Bekijk het origineel

Hechte samenwerking ondanks verdeeldheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hechte samenwerking ondanks verdeeldheid

Raad van Kerken

7 minuten leestijd

Een instituut met zo uiteenlopende meningen als de Raad van Kerken: het moet een wonder heten dat het zo hecht kan blijven samenwerken. Dat zou onder meer de conclusie kunnen zijn na een dag van diepgaande bezinning van deze raad. Evenals eenjaar tevoren, kwam men aan het begin van het nieuwe werktijdvak weer bijeen in het centrum van de remonstrantse broederschap, de 'Hoorneboeg' in Hilversum. Was het vorig jaar gegaan over de eigen geloofsbeleving, nu stond het beleven van de gemeenschap als kerken op het programma.
Voordat u met gespannen verwachting verder zou gaan lezen: er kwam niet veel tastbaars uit. Toch heeft het zin gehad elkaar daarover aan te spreken. En zo heeft het eveneens zin de lezer erover te informeren.
Want als het over zulke onderwerpen gaat is het even leerzaam te constateren, hoe negatief het resultaat was.
Dit lag overigens niet aan de inzet, gegeven door de sectie 'geloofsvragen'. Deze leverde ons een inleiding, die theologisch goed doordacht was, onder de titel 'Communio als draagvlak van de oecumene'. In kringen van de raad werd tevoren meestal gesproken over 'conciliariteit'. Een moeilijk te vertalen woord, waarmee in elk geval bedoeld wordt een vorm van samenwerken en saamhorigheid, waarin de eenheid der kerken echt gestalte heeft gekregen. Dit dan als einddoel van alle oecumenisch spreken en handelen.
Omdat bij dit moeilijke woord ook andere aspecten meespelen: vormen en uitingen van eenheid, vóórdat het einddoel is bereikt, werd in deze inleiding voorgesteld déérvoor een ander woord te gebruiken, namelijk het latijnse 'communio', de vertaling van het nieuwtestamentische woord "koinoonia", in onze bijbel vertaald met 'gemeenschap' (in Galaten 2:9 met 'broeder'-hand). In dit woord komt dan naar voren de gemeenschap met God en daarin met elkaar. Deze 'communio' doorioopt verschillende stadia, als groei, naar de tenslotte beoogde definitieve eenheid der kerken.
Vanuit dat begrip 'communio' spreekt de inleiding over 'zusterkerken: We moeten plaatselijk de andere kerk(en) herkennen als mede-kerken en vervolgens als zodanig ook erkennen.
De vraag komt dan naar boven: Hoe stel je je nu concreet die communio voor? Wat is, anders gezegd, bij de verschillende kerken het gemeenschappelijke, dat wezenlijk al de eenheid doet vermoeden? De volgende wezenlijke elementen werden dan opgesomd: geloof, doop, avondmaal, aanvaarding van eikaars leden, ambten, betrokkenheid op de wereld in getuigenis en dienst.
Hieruit komt dan weer de volgende vraag op: zijn die elementen nu ook allemaal even belangrijk? Is bijvoorbeeld 'dienst aan de wereld' even wezenlijk als woordveri<ondiging en viering van doop en avondmaal? Daarna worden in de inleiding enige wegen uitgestippeld voor de plaatselijke kerk, evengoed als voor de kerk in het land en in de wereld.
Tenslotte worden enige concrete programmapunten op een rijtje gezet als opdracht voor de raad in de komende jaren. Ziehier enige hoofdpunten uit de inleiding.

In alle richtingen
Over deze aan de orde gestelde zaken werd nu vrijuit in alle mogelijke richtingen gediscussieerd. Het voordeel van zo'n discussie is, dat ieder zo zijn onmiddellijke reactie kon geven op het inleidende stuk. Zo leert men elkaars gedachten over kerk-zijn en samen kerk-zijn beter kennen. Het nadeel is echter, dat er dan ook weinig lijn in de bespreking valt te ontdekken.
Een paar grepen uit die reacties: Gevraagd werd of het verstandig was om weer met een nieuw woord (communio) te komen.
Daartegenover werd opgemerkt, dat het juist goed was om verstarring ook in het woordgebruik te vermijden. Zijn er nu twee eenheids-modellen: fusie en 'gemeenschap'?
Kunnen we niet beter spreken van de verschillen in de kerken, dan tussen de diverse kerken? Daartegenover kwam de opmerking, dat wij er zijn om samen de kerkelijke vragen op te lossen. Zoals ieder kon verwachten werd van r.k. zijde gesteld, dat communio allereerst geloofscommunio is en dat geloof wordt slechts concreet in de belijdenis van de ongedeelde kerk. De kerk is ook vrucht en voorwaarde van de maaltijd (eucharistie).
Eveneens is die communio gebonden aan het apostolisch (Petrus-)ambt. Als kritiek kwam ook naar voren, dat het stuk te optimistisch was. Bovendien dat het 'situationele van de eigen tijd' er niet in voorkwam. Tenslotte werd nog eens gewezen op het grote belang van de communicatie voor de communio. Polarisatie ontstaat door gebrek aan echte ontmoeting.
Men ziet bij het lezen van deze losse opmerkingen hoe moeilijk het is enige orde in de discussie te houden. Dat was ook niet de bedoeling in eerste instantie. Na al deze korte monologen werd aan een drietal (tevoren daartoe aangezocht) gevraagd om enkele saillante vragen te formuleren, teneinde daarover in de namiddag verder een meer gerichte discussie te voeren. Drie vragen kwamen er uit de bus:
- Wat moet voorrang hebben: het verschil in, dan wel tussen de kerken?
- Hoe kunnen we de verstarde geloofsformules vloeibaar maken met het oog op nieuwe tijden en nieuwe vragen? En in hoeverre kan dat in de r.k. en de reformatorische kerken?
- Heeft de grote nadruk op de sociale vragen de kerken in de raad dichter bij elkaar gebracht?

Ook op deze vragen kwamen weer vele uiteenlopende antwoorden. De voorzitter trok dan ook deze conclusies: We hebben goed materiaal gekregen, dat ook in bredere kring beschikbaar gesteld moet worden. We hebben genoten van de openhartige opmerkingen; samen in alle rust gesproken en elkaar aangehoord. Er is een echte ontmoeting geweest. Maar in het negatieve moest worden opgemerkt, dat er geen mogelijkheid was de verschillende opmerkingen tot één te bundelen.
Van belang is nog te weten dat de conferentie geopend werd met een bijbellezing uit Galaten 2:1-10, waarin op verrassende wijze de tekst in de concrete situatie van onze conferentie werd gezet. Men leze zelf eens dit stuk uit de brief van Paulus. En lette dan op de uitdrukking 'die in aanzien waren' in vers 2, terugkerende in vers 6 (tweemaal) en 9 en op de aanduiding 'valse broeders'. De eerste slaat voor ons op de kerkelijke topleiding, de tweede op de traditionalistische verontrusten. De 'oplossing', zoals Paulus die beschrijft is dan een constateren van de verscheidenheid naar situatie (vers 9: wij naar de heidenen, zij naar de besnedenen), met als 'communio'; de armen blijven gedenken!

Shell-Rhodesië-Marokkanen
Een vergadering na de conferentie, aan het einde van de middag, was nodig voor het bespreken van het rapport, dat een delegatie uitbracht over een gesprek met de hoofddirectie van de Shell. Het onderwerp was het doorleveren van olie naar Rhodesië, ondanks het vertKjd door de Engelse en Nederlandse regeringen. Eigenlijk was dit gsprek achterhaald, door wat al in de publiciteit was gebracht over de bewuste en actieve medewerking van onder meer de voorzitter van de raad van bestuur van de Shell. In het rapport was namelijk gesteld, dat doorleveren van olie naar Rhodesië niet uit statistieken zichtbaar wordt. Van overleg met een met name genoemd inkoopbureau in Rhodesië was overigens geen sprake, leder kan zich voorstellen hoe de delegatie en met haar de raad zich voelde bij de bekend geworden berichten na dit gesprek. Er zal dan ook zeker op worden teruggekomen.
Ook werd aan de leden van de raad uitgereikt een nadere uiteenzetting vanuit Geneve van de achtergronden en overwegingen die geleid hebben tot de veelbesproken gift uit het fonds van het P.C.R. aan het Patriottisch Front in Rhodesië.
Tenslotte: de Marokkanen: wekenlang frontpaginanieuws in de dagbladen. De raad heeft zich er intussen al vijf jaar mee beziggehouden. Onder meer door onderhandelingen met respectievelijk de staatssecretarissen mr H. J. Zeevalking en mr E. A. Haars. Het motief van de raad was van het begin af aan de bijbelse opdracht zich verantwoordelijk te weten voor de vreemdelingen onder ons.
Nu heeft dan de raad een brief gericht aan de ministerrraad en de Tweede Kamer. We noemen dit nu juist omdat de activiteiten van andere instanties, alleen in de laatste maanden, zouden kunnen doen vergeten dat deze Marokkanen al zo lange tijd de actieve aandacht hebben van de Raad van Kerken.


Ds. Hofland, assessor van de synode, woont met praeses ds. C. Mak, de vergaderingen van de Raad van Kerken bij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Hechte samenwerking ondanks verdeeldheid

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken