Bekijk het origineel

Samenspel van ouderlingen en diakenen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Samenspel van ouderlingen en diakenen

5 minuten leestijd

Vroeger waren ze gemakkelijk te onderscheiden. De ouderlingen zaten links, de diakenen rechts van de preekstoel. De diakenen: de mannen van het geld en dat nadrukkelijk getoond door hun loopwerk met de collectezak. Terwijl zij het telden of gingen uitdelen, brachten de ouderlingen hun huisbezoek. De kerkeraad kende "breed" en "smal". En wie de dominee was, wist iedereen. Dat kon je zien.

Dat duidelijke onderscheid is er niet meer.
Ouderlingen en diakenen zitten nu vaak naast elkaar in de kerk en samen in de kerkeraad, die smal noch breed meer heet. Menige ouderling heeft al eens de collectezak gehanteerd en menige diaken brengt bezoeken- aan-huis, al heet het dan geen "huisbezoek".
Waar de situatie zó is, is er aanleiding om zowel aan ouderlingen als diakenen te vragen:
- Wat komt u tegen in uw gemeente?
- Waarop wordt u aangesproken?
- Waarom gaat u er op uit en waar bent u op uit?

Wat komt u tegen?
Achter de vraag "Wat komt u tegen" ligt de vraag: wie komt u tegen? U komt als ambtsdrager mensen tegen, in hun leefsituatie van alledag. Met hun zorgen, vreugden en vragen. Zoals bijvoorbeeld:

- Ouders, beiden vijftigers, van een geestelijk gehandicapte zoon maken zich zorgen over zijn toekomst. Want: als zij er niet meer zijn, wat dan. Zij weten, dat er gezinsvervangende tehuizen bestaan. Maar hoe zou 't daar zijn? Daar kun je niet zo goed over praten; althans niet met iemand- van-de-kerk. Of toch wél. Wat zou hij/zij zeggen...?

- Je bent zonder werk, althans zonder baan. Je voelt je beroerd, uitgeteld, overbodig. Gaatje afvragen: waar leef ik nog voor? Je kunt nog best wat doen. Als je maar... Dan krijg je bezoek van een ambtsdrager.

- Drie jaar woont hij nu in die gemeente. Hij voelt zich er kerkelijk nog steeds niet thuis. Misschien komt dat ook niet, denkt-ie. In zijn kerk verloopt alles op de oude vertrouwde wijze. Sterk naar binnen gericht. Met weinig oog voor de samenleving. In welke pap ben je dan "zout"? Hij wil best iets doen in zijn stad, als christen, ook wel namens z'n kerk. Praat daar maar eens over... Maar met wie en hoe?

- Zij is "bezoekdame". In andere gemeenten noemt men dat soms wijkassistente, lid van "zusterhulp", pastoraalmedewerk( st)er Geen ambtsdraagster dus en dat kan ze merken ook. Niet bij de gemeenteleden, die zij regelmatig bezoekt. Daar is ze welkom en er komt heel wat "los". Van de ouderling en diaken in haar wijk ziet ze zelden iets. Alleen "s zondags in de kerk. Dan zitten die voorin, apart. Zij zit achterin, tussen de gemeenteleden. Je hoort bij elkaar, nietwaar... Maar- hoe en wie eigenlijk?

Samenspel onmisbaar
Met de zojuist aangeduide situaties kunt u te maken krijgen. En met vele andere. Als ouderling èn als diaken. "Nog niet zo lang geleden konden we beide ambten vrij gemakkelijk uit elkaar houden. De diaken was er voor het stoffelijke en de ouderiing voor het geestelijke". Dit constateert dr. G. Heitink uit Kampen in het aprilnr. van het Ouderiingenblad en in het meinr. van "Het Diakonaat'.
Beide bladen hebben ditmaal dezelfde inhoud en staan in het teken van het samenspel van ouderlingen en diakenen.
"Overleg en samenwerking worden onmisbaar. Hoewel beide ambten een eigen spits hebben, kun je in de omgang met mensen in uiteenlopende situaties dikwijls moeilijk uitmaken of het om pastorale dan wel diakonale vragen en noden gaat. Gelukkig maar!
Want zo komen we af van vermeende tegenstellingen als "stoffelijk-geestelijk", "ziellichaam", "dagelijks en geestelijk leven", "horizontaal en vertikaal"," aldus dr. Heitink.

Openheid naar twee kanten
Een groeiend aantal gemeenten kent al contacten tussen ambtsdragers: per wijk of sectie. Daarnaast kent iedere ouderling en diaken een vorm van samen-zijn: de kerkeraadsvergadering.
Samen om een tafel zitten, betekent nog geen samen-werken. Daarvoor moet méér gebeuren, zoals open staan voor elkaar.
Diakenen kunnen in de kerkeraad een inbreng geven vanuit hun diakonie-vergadering: informatie geven over de hoofdpunten van hun diskussie, iets zeggen over hun vreugden of zorgen, voornemens of vragen.
Dit vraagt openheid naar twee kanten. Van de diakenen namelijk om mededeelzaam te zijn en niet te gauw zich te beroepen op geheimhouding, alsof de diakonie zich vandaag nog hoofdzakelijk met financiële problemen bezighouden zou.
Van predikant en ouderlingen vraagt het een open oor voor wat de diakenen doen en denken.
En vooral voor het diakonaat, als een dimensie van gemeente-zijn.

Praat erover, als kerkeraad
Wat zowel het Ouderlingenblad als "Het Diakonaat' beschrijven, nodigt uit tot een gesprek. In de kerkeraad. Overweegt u samen daar een avond voor uit te trekken. Of misschien een zaterdag, zoals een aantal kerkeraden al jaarlijks doet bij de start van 't werkseizoen. Beide bladen besluiten met een handvol suggesties voor zo'n gesprek, van de hand van drs. K. A. Schippers.
Mocht u als kerkeraadsvoorzitter deze bladen niet ontvangen hebben, dan kunt u een gratis nummer vragen bij het Algemeen Diakonaal Bureau in Leusden, postbus 2211, telef. 033-43244 (vragen naar mevrouw P. E. van de Berg, toestel 239).


De heer M. G. van de Rovaart is voorlichtingsfunctionaris van het algemeen diakonaal bureau te Leusden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Samenspel van ouderlingen en diakenen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken