Bekijk het origineel

De diakonale gemeente overzee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De diakonale gemeente overzee

6 minuten leestijd

S. S. van Dijk

De diakonale gemeente. Dat is een van de kernbegrippen van het diakonaat van vandaag. Dat geldt voor hier in ons land, dat zou ook het geval moeten worden overzee. Dit begrip speelt door het hele werelddiako-naat. Al jaren. Maar in het verleden hebben we wellicht toch wel eens wat te gemakkelijk gedacht over de mogelijkheid de idee van de „diakonale gemeente„ zoals wij die zien, in de kerken overzee te bevorderen.

„De diakonale gemeente overzee„

Reeds van de aanvang af was het ons duidelijk dat werelddiakonaat niet opgaat in het zenden van geld, opdat anderen in verre landen daar goede werken mee tot stand zouden brengen. Het dienen van de (verre) naaste moet ook tot uitdrukking komen in het ter beschikking stellen van technische kennis, methodieken, ideeën, enz.. Daarnaast echter, zo begrepen wij, zouden we er naar vermogen toe moeten bijdragen dat kerken overzee steeds meer tot het inzicht komen dat de Gemeente van Christus een diakonalegemeente is. Op het eerste horen klinkt deze formulering niet onaantrekkelijk. Hij is ook niet zonder meer onjuist. Maar hij is wel te eenzijdig.

Wederkerigheid

Het woord „wederkerigheid„ is misschien wel eens wat te gemakkelijk in de mond genomen: lippendienst aan een mode die wel weer voorbij gaat. Iedereen zegt dat we in de zending, in het diakonaat, de wederkerigheid in acht moeten nemen. We durven dat dan niet te ontkennen, maar we weten eigenlijk niet goed wat we ons er bij moeten voorstellen.

Welnu, indien ergens dan moeten we bij het spreken over „de diakonale gemeente overzee„ de wederkerigheid wel zeer serieus nemen.

De Gemeente van Christus is een diakonale gemeente. Dat is juist. Maar zien wij dat hier, in onze kerken, beter, dan zij daar, in de kerken van de derde wereld?

De fouten van een ander merk je gemakkelijker op dan je eigen gebreken. Bovendien valt in een situatie waar de nood in het oog springt, het tekortschieten van wie zou moeten helpen, gemakkelijk op. Het is dan erg verleidelijk die tekortschietende ander — de kerk in de derde wereld — in gebreke te stellen en hem vermanend toe te voegen dat de gemeente een diakonale gemeente behoort te zijn.

Doen wij het zoveel beter?

De vraag rijst dan echter wel, of wij het zelf zoveel beter doen. Is ons kerkelijk samenleven, onze organisatorische vormgeving, onze liturgie, en ons belijden in de wereld werkelijk diakonaal? Het is erg gemakkelijk om tegen een kerk-van-arme-mensen in een economisch onderontwikkeld gebied te zeggen dat men op moet komen voor de weduwen, de wezen, de bejaarden, wanneer men zelf in een land woont waar de overheid voor deze categorieën voorzieningen treft.

Het is wel erg gemakkelijk — en daarom moreel praktisch onmogelijk — om in een land waar mensen om politieke redenen vervolgd worden, de kerk op te roepen tegen het onrecht te protesteren, wanneer men zelf in dat opzicht geen enkel risico loopt.

Maar het is werkelijk niet zó gemakkelijk om de noden in eigen samenleving op het spoor te komen, daarop het diakonale antwoord te formuleren en als gemeente hierin zijn diakonale roeping te volgen.

Kritische vragen

Het is ongetwijfeld goed en nodig om met onze partners, met wie wij overzee in diakonale taken samenwerken, te spreken over de roeping diakonale gemeente te zijn.

Wie van buiten komt ziet wellicht dingen die aan de kerken daar in hun eigen situatie nog niet waren opgevallen. Het is misschien mogelijk hen te dienen met ervaringen die wij in eigen land of bij onze contacten met kerken in andere gebieden hebben opgedaan.

Maar het zou tot onze eigen schade zijn, wanneer we ons daarbij zelf niet openstellen voor de kritische vragen die men aan ons over onze eigen situatie zou willen stellen. Wie van buiten komt ziet vaak scherper. Dit geldt voor ons ten overstaan van de ander. Dat is echter ook het geval voor de ander tegenover ons.

Veelvormigheid

Daar komt nog een element bij, dat niet onvermeld mag blijven. De éne Kerk waarin we geloven, is zeer veelvormig in de wijze waarop zij zich in de verschillende tijdperken en in de verschillende culturen openbaart. Er is een veelkleurige verscheidenheid in liturgie, grote variatie in organisatie-vormen, rijke veelvormigheid in beleving, en in de belijdenis worden verschillende accenten gelegd. Deze veelvormigheid treedt ook op in de wijze waarop gestalte wordt gegeven aan wat wij het gemeentediakonaat plegen te noemen. We mogen dankbaar zijn voor de theologie van het diakonaat zoals die binnen de kring der reformatorische kerken van gereformeerde signatuur is ontwikkeld. Zo is het juist in deze theologie dat grote waarde wordt gehecht aan de ambtelijke functie van het diakonaat. Dat wil echter niet zeggen dat wij nog niet veel zouden kunnen leren van ontwikkelingen elders.

Gesprek

„De diakonale gemeente„ moet onderwerp van gesprek blijven, tot wederzijdse lering, bemoediging, aansporing.

Aan dat „gesprek„ wordt van de zijde van het werelddiakonaat deelgenomen door onze overzeese medewerkers, door vertegenwoordigers van het werelddiakonaat bij hun veelvuldige contacten met christenen uit andere delen van de wereld. Tot dat gesprek wordt bijgedragen door toezending van onze publicaties en het financieel en technisch mogelijk maken van eigen publicaties. Het moeilijkste onderdeel van het beleid ten aanzien van dit gesprek is echter het „luisteren„. Met andere woorden hoe kunnen wij bevorderen dat de stem van de anderen ook hier in eigen land gehoord wordt, werkelijk dóórdringt tot de gemeente.

Wij maken daarom ook regelmatig de overkomst mogelijk van mensen uit de derde wereld die op diakonaal terrein iets te zeggen hebben. Zij komen wellicht „om te leren„. Maar zij hebben ook iets te zeggen. Ze doen dat, niet alleen in beleidsorganen en op het bureau, maar ook op vele vergaderingen in het land.

Tevens hopen wij te blijven bevorderen dat in onze voorlichting en publiciteit steeds meer de stem doorklinkt van hen, van wie wij de deelgenoten mogen zijn in het streven „het lichaam op te bouwen in de liefde„ en „de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon„.

Ds. S. S. van Dijk is stafmedewerker op het Algemeen Diakonaal Bureau in de sector werelddiakonaat. Hij houdt zich vooral bezig met de opbouw van het gemeentediakonaat overzee, diakonale instellingen en Latijns-Amerika.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979

Het Diakonaat | 36 Pagina's

De diakonale gemeente overzee

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979

Het Diakonaat | 36 Pagina's

PDF Bekijken