Bekijk het origineel

Een folder met betaald antwoord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een folder met betaald antwoord

8 minuten leestijd

Aan de folder 1978 voor de collecte ten behoeve van jeugdwelzijn/kinderbescherming werd als motto meegegeven: ’inzet of afkoop?’ De achterliggende gedachte was om bij de gemeenteleden begrip te wekken voor het feit, dat je er niet bent met een gift éénmaal per jaar in de collectezak, maar dat ook — of misschien wel in de eerste plaats — persoonlijke inzet van tijd en belangstelling mag worden gevraagd. In deze opzet paste, dat aan de folder een antwoordkaart vastzat, waarop men vragen, reacties, meningen, suggesties etc. kon insturen. Het was, voor zover we weten, de eerste keer dat op deze wijze de gemeente werd uitgenodigd om te reageren. Over de ontvangen reacties willen wij u hier iets meedelen.

Eerst iets over het aantal reacties: dit bedroeg een kleine 50. Op een verzonden aantal folders van 300.000 is dit een te verwaarlozen aantal; ook als men weet dat in de reclame bij een reactie van één procent al van een geslaagde actie wordt gesproken. Natuurlijk hebben we gezocht naar mogelijke verklaringen voor de geringe respons.

’Vreemde’ collecte?

Allereerst kunnen we stellen, dat het hier gaat om een deel van de inhoud van de folder. De reactie in financieel opzicht is gelukkig heel wat beter. Een volgend punt is het nieuwe van deze mogelijkheid. Het is niet ondenkbaar dat het percentage reacties toeneemt als men door herhaling aan deze methode gewend raakt.

Er zijn mogelijk ook enkele factoren in het spel, die minder geruststellend zijn.

De eerste is, dat we uit enkele antwoorden de indruk krijgen, dat men zo’n vanuit Utrecht georganiseerde collecte met de daarbij behorende folder als iets ’van buiten’ als iets vreemds, als niet-eigen beschouwt en ervaart. (Wij komen dáár later in dit verhaal nog op terug.) Een tweede factor kan zijn, dat er in onze kerk nauwelijks mensen zijn, die ideeën hebben over jeugdwelzijn in plaatselijk opzicht.

Voor dit standpunt pleit, dat een flink aantal van de reacties in feite niet inging op de door ons aangereikte vragen. Een deel daarvan betrof kritiek: op de folder, op de kerk in het algemeen of op de GDR respectievelijk de Commissie Jeugdwelzijn in het bijzonder.


Uw geld en uw ideeën

Er is iets mis met de situatie, waarin veel jongeren leven. Wie z’n ogen open heeft, kan dat zelf zien.

Is er trouwens ook niet iets mis met ons ouderen? Laten we niet teveel aan anderen over? Aan de diakenen? Aan de deskundigen? Aan de instanties? Vaak is er een tekortkoming bij alle zorg om het jeugdwelzijn: gebrek aan persoonlijke aandacht, aan meeleven met die jongen of dat meisje naast ons.

Het gaat ook hierom als we u ’jeugdwelzijn/kinderbescherming’ onder de aandacht brengen.

Geld is belangrijk om werk mogelijk te maken. Mar er wordt meer gevraagd.

Lijkt een gift in de collecte zonder persoonlijke inzet — als we daartoe in staat zijn — niet veel op afkoop? Daarom is deze folder tegelijk een brief met betaald antwoord.


Een ander deel betrof persoonlijke hulpvragen variërend van een vraag om een adres, waar men een bepaalde cursus kan volgen tot vragen om hulp in zeer concrete per soonlijke nood.


‘Jeugdwelzijn/kinderbescherming’: ik breng graag het volgende onder uw aandacht.


Werkkampen

Overigens zijn we met een aantal kritische reacties best ingenomen.

Ze zijn deels terecht en we hebben er in ieder geval van geleerd.

Maar wat te denken van iemand die schrijft dat alle jeugdige werklozen maar in werkkampen moeten worden gestopt? Of van anderen, die schrijven dat gehuwde werkende vrouwen maar ontslagen moeten worden om plaats te maken voor werklozen? Of dat er geen geld moet worden ingezameld voor een inventaris van een opvangcentrum, omdat er tegenwoordig zoveel aan de stoeprand wordt gezet waar best nog wat bruikbaars bij is? Dan vraag je je af: wat zijn dat voor mensen, die de moeite nemen om zoiets op te schrijven en aan ons toe te sturen? Zijn dat leden van onze kerk? Zijn het uitzonderingen? Of zijn deze mensen representatief voor een grotere groep?

Ook de persoonlijke hulpvragen hebben ons voor vraagtekens gesteld. Hoe wanhopig, hoe vereenzaamd, hoe uitzichtsloos moet je zijn om je persoonlijke nood aan een open briefkaart toe te vertrouwen en naar een kantoor in Utrecht te versturen? En weer die vraag: zijn dit incidenten of is het’t topje van een ijsberg? En hoe functioneren dan plaatselijk pastoraat en diakonaat, als men het gevoel heeft dáár niet met zijn zorgen terecht te kunnen?

Te grote afstand

Gelukkig is er ook een aantal reacties van mensen, die er blijk van gaven precies aan te voelen waarom het gaat. Sympathieke reacties, waaruit veel begrip spreekt voor de situatie van veel jongeren.

Maar wat we gehoopt hadden, enkele concrete aanknopingspunten te krijgen voor het werk van onze commissie, werd vrijwel niet bewaarheid. We hebben het idee, dat hier de afstand tussen het werk van de commissie en het gewone gemeentelid een rol speelt. Ten aanzien van opzet en inhoud van de folder hebben we toch wel iets aan deze ’enquête’ gehad. Het is ons duidelijk geworden, dat je niets als bekend mag veronderstellen; dat je nooit mag zeggen: dat hebben we nu al zo vaak in onze folder gezet, dat hoeft nu niet meer. We zullen elke keer opnieuw weer heel precies moeten vertellen wie we zijn en wat we doen.

Wie we zijn: blijkbaar is het nodig om telkens weer uit te leggen, dat de GDR in dit opzicht niets anders wil zijn dan een verlengstuk van de arm van het plaatselijk diakonaat om landelijk datgene te doen wat de plaatselijke mogelijkheden te boven gaat. Wat we doen: uit een aantal reacties blijkt een grote onbekendheid met de procedure rondom de toekenning van bijdragen. Sommigen schijnen te menen dat, wanneer het geld eenmaal binnen is, een of andere functionaris van de GDR dit naar willekeur kan uitdelen. Niets is minder waar.

Nauwkeurig is omschreven, dat de plaatselijke en provinciale organen om advies moet worden gevraagd, alvorens de commissie een aanbeveling doet aan de Generale Diakonale Raad, die uiteindelijk de beslissing neemt. Veelal wordt daarnaast ook nog gebruik gemaakt van adviezen van deskundige ’derden’.

Geen projectenlijst

Er bestaat ook enige (begrijpelijke) verwar ring doordat er — bewust of onbewust — vergeleken wordt met het werelddiakonaat. Het werelddiakonaat maakt een keuze uit een veelheid van projecten, die van verschil lende kanten worden aangeboden en komt zo tot een min of meer afgewogen geheel wat betreft plaats en werksoort.

Het fonds jeugdwelzijn werkt zo niet, eenvoudig omdat er geen organisatie is die binnenlandse projecten inventariseert en evalueert en aan ’sponsors’ aanbiedt. Wij nemen dus noodgedwongen een afwachtende houding aan. Pas als een aanvrager zich bij ons meldt, komen we in actie en wordt via de zojuist beschreven procedure al of niet een bijdrage toegekend. Aangezien wij dus geen invloed hebben op de aanvragers en de soort projecten die bij ons binnenkomen, kunnen wij geen binnenlandse projectenlijst aanbieden, waarop men kan intekenen. Bovendien kan een overzicht van de zaken, die vanuit ons landelijk bureau zijn gesteund, gemakkelijk een onevenwichtige indruk maken, omdat er geen onderlinge afweging is. Elke aanvraag, die binnen de termen van het fonds valt, kan in principe gehonoreerd worden.

’Sectarisch’

Er zijn een paar reacties in de zin van: we hebben toch al de Sakorkollekte of de Zespeka, waarom komen jullie dan ook nog eens? Een ander verwijt ons min of meer, dat we als hervormden sectarisch bezig zijn en dat het veel oecumenischer moet.

Temidden van al deze kritische geluiden menen wij, dat het nog steeds zinvol is om in de hervormde kerk éénmaal per jaar te collecteren voor jeugdwelzijn en kinder bescherming.

Enerzijds om als kerk het zicht niet te verliezen op de noden van de jeugd, anderzijds omdat het geld nog steeds nuttig besteed kan worden in hervormde instellingen en andere instellingen waarin hervormden par ticiperen.


Aan dit nummer werkten mee:

ds C. J. Amesz, predikant te Capelle aan den IJssel

P. A. C. Douwes, algemeen secretaris

J. C. Fieggen, stafmedewerker GDR

Hein Jansen, stafmedewerker GDR

Jan Niessen, werkzaam bij de Nederlandse Hervormde Stichting voor Maatschappelijk Welzijn in Noord-Holland, als samenlevings-consulent (F2-er)

ds. A. Romein, lid van de GDR

ds. dr. W. Timmermans, pastoraal medewerkster op de Hezenberg

Hans van Veen, predikant voor buiten gewone werkzaamheden, als maatschappelijk toeruster verbonden aan de hervormde stichting voor diakonaal maatschappelijk werk in Gelderland.

H. Zwaag, voorzitter van de Protestants Christelijke Ouderenbond (PCOB)

P. W. A. de Wit, redactielid Diakonie

Foto’s:

ANP

Joop Otten

e.a.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Diakonia | 44 Pagina's

Een folder met betaald antwoord

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken