Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

22 minuten leestijd

De mevrouw, de dokter en de diakenen

”Meneer, je hoeft echt niet in de stad te wonen om van elkaar te vervreemden” zei de mevrouw tegen me, terwijl we allebei op de bus stonden te wachten. ”Ik heb bijna twee maanden in het ziekenhuis gelegen, maar de buren hebben niet eens gemerkt dat ik weg was geweest. En toch hebben we niets tegen elkaar. Maar iedereen leeft tegenwoordig z’n eigen leventje. Er wonen bij mij mensen op de laan die alleen thuis komen om te sla pen …”

Ik kon moeilijk anders doen dan het haar toegeven, want ik herinnerde me opeens met schaamte een eigen ervaring, van een paar jaar geleden.

Het viel mij toen namelijk op dat ik m’n overbuurman, een arts in ruste, nooit meer in de tuin zag en nooit met met z’n hond zag wandelen. Hij zou toch niet ziek zijn? Toen ik na enige tijd hier en daar eens voor zichtig informeerde kwam ik er achter. Mijn buurman was al een half jaar geleden overleden. Ik had niets gehoord, niets gemerkt, niets geweten.

Nu zijn onze sociale contacten natuurlijk heel anders geworden dan vroeger. Onze vrienden en kennissen wonen verspreid over het land of nog verder. Gevoel voor privacy verbiedt ons vaak ons al teveel met de persoonlijke zaken van anderen te bemoeien. Dat is ook niet zo erg, als we het maar van onszelf en van elkaar weten èn ons realiseren dat in bepaalde situaties een goede buur altijd nog beter is dan een verre vriend.

Ik kwam tot deze overpeinzing door twee gebeurtenissen. De eerste was in een klein Engels kerkje, waar in de voorbede de namen van de zieken werden genoemd en ook nog een paar blijde gebeurtenissen. Zoiets heeft toch ook nog een neveneffect. Het ver sterkt de band in de gemeente, die als gemeenschap toch al zo verwaterd is, alleen al door het feit dat we veel vaker dan vroeger verhuizen.

De tweede aanleiding was, dat ik zat te lezen in het blad ”Hervormd Kampen” (66e jaargang no 11). Op de pagina waar de diakonie haar vignet en haar berichtjes had geplaatst, trof ik ook een lijst aan van ziekenhuis patiënten met hun huisadres en hun ziekenhuis adres, inclusief het kamernummer. En ik meen me te herinneren dat dit al een jarenlang gebruik is in Kampen.

Of de diakenen daar nu zo pastoraal zijn ingesteld, of de dominees zo diakonaal, dat weet ik niet en dat is ook niet zo belangrijk. Feit is dat het gebeurt en dat je nooit kunt zeggen dat je het niet geweten had.

In ieder geval zou mijn mevrouw van hierboven niet tegen me gezegd hebben twee maanden in het ziekenhuis te zijn geweest zonder dat de buren dat gemerkt hadden. Mits natuurlijk die mevrouw in Kampen had gewoond èn hervormd was geweest. Maar wanneer haar buurvrouw dan weer het lutherse of roomse geloof had aangehangen waren we wéér nergens geweest … Volmaakt zal het wel nooit worden. Er blij ven altijd mensen net tussen de wal en het schip vallen. Er zijn er bovendien die dat zelf ook willen! Die zich zo koesteren in hun isolement dat ze in feite onbereikbaar zijn geworden.

Dat echter de kerk in haar ”dienst” dit element tracht te doorbreken lijkt me een vanzelfsprekende zaak. Het hoort bij haar wezen en diakenen hebben daar weet van.

Uitgezonden in de wereld

Wanneer u dit ooit onder ogen krijgt is het in Nederland al bijna zomer. En mét u ver lang ik daarnaar. Deze weken verblijf ik — door een gulle hand daartoe in staat gesteld — in York shire, waar het altijd nog wat kouder is dan in onze lage landen.

Vandaag is het le Paasdag en ik wilde nu eens niet naar een van die kleine parochiekerken waarmee het land en de steden hier bezaaid zijn, maar naar de MINSTER, de grote kathedraal van York. We bezochten de vierde dienst van die ochtend, de gezongen eucharistieviering, die geleid werd door de aartsbisschop van York, bijgestaan door zeven (!) andere predikanten. Een wat lange maar prachtige dienst, waarbij me opviel dat vrijwel allen van de vele kerkgangers (iemand zei: bijna 3000) aan het Heilig Avondmaal deelnamen. Mét het in rode toga’s geklede koor (weet u dat deze mensen op zaterdag soms 3 uur repeteren?!) zongen we de lof van onze verrezen Heiland.

Hoe kan in zo’n enorm gevulde kerk (een week later was dat veel minder!) na de Dienst van Woord en Gebed in ongeveer een kwartier gecommuniceerd worden? Doordat op vier plaatsen tegelijk in deze kerk het Brood en de Wijn werden uitgereikt. Door alle aanwezigen, volgens de Anglicaanse traditie, geknield ontvangen. Nu ik dit hier zo zit te schrijven kan ik me heel goed voorstellen dat er hervormde diakenen zijn die dit gebruik niet kennen en er vreemd tegenover staan. Dat geeft niet, want ik schrijf dit bepaald niet (ook al zou ik het best willen) om u andere vormen aan te raden. Waarom dan wel?

Ik wil er u graag deelgenoot van maken dat overat in de wereld (ook in Amerika, Rusland, Engeland, Zuid-Afrika enz.) het Feest van de Opgestane I leer ook dit jaar weer is gevierd en dat we dat niet moeten vergeten. Verder omdat ik u als diakenen er deelge noot van wil maken wat we hier in York sa men na de zegen zongen:

”Almighty God, we thank you for feeding us with the body and blood of your Son Jesus Christ / Through him we offer you our souls and bodies to be a living sacrifice / Send us out in the power of your Spirit to live and work to your praise and glory / Amen.”

Juist die laatste regels in deze wegzending moeten de diaken aanspreken:

”Door Hem (Jezus) bieden wij U aan onze ziel en ons lichaam als een levende offerande. Zendt ons uit in de wereld in de kracht van Uw Geest om te leven en te werken tot Uw lof en eer””.

Dit schrijf ik hier neer in het wat gure York op een koude Paaszondag. Dat het u moge bereiken in een warm land en een zonnig diakonaal bezig zijn in kerk en wereld.

”Through Christ our Lord””.


”Liturgie mag alleen gevierd worden als zij ons oproept tot politiek en ethisch diakonaat in de wereld, waar wij mensen hoe langer hoe meer verantwoordelijk voor zijn”.

(J. J. van Hille, rem. pred. Amsterdam)


Van hier en daar

Weer heel wat diakonieën zijn in de afgelopen periode bijzonder produktief geweest. Hartelijk dank voor de toezending van allerlei folders en krantjes. Zo nu en dan pik ik er iets uit om verder door te geven. Deze keer werd mijn aandacht getrokken door: Voorburg. De diakonie geeft hier iedere maand een ”knipselkrant” uit, die er zowel inhoudelijk als wat de opmaak betreft voortreffelijk uitziet. Allerlei nieuws op diakonaal terrein vanaf dicht bij huis tot ver weg. Daar gaat heel wat werk in zitten. Maar een publicatie die je als Voorburger niet zult overslaan. Mijn respect voor de Samenstelster.

Utrecht. Het toch al lezenswaardige blad ”Hervormd Utrecht” heeft er een attractie bijgekregen. Sedert begin van dit jaar verschijnt regelmatig de rubriek ”Dienblad” met diakonale informatie. Samensteller is de hervormde predikant W. A. Z. Tieman, die voor een deel van zijn tijd in deze gemeente als diakonaal consulent werkzaam is.

Oisterwijk. Eerlijk gezegd: zo’n financieel overzicht van een diakonie heb ik nog nooit gezien! Eerst een stuk bezinning (”Diakonaat wat is dat?”), dan een verslag van de catechisanten, een pagina cijfertjes, met daarna 21 korte paragrafen ter toelichting op iedere begrotingspost. Instructief en bepaald niet saai. Het blad wordt afgesloten met een wedstrijd voor de jongeren, een bouwplaat van de kerk van Oisterwijk.

Vandaar de titel van dit geschrift: ”Hou’en van je kerk, bouwen aan je kerk!”

— De Lier. Een aardige gemeentegids ontvangen, met de gebruikelijke gegevens. Ook het diakonaat komt aan z’n trekken. Duidelijk is hier de inhoudsopgave, die nogal eens vergeten wordt. Verder valt me ook hier op hoe goede resultaten met stencilwerk te bereiken zijn.

— Alphen aan den Rijn. De diakonie bood de gemeente een praktisch jaarverslag aan. Iedereen kan precies weten wat er gebeurt. Wat me opviel? Een diakonie verslag waar in niet over geld wortdt gesproken.

— Den Haag. Ik kan die ”Nieuwsbrief” moeilijk iedere maand noemen. Een belangrijk communicatiemiddel voor de Haagse diakenen. Aan zo’n verhaal van J. H. Blijleven over het werelddiakonaat zou ik best meer aandacht willen besteden.


”Midden in de wereld van concrete armoe en nood draagt het diakonaat de lof van God uit in de diakonale daad. Deze diakonale daad is daarbij uitwerking van het stille dienen van de diaken aan de tafel van het H. Avondmaal. Tegelijk is het heenwijzing naar de eeuwige lofprijzing hierboven, waar geen armen en behoeftigen meer zullen zijn, omdat God zal zijn alles in allen”.

(R. H. Kieskamp, herv. pred. Leerdam)


Een kalender uit Oudshoorn

Diakenen bedenken wat! De diakenen van de Oudhoornse kerk (bij Alphen a.d. Rijn) lieten rond de jaarwisseling een eigen, geïllustreerde kalender verschijnen als groet aan oudere en zieke gemeenteleden. Het idee blijkt goed ontvangen te zijn.

De kostprijs van de kalender was ƒ 1,75 bij afname van 500 stuks. Er waren er voor het doel 250 nodig. Om uit de kosten te komen werd de rest a ƒ 6, — verkocht aan belangstellende gemeenteleden. De diakenen geven dit door als een eventueel idee voor andere colleges. Hartelijk dank.

Ook de boer moet er eens uit!

De diakonie van Diepenveen is van mening dat ook veehouders en landbouwers uit de gemeente ’s zomers met hun gezin eens op vakantie dienen te kunnen. Het probleem is natuurlijk de vervanging. Want allerlei bedrijven kun je best een of twee weken sluiten maar een boerenbedrijf niet, terwijl betaalbare hulp moeilijk te krijgen is.

De diakonieën in Z.W. Overijssel hebben in dit verband een project opgezet om door middel van vrijwillige hulpverlening de noodzakelijke werkzaamheden (veeverzorging, melken enz.) doorgang te laten vinden tegen een redelijke vergoeding. Helaas zijn er uit de gemeente Diepenveen geen aanbiedingen gekomen. Wel uit het naburige Wesepe, waar vorig jaar reeds dergelijke hulp tot tevredenheid is uitgevoerd. Als het moet wil Wesepe nu wel komen bijspringen.

Maar de diakonie van Diepenveen gaat het eerst zelf proberen.

De handen van de kerk in Dordrecht

’Reeds geruime tijd is er binnen de hervormde diakonie van Dordrecht twijfel over haar functioneren als helpende hand van de kerk.”

Met deze eerlijke en nuchtere constatering begint het rapport van een werkgroep die vorig jaar door de diakonie werd ingesteld. Zeventien maal heeft men vergaderd, met assistentie van een der diakonale consulenten van Zuid Holland. Maar nu ligt er dan ook een gedegen werkstuk ter tafel onder de titel ”De handen van de kerk”. Een in het oog springende stelling:

”Wanneer de kerk zich een diakonie aanmeet, zal de taak van dit orgaan vooral gericht moeten zijn op de recrutering, vorming en toerusting van gemeenteleden.”

Ik noem enkele onderwerpen die in dit rapport aan de orde komen.

Vereenzaming. Gepleit wordt voor de stichting van een ontmoetingscentrum.

Werkloosheid. Geen kerkelijk aktivisme.

Vanuit de kerk is meer aandacht nodig voor de mens dan voor de situatie.

Drugbeleid. Over de verhouding tot de twee opvangcentra en wat er méér gedaan zou kunnen worden.

Bejaardenzorg. Een paar aanbevelingen gericht op de plaatselijke behoeften.

Gezinsverzorging en maatschappelijk werk.

Komt de mens bij deze arbeid nog tot zijn recht?

Buitenlandse werknemers. Men ziet mogelijkheden voor de inschakeling van gemeenteleden.

Werving van vrijwilligers. O.a. voor de wijkkerkeraden, H. V.D., de ziekenhuizen, U.V.V., telefonische hulpdiensten, voor wat al genoemd werd, enz.

Er is ook een paragraaf gewijd aan de vraag wat is blijven liggen. Volgens de werkgroep is o.a. aandacht nodig ten aanzien van:

— introductie nieuwe levensstijl;

— vragen vanuit het politieke bedrijf;

— gevangenen;

— ziekenbezoek;

— rouwenden;

— integratie van homofielen;

— kinderen uit gebroken gezinnen;

— mishandelde vrouwen.

De werkgroep vraagt bovendien: laat regelmatig in diakonale vergaderingen aan de orde komen of er nog niet andere, nieuwere of dan eerst aan het licht gekomen minderheden een dergelijke handreiking moet worden gedaan.

Tenslotte geven de opstellers nog eens kort samengevat hun aanbevelingen:

1. Er komt een instituut voor methodische toerusting van gemeenteleden.

2. De mogelijkheid van een ontmoetingscentrum wordt onderzocht.

3. De diakonale verantwoordelijkheid voor het welzijnswerk moet worden verdiept en het van daaruit te voeren beleid moet worden teruggekoppeld naar het college van diakenen.

4. Voortdurende aandacht is geboden voor die groepen van mensen onder ons, die in een minderheidspositie zijn geraakt of dreigen te geraken.

Afgesloten wordt met een procedure voorstel, d.w.z. een tijdschema voor de uitwerking van een en ander tussen maart en oktober van dit jaar.

De Dordtse diakenen kunnen dit jaar aan de slag. Want er ligt hier heel wat ter tafel. De handen kunnen uit de mouwen worden gestoken. De ”handen van de kerk” in dit geval.

Het zou interessant zijn te gelegener tijd eens te mogen horen hoe het nu allemaal verder is gegaan.

Over diakonia en charitas

De in onze kring bepaald niet onbekende Dr J. C. van Dongen — tot aan zijn emeritaat vele jaren stafmedewerker van de GDR — is niet blijven stilzitten. Een paar jaar geleden heeft hij voor de Nederlandse raad van kerken een studierapport geschreven over de verhouding ”diakonia” en ”charitas”. Hij heeft die studie inmiddels uitgewerkt tot een 96 pag. tellende publicatie, nu gericht op een breder publiek.

In zijn voorwoord schrijft Dr J. van Klinken, directeur van het gereformeerde diakonale bureau:

”Ondanks grote verschillen hebben katholieken en protestanten met elkaar gemeen, dat ze in een samenlevingssituatie staan waarin ze alleen geloofwaardig kunnen optreden indien hun dienst tenminste drie kenmerken vertoont:

— het moet een dienst zijn die ook de gerechtigheidsdimensies ziet en deze wil aanvaarden voor het eigen leven van parochie en gemeente;

— het is een dienen gefundeerd in de gemeenschap met Jezus Christus;

— het dienen geschiedt in oekumenische verbondenheid”.

Ik noem hier de hoofdstukken: Rekenschap; oorsprongen; wegen en sloppen; herbronning; gemotiveerd en toegerust.

Dit nieuwe boek van Van Dongen zal niet door iedereen ”gemakkelijk” worden gevonden. Maar belangrijk zijn de gegevens over het diakonaat en de charitas die hij bijeenbracht en die hij ziet als motivatie tot dienst. Een aantrekkelijke paperback die met een evangelisch élan is geschreven en die in ons blad nog wel eens méér aandacht verdient. Het hier aangekondigde boek is een uitgave van Kok in Kampen en kost in de boekhandel ƒ 12,50.

Ambtsgeheim

Vorig jaar heeft een Haagse hervormde predikant geweigerd de BVD (Binnenlandse veiligheidsdienst) inlichtingen te geven over een gemeentelid. Terecht beriep hij zich op zijn ambtsgeheim

De Loosduinse kerkeraad heeft zich in verband hiermee onlangs tot de Haagse Raad van kerken gewend met het verzoek in een brief aan de officiële instanties er nog eens op te wijzen dat kerkelijke ambtsdragers allemaal een ambtsgeheim bezitten. Daar vallen ook ouderlingen en diakenen onder.

Het lijkt me een nuttig initiatief. Niet alleen met het oog op de officiële instanties, maar ook voor de ambtsdragers zelf, die beloofd hebben nooit iets ter kennis van derden te zullen brengen dat hun uit hoofde van hun kerkelijk werk bekend is geworden. Het lijkt me ook van belang voor de gemeente er nog eens aan herinnerd te worden dat kerkelijke ambtsdragers — en dus ook diakenen!— een zwijgplicht hebben. Dat je dus rustig met je persoonlijke problemen voor de dag kunt komen zonder dat er verder over ”gepraat” zal worden. Niet met de BVD maar ook met niemand anders. Tenzij de betrokkene daar zelf in toestemt.

Kleine man, wat nou?

”Kleine man, wat nou?”, dat wereldberoemde boek van Hans Fallada is nu te bekijken en te beluisteren. Van deze vooroorlogse crisis geschiedenis is namelijk een toneelbewerking gemaakt, die wordt opgevoerd door Globe. Er is ook muziek bij, liedjes uit die ellendige oude tijd. Er wordt ook gedanst — glitter tussen de tranen.

U weet het waarschijnlijk nog wel: die kleine man is Pinneberg, die leeft in liefde voor zijn Duifje en in angst om z’n baantje te verliezen, wat ook gebeurt. ”Pinneberg, je bent op staande voet ontslagen.” Daar loopt hij dan achter de kinderwagen, terwijl z’n Duifje naaiwerk doet; accepteert hij in grote verlegenheid geld van een kennis; raapt hij een peuk op; wordt weggemept door een politieman die een goeie beurt wil maken bij twee SA mannen.

Werkloos. Dat is nú dan toch maar heel wat anders, zeggen we. Of toch niet? Eerst is er de herkenning: het probleem van het werkloos zijn. Dan komen de redeneringen: nu is er de WW, de vakbonden voeren akties … Tot Duifje iets zegt dat vijftig jaar teniet doet. Ze krijgt geld aangeboden, maar slaat dat af. ”Ach, leven kunnen we nog wel, maar we zien geen toekomst meer”. Doek en applaus. Maar buiten blijf ik het Duilje horen zeggen.

Wat deden de PDC’s in Driebergen?

Eind april vergaderde de GDR weer met afgevaardigden van de PDC’s. Deze maal in ”Het Grote Bos” bij Driebergen. Om u een beetje op de hoogte te houden vertel ik in het kort wat er aan de orde kwam.

— Informatie werd gegeven over de aktie ”Samen beleid maken”. Overal in den lande een geweldig respons. Uitvoeriger hierover leest u een paar pagina’s terug in dit blad. Let u er op dat plaats en datum van de zomerconferentie gewijzigd moesten worden.

— Over F2-zaken kregen we actueel nieuws van de heer Mensink, van wie tevens in deze vergadering afscheid werd genomen. We zullen hem missen.

— De heer Douwes maakte de PDC’s vertrouwd met een samenwerkingsproject GDR/Centrale voor vormingswerk. Het gaat erom onze dienstverlening op het terrein van vorming en toerusting beter te kunnen uitoefenen. Niet alleen het diakonaat, maar de hele kerk zal hier straks van moeten kunnen profiteren.

— Het tweede deel van de vergadering werd gehouden in ons aller Roosevelthuis.

Het ging hierbij namelijk om een ambitieus renovatie plan, dat werd toegelicht door de heer Van der Meiden en architect Kimsma. Niet alleen moet er na tien jaar intensief ge-bruik heel wat vernieuwd, verbeterd en aangepast worden, het complex zal ook uitgebreid worden. En dat gaat natuurlijk een lieve duit kosten. Er zal straks flink in de beurs getast moeten worden. Maar wie iets weet van de belangrijke functie van het Roosevelthuis in het geheel van het diakonale werk zal graag instemmen met een opmerking van de heer Ruiter uit Ermelo: ””We moeten samen de schouders zetten onder dit prachtige plan!” Als we dat samen doen kan er inderdaad iets heel goeds tot stand komen. U hoort er nog wel over.

Vergaderen op een zonnige zaterdag is op zichzelf nooit pleziering. Maar de sfeer op deze bijeenkomsten met de PDC’s is altijd plezierig en dat vergoedt veel. Bovendien bleek de kok van het Roosevelthuis zijn vak heel goed te verstaan.

Mevrouw Bakker gaat weg

Het is niet gebruikelijk om in deze rubriek veel aandacht te besteden aan een jubileum of een afscheid. Deze keer maken we een uitzondering. Mevrouw E. K. Bakker legt namelijk deze maand haar functie als staffunctionaris bij de Haagse KSA neer, na meer dan 41 jaar bij deze stichting werkzaam te zijn geweest. Bepaald geen alledaags feit. Ook landelijk was zij actief, o.a. ten behoeve van de opleidingsscholen voor gezinsverzorgsters en in het pensioenfonds van de hervormde kerk.

Wie van haar afscheid wil nemen, kan dit op vrijdag 26 mei van 16.30–18.00 uur in de Maranathakerk te Den Haag. Het zal er druk worden en gezellig. Wij wensen haar nog veel goede jaren toe.

Reclassering

Twintig jaar geleden was de reclassering een werksoort waarvoor veel diakenen be-langstelling hadden. Men deed eraan wat mogelijk was. Die belangstelling is duidelijk getaand en dat is bepaald niet alleen de schuld van de diakenen.

Hoewel de reclassering dus niet meer zó hoog op ons prioriteitenlijstje staat, wijs ik hier toch op een nieuwe publicatie, nl. op KRI-monoloog 2, die in 80 blz. een aantal artikelen samenbrengt uit de afgelopen jaren. Het gaat over: vrijwilligerswerk, hulp aan slachtoffers, de risico’s van druggebruik in het buitenland, de anti kraakwet, bijstand aan jeugdige delinquenten enz.

Bij redaktie KRI, Postbus 5034, Den Bosch à ƒ 2,50.

Sexualiteit en de kerk

”Binnen de kerken is er een scala van mogelijkheden om seksualiteit en relaties bespreekbaar te maken via vormings- en toerustingswerk. We zullen proberen op dit terrein meer voet aan de grond te krijgen”. Aldus het beleidsplan-1978 van het samenwerkingsverband Rutgers-stichting/PSVG. Die afkorting staat voor Prot. stichting voor verantwoorde gezinsvorming; een naam die u b.v. ook tegenkomt in het giftenadvies van de GDR.

Over die kerken wordt ook dit gezegd: ”Deze doelgroep levert een groep mensen op, die anders nauwelijks bereikbaar zijn. Maar het terrein is weinig samenhangend. Op dit gebied is nog veel oriëntatie nodig om te zien hoe er op de beste manier gewerkt kan worden.”

Het is waar, er zijn veel vragen en problemen rond seksualiteit en relaties. De gemeente moet een plaats zijn waar ook deze zaken aan de orde kunnen komen. Maar hoe?

De PSVG, waarin de grote Protestantse kerken vertegenwoordigd zijn, is beschikbaar met informatie, advies en daadwerkelijke hulp. Wie geïnteresseerd is in het complete beleidsplan of in andere aangelegenheden: PSVG, Duinweg 23, Den Haag, tel. 070-512521.

Een vergadering met een staartje

Bent u óók zo dol op vergaderen?

Waarschijnlijk zult u op die vraag ontkennend antwoorden.

Misschien reageert u wel als die diaken op een van de recente GDR hearings, die uitriep: laten we minder vergaderen en meer doen!

Toch is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het is nu eenmaal noodzakelijk dat we elkaar regelmatig ontmoeten, dat we overleggen, afspraken maken, besluiten vastleggen, controleren of uitgevoerd is wat werd afgesproken enz. We werken gezamenlijk aan ons beleid en zorgen ook samen voor de uitvoering daarvan. Het zou fout zijn alles maar aan een of twee mensen over te laten.

Er zijn óók mensen voor wie vergaderen een hobby is. Ik heb ze gekend. ”Hoe langer hoe liever, hoe vaker hoe fijner” schijnen ze te denken. Het kan nooit laat genoeg worden. Hun volgeschreven agenda wordt herhaaldelijk getrokken. Ik ben dan wel eens bang dat er ergens iets mis is. In hun werk, in hun gezin of bij henzelf.

De laatste jaren heb je — ook in de kerk — ”beroepsvergaderaars”. Dat zijn mensen die vaak niet anders kunnen. Ze reizen van hot naar haar met een tas vol papieren. Ik denk wel eens: hoe houden ze het vol? Hoe kunnen ze altijd weer fris, slagvaardig, optimistisch en creatief zijn èn hun geloof behouden?!

Over die mensen schrijf ik hier niet. Ik denk nu aan ”gewone” mensen, diakenen, be-stuursleden, commissieleden enz., die naast hun normale dagtaak een aantal andere din-gen doen en daarvoor dat óók nog moeten vergaderen. Meestal in de avonduren.

Door ervaring ”wijs” geworden zou ik u willen zeggen: hou hel mooi, leg uzelf en anderen een grote mate van beperking op. Kijk naar het nodige en laat het overbodige aan anderen over. Denk er b.v. aan dat een uur vroeger beginnen zelden betekent dat u ook een uur eerder klaar zult zijn. Bereid vergaderingen goed voor, liefst schriftelijk. Kies een voorzitter — dat geldt ook voor de kerkeraad! — die daarvoor geschikt is. Die zakelijkheid met vriendelijkheid weet te rijmen. Die iedereen z’n zegje gunt, maar die tijdig weet af te remmen. Die weet welke punten hamerstukken zijn en welke zaken meer tijd vragen. Het is echt niet zo gek om tevoren het tijdstip van sluiting te bepalen. Want er zijn altijd flauwe mensen die bij de rondvraag opeens met een ”wereldschokkende” zaak komen! Wet is wet: op tijd beginnen.

De geneesheer directeur van een ziekenhuis heeft onlangs ergens gezegd dat lang verga-deren op den duur voor ieders gezondheid funest is. Voor een keer is het niet zo erg, maar als het vaker gebeurt heeft het een nadelige invloed op de mens, geestelijk en lichamelijk. Volgens hem mag een vergadering niet langer dan twee uur duren. Gaat het langer worden, dan gaat de vermoeidheidsfactor een rol spelen, waardoor de helderheid en de besluitvaardigheid afnemen. Bij lange vergaderingen kunnen er — volgens deze arts — geen weloverwogen besluiten meer genomen worden.

Er is mij wel eens verteld dat vrouwen veel méér een hekel hebben aan lang vergaderen dan mannen. Dat kan best zo zijn. Vrouwen zijn vaak erg praktisch. En wellicht dat mannen in hun vergadergezelschap soms ook een soort club, een soos zien en daarom bij die gelegenheid veel minder op de klok letten! Als dat waar is zou ik zeggen: vergader tot een bepaald tijdstip, sluit dan officieel af en praat nog wat na op een plezierige manier. Eerst dus zakelijk bezig zijn en dan een gezellig staartje achteraf. Maar dan achteraf niet thuis mopperen dat het weer zo laat werd…!

Ik herinner me heel saaie, heel vervelende, langdurige en soms haast overbodige vergaderingen, die tot in de kleine uurtjes doorliepen. Je kon moeilijk weglopen, maar je tegenzin groeide bij iedere gelegenheid en je zocht soms uitvluchten om zo nu en dan eens over te kunnen slaan.

Ik herinner me ook vergaderingen, waar we op een plezierige manier en in korte tijd tot zaken kwamen en waarvan ik het jammer vond als ik eens moest verzuimen.

De laatste soort wens ik u van harte toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Diakonia | 32 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken