Bekijk het origineel

Diakonaat moet recht doen aan de ouderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Diakonaat moet recht doen aan de ouderen

8 minuten leestijd

De oudere mens is zijn vroeger zo belangrijke plaats in de samenleving veelal kwijtgeraakt. Voor de laatste wereldoorlog werden tal van belangrijke posten door ouderen bezet. Met hun praktische scholing en ervaring wisten zij leiding te geven op kerkelijk, maatschappelijk en politiek gebied. Het respect, dat men voor ouderen had, bracht mee dat hun mening gezag had en hun leiding werd geaccepteerd.

Het zorgen voor de ’oude dag’ werd overbodig. Ons snel in elkaar gezette systeem van sociale zekerheid, op zich een heel goede zaak, kwam de spankracht van de ouderen niet ten goede. Zoals zo vaak in de geschiedenis: materiële voorspoed werkte niet stimulerend op het meedenken over de snel veranderende situatie op maatschappelijk, politiek en religieus gebied.

Dat alles werd goeddeels overgelaten aan de volgende generatie. Het gevolg is een maatschappelijk en geestelijk isolement van de oudere mens. Hij of zij liet het roer helemaal los.

Ere wie ere toekomt. De jongeren hebben op hun manier heel goed voor de ouderen gezorgd. Hun inkomen hield aardig gelijke tred met de steeds toenemende inflatie. Be jaardenhulp was in ruime mate voorhanden. Er werden steeds meer bejaardenwoningen en tehuizen gebouwd, waardoor de oudere overigens in veel gevallen van de samenleving geïsoleerd raakte.

Alles laten doen

Veel vrije tijd? Geen nood! Diakonieën, damescomités enz. zorgden voor ontspanningsmiddagen (alsof het hele leven van de oudere al geen ontspanning geworden was!) met allerlei spelletjes en tractaties, reisjes (waar vaak ook nog voor gecollecteerd werd), enz. Dat alles met verschrikkelijk goede bedoelingen.

Het resultaat? Ga maar eens kijken! Je treft groepen mensen aan, die zich laten vermaken, laten bezig houden, laten vertellen over een onderwerp, dia’s laten vertonen, koffie laten inschenken enz. Van een discussie met de spreker is bijna nooit sprake, van zelf ergens het initiatief toe nemen evenmin. Echt geestelijk contact onderling komt zelden voor. Een zinvol invullen van de hogere leeftijd is een zeldzaamheid. In de kerkelijke gemeente is de meebeslissende oudere er heel vaak niet meer.

Door allerlei ontwikkelingen in de samenleving zijn de ouderen uitgesloten, onmondig gemaakt en deze hebben zich dat veelal laten ’wel’ gevallen. Ook in de kerken treffen we deze situatie vaak aan.

Schrikbeeld

Er is echter een kentering bespeurbaar. De jongere generatie, die zo goed gezorgd heeft voor die ’zielige oudjes’, is nu zelf bijna of helemaal toe aan de pensioengerechtigde leeftijd. Zij hebben steeds meegedacht en meegewerkt. De beangstigende zorg voor de oude dag kennen zij al tientallen jaren niet meer. Zij hebben vaak, dank zij de opofferingen van de ouderen, meer kunnen leren of, zo u wilt, studeren. Het ’aan de kant staan’ lokt hen helemaal niet, ouder worden, geen volwaardige plaats innemen is voor hen een schrikbeeld.

De ’oude-dag-situatie’, die ze zelf geschapen hebben, vinden ze voor eigen gebruik niet geschikt. Daardoor wordt het besef levendig, dat die eigenlijk nooit goed is geweest. Met een reuzezwaai is het devies nu: ’Weg met de zorgfilosofie, lang leve de zelfstandigheidsfilosofïe!’

De overheid is prompt gekomen met de nota bejaardenbeleid 1975. Deze nota vertelt ons heel goed, dat we uit moeten gaan van het feit, dat de oudere echt nog steeds meerderjarig en dus mondig is. Dat is werkelijk schokkend!

De maatschappij en de kerk zullen de ouderen niet meer mogen zien als objecten, maar als gelijkwaardige medeleden met de hun toekomende verantwoordelijkheid en het beslissingsrecht in hun eigen situatie. Denk bijvoorbeeld aan het meebeslissen over huisvesting, hulp, het roepen van een dokter, het meebesturen van hun tehuis, enz.

De kerk zal de ouderen weer moeten aan spreken als leden, die steeds mede-verantwoordelijk zijn. Dit is een hele krachttoer voor de samenleving.

En de ouderen zelf?

Ik heb de laatste tijd veel ouderen ontmoet, die alles over zich heen hebben laten komen. Maar er leeft toch een innerlijk verzet tegen de bevoogding, die allen heeft getroffen.

In de bewonerscommissies van verzorgingshuizen is een beweging gaande, die georganiseerd wil opkomen voor medezeggenschap. De ’oudere in aantocht’ zal helemaal bereid zijn om de zelfstandigheid met handen en voeten te verdedigen en mee te werken aan het oplossen van alle problemen die nu eenmaal het ouder worden vergezellen.

Taak van het diakonaat

Nu hoor ik u vragen: waar blijft in uw betoog het diakonaat? Hier komt het dan.

U weet, beter dan ik, dat het diakonaat allang niet meer het instituut is, dat geld uitdeelt aan de armen in ons land. De diakenen weten allang, dat het niet in de eerste plaats gaat om het materiële aspect. Zij hebben de taak vanuit het Evangelie te zoeken naar antwoorden op problemen in de samenleving en dat zijn er veel. Weduwen en weduwnaren. Oudere echtparen, die vereenzamen door het wegvallen van vrienden en het drukke leven van hun kinderen. De echtparen, waarvan man en vrouw niet meer weten, welke zijn of haar rol in het huiselijk leven is, omdat manlief zijn kostwinnerschap niet meer waar hoeft te maken. De ongehuwden. De gepensioneerde, die zich niet op deze status heeft voorbereid en zijn vroegere status kwijt is. De mensen, die hun pensioen zien naderen en er geestelijk niet naar toe (willen) leven. De mensen die vaak voortijdig en meestal plotseling uit het arbeidsproces zijn gestoten. U kunt zeker nog meer categorieën bedenken. Het gaat hier niet om enkele honderden of duizenden of zelfs enkele tienduizenden…

Drie miljoen…

Vandaag leven er in Nederland bijna anderhalf miljoen mensen, die ouder zijn dan 65 jaar. Als we de categorie (te beginnen bij ongeveer 55 jaar) nemen, bij wie alle hierbovengenoemde problemen een rol kunnen spelen, dan komen we op drie miljoen. Het protestantse deel zal dan tegen het miljoen lopen. Dat miljoen, dat in eerste instantie bij de eigen kerk op de stoep zal staan, zal óf opnieuw, óf blijvend geïntegreerd moeten zijn in de samenleving.

Dit wordt een enorme diakonale taak. Natuurlijk heb je instellingen voor allerlei hulp, waaraan het diakonaat vaak zijn steen of steentje bijdraagt, bijvoorbeeld de gezinsverzorging. Heeft het diakonaat daarmee het werk voltooid?

Er zal een doordenking van de problemen op gang moeten komen. Men zal er zich meer bewust van moeten worden. Er zal een samenwerking moeten komen met hen, die direct bij deze problemen betrokken zijn: de ouderen zelf.

Ouderenbonden

Er bestaan ouderenbonden, die zich al jaren met deze taken bezighouden. Zij willen echt geen concurrenten zijn van al die commissies, die ouderen verstrooiing willen brengen. We zien: een algemene, een rooms-katholieke en een protestants-christelijke bond. Zij werken landelijk, regionaal en lokaal samen in het Centraal orgaan samenwerkende bonden van ouderen (Cosbo). Als voorzitter van de Protestants Christelijke Ouderenbond (P.C.O.B.) vind ik, dat deze slechts ontspanningswerk moet doen, waar het door anderen niet gedaan wordt. Omdat deze bond er in de eerste plaats is om de blijvende integratie van de ouderen te bevorderen in deze maatschappij en vooral in de kerk. De kerk mag niet buiten het maatschappelijk gebeuren staan.

Maar, beste diaken, met ’t doordenken van de problemen, zelfs met ’t samenwerken met de ouderen, bent u er nog lang niet. Uw gemeente heeft u als ambtsdrager gekozen en heeft, als het goed is, geen loopjongen ingehuurd. Als de gemeente u alléén laat worstelen om het kerkelijk en maatschappelijk welzijn van een miljoen gemeenteleden te helpen bevorderen, dan zit er — zacht gezegd — iets mis.

De gemeente als geheel zal moeten beseffen, dat ouderen echt leven, nog steeds hun opdracht hebben van hun Heer. Jongeren zullen met de ouderen meer contact moeten krijgen over zaken die beide generaties, soms wel drie of vier generaties, betreffen. De ouderen zelf zullen soms (of vaak?) weer moeten leren, dat iedere tijd, ook de hunne, leeftijd is. Dat zij leven voor hun Schepper en Verlosser, dat zij daarom de plicht hebben uit elke dag te halen wat erin zit. Dat zij met de nog gebleven krachten de naaste tot een hand en een voet zijn.

Gerechtigheid

Waarschijnlijk denkt u: ’Dit is nogal wat.’ Vanzelfsprekend kan ook niet alles tegelijk Misschien betrapt u uzelf erop, dat ook in uw eigen denken elementen zijn geslopen, die u met anderen kwijt moet zien te raken. Maar het is de moeite waard. Het gaat immers om het welzijn van dat miljoen, waarbij u als kerkelijk werker direct betrokken bent. Het gaat ook om het welzijn van de vele honderdduizenden ouderen in Nederland, waarmee het diakonaat zich missionair heeft bezig te houden. Het staat immers zo langzamerhand wel vast, dat we moeten ophouden met het denken in volkomen los van elkaar staande kerkelijke werkvormen zoals diakonaat, evangelisatie en pastoraat.

De kerk heeft in het streven naar sociale gerechtigheid, in dit verband naar de juiste plaats van de oudere in de samenleving, de hoge opdracht de voorhoede te zijn. Zo niet, dan zijn onze schone missionaire of zo u wilt evangelisatorische woorden holle klanken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Diakonia | 44 Pagina's

Diakonaat moet recht doen aan de ouderen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken