Bekijk het origineel

Droom werd geen werkelijkheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Droom werd geen werkelijkheid

Gemeenschappelijke verklaring over Maaltijd des Heren

7 minuten leestijd

In 1976 verscheen, na jaren van studie en overleg, de ontwerpverklaring 'Intercommunie en ambt'. De van de Raad van Kerken uitgaande commissie bood haar rapport in een begeleidend schrijven aan als "een basis voor een gemeenschappelijk vieren en beleven van de Maaltijd des Heren (en) evenzeer als een uitgangspunt voor verder kerkelijk handelen." Ik herinner me nog het gevoel van opgetogenheid en bevrijding dat zich van mij meester maakte, toen ik het rapport voor de eerste keer las. Hier werd op een nieuwe, verrassende, ontroerende en bevrijdende manier over de geheimen van de Maaltijd gedacht en geschreven. De commissie was er In geslaagd uit het sinds lange tijd doodlopende slop van de tegenstellingen te raken door het zo afwisselende en boeiende landschap van de 'bijbelse gegevens' opnieuw in kaart te brengen. De soms nogal stoffige of beslagen leesbril van de traditionele theologie was eindelijk schoongeveegd. De belangrijkste en beslissende stap: een gewaagde sprong over de bergen en ravijnen van de oude theologie van de tegenstellingen heen, terug naar de christelijke bronnen. De toon van de verklaring had dan ook iets hymnisch over zich. Kortom — een schok van onverwachte herkenning.

Uitbundigheid
In het rapport dat deputaten Reformatie- Rome hierover aan de synode uitbrachten vind je dan ook iets van deze uitbundigheid terug: zoveel overeenstemming op vertrouwde, bijbelse grond moet minstens tot aanvaarding en herkenning van elkaar leiden.
Vandaar ook, dat deputaten aan de synode verzochten om deze verklaring als een basis voor de gemeenschappelijke viering van de Maaltijd des Heren en als uitgangspunt voor verder kerkelijk handelen te aanvaarden en naarstig te zoeken naarde geëigende wegen om tot een gemeenschappelijke viering van de Maaltijd en een wederzijdse herkenning van de ambten te komen. Daarbij hing uiteraard heel veel, zo niet alles, af van de reacties van de andere kerken.

Synode meer gereserveerd
De synode stelde zich van meet af aan terughoudender op. Zij probeerde weliswaar deputaten in hun opgetogenheid te volgen, sprak ook haar waardering voor het vele geleverde werk uit, maar bleef gereserveerd staan tegenover de pogingen van de commissie om de oude controversen zomaar buiten beschouwing te laten. In het rapport dat de synodale commissie uitbracht vind je de oude vragen en bedenkingen dan ook stuk voor stuk terug. Dat blijkt ook uit de uiteindelijke besluiten. Daarin wordt de verklaring wel als uitgangspunt van voortgaande bezinning aanvaard, maar blijft de relatie met 'een verder kerkelijk handelen' naar mijn gevoel tenslotte onduidelijk.
Weliswaar wordt de mogelijkheid dat deze verklaring in de toekomst zou kunnen dienen als een basis voor gemeenschappelijke vieringen en als uitgangspunt voor verder kerkelijk handelen niet uitgesloten (de herkenning is er). Maar daar wordt dan direct aan toegevoegd, dat de (in het algemeen positieve beoordeling die de synode aan deze verklaring geeft nog niets inhoudt voor een 'daadwerkelijk gemeenschappelijk vieren van de Maaltijd en een wederzijdse erkenning van de ambten'. De ene zin lijkt de andere weer haastig in te slikken. Met enige nadruk wordt daarbij verwezen naar de eventuele reacties van de andere kerken en naar de mogelijke belemmeringen die bij een verdere doordenking van de in de verklaring aanwezige onduidelijkheden nog zou kunnen ontstaan.

Bisschoppen: oude tegenstellingen
Die reacties zijn er inmiddels. De rooms-katholieke bisschoppen spreken hun waardering over het geleverde werk uit (een bijna verplicht nummer in elke reactie), prijzen de vrome en verheven toon van het document, achten het uitnemend voor verdere studie geschikt en keren dan vervolgens gretig tot de oude vragen en geschillen terug. Het 'nieuwe' wordt gemeten aan het oude.
Dan blijkt al heel gauw dat de normen voor de toelating van niet-katholieken tot de viering van de eucharistie vooralsnog niet verruimd kunnen worden. Daarvoor is een grotere gemeenschap in het geloof nodig en een verdergaande duidelijkheid. Men denkt dan met name aan vragen, zoals de werkelijke tegenwoordigheid van het Lichaam en Bloed van Christus, het onderscheid tussen het algemeen priesterschap der gelovigen en het ambtelijk priesterschap. Ook aan de vragen over de apostolische successie (de paus als opvolger van Petrus) en de betekenis van het primaat van de bisschop van Rome. Zelfs al zouden deze en andere vragen oplosbaar blijken, dan nog blijft het probleem van de totale beleving van de kerkelijke gemeenschap levensgroot overeind staan. Aldus de bisschoppen.
Zonder al te veel moeite zou zelfs de niet-ingewijde in deze opsomming een bijna volledige inventarisatie van alle traditionele geschilpunten herkennen. De bijbelse bezinning van de commissie over de betekenis van de 'gedachtenis', de functie van de Maaltijd, de plaats van de verzoening, de aanroeping van de Geest, het verband met de verrijzenis, de relatie met het joodse pesachmaal, de gerichtheid op de toekomst en de consequenties voor het diakonaat, heeft daar niets aan kunnen veranderen.

Eigen spiegelbeeld
Is het in de andere kerken veel beter? Of zoekt ook hier iedere groepering in de eerste plaats naar de (h)erkenning van het eigen spiegelbeeld? De doopsgezinden zijn van mening, dat de Maaltijd van de Heer een gemeenschap van wederzijdse saamhorigheid veronderstelt, niet schept of oproept. Daar waar mensen werkelijk bij elkaar horen en bereid zijn om eikaars leven in navolging van de Heer te delen, kan de Maaltijd worden gevierd. Anders is dat onmogelijk. Kerkelijke of theologische verschillen doen daarbij weinig ter zake. Ambten spelen nauwelijks een rol.
Ook hier een bevestiging van bestaande opvattingen en een herhaling van de eigen identiteit. Van een werkelijke tegenwoordigheid van een Heer, die mensen bij elkaar brengt en met elkaar verzoent is hier eigenlijk al geen sprake meer.
Remonstranten hebben moeite met een al te massief spreken over de tegenwoordigheid van de Geest en de veronderstelde koppeling tussen doop en avondmaal.
Het meest positief lijken de hervormden en de luthersen te reageren. De hervormde kerk spreekt de hoop uit dat de verklaringen ook in andere kerken zullen leiden tot een open en oecumenisch avondmaal. Overigens kennen de hervormden deze praktijk al sinds 1966, wat dr. C. P. van Andel de opmerking ontlokt: "Met andere woorden: wordt hervormd en doe als wij I"

Grafschriften?
Dit lijkt een triest verhaal. En dat is het ook. De gemeenschappelijke verklaring dreigt voorgoed de ijskast in te gaan, de meeste reakties zijn grafschriften. De eigen kerkelijke traditie wint het (en niet alleen bij Rome!) opnieuw van de Schrift. Het ambt bepaalt het sacrament en niet andersom.
Ons vertrouwen in de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer is kennelijk toch niet zo groot. Pas als alle problemen zijn opgelost en alle vragen uitgepraat durven wij samen aan één tafel te gaan zitten en dan mag Hij komen. Maar waar de schok van de herkenning zo hevig is als in deze verklaringen mogen wij Hem niet te lang meer laten wachten.
We moeten er dan ook op durven rekenen dat Hij echt werkelijk aanwezig is en zelf met ons verder wil gaan. Tenslotte blijft Hij de enige Gastheer en zitten wij aan Zijn tafel. Intussen: in de Paasverhalen verschijnt Hij altijd onverwacht en breekt Hij met ons het brood terwijl wij nog 'onderweg' zijn I Kerken mogen niet stil blijven staan bij hun eigen geliefkoosd verleden. Via nieuwe gezichtspunten dringt ook de toekomst van de Heer zich aan ons op: de exoduservaring, de gemeenschapsbeleving, de diakonale verantwoordelijkheid. Ze hangen allen samen met de viering van de Maaltijd! Het ambt staat in dienst van de tafel.
Hoe ver staan wij daar nog vandaan? Je kunt ook te ver weg zijn!
De commissie heeft het opgegeven.
En wij?


Drs. Eikelboom, predikant te Vlaardingen, is lid van de Sectie Reformatie-Rome van deputaten oecumene binnenland.


Fotobijschrift
Commissierapport had geen consequenties voor de praktijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Droom werd geen werkelijkheid

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken