Bekijk het origineel

Dominee kan regelmatige bijscholing niet missen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dominee kan regelmatige bijscholing niet missen

Naar een nieuwe aanpak

6 minuten leestijd

Bij alle predikanten van onze kerken is een enveloppe in de bus gegleden met als inhoud drie folders over bijscholing van predikanten: één van het Toerustingscentrum, één van de Theologische Hogeschool en één van de theologische faculteit aan de Vrije Universiteit. Deze gezamenlijke verzending wilde niet zozeer de kosten van verzending drukken als wel een eerste stap zijn op de weg van een gecoördineerde aanpak van bijscholings-, het zg. post academisch onderwijs (PAO) aan predikanten. In de toekomst staan namelijk veranderingen op stapel, die samenwerking op dit terrein noodzakelijk maken.

Eerst iets over het PAO en de behoefte waarin het voorziet We moeten onderscheiden tussen een onofficieel en min of meer spontaan gegroeid PAO en een meer officieel en nog te structureren PAO. Het ontstaan van het onofficiële moet gezien worden in het kader van de grote behoefte aan bijscholing van de laatste twintig jaar. Er is toen in vormingscentra, aan inrichtingen, in bedrijven en ziekenhuizen goed werk gedaan (en dat wordt nóg verricht) voor hen, die in een snel veranderende samenleving geroepen waren de gemeente te dienen in vragen van geloof en leven. Onder die vele instellingen heeft het Toerustingscentrum met ere een eigen plaats ingenomen, o.a. met een cursus voor jonge predikanten, waarbij ze niet alleen veel opstaken, maar ook de kans kregen hun praktijkervaringen uit te wisselen met die van anderen.
Gaandeweg deed men de ervaring op dat het vooral om twee aspecten ging: praktische toerusting en theologische bijscholing.
Die zijn nooit van elkaar te scheiden, maar wel te onderscheiden. Men raakte er van overtuigd dat de theologische bijscholing tot de taak van de beroepsopleiding behoorde en de toerusting het werk van het Toerustingscentrum moest zijn, onder voorwaarde dat beide op de praktijk gericht bleven.

Veranderingen
Toen zon tien jaar geleden 'Kampen' en 'Amsterdam' met het PAO begonnen stond dan ook voor ogen predikanten die (soms in een ververieden) hun opleiding voltooid hadden, theologisch van dienst te zijn. Met de stille hoop van de deelnemers te leren wat de mogelijkheden en moeilijkheden van de praktijk waren. Er voltrokken zich immers grote veranderingen in de theologie. Of bescheidener en juister gezegd: in de manier waarop gereformeerden theologiseerden.
We kwamen in aanraking met andere exegetische methoden. We leerden het vraagstuk van de hermeneutiek (zeg maar: 'verstaanskunde') kennen. We leerden wat je in het pastoraat beslist niet moet doen en wat mogelijk wel. We begrepen dat liturgie niet het zoeken van liederen bij een preek is en zending niet hetzelfde als overdracht van westers christendom. Kortom: de gerefonneerden deden de ontdekking dat ze, zonder de eigen traditie te verioochenen, van anderen veel konden leren.
Daarnaast veranderde de gemeente. Ze werd een gemeenschap van mensen met sterk uiteenlopende opvattingen over politieke en sociale vraagstukken. Van veel zaken weten gemeenteleden veel meer dan de predikant.
Het leiding geven in praktische vragen vroeg daarom om een andere instelling: samen met andere gemeenteleden zoeken naarde goede oplossing. De één met zijn theologische, de ander met zijn maatschappelijke deskundigheid. Van de predikant wordt niet veriangd dat hij van alles af weet, maar dat hij zijn vak, de theologie verstaat. Of dat zo is merkt men aan de preken, de liturgie, de manier van catechiseren, de beoefening van het pastoraat en de omgang met mensen. De predikant die zijn vak niet verstaat valt vroeg of laat altijd door de mand. Studeren is onmisbaar.

Nu verstaan sommigen de kunst thuis te studeren. De vraag is echter of dat de beste methode is. Velen vinden van niet en proberen samen met anderen en onder deskundige leiding zich vender te bekwamen. Zes a acht keer per jaar reizen ze daarvoor naar Kampen of Amsterdam, enkele dagen aanéén volgen ze een cursus in Leusden en in sommige gevallen 'ontbieden' ze de staf van de T.H. in Kampen in hun eigen classis. Het is voor de organisatoren bemoedigend dat ze waardering krijgen voor hun inspanningen en dat ze veel 'recidivisten' onder de deelnemers opmerken.

In de toekomst
Het verschil tussen PAO nu en in de toekomst is vooral gelegen in status en opzet.
Als de plannen van de minister over de hervorming van het wetenschappelijk onderwijs doorgaan zal de opleidingsduur worden bekort tot vier jaar (misschien vijf). Er zal dan een post-doctorale opleiding komen die op de praktijk is afgestemd en vervolgens een officieel Post Academisch Onderwijs, bedoeld om afgestudeerden regelmatig van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen op de hoogte te brengen. Dat P.A.O. zal dan administratief en financieel verzorgd moeten worden door beroeps- en standsorganisaties en inhoudelijk door universiteiten en hogescholen.
Als dit allemaal doorgaat zou dit betekenen dat er voor alle afgestudeerde theologen van een bepaalde kerk (of van verschillende kerken in een bepaalde regio?) één PAO wordt verzorgd met docenten van verschillende instellingen op uitleen-basis. (Nogmaals: dit is nog maar toekomstmuziek.) Op de duur moet dit onderwijs zichzelf bekostigen. Hoe dit allemaal in het vat moet worden gegoten is nog een open vraag, maar zeker is dat wetenschappelijk verantwoorde bijscholing even vanzelfsprekend bij het ambt gaat horen als vakantie en vrije zondagen.

Tussenfase
We leven nu in een overgangstijd. In Leusden, Kampen en Amsterdam is men zich dat bewust Er worden besprekingen gehouden die tot doel hebben tot meer coördinatie te komen. Maar onder predikanten en in de gemeenten kan ook wat gebeuren. Predikanten die tot dusver "geen tijd hadden" voor het PAO kunnen misschien eens de proef op de som nemen met één van de cursussen die in de folder worden aangeboden. Mogelijk betekent "tijd-veriies" nü "tijd-winst" later.
En de gemeenten (in de praktijk meestal de kerkeraden) kunnen hun predikanten wat ruimte geven of nagaan of het werkschema wel deugt en wat voorrang moet hebben wel juist is gesteld. Veel predikanten willen wel, maar hebben het gevoel dat de kerkeraad er niet achter staat. Het zou omgekeerd moeten: de kerkeraad port dominees op die zich wat moeilijk kunnen losmaken uit een tot gewoonte geworden arbeidsritme.
Niet alleen in het belang van die dominees en de gemeente. Oók in het belang van 'Kampen', Leusden' en 'Amsterdam'. Ze zien daar niets liever dan predikanten die met door nadenken gescherpte kritische vragen de eisen van de praktijk aan de beroepsopleidingen voorieggen.


Drs. G. Manenschijn is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam en voorzitter van de Commissie PAO aldaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Dominee kan regelmatige bijscholing niet missen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken