Bekijk het origineel

Herbouw gemeente bracht nieuw élan op Urk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herbouw gemeente bracht nieuw élan op Urk

Pessimisme werd beschaamd

6 minuten leestijd

Zon kerkscheuring grijpt in, is in-droevig. We vroegen ons als kerkeraad daarna dan ook af: Hoe zal het verder gaan? De kerkelijke gemeenschap zou, na alle problemen die het 'gewone' gemeenteleven zo op de achtergrond hadden gedrongen, weer moeten worden opgebouwd. Ik kan u wel zeggen dat pessimisme overheerste. Maar hoe anders kwam het uit. Onze zorg was overbodig.
Na alle achterdocht keerden vertrouwen en eensgezindheid terug. We gaan weer met plezier naar de kerkeraadsvergaderingen.
Want het kerkelijk leven in onze gemeente, hierop Urk, heeft nieuwe impulsen gekregen. Bij al het verdriet is er wat dat betreft in elk geval reden tot dankbaarheid.
Aan het woord eerste scriba M. Kramer (70) die er met de gebruikelijke tussenpozen al 32 jaar lidmaatschap van de Urker kerkeraad op heeft zitten. Een man, die ook actief geweest is in de politiek en voor de ARP een aantal jaren in de gemeenteraad zat. Iemand, die naast zijn kerkelijke activiteiten nog steeds in het arbeidsproces meedraait, al is het niet meer buitengaats. Hij verzorgt de boekhouding voor zijn zoon, die eigenaar van een kotter is én zit nog regelmatig netten te herstellen. Maar dit terzijde.
Wie weet niet van de kerkelijke ontwikkelingen op het voormalige eiland met zijn vele reformatorische denominaties. Twee scheuringen, eerst in september 1975, waar nu nog 1 50 mensen van zijn overgebleven (reformerende kerk) en toen, in februari 1976, een groep van nu zo'n 1600 leden, die zich als wijkgemeente-oost bij de christelijke gereformeerde kerken heeft aangesloten.

Bemoediging
Ons dieptepunt was op een gegeven moment 3468 leden. Een aantal, dat door de normale aanwas, dus geboorten en nieuw ingekomenen, weer tot 3550 is opgelopen, vertelt de heer Kramer, die het daarna ontwaakte nieuwe élan met tal van voorbeelden kan illustreren. Zo kwamen er zes wijkavonden, per wijk twee, met steeds een opkomst tussen de 120 en 180 gemeenteleden. Er konden vragen worden gesteld en meningen worden gegeven over plaatselijke en landelijke ontwikkelingen. Men bouwde, bemoedigde daar elkaar en de kerkeraad kwam veel beter te weten wat er onder de mensen leefde. Het besluit ook vrouwelijke leden stemrecht te gaan verlenen is er een voorbeeld van.
Er konden ook weer gemeentevergaderingen worden gehouden, wat vele jaren achtereen vanwege de spanningen onmogelijk was geweest. Toen ds. Kersten uit Scheveningen werd beroepen waren er in de Petrakerk tussen de 400 en 500 mensen. Treffend was de eensgezindheid en daar hebben we, zegt scriba Kramer, de Heere voor gedankt. Ook met de slotzang 'k Wil U o God, mijn dank betalen. Op de kennismakingsbijeenkomst met de beroepen dominee weer zo'n 400 mensen. Jammer genoeg heeft hij gemeend te moeten bedanken; dat kwam hard aan!
Het kerkbezoek is duidelijk beter geworden, doordat het met zes procent toenam en de gemeente bleek er een eer in te stellen de totale kerkelijke bijdragen op hetzelfde peil van voor de scheuring te handhaven. Het is spontaan gebeurd.
Ook het verenigingsleven kreeg nieuwe impulsen, meldt de heer Kramer. Zo hadden we één mannenvereniging plus een heel kleintje van zeven, acht leden. Nu zijn er drie, waarvan er een, voor alleen jongere mannen, liefst vijftig leden telt. Ook het vrouwen- en jeugdverenigingsleven bloeiden op en over het catechisatiebezoek zijn onze predikanten heel tevreden. We hebben ook veertig bezoekdames, die namens de diakonie met zieken en bejaarden contact houden. Er is kort en goed rust en een grotere betrokkenheid op het kerkelijk leven gekomen en dat is een verkwikking, waar we elke dag dankbaar voor zijn.

Geen vijandschap
Er is ook geen vijandschap tussen ons en hen, die meenden ons te moeten verlaten.
Elkaar zonder groeten voorbij lopen hoort er gelukkig niet bij. We hebben samen met de grote uitgetreden groep zelfs nog één diakonaal project. Het is namelijk zo, dat we altijd samen één zijn geweest in onze verontrusting. De scheuring is, zegt de heer Kramer, een gevolg van het handelen van de synode de laatste tien jaar, met name inzake de kwesties Kuitert en Wiersinga; van plaatselijke kwesties én van verschillend denkerr over de consequenties van het verontrustzijn. Het verschil tussen hen en ons is, dat wij onze kerken, die we liefhebben, trouw willen blijven al was het alleen maar, omdat je niet met scheuren door kunt blijven gaan. Wij hebben begrip voor en vertrouwen in de generale synode, al zijn we het bepaald niet altijd eens met alle besluiten die daar worden genomen.
Je zou kunnen zeggen dat we eigen lijnen trekken en de landelijke ontwikkelingen zeer kritisch volgen. In sommige opzichten schoorvoetend, pakweg 25 jaar achteraan. In andere opzichten helemaal niet. Ik sprak al van het vrouwenstemrecht, dat we nog maar pas hebben ingevoerd. We gebruiken hier nog steeds de oude Statenvertaling, al geven we predikanten de vrijheid desgewenst de nieuwe vertaling te gebruiken. We zingen gezangen uit de bundel, waarin er 119 staan; het Uedboek is bij ons niet ingevoerd. We zijn tegen aansluiting bij de Wereldraad van Kerken, om niet te spreken van het PCR en zijn nog zo ouderwets, dat we van de bijbel en de belijdenis der vaderen geen tittel of jota af willen doen.

Vasthouden
Laat dus niemand denken, besluit de heer Kramer, dat de gereformeerde kerk van Urk anders, dat wil zeggen, minder kritisch is geworden. Wel is het zo, dat we het kerkverband vast willen blijven houden. Daarbij mag wel eens worden bedacht, dat we synodebesluiten zoals dat om jongeren, zij het onder nog zo strikte voorwaarden, aan het avondmaal toe te laten, bepaald afkeuren. Ook al proberen we ons zoveel mogelijk in te leven in de situatie elders in onze kerken. Wij willen hopen en bidden, dat onze generale synode in de toekomst zulke besluiten neemt, dat we als gereformeerde kerk van Urk ons daar ook achter kunnen stellen.


Fotobijschrift
De Bethelkerk van Urk is in 1870 door de afgescheidenen gebouwd, dat wil zeggen het voorste gedeelte. Het grote en ook hoge deel erachter kwam in 1885 tot stand, waardoor het licht van de vuurtoren een 'dode hoek' kreeg. Dit probleem werd opgelost in 1899: in dat jaar werd de vuurtoren zodanig verhoogd, dat de stralenbundel weer overal kon worden gezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Herbouw gemeente bracht nieuw élan op Urk

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1978

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken