten is opgegeven; hij levert deze preek ten minste een week voor het examen bij deputaten in en voegt daarbij zoveel afschriften als door dezen gewenst wordt; deputaten zorgen er voor dat tijdig aan alle afgevaardigden naar de classicale vergadering, waarin het examen wordt afgenomen, een afschrift van de preek wordt gezonden;
b, de vertrouwdheid met de leer en de belijdenis van de kerk,
7, Na afloop van het examen overleggen deputaten terstond over de uitslag daarvan en doen vervolgens aan de aanvrager en de classis mededeling van hun beslissing. 8, Is de uitslag van het examen gunstig, dan zullen deputaten de classis voorstellen de aanvrager als proponent beroepbaar te stellen. Als de classis hiertegen overwegende bezwaren heeft en deze ook in een nader overleg met deputaten niet worden weggenomen, zal de classis zich met haar bezwaren wenden tot de particuliere synode, die terzake een beslissing neemt.
9, Is de uitslag van het examen ongunstig, dan zullen deputaten na overleg met de classis beslissen of en zo ja wanneer een tweede examen zal plaatsvinden.
10, Voordat de aanvrager als proponent beroepbaar wordt gesteld, zal hij het in artikel 26 lid 2 K.O. genoemde ondertekeningsformulier, nadat dit hem is voorgelezen, ondertekenen,
1 1, Vervolgens zal de classis de aanvrager als proponent beroepbaar stellen. Deze beroepbaarstelling geeft de proponent de bevoegdheid om gedurende één jaar in de kerken te proponeren. Indien hij verlenging van deze bevoegdheid verlangt, kan de proponent dat drie maanden voor het verstrijken van die termijn verzoeken aan de classis, die hem die bevoegdheid verleende, zulks onder mededeling van de redenen voor zijn verzoek en onder overlegging van een getuigschrift betreffende zijn belijdenis en levenswandel van de kerk of kerken, tot welke hij sedert zijn praeparatoir examen of de laatste verlenging van zijn bevoegdheid heeft behoord. In overleg met deputaten kan de classis de bevoegdheid tot proponeren voor één jaar verlengen,
1 2, De classis zal een proponent, die geen op hem uitgebracht beroep aanneemt, ter verantwoording roepen met betrekking tot de vraag of het hem ernst is met zijn wens toegelaten te worden tot het ambt van dienaar des Woords en van diens antwoord deputaten op de hoogte stellen, Achten classis en/of deputaten dit antwoord onbevredigend, dan kan de classis na overleg met deputaten besluiten het proponentschap te beëindigen.
1 3, Indien de proponent bij de beroepbaarstelling belangrijke redenen blijkt te hebben om voorlopig niet een eventuele beroeping in overweging te nemen, zal de classis hiervan bij de beroepbaarstelling uitdrukkelijk mededeling doen en hem voor één jaar preekconsent verlenen, welk consent op gelijke wijze kan worden verlengd als aangegeven is onder 1 1.
Groningen 1927, art. 1 12
Amsterdam 1 936, art. 269
"s-Gravenhage 1949, art. 329
Sneek 1969, art. 400
Haarlem 1973, art. 1 1 5
Zwolle 1978
2. de uitvoeringsbepalingen bij art. 5 lid 3 K.O. worden als volgt vastgesteld:
II. Toelating tot het proponentschap van hen, die elders een theologische opleiding ontvangen hebben. (Uitvoeringsbepalingen bij artikel 5 lid 3 K.O.)
1, Hij, die zijn theologische opleiding niet aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland of aan de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit doch aan een andere hogeschool of universiteit in binnen- of buitenland heeft ontvangen en toch staat naar het ambt van dienaar des Woords in de Gereformeerde Kerken in Nederland, dient zich eveneens te melden bij dg in artikel 5 lid 2 K,0. genoemde deputaten met het verzoek zich te mogen onderwerpen aan het praeparatoir examen.
2, Deputaten dragen dan zorg voor een bij de aanvrager in te stellen afzonderlijk onderzoek, dat in de plaats treedt van het examen, dat krachtens besluit van de generale synode toegang geeft tot de kerkelijke examens. Dit onderzoek wordt als volgt geregeld:
a, deputaten richten zich tot de hoogleraren van de Theologische Hogeschool en die van de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit met het verzoek de aanvrager te examineren in de vakken van het zoeven genoemde examen;
b, dit examen wordt, hetzij door de hoogleraren van de Theologische Hogeschool, hetzij door die van de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit, hetzij door een uit beide groepen hoogleraren samengestelde commissie afgenomen onder verantwoordelijkheid van de generale synode;
c, de hoogleraren, die het examen zullen afnemen, stellen tijd en plaats daarvan vast met dien verstande, dat het examen plaats vindt binnen drie maanden nadat het is aangevraagd;
d, vóór het examen legt de aanvrager binnen- of buitenlandse getuigschriften over. waaruit blijkt, dat hij een zodanige algemene ontwikkeling verworven heeft, als geëist mag worden tot het afleggen van wetenschappelijke examens;
e. bij gunstige uitslag van het examen verstrekken de bedoelde hoogleraren de aanvrager een desbetreffend bewijsstuk,
3. Hierna meldt de aanvrager zich onder overlegging van dit bewijsstuk alsmede van een getuigschrift betreffende zijn belijdenis en levenswandel van de kerk of kerken tot welke hij gedurende de laatstverlopen twee jaren behoorde wederom bij de onder 1 genoemde deputaten.
4. Voor het overige is op de aanvrager van toepassing het hierboven onder 13-13 bepaalde.
5. Voor hem, die zijn theologische opleiding ontving aan de Protestantse Theologische Faculteit te Brussel, geldt het volgende:
a. De Gereformeerde Kerken in Nederland erkennen de Protestantse Theologische Faculteit als opleiding voor hen, die een Gereformeerde Kerk in België als een predikant willen gaan dienen;
b. hij, die lid is van een Gereformeerde Kerk in België (van Belgische of Nederlandse nationaliteit) kan van de Protestantse Theologische gebruik maken om predikant te worden in een Gereformeerde Kerk in Nederland; hij moet dan echter wel met goed gevolg aan de Theologische Hogeschool of de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit een meer op de Nederlandse kerkelijke achtergronden gerichte naopleiding volgen en een testimonium daarvan bij zijn aanmelding voor het praeparatoir examen overleggen;
c. de onder b, genoemde mogelijkheid staat niet open voor hem, die lid is van een Gereformeerde Kerk in Nederland, ook niet wanneer hij zijn lidmaatschap van deze kerk beëindigt en zich met het oog op een voorgenomen studie aan de Protestantse Theologische Faculteit in of nabij België vestigt en zich aansluit bij een Gereformeerde Kerk aldaar;
d. bij wijze van uitzondering wordt het onder b. gestelde ook van toepassing verklaard op diegene uit de zoeven (onder c.) bedoelde categorie gereformeerden, die aan de Protestantse Theologische Faculteit reeds was ingeschreven vóór 1 januari 1978;
e. voor diegene uit diezelfde categorie, die zich na 1 januari 1 978 laat inschrijven aan de Protestantse Theologische Faculteit geldt de studie aan deze faculteit niet als (deel van de) opleiding tot predikant van een Gereformeerde Kerk in Nederland;
f. hij, die de onder b, genoemde naopleiding heeft gevolgd, dient zich met het daar eveneens genoemde testimonium daarvan en een getuigschrift betreffende zijn belijdenis en levenswandel van de kerk of kerken tot welke hij gedurende de laatstvedopen twee levensjaren behoorde, te melden bij de onder 1 genoemde deputaten met het verzoek zich te mogen onderwerpen aan het praeparatoir examen;
g. voor het overige is eveneens op hem van toepassing het hierboven onder I 3-13 bepaalde,
Amsterdam 1892, art. 2
Leeuwarden 1920, art. 29
Amsterdam 1936, art. 270
Zwolle 1978, art.
3, de uitvoeringsbepaling bij art. 56 lid 2 K.O, wordt als volgt vastgesteld:
1, de examen-commissie zal bestaan uit minimaal negen leden;
2. het aantal dienaren des Woords zal het aantal ouderlingen met één overtreffen.
4, de gewijzigde artikelen 5, 26 en 56 K.O. benevens de uitvoeringsbepalingen treden 1 september 1978 in werking;
5, deputaten wordt dank gezegd voor hun arbeid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Uitvoeringsbepalingen bij art. 5 K.O. en art. 56 lid 2 K.O.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken