Bekijk het origineel

Uitvoeringsbepalingen bij de art. 6 en 7 K.O.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uitvoeringsbepalingen bij de art. 6 en 7 K.O.

9 minuten leestijd

De synode heeft kennis genomen van
het tweede deel van het rapport van deputaten voor de Kerkorde Inzake de uitvoeringsbepalingen bij artikel 5, 6 en 7 K.O.

A. De synode overweegt:
er zijn geen bezwaren ingebracht tegen de wijziging van artikel 6 K.O., waartoe besloten is door de generale synode van Maastricht 1975/76 (acta art. 334).

De synode besluit:
de tekst van artikel 6 K.O. wordt thans definitief als volgt vastgesteld:
"Van de regel, dat een deugdelijke theologische opleiding vereist is, kan alleen worden afgeweken, indien op overtuigende wijze blijkt dat iemand in die mate de gaven bezit, welke voor een dienaar des Woords onmisbaar zijn, dat hij ondanks het gemis van een zodanige opleiding geacht kan worden in staat te zijn de gemeente met stichting te dienen. De beoordeling of zulks het geval is, geschiedt door deputaten terzake benoemd door de generale synode, alsmede door de deputaten, tot het afnemen van het praeparatoir examen aangewezen door de particuliere synode, waaronder de classis van zijn woonplaats ressorteert, met dien verstande dat laatstgenoemde deputaten tot hun onderzoek niet mogen overgaan dan na ontvangen gunstig advies van de eerstgenoemde, een en ander met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen."'

B. De synode besluit:
1. de uitvoeringsbepalingen bij de artikelen 6 en 7 van de kerkorde worden als volgt vastgesteld:
III. Toelating tot het proponentschap van hen, die de in artikel 6 K.O. bedoelde gaven bezitten. (Uitvoeringsbepalingen bij art. 6 K.O.)
A. Het onderzoek naar de aanwezigheid van de in artikel 6 van de kerkorde bedoelde gaven geschiedt voor een deel door de deputaten ad artikel 6 van de generale synode (hierna te noemen: generale deputaten) en voor een ander deel door de particuliere synode, met dien verstande dat het onderzoek door de generale deputaten steeds aan dat door de particuliere synode dient vooraf te gaan en dit laatste alleen mag worden ingesteld na gebleken gunstig resultaat van het eerste
De particuliere synode zal haar deel van het onderzoek doen verrichten door haar deputaten voor het praeparatoir examen (hierna te noemen: particulier-synodale deputaten).
B. Bij het onderzoek zullen de volgende bepalingen in acht worden genomen:
1. Wie zich aan het onderzoek wenst te onderwerpen dient zich met een daartoe strekkend verzoek te wenden tot de deputaten voor het praeparatoir examen van de particuliere synode binnen het ressort waarin hij woont. Hij zal dat verzoek vergezeld doen gaan van getuigschriften van de kerkeraad van de kerk waarvan hij belijdend lid is en van de classis waaronder deze kerk ressorteert, in welke getuigschriften verklaard wordt dat hij op grond van bepaalde, te vermelden motieven voor het onderzoek In aanmerking komt De kerkeraad en de classis zullen geen handelingen verrichten of goedkeuren, waardoor op enigeriei wijze wordt vooruitgegrepen op de beslissing waartoe het in te stellen onderzoek zal leiden. Genoemde deputaten zullen zich, alvorens verdere stappen te doen, overtuigen van de deugdelijkheid van deze getuigschriften.
2. Vervolgens verzoeken de particulier-synodale deputaten aan generale deputaten bij de betrokkene dat deel van het onderzoek in te stellen, dat dezen is opgedragen. Aan dit verzoek zal binnen een redelijke termijn worden voldaan. Generale deputaten stellen particulier-synodale deputaten en betrokkene in kennis van de uitslag van hun deel van het onderzoek. Tegen een afwijzende beslissing kan de betrokkene bezwaar maken bij de generale synode.
3. Bij een gunstige uitslag gaan particulier-synodale deputaten over tot hun deel van het onderzoek dat met name ook betrekking zal hebben op beweegredenen die betrokkene geleid hebben tot de begeerte dienaar des Woords te worden. Bovendien informeren zij bij de betrokkene — echter niet door middel van een examen — naar de mate van theologische kennis die de betrokkene zich ven/vorven heeft.
4. Bij een gunstige uitslag van het gehele onderzoek verstrekken particulier-synodale deputaten de betrokkene een desbetreffende verklaring. Hiermee wordt voor hem in beginsel de weg geopend naar het praeparatoir examen.
5. Tegen een afwijzende beslissing van particulier-synodale deputaten kan de betrokkene bezwaar maken bij de particuliere synode. In geval de particuliere synode zich met het oordeel van haar deputaten verenigt, staat hem de weg open van appèl op de generale synode. Het is niet geoorioofd, dat de betrokkene, na te zijn afgewezen, zich opnieuw tot dezelfde particulier-synodale deputaten of die van een andere particuliere synode wendt met het verzoek hem te (doen) onderzoeken op de aanwezigheid van de in artikel 6 van de kerkorde bedoelde gaven.
6. Zijn particulier-synodale deputaten van oordeel dat ter voorbereiding op het praeparatoir examen nadere studie nog noodzakelijk is, dan zal de betrokkene zich naar dit oordeel voegen. De nadere studie zal'geschieden aan de hand van een door deze deputaten vast te stellen, op de betrokkene afgestemd studieprogram. Deze deputaten zullen de betrokkene bij zijn studie ook zo veel mogelijk met raad en daad ter zijde staan.
7. Na ontvangst van de onder 4 genoemde verklaring dan wel, In het onder 6 bedoelde geval, na voltooiing van de nadere studie, kan de betrokkene zich onder overlegging van (een) getuigschrift(en) betreffende zijn belijdenis en levenswandel van de kerk of kerken tot welke hij gedurende des laatstveriopen twee jaren behoorde tot de particulier- synodale deputaten wenden met het verzoek zich te mogen onderwerpen aan het praeparatoir examen. Deputaten onderzoeken dan of dit (deze) getuigschrlft(en) in orde is (zijn).
8. Voor het overige is op de aanvrager van toepassing het hierboven onder I 4-13 bepaalde*), met dien verstande dat het onderzoek naar de beweegredenen niet opnieuw hoeft te worden ingesteld en dat de aanvrager, nadat hij het praeparatoir examen met goed gevolg heeft afgelegd, gedurende een bij het examen door particulier-synodale deputaten vast te stellen periode — welke zonodig op voorstel van de classis binnen het ressort waarin hij woont kan worden veriengd — in de kerken van deze classis zal voorgaan in kerkdiensten. Hij zal daarbij worden begeleid door een door de classis samen te stellen begeleidingscommissie.
9. Pas wanneer die periode van oefenen tot genoegzame tevredenheid van de begeleidingscommissie veriopen is zal de classis, ten overstaan waarvan hij het praeparatoir examen aflegde, hem op de gewone wijze beroepbaar stellen.

Dordrecht 1893, art. 175
Maastricht 1976, art. 335
Zwolle 1978

-) Zie Kerkinformatie nr 81 (april 1978), pagina 23/24

IV. Toelating van proponenten tot het ambt van dienaar des Woords (Uitvoeringsbepalingen bij artikel 7 lid 3 K.O.)
De classis waaronder de kerk ressorteert welke een beroep heeft uitgebracht op een proponent zal de approbatie voor zijn bevestiging in het ambt van dienaar des Woords verienen en daarvan acte aan hem geven, nadat aan het volgende is voldaan:
1. De beroepen proponent legt de volgende bescheiden over:
a. de wettige beroepsbrief en annexe bepalingen voor salaris, emolumenten en emeritaatsrechten;
b. een verklaring dat het beroep is aangenomen;
c. een getuigschrift betreffende zijn belijdenis en levenswandel van de kerk of de kerken, tot welke hij gedurende de laatstveriopen twee jaren behoorde;
d. de verklaring van de kerkeraad dat de naam van de beroepene gedurende twee achtereenvolgende zondagen aan de gemeente is voorgedragen en dat daarna tegen de beroeping geen wettige bezwaren werden ingebracht;
e. de acte van de classis welke hem het recht verleende om te proponeren.
2. De classis beoordeelt een preek van de proponent over een door hemzelf gekozen tekst. De proponent heeft veertien dagen tevoren deze preek toegezonden aan de scriba van de classis, in een aantal dat door de scriba is opgegeven. Een door des classis ingestelde commissie tot regeling van de examens stelt een schriftelijke beoordeling van deze preek op. De scriba zendt het benodigde aantal afschriften van de preek toe aan de kerken alsook afschriften van de preek en van de preekbeoordeling aan de in artikel 56, lid 1, van de kerkorde genoemde deputaten der particuliere synode en de examinatoren, ten minste drie dagen voordat de classis vergadert. De classis beoordeelt deze preek in het bijzijn van de examinandus, aan wie het recht verieend mag worden om te repliceren. Daarna zal de classis in comité uitspreken of zij bezwaar heeft het onderzoek voort te zetten. Na het toestemmend oordeel van de classis en de deputaten zal de candidaat peremptoir geëxamineerd worden.
3. Het peremptoir examen zal gaan over de volgende vakken:
- Exegese van een gedeelte van het Oude Testament, dat hem tien dagen van tevoren is opgegeven, gedurende ten minste tien minuten.
- Exegese van een gedeelte van het Nieuwe Testament, dat hem tien dagen van tevoren is opgegeven, gedurende ten minste tien minuten.
- Kennis van de Heilige Schrift, gedurende ten minste tien minuten.
- Dogmatiek, gedurende ten minste dertig minuten.
- Ethiek, gedurende ten minste vijftien minuten.
- Kerkgeschiedenis en kerkrecht, gedurende ten minste vijftien minuten.
- Ambtelijke vakken, gedurende ten minste vijftien minuten.
4. Het peremptoir examen zal worden afgenomen ten overstaan van de classis en de in artikel 56, lid 1. van de kerkorde genoemde deputaten der particuliere synode door examinatoren welke zullen worden aangewezen door de classis met goedvinden van die deputaten. De classis bepaalt hoe lang aan de leden van de classis gelegenheid tot navraag zal worden gegeven, terwijl de tijd van deputaten voor navraag niet beperkt mag worden. Nadat het examen is afgenomen zal in comité aan de examinatoren een waarderingsoordeel worden gevraagd; daarna zullen eerst de classis en tenslotte de deputaten zich uitspreken over de uitslag van het examen. Het examen moet voldoende zijn naar het oordeel van de classis en deputaten.
5. De beroepen proponent ondertekent het ondertekeningsformulier voor predikanten, nadat het hem is voorgelezen.
6. Hij verklaart zich bereid de pastorale begeleiding van een daartoe aangewezen mentor voor de tijd door de generale synode bepaald, te aanvaarden.

Sneek 1969, art. 400
Haarlem 1873, art. 115
Zwolle 1977

2. het gewijzigde artikel 6 K.O. en de uitvoeringsbepalingen bij de artikelen 6 en 7 K.O. treden per 1 september 1978 in werking;
3. deputaten voor de Kerkorde wordt dank gezegd voor hun werk.

C. De synode overweegt:
Het is wenselijk dat zo spoedig mogelijk een instructie voor deputaten ad artikel 6 K.O. wordt vastgesteld.

De synode besluit:
deputaten ad artikel 6 K.O. ontvangen opdracht zulk een instructie te ontwerpen en nog aan deze synode voorstellen dienaangaande te doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Uitvoeringsbepalingen bij de art. 6 en 7 K.O.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken