Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

8 minuten leestijd

'Ik geloof nog steeds dat een werkelijk gesprek over de werkelijke vragen mogelijk en nodig is', schreef ik in de kroniek van juli.
Maar dan sta je daarna wel meteen voor de taak aan te geven wat dan de werkelijke vragen zijn, wat dan werkelijk de oorzaak is van de onrust, het onbehagen, de onzekerheid binnen onze kerken. Dat die er zijn, is buiten kijf. En echt niet alleen bij de leden van 'Schriften Getuigenis'. De verontrusting grijpt veel verder om zich heen. Men kan zelfs constateren dat de 'verontrusting' er is naar twee kanten. Velen zien het in de kerk niet meer zitten, omdat de kerk tekort zou schieten in naastenliefde en haar taak naar de wereld toe niet verstaan. Ze zou met minder pretenties moeten spreken over 'de' waarheid, die maar al te vaak een groepswaarheid is. De kerk zit veel te vast aan allerlei traditionele opvattingen. We moeten onze christelijkheid niet afmeten aan onze overeenstemming met opa of oma of met welke voorvaderen dan ook. Met die verouderde begrippen drijven we de jeugd de kerk uit.
Vandaar dat sommige theologen, zowel in binnen- als in buitenland nieuwe opvattingen lanceren, die de mens van vandaag meer zouden aanspreken dan de in de kerk nog steeds gangbare geloofsleer Of men daardoor de jeugd voor de kerk behoudt zal nog bewezen moeten worden. Wie de belangstelling bij de jeugd ziet voor Youth for Christ, Navigators, e.a. zal daar zijn twijfels over hebben. En als men dan toch de jeugd bij de kerk houdt, rijst wel de vraag bij welke kerk.
Want kerk en belijdenis horen bij elkaar
Aan de andere kant is er de verontrusting omdat men de antwoorden van de moderne theologie niet rijmen kan met het Schriftwoord dat de gemeente van God een pijler en fundament van de waarheid is. De nieuwe theologie gaat volgens die verontrusten zwanger van menigeriei afwijking in de leer.
En men stelt zich tegen die afwijkingen dan te weer en verlangt dat degenen die die afwijkingen leren buiten de kerk geplaatst zullen worden. Alsof daar de oorzaak mee zou zijn weggenomen. Men strijdt dan in feite tegen de symptomen, riskeert kerkscheuringen omdat die er zouden moeten zijn 'zal blijken wie onder u de toets kunnen doorstaan.' (1 Cor 11:19). Maar dan dreigt toch wel heel groot het gevaar dat men de belijdenis eenzijdig gaat gebruiken als 'een stok om mee te slaan'. Of om het bijbelse beeld van de wijnstok en de ranken te gebruiken, de onvruchtbare en dode ranken moeten verwijderd worden, maar de hovenier gebruikt daarbij zeer zorgvuldig de snoeischaar en geen bijl Want de wijnstok moet onbeschadigd blijven.
De onrust is er in onze kerken. Helaas! Wil men die bezweren dan moet men de aandacht niet afleiden naar allerlei bijzaken, ook al zijn ze soms symptomatisch voor de zgn. nieuwe theologie. Men dient daarbij niet te vergeten dat die discussie allereerst een theologische is. Theologie en geloof zijn niet hetzelfde, al is er natuurlijk verband. Maar het geloof is eerst. De theologie kan soms vrijer zijn dan de belijdenis van de kerk, soms ook conservatiever maar dat betekent allerminst dat op grond van theologische opvattingen de belijdenis zou moeten worden aangepast. De kerk belijdt haar geloof in de autoriteit van de Heilige Schrift als de blijde boodschap van het in Jezus Christus aangeboden heil voor mens en wereld, niet omdat de theologie dat wetenschappelijk als juist zou hebben vastgesteld, maar omdat de Heilige Geest ons in onze harten beweegt het gezag van de Schrift te aanvaarden. De kerk gelooft niet in een dogmatiek, maar in het Woord. Theologie├źn kunnen elkaar opvolgen, maar de kerk belijdt na eeuwen nog steeds dat Jezus Heer is en dat Hij gisteren en heden en tot in eeuwigheid dezelfde is. Daarom hoeft zij niet direct in paniek te raken als theologen nieuwe opvattingen verkondigen die van de belijdenis lijken af te wijken. Zij zal dan ook niet direct moeten afwijzen als ze niet kloppen met wat ons zeer verwante theologen hebben geleerd. Op grond van de Schrift zal moeten worden beoordeeld of nieuwe opvattingen niet zo het accent verleggen dat er slechts een gereduceerd of eenzijdig Evangelie overblijft.
Dat is m.i. een van de brandende vragen van vandaag. Men belijdt dat Jezus Heer is. Heer over de Kerk en Heer over de wereld. Daar loopt het verschil van mening niet over Vanuit die wereld, nader vanuit de nood van de wereld, vanuit het mens kunnen zijn in die wereld, gaat men dan die belijdenis nader invullen. Daar behoeft niets tegen te zijn. De evangeli├źn staan vol over de mens en zijn nood en ze tekenen uitvoerig de persoon van onze Heer Jezus Christus als mens tussen de mensen. Natuurlijk de mens zonder zonde.
De Mens. Op die grond mag men een nieuwe theologie niet afwijzen. Die kan vallen onder wat Judas zegt 'uzelf op te bouwen in het allerheiligst geloof' om zo 'zichzelf te bewaren in de liefde Gods'. Opbouwen betekent niet stilzitten, maar voortgaan. De Reformatie heeft het zo destijds ook begrepen.
De liefde van God omvat mens en wereld, ook die aan vele veranderingen onderhevige mensenwereld. Die liefde staat dus niet stil en zo zal de kerk ook voort moeten bouwen aan haar geloof om zekerheid, wil men een rustpunt, te geven in die wereld. Als men dan vandaag die belijdenis nader wil invullen aan de hand van allerlei maatschappelijke nood en ellende in de wereld, onderdrukking, racisme, armoede, enz. dan kan dat Het is niet nieuw. Zondag 1 van de H.C. spreekt immers ook van 'hoe ik Gode voor zulk een verlossing zal dankbaar zijn' en in het stuk der dankbaarheid is de 'maatschappij' niet over het hoofd gezien. Als men vandaag, omdat in de praktijk die maatschappij wellicht toch wel eens werd vergeten of omdat men in gebreke bleef het 'vals gewicht, el, maat, waar, munt, woeker' in de termen van onze tijd te vertalen, dat nader wil concretiseren en toespitsen op onze tijd dan is dat een legitieme zaak. Wil men dan spreken van een theologie van de armen, of een theologie van de bevrijding dan kan dat, mits men beseft dat zo'n theologie slechts een facet van de theologie is, mits men maatschappelijke criteria of positie kiezen in alleriei problemen niet verheft tot de werkelijke normen voor het belijden.
Mits men ook datgene wat gebeurt krachtens de 'algemene genade' niet annexeert als een stuk christendom. Mits men, en dat is het voornaamste, mits men voortbouwt op het fundament van Schrift en belijdenis en daar niet aan gaat wrikken door fundamentele waarheden als opstanding, verzoening van God met mens en wereld of de betekenis van het Koninkrijk Gods afhankelijk te stellen van de beleving ervan of van de waarde die ze zouden hebben voor de samenleving. Geloofswaarheden hebben geen verificatie nodig.
Daar liggen vandaag de knelpunten. Daarover moet het gesprek gaan en niet allereerst over symptomen of ontevredenheid over bepaalde besluiten. Kan de synode zo'n gesprek voeren? Het lijkt me moeilijk. Dat een synode machteloos zou zijn gaat me te ver.
Tegenover Kuitert heeft de synode de binding aan de belijdenis overeenkomstig het ondertekeningsformulier gehandhaafd, tegenover Wiersinga heeft ze zijn opvatting inzake de verzoening niet toelaatbaar geoordeeld. In hoeverre de kerken zich aan deze uitspraken houden is allereerst een zaak van de kerkeraden en andere kerkelijke vergaderingen. Incidentele afwijkingen van de leer dienen daar te worden geconstateerd, te worden besproken en met betrokkenen doorgesproken en als dat alles niet helpt dan kunnen deze zaken via de kerkelijke weg op de synode komen. Te vaak vergeet men dat het hart van de kerk klopt in de plaatselijke gemeenten en niet in Lunteren.
Overigens is een gesprek over fundamentele geloofswaarheden aan de gang in het deputaatschap voor kerk en theologie. Dat gaat langzaam, naar veler mening te langzaam.
Maar het voordeel is dat de zaken daar besproken kunnen worden los van de personen. Bij de zgn. (leertucht)procedures die onze kerken gevoerd hebben (Netelenbos, Geelkerken en Schilder) was er steeds de vermenging van leer en persoon i.v.m. kerkordelijke bepalingen.
Men zou een conferentie wensen waar alle stromingen vertegenwoordigd waren (en dan niet alleen door theologen) om te zien in hoeverre het verschil van mening de werkelijke geloofsinhoud raakt en hoe men daar elkaar toch in hoofdzaken zou kunnen vinden.
Voorwaarde zou moeten zijn dat men bereid is naar elkaar te luisteren en dat is wat anders dan elkaar bestrijden en ook dan elkaar dulden. Wellicht zou het motto voor zo'n conferentie het woord van, naar ik meen, Augustinus kunnen zijn dat de leer verdeelt maar de liefde samenbindt.


M. H. L. Weststrate
scriba van de generale synode

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken