Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

12 minuten leestijd

De politieke diakonie

De Nijmeegse city-pastor dominee J. Colijn, tevens part-time diakonaal-consulent in die stad, schrijft in het weekblad ’De Bazuin’ over het onderwerp ’Naar een politieke diakonie’ (zonder vraagteken).

Ongetwijfeld een actueel onderwerp.

Het artikel is duidelijk naar de hoofdzakelijk r.k. lezers toegeschreven. Hoe zou het daar overkomen? Voor ons blad geef ik hier een paar gedachten en citaten door.

Ds. Colijn begint met het aangeven van enkele karakteristieken van de reformatie. Komt daarbij op de ambten en dus ook bij de diaken terecht.

’Hij is een dienaar in de gemeente. Hij moet beeld zijn van de diaken bij uitstek, Jezus Christus. Wie in de acten van de eerste christengemeenten kijkt, in de zg. Handelingen der Apostelen, ondekt een figuur die van huis uit aan tafel dient en kijkt of ieder wel genoeg te eten en te drinken krijgt.’

Maar het verwerd in de loop der eeuwen telkens weer tot een nare filantropie.

Geen ambt met zoveel geestdrift

’Na de tweede wereldoorlog is met name in de Nederlandse Hervormde kerk het ambt van diaken tot nieuw leven gebracht. De oorsprong van die vernieuwing is te vinden in die tweede wereldoorlog zelf. Allerlei hulpacties waren toen nodig. Ondergedoken mensen moesten te eten hebben. Joden moesten worden geholpen. Dwars door alle kerkelijke en politieke gescheidenheid heen werd er geholpen.

Na de oorlog is die vernieuwing doorgegaan en we kunnen vandaag zeggen dat er geen ambt is dat met zoveel geestdrift wordt beoefend als het ambt van diaken. Wat komt daarbij aan het licht? Op de eerste plaats dat dienstbetoon betekent dat we ons net zo kwetsbaar leren opstellen als de Heer dat in zijn dienstbetoon gedaan heeft. Een diaken zoekt naar de nood (…) Hij speurt niet alleen in eigengelederen, in de vertrouwde omgeving. Hij waagt zich desnoods ver van honk. En hij rekent op de gemeente achter zich.’

Colijn schrijft over het nieuwe beleidsplan van de GDR, dat eind vorig jaar in de Synode aan de orde kwam. Gemaakt door ruim 1500 hervormde diakenen. Iets wat we nog nooit eerder hadden beleefd. Eindelijk het gevoel dat we toch minder domineeskerk zijn dan we altijd dachten.

Andere trekken

’Steeds duidelijker wordt ook dat vrijwel alle diakonaat politiek diakonaat is. Wanneer we niet meer nodig zijn om ’te kleden en te dekken’, omdat een netwerk van sociale voorzieningen daarvoor zorg draagt, dan kunnen we alleen maar bezig zijn met het rukken aan verkeerde structuren.’

’Het diakonaat krijgt andere trekken. Het waagt meer, het avonturiert meer. Het is niet alléén maar collecteren in de samenkomsten van de gemeente of dienen aan de avondmaalstafel of hier en daar een arme ziel wat toestoppen. Nee, het is vrouwelijker en mannelijker geworden. Het draagt trekken van het ware mens-zijn. Zoals de grote Diakonos ons dat voorleefde. Toen Hij, die van goddelijke afkomst was, zich niet geschaamd heeft de grootste proleten en oplichters zijn vrienden te noemen en met hen samen te eten.’

Trouw aan de aarde

Dominee Colijn besluit zijn artikel als volgt: ’Het zou wat waard zijn wanneer de oecumene een levend gemeente-diakonaat opleverde. Dat wil zeggen, dat christenen uit verschillende kerken zich dienstbaar opstelden in deze wereld. Bij allerlei vormen van modern en politiek diakonaat. De grenzen der kerk overschrijdend om trouw aan deze aarde te tonen. En trouw aan de aarde wil zeggen: trouw bij het lijden en zuchten van anderen.’

Diakonaat in een stad

De Utrechtse predikant W. A. Z. Tieman is tevens diakonaal consulent in die gemeente. Dat wil zeggen part-time. Nog duidelijker: voor één-vijfde deel van zijn werktijd. Dat is natuurlijk niet veel voor zo’n grote gemeente, maar goed, het begin is er.

Ds. Tieman, die nog maar kort als zodanig actief is, begon zijn eerste halve jaar met het bezoeken van de diakenen per wijk afzonderlijk, met de bedoeling om wat zicht te krijgen op de stand van zaken in het diakonale werk in die wijken. Dat gebeurde aan de hand van een vragenlijst, waarin o.a. vragen over: de organisatie; de betrokkenheid bij de eredienst; de collecten; bepaalde projecten; de relatie met kerkeraad, werkgroepen, wijkblad; bijzondere problemen in de wijk; het nut van de landelijke publiciteit; enz.

In een beknopt, maar toch nog uitvoerig geworden rapport werden de resultaten neergelegd. Ik ga daarop hier geen algemene visie geven. Wel zijn wellicht enkele citaten en conclusies voor een breder publiek interessant. Ik licht er zo hier en daar wat uit.

Uit het verslag

— Diakenen voelen zich (in Utrecht) vaak meer kerkeraadslid-in-algemene-dienst dan diaken.

— De diakenen zijn hier óók verantwoordelijk voor het tellen van de kerkvoogdelijke collecten. (Waarom eigenlijk?)

— Over de gehele linie gezien is de rol van de diaken in de eredienst beperkt. Vraag: ’Hoe geven we in de eredienst beter en concreter gestalte aan het diakonaat van de gemeente?’

— Verreweg de meeste projecten zijn extern (buiten de eigen gemeente). Citaat: ’We geven liever een startsubsidie dan een continue ondersteuning.’

— Financiële hulp van de diakonie moet niet in de plaats komen van bijstand e.d. Laat de diaken proberen weerstanden tegen de bijstand weg te nemen.

’In het algemeen geldt dat diakenen hun werkbij voorkeur in stilte doen, niets aan de grote klok willen hangen. Dat is juist wanneer het persoonlijke hulpverlening betreft. Maar bij de huidige verschuiving naar hulp aan groepen mensen en naar gemeente-diakonaat is die stilte dodelijk en moet de (nood)klok juist nogal eens geluid worden. Het is goed wanneer diakenen niet alleen hand-ig maar ook mond-ig ’zijn.’

’Ondanks het vermoeden van het tegendeel zijn er altijd nog gevallen van materiële, financiële nood, waarvoor op de diakenen een beroep wordt gedaan, bv. voor een vakantieweek, voor de aanschaf van een kachel of meubilair, hoge reiskosten bij ziekte, in het algemeen kosten waarin de bijstand of andere regelingen niet voorzien. Het maakt voor de omvang van deze hulp nogal verschil of een wijk in hoofdzaak middenklasse bevolking heeft of meer een volksbuurt-karakter draagt.’

’Hoe komen de diakenen zèlf aan hun cliënten? Vaak door verwijzing van de predikant, een ouderling, de HVD of een maatschappelijk werkster. In sommige wijken hebben de diakenen het gevoel dat zij ’vergeten’ worden. Zelf gaan ze maar weinig op (be)zoek. Wel komt het voor dat hulpverlening leidt tot een langduriger contact; er zijn ’vaste klanten’, maar vaak is dat contact dan meer pastoraal van aard.’

Veel aandacht wordt besteed aan de bejaarden. Verder kom ik ook de zieken en de minder-validen tegen. Te weinig weet men bv. welke mensen er alléén zijn komen te staan. Citaat: ’De mensen schamen zich ervoor om hulp te vragen.’

Diakonie wijksgewijs

Na dertien gespreksavonden bleek dat er enerzijds veel inzet is in een veelheid van taken. Maar aan de andere kant ook veel onduidelijkheid, een zoeken naar de eigen identiteit. Veelal is er de neiging uit te gaan van het bekende patroon van de diaken die het gemeentelid helpt. Ik citeer nog eens ds. Tieman:

’A Is eerste stap om te komen tot een herleving en vernieuwing van het diakonaat zie ik een verlegging van het accent van het centrale werk naar het werk in de wijken. Dáár komt toch in feite de gemeente bijeen in de eredienst en in tal van andere verbanden. Dáár zal het dienstbetoon van de gemeente naar binnen ennaar buiten het eerst en het meest gestalte kunnen krijgen.’

Er liggen in dit verslag heel wat aanzetten tot het ’wijksgewijze’ werk. Gesteld wordt dat het bepaald niet nodig is alle besproken taken tegelijk aan te vatten. Iedere wijk kan zijn eigen prioriteiten stellen.

Gepleit wordt er voor om steeds met tenminste twee projecten bezig te zijn: één binnen en één buiten de eigen gemeente. Ook wordt het wenselijk geacht verbindingen te leggen met werk dat diakonale kanten heeft, maar dat tot nu toe los van de diakonie opereerde. Een HVD groep, een vredesgroep, Amnesty International enz.

Ik deed uit dit verslag slechts een enkele greep. Het is uiteraard plaatselijk gebonden. Anderzijds zullen ook diakenen uit andere gemeenten zich er hier en daar herhaaldelijk in herkennen. Vooral gaf ik u een en ander door omdat het me zo nuttig voorkomt om bij voorkomende gelegenheden plaatselijk eens de balans op te maken (en niet alleen financieel). Om te zien wàt we nu eigenlijk doen, wàt we precies willen en wàt onze mogelijkheden zijn (of behoren te zijn).

Diakonaat in het dorp, in de stad, in de wijk heeft beleid nodig. Dat is geen werken in het wilde weg. Maar met de ’handen’ die we hebben (de mensen en de middelen) de dingen aftasten die ons worden voorgelegd.

Is diakonaat béter?

De voorbije ingesneeuwde dagen heb ik gebruikt om m’n kamer wat op te ruimen. Knipsels wegdoen, notities verscheuren, brieven herlezen, ongeopende enveloppen ontdekken en tijdschriften van het vorige jaar doorbladeren. Dat is bepaald niet altijd verloren tijd.

Zo viel mijn oog op een artikel (eigenlijk een bijbelbeschouwing) van dr. E. Ed. Stern in het blad ’Militia Christi’ van het vorige jaar, dat ik kennelijk over het hoofd had gezien en dat ik nu eerst, en met belangstelling, heb gelezen. Er is geen ruimte om er hier uit te citeren (dan zou ik vrijwel het hele stuk moeten overnemen) en ik ga ook niet proberen over het artikel te theologiseren. Het enige wat ik hier doe is Sterns slotzin herhalen, waarin hij — na een mijns inziens wat gewaagd woordenspel — tot de volgende conclusie komt: diakonaat is beter dan liturgie.

Nu zult u misschien van mij en zeker in dit blad verwachten dat ik een dergelijke uitspraak met gejuich begroet. Iets om ingelijst aan de muur te hangen …

Ik geloof het niet

Toch is dat niet zo. Omdat ik het namelijk zó gesteld niet geloof. Omdat ik vind dat dr. Stern hier ongevraagd en onnodig polariserend te werk gaat.

Het is natuurlijk geen gans nieuwe stelling. Door alle jaren heen zijn er mensen geweest en zullen er mensen zijn, die bezig zijn met de verhouding tussen liturgie en diakonie, horizontalisme en verticalisme (m.i. verwerpelijke termen!), geloven binnen de kerk met je hart en een gelovig activisme aan de dag leggen daarbuiten. En dan klinkt het zo mooi om te stellen dat het bezig zijn ten behoeve van anderen het beste is.

Niet isoleren

Diakonaat is geen christelijk-humanitaire gedrevenheid op zichzelf. Diakonaat is zelfs geen gegéven op zichzelf. Het hoort ergens bij, het is een gevolg van iets. En dat ’iets’ is wat we met elkaar in de kerk, in de eredienst, in de liturgie beleven.

Ik heb diakenen gekend, die ’s zondags niet in hun gemeente ter kerke gingen (drukke baan en vrijdagavond wegrijden naar het tweede huisje!). Ze bedoelden het goed, deden echt hun best, maar hielden het niet vol. Omdat ze vervreemdden van hun noodzakelijke vertrekpunt: de viering van de eredienst samen met de gemeente.

Dan kun je nog wel met de broeders vergaderen, een arme ziel helpen, aan een actie meedoen, een gezin bezoeken (allemaal heel nuttige dingen!), maar je gaat op den duur — en nu citeer ik een ex-diaken letterlijk — ’droog-staan’. Je bent wellicht heel actief, maar je gaat ten onder aan het gemis van de voedingsbodem die (hoe primitief, hoe simpel, hoe slordig misschien) in de samenkomsten van de gemeente — in lied en gebed, in prediking en sacrament — geboden wordt. Het diakonaal actief zijn van de gemeente is een groot goed. Zó groot dat we er steeds meer en steeds intenser mee bezig moeten zijn. We geven dit blad trouwens niet voor niets uit! En de tekenen van leven die we in het laatste jaar mochten ervaren zijn hartverwarmend. Maar we moeten niet doorslaan. We moeten niet het één beter vinden dan het andere. Niet de één beter dan de ander. Dan gaan we onszelf en elkaar isoleren en doen we tenslotte onszelf en de ander meer kwaad dan goed.

Laten we het vieren

Het gaat over diakonaat. Over een kerkelijk, althans kerk-gebonden gebeuren. ’De handen van de kerk’. Brengen we er veel van terecht? Veel te weinig denk ik. Hoe is dat te verbeteren? Niet door te verkondigen dat het diakonaat zo’n allesoverheersende bezigheid is of door onszelf op de borst te slaan (zie wat voor tekenen wij stellen!), maar door te weten dat van de liturgieviering (de kerkdienst) het diakonaat een vanzelfsprekende voortzetting dient te zijn. Liturgie zonder diakonaat is een kwalijke zaak. Diakonaat los van de kerkelijke eredienst is dat ook. Het hoort bij elkaar. En het is goed dat we in de Nederlandse hervormde kerk diakenen hebben die daar op letten. Die actief zijn in de eredienst (in de voorbede, bij de offerande, aan de tafel en in velerlei vormen van service) en die dat willen uitdragen in de gemeente, in de wereld. In allerlei situaties, waarin de kerk — hoe pover soms — dienstbaar mag zijn. Diakonaat beter dan liturgie?

Ik denk dat we die stelling maar moeten vergeten. Het is beter de liturgie van harte te vieren én het diakonaat van harte te betrachten. Misschien is het ook andersom te stellen: de liturgie te betrachten en het diakonaat te vieren.

Slot

Deze kroniek is wat anders uitgevallen dan anders. Dat komt omdat deze aflevering van ons blad anders is dan anders. Dat moet zo nu en dan kunnen.

Ik heb geen idee hoe zulke speciale nummers bij de lezers vallen. Schieten ze naast of precies midden in de roos? Raken ze u, hebt u er wat aan? Ik denk dat de redactie het wel prettig zal vinden daarover eens wat van de lezers te horen. Niet alleen reacties op deze kroniek (die ik altijd erg waardeer) maar ook reacties op het hele reilen en zeilen van ’Diakonia’ met betrekking tot uw diaken zijn.

Ik las dezer dagen in een plaatselijk diakonaal verslag dat ’Diakonia’ daar een gunstig onthaal vindt. Ik citeer: ’Men herkent er veel in van het eigen werk en de eigen problemen, het is een lijfblad…’

Ook voor u?

Laten we er gezamenlijk naar streven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979

Diakonia | 32 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken