Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

11 minuten leestijd

De wereld die God lief had

Er was cens een diakonie… Nee, er is een diakonie, die een brief schreef aan de gemeenteraad in verband met de overlast van geparkeerde vrachtauto’s. Men kreeg een brief terug van de gemeentesecretaris met een voorlopig en dus weinigzeggend antwoord. Daarom besloot men binnen een bepaalde tijd weer eens extra hard aan de bel te trekken. Ik wens deze zusters en broeders veel succes toe.

Nu veronderstel ik dat die geparkeerde auto’s een weinig fraaie entourage vormen van het kerkgebouw en ook een beetje hinderlijk zijn voor de kerkgangers.

Gelukkig rijden die auto’s evenwel niet; ze staan stil en ze moeten tenslotte ergens staan! Maar ik denk dat een christelijke of socialistische of liberale gemeenteraad er wel een oplossing voor weet te vinden. Je moet staan voor je naam…

Overigens zette dit verhaal me toch wel even aan het denken. Niet zozeer vanwege die kerk daar (desnoods kruip je er tussendoor), maar vanwege het rij gedrag en parkeer gedrag in het algemeen. Ik weet het wel, je moet die wagen ergens kwijt, desnoods met twee wielen op het trottoir. Maar je maakt het kinderen, ouderen, lichamelijk of visueel gehandicapten wel ontzettend moeilijk. Ik geneerde me er onlangs voor dat in een Engels stadje het ’piep’-geluid voor blinden bij groen licht op de over-steekplaats werd afgeschaft omdat het de omwonenden zo irriteerde! Vandaag of morgen wordt daar iemand doodgereden en dan komt de ’piep’ weer terug… Zo gaat dat, zelfs in Engeland.

Het is aardig en goed van diakenen wanneer ze de omgeving van hun kerk ’clean’ willen houden. Ik ben daar erg voor. Maar het zou nog aardiger en nog beter zijn wanneer ze in hun dorp of wijk eens acht sloegen op al die plekken waar men auto’s op een werkelijk onverantwoorde en levensgevaarlijke manier neerzet (al of niet met permissie van de overheid).

Ik droom daarom van de diaken die ’s gaat wandelen of fietsen en die daarbij merkt dat er in z’n werk- en woongebied verkeerstechnisch dingen erg gevaarlijk en erg fout zijn. Ik droom van de diakonie die daarover een brief schrijft aan de burgerlijke gemeente.

En ik droom van een gemeenteraad die zo’n diakonale brief serieus neemt en er wat mee doet.

Het is goed wanneer diakenen in en om de kerk bezig zijn. Gods huis mag hun huis zijn en dat van de gemeente. Maar om de hoek ligt de wereld (die God lief had) en dáár is ook nog wel het een en ander te doen. Door de gemeente en door de diakenen.

’in het spoor der gerechtigheid’

Onder deze titel verscheen een themanummer van ’Leiding’. Dat is het kaderblad van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbonden. Een gezelschap dat er niet voor terugdeinst moeilijke onderwerpen in eigen kring bespreekbaar te maken.

Het uitgangspunt vormen de Zaligsprekingen en stukken uit de Bergrede. En zo komen we o.a. bij de Nieuwe Levensstijl, bij Martin Luther King, de Barmhartige Samaritaan en onderwerpen als vrede en gerechtigheid.

Het is een echt ’werk boek je’ met aantekeningen en gespreksvragen. Waarbij de bijbelse boodschap centraal staat.

Dit boekje (92 pag.) kost f 5 — en is verkrijgboar bij de HGJB, Prins Bernhardlaan 1, Bilthoven.

In deze serie staan overigens op het programma nummers over het diakonaat, over India en over de Brief van Jacobus.

Wat zei die werkster eigenlijk?

Nog maar amper lag het vorige nummer van dit blad in de bus of ik kreeg een telefoontje van een lezer: ’Wat zei die werkster eigenlijk?’

Ik begreep er aanvankelijk niets van. Maar het ging over m’n Kroniek van oktober, waarin ik op pag. 237 de uitspraak van een werkster citeerde.

Helaas was op de drukkerij nu het meest essentiële zinnetje weggevallen. Ik ben dus wel verplicht het hier te herhalen. Met een echt Brabantse tongval kwam het er uit:


Wij doen ons best God doet de rest

P.


Ik lag toen (letterlijk) gebroken in bed. Nu zit ik weer vrolijk achter m’n schrijfmachine. Maar ik vind het altijd nog een uitspraak om over na te denken.


Geen kerkegeld voor GEWELD.

De leuze ’Geen kerkegeld voor geweld’, die suggereert dat wie f 100, — naar de kerkvoogdij overmaakt er rekening mee moet houden dat een paar tientjes van zijn gift gebruikt worden om er wapens voor te kopen, berust op je reinste demagogie. Zelfs als de kerk je niets kan schelen dien je dergelijke leugenachtige leuzen nog uit liefde tot de waarheid tegen te spreken.

(ds. A. A. Spijkerboer in ’Woord & Dienst’).


’Laat me je handen eens zien’

Wie de moeite neemt over een periode van bijvoorbeeld tien jaar eens te kijken naar de ontwikkeling van de diakonale publiciteit, vallen een paar opmerkelijke dingen op.

Ik denk daarbij niet in eerste instantie aan de publiciteit van de GDR. Dat is voor een belangrijk deel professioneel werk. Die lui hebben er voor geleerd en worden er voor betaald. Nee, ik denk aan de publiciteit binnen en vooral van de plaatselijke gemeenten.

Inderdaad, er zijn altijd nog diakonieën, die zich in dit opzicht beperken tot het vermelden van collecte-opbrengsten in het kerkblad. Maar het aantal diakonieën dat het grondiger aanpakt groeit met het jaar. En zeker niet alleen in de grote gemeenten.

Ik heb de laatste jaren dan ook herhaaldelijk in deze rubriek gewezen op diakonale acties, artikelen, folders en brochures die spontaan uit de gemeenten zelf opkwamen. Ik denk welhaast iedere maand. Enerzijds om te wijzen op de vele mogelijkheden die er zijn om de diakonale gedachte uit te dragen, anderzijds om lovend of kritisch (dat kan samen gaan) de diakenen in de gemeente A, B of C te bedanken of aan te sporen er mee verder te gaan. Bovendien weet ik hoeveel tijd en energie in zulke dingen gaan zitten.

Vandaag ligt voor me een fris groen boekje met als titel ’Laat me je handen eens zien’. Die titel is waarschijnlijk geleend uit een geschrift van professor Van Leeuwen (maar dat vindt-ie vast wel goed). Het is een voorlichtingsbrochure van de hervormde diakonie van De Bilt, waarin binnen 20 pagina’s heel wat wordt verteld over het verleden en over het heden. Over het verschil tussen 1898 en 1978 en over de dingen die de diakonie thans doet. Vooral wordt ook gewezen op de taak van het gemeentelid: wat kun je als gemeentelid zelf doen? Afgesloten wordt met zakelijke gegevens: namen, adressen en telefoonnummers van alle diakenen.

Het boekje is bovendien erg aardig geïllustreerd.

Centraal staat bij dit alles de liturgische formule:

’Aanvaardt uw verantwoordelijkheid
voor uw huisgenoten
voor uw naasten
voor een ieder die God op uw weg brengt.’

Moge deze aankondiging van Biltse creativiteit ook anderen inspireren.

Voor wie daar echt niet toe komt, is er altijd nog de GDR-folder ’Diakonaat, wat is dat?’ Ik zet het er maar terloops bij, want de titel van dit boekje slaat natuurlijk op ons allemaal.

Dominee op Schiphol (II)

In het vorige nummer van dit blad schreef ik iets over de luchthavenpastor op Schiphol. ’Maar hoe is die ds. Hoogervorst nu bereikbaar?’

Een redelijke vraag met direct hierbij een passend antwoord.

Per brief: Luchthavenpredikant, postbus 7779. 1118 ZM Schiphol-Centrum.

Per telefoon: 020-51.72.666.

Renovatie F. D. Roosevelthuis

Dagelijks komen van de diakonieën toezeggingen en bijdragen binnen voor de renovatie van het F. D. Roosevelthuis. Op de provinciale en regionale bijeenkomsten van diakenen is steeds sprake van een bemoedigende belangstelling en een bereidheid tot financiële medewerking. Bij het ter perse gaan van dit nummer was aan toezeggingen en bijdragen ontvangen een bedrag van ƒ 766.922,80 van 466 diakonieën. Op het verzoek van de GDR om ƒ 2,50 maal het aantal lidmaten per gemeente beschikbaar te stellen voldoen veel diakonieën. Een belangrijk deel zegt meer toe. Er zijn gemeenten die het bedrag verdubbelen.

Anderen zeggen het gevraagde bedrag toe onder mededeling dat boven dit bedrag nog een gerichte diakonale collecte in de kerkdienst zal worden gehouden.

Weer anderen bestemmen de zogenaamde wintercollecte, welke bij de leden thuis wordt ingezameld, voor dit doel.

Voor informatie aan de gemeenteleden vragen sommige gemeenten een aantal informatiekranten op. Of ze besteden zelf in hun kerkblad ruime aandacht aan deze zaak. Allemaal tekenen van meeleven en zich verantwoordelijk voelen voor onze gehandicapte naaste.

Tenslotte is het doel: het F. D. Roosevelthuis door middel van deze renovatie nog beter leefbaar te maken voor onze lichamelijk gehandicapte gasten.

’Afscheid’ van de heer Postema

Op 1 november legde de heer W. J. Postema wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zijn functie van directeur van de Gemeentelijke Sociale Dienst in Voorburg neer.

De heer Postema, die veel heeft gepubliceerd (onder andere becommentarieert hij reeds velejaren in het blad ’Sociaal Bestek’ de begroting van het departement van CRM), geeft reeds vanaf 1968 zijn medewerking aan onze Voorlichtingsmap Algemene Bijstandswet.

Voor zijn vele verdiensten op sociaal terrein is hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Met vele andere genodigden hebben wij hem op 27 oktober hiermede mogen gelukwensen.

Gelukkig behoeven wij vanuit de GDR nog geen afscheid van de heer Postema te nemen. Hij heeft ons toegezegd voorlopig nog zijn medewerking aan de Voorlichtingsmap Algemene Bijstandswet te blijven geven.

Eenwording in België gevierd

In Brussel had zaterdag 4 november een stijlvolle dankdienst plaats om de eenwording van de Protestantse Kerk, de Eglise Réformée de Belgique en de Gereformeerde Kerken in de Verenigde Protestantse Kerk in België te vieren.

Onder de ruim duizend aanwezigen waren onder andere vertegenwoordigers van de zusterkerken in Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Portugal, Luxemburg, Groot-Britannië en Nederland. De GDR onderhoudt reeds jaren op het diakonaal terrein contacten met de thans verenigde kerken. Het hoofd van onze afdeling hulpverlening, de heer G. v. d. Meiden heeft onze Raad bij deze dienst vertegenwoordigd.

Deze dankdienst was met recht een echte dankdienst: er werd namelijk niet voor de eigen ’huishouding’ gecollecteerd. Er was alleen een diakonale collecte met als opbrengst B.frs. 64.000,— (ruim ƒ 4.000,—). De ene helft van de opbrengst gaat naar de Presbyteriaanse Kerk in Rwanda en de andere helft naar de Nationale Actie voor Bestaanszekerheid.

P.W.A. de W.

Jaar voor het kind

Door de algemene vergadering van de Verenigde Naties is het jaar 1979 uitgeroepen tot Jaar voor het Kind. Ook Nederland doet mee. Er is al een nationaal comité gevormd om de nodige plannen uit te denken. Het gaat er in Nederland vooral om (hoorde ik van staatssecretaris mevrouw Kraayeveld) de aandacht te vestigen op kinderen in moeilijke situaties, zowel in het eigen land als in de derde wereld. Bij ons zijn dat bijvoorbeeld gehandicapte kinderen, mishandelde kinderen, sleutelkinderen en kinderen van gastarbeiders. In het algemeen dus kinderen die tekort komen.

Op scholen zullen er verschillende acties worden gehouden, de PTT zal wellicht een speciale postzegel uitbrengen, enfin u merkt het wel.

En de kerk? Ik dacht dat het hervormde diakonaat zijn eigen steentje zou kunnen bijdragen door zondag 17 juni a.s. eens heel nadrukkelijk tot zondag-voor-het-kind uit te roepen. Op die zondag collecteren de diakenen toch al voor kinderbescherming en jeugdwelzijn.

Ik vind, dat we van die zondag best eens iets goeds, iets uitzonderlijks mogen maken.

Het kind centraal in prediking en offerande. Het kind centraal hier en daar. Hier en nu. U bent toch ook kind geweest? Misschien een beetje gebleven, naar ik hoop.

Over de drempel

Misschien heeft u wel eens van die schrijver gehoord, die in juli op een zeer warme dag een kerstverhaal zat te schrijven. Denk het u even in: sneeuw, kerstballen en herders, terwijl het zweet je over de rug loopt. Het was hem dan ook vreemd te moede. Maar het moest! Want die boekjes moeten nu eenmaal in september gedrukt worden.

Met een blad als dit gaat het soms ook een beetje zo. Ik dènk nog niet eens aan kerstmis of aan de jaarwisseling, maar m’n tekst moet ik op tijd inleveren, terwijl u die eerst eind december onder ogen krijgt. Er kan in die tijd nog zoveel gebeuren.

Ik ben dus nog niet ’in de stemming’.

Misschien heeft dat ook z’n goede kant.

Met sentimentele verhalen en stemmingsvolle beelden kan het wel plezierig mijmeren zijn, maar de diaken komt er niet ver mee. Naar ik hoop wel met de gedachte dat de Heer onder ons wilde komen wonen en dat we van het nietige en verachte ’licht en toekomst’ mogen verwachten. En dat een ieder op zijn eigen plaats en met zijn eigen mogelijkheden medewerker van dat heil kan zijn. Gered en reddend, geholpen en helpend.

Soms: getroost en troostend.

Zo gaan we over de drempel naar 1979.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1978

Diakonia | 36 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1978

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken