Bekijk het origineel

Kenmerken van diakonaat anno 1979

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kenmerken van diakonaat anno 1979

9 minuten leestijd

Purmerend is een voorbeeld van een poging om op een moderne manier te werken aan een diakonale gemeente. Uit dit voorbeeld halen we een aantal kenmerken die ook elders een rol kunnen spelen.

De tijden veranderen …

’De tijden veranderen, de taken van de diakonie veranderen mee’, zegt de diakonie van Purmerend. ’We willen meer aandacht geven aan groepen als gastarbeiders, Surinamers en werklozen.’ Diakonaat van nu is gericht op de samenleving van nu. Er is dus geen algemene werkinstructie voor een diaken te maken. Wat een diaken doet, hangt af van het onrecht en van de noden die hij ontdekt. En die zijn in Purmerend anders dan in Arnhem of in Hoogkarspel. We kunnen per definitie wantrouwig zijn ten opzichte van activiteiten, die al tien jaar op dezelfde manier lopen.

Want: is er aan de problemen in tien jaar niets veranderd? De samenleving verandert overal. Ook dorpen worden een beetje stad met iedere nieuwbouw. En zonder nieuwbouw vergrijst een dorp en dat is óók een verandering. Diakenen anno 1979 leven met die veranderingen en met de angsten en noden van mensen die het gevolg van deze veranderingen zijn.

Wij zijn daar naar toegegaan en hebben gevraagd: ’Wat kunnen we voor u doen?’

Diakenen interesseren zich voor de schaduwkant van de samenleving. Dat is geen populair werk want velen hebben hard gewerkt om de samenleving vooruit te helpen en willen dus liever niet van schaduwkanten weten. Die interesse betekent: gaan praten met hen die vervelende kanten van de samenleving kennen. In het voorbeeld van Purmerend: ’Wij zijn daar naar toegegaan en hebben het volgende gevraagd. Wat kunnen we voor u doen?’ En het gezinsvervangend tehuis voor verstandelijk gehandicapten kwam met zijn zorgen ’Vooral luisteren naar de mensen die lijden en naar het evangelie’, zegt ook werelddiakonaatsman De Jong.

De diakonie is (dat staat niet in het interview) ook gaan praten met WAO-ers. Daar is een belangenvereniging uit voortgekomen. Ergens anders kunnen dat weggesaneerde middenstanders, uitgekochte boeren, vrouwen van pendelende werknemers of gezinnen met een geestelijk gehandicapte zijn. Soms zijn die mensen georganiseerd, vaak ook niet. Maar vragen ’wat kunnen wij voor u doen’ kan altijd.

Iedereen heeft de neiging om problemen van mensen op de minst vervelende manier voor zich zelf te beoordelen. De een zal over buitenlandse werknemers zeggen: ’Ze zijn vrijwillig hier naar toegekomen, ze wisten wat hen te wachten stond.’ De ander: ’Wij hebben verpauperde buitenlanders hiernaar toe gehaald omdat onze bedrijven zaten te springen om arbeiders, die het smerige werk wilden doen.’ Onze ogen zijn vaak wazig door eigenbelang.

We moeten er achter zien te komen, hoe buitenlanders, alleenstaanden, zwarte mensen in Rhodesië, mensen op een bedreigde arbeidsplaats en huizenkrakers zélf hun situatie bekijken; we moeten in hun huid kruipen en dan luisteren naar het evangelie.

Zelf proberen hun leefsituatie te verbeteren …

Onze oplossingen voor problemen moeten op de helling als blijkt dat de belanghebbenden het daar niet mee eens zijn. Een bejaarde hoeft niet naar een bejaardenhuis, ook al vinden wij dat de beste oplossing. Bedrijfsvestigingen in Zuid Amerika zijn twijfelachtig wanneer de bevolking zich uitgebuit voelt.

In het diakonaat dat wij voor ogen hebben, proberen mensen in beroerde en achtergestelde posities zelf hun situatie te verbeteren en wij helpen hen daar zoveel mogelijk bij. Mensen tot hun recht laten komen, houdt óók in, dat we hen laten ontdekken hoe zij zelf een bijdrage aan de oplossing van hun eigen problemen kunnen geven. En bovendien houdt het in dat wij hen daarbij helpen. De onderscheiding tussen hulpverlener en hulpontvanger valt steeds meer weg. Door mensen die onrecht wel en door mensen, die dit onrecht niet aan den lijve ondervinden, wordt samengewerkt aan meer rechtvaardigheid in de samenleving. Daarbij kunnen we van mensen, die onrecht ondervinden, enorm veel leren.

Natuurlijk het geld is hard nodig, maar …

Het diakonaat heeft de hele mens op het oog. Het materiële is maar één van de dingen, die het levensgeluk van mensen bepalen. Een plantje is leuk maar echte aandacht is veel belangrijker. ’Natuurlijk, het geld is hard nodig om tot een rechtvaardiger verdeling in de wereld te komen, maar werelddiakonaat betekent ook: solidariteit, meeleven.’ Arme mensen zijn machteloos. In hun armoede zijn ze te steunen door de macht van hen, die armoede in stand houden, te bestrijden. En als die macht een dictatoriaal regime is, dan zal het diakonaat anno 1979 zo’n regime op de korrel moeten nemen.

Het gaat dus niet alleen om individuele hulpverlening, maar ook om groepen mensen voor en met wie we als groep iets zouden kunnen doen. Daar waar het diakonaat zich richt op de oorzaken van nood, die gelegen zijn in de organisatie van de samenleving, vraagt dit van ons een bereidheid om de samenleving zoals die nu is ter discussie te stellen.

Door de verschuiving van de doelstellingen is het voor de diakonaal bewuste gemeente niet meer voldoende om royaal de collecte te bedenken. Steeds meer vormen van diakonaat vragen eerder de persoonlijke bewogenheid en de energie van de helper dan zijn geld. De hulpbehoevenden in de tijd van de diakonale bedeling klopten, door de nood gedreven, meestal zelf aan om hulp. Zij wisten ook ongeveer wat zij in dit opzicht van de kerk konden verwachten. In het moderne diakonaat gaat het veeleer om mensen die we niet kennen en die zelden hulp van de kerk verwachten. Dit betekent dat diakenen en gemeenteleden, die in deze tijd gestalte willen geven aan de sociale taak van de kerk, bereid moeten zijn actief te zoeken naar mensen voor wie we misschien iets zouden kunnen doen. De problemen zijn ook ingewikkelder: dat vraagt meer studie. In Purmerend spreekt men van ’praatstukken’.

Voor ons maakt het niet uit of iemand kerkelijk gebonden is of niet.

Nog een kenmerk van modern diakonaat, dat we uit het voorbeeld van Purmerend kunnen halen, is de onverschilligheid tegenover de kerkelijke binding van mensen die er slecht aan toe zijn. Vroeger was dat anders. De diakonie is lang een verzorgingsinstituut voor de eigen kerkelijke gemeente geweest. Niet naar de kerk, dan ook geen kolen van de diakonie. Maar aan kerstbakjes in het verpleegtehuis merken we al dat dat niet meer gaat. Als je een hervormde een attentie brengt kun je zijn buitenkerkelijke kamergenoot niet overslaan.

’Voor ons maakt het niet uit of iemand kerkelijk gebonden is of niet’, zegt de heer Kniestedt. Zo is het. In principe moet het in het diakonaat gaan over alle mensen in nood, afgezien van hun godsdienst, nationaliteit, huidskleur, los van hun politieke overtuiging, van hun sociale status of van hun al of niet beantwoorden aan fastoensnormen. Alleen het feit, dat mensen in nood zijn, dat hun onrecht wordt aangedaan of dat zij belemmeringen ondervinden om te leven naar Gods bedoelingen is voor ons als kerkmensen de reden om ons voor hen te interesseren en in te zetten.

Het werd mij duidelijk, dat de diakonie hier niet functioneerde zoals die dat zou moeten doen …

Alles bij elkaar zijn dit enorme veranderingen, die ook een andere manier van werken van de diakonie en de gemeente vragen. ’Samen beleid maken’ is de nieuwe leus van de GDR.

Er is een plan nodig om in de ingewikkelde situatie lijn te brengen en om te voorkomen, dat alles maar vanzelf z’n oude gangetje gaat. In Purmerend doen ze dat wel heel uitvoerig maar ook in kleine gemeenten blijkt dat te kunnen. Juist als je krap in je medewerkers zit moet alles goed op elkaar zijn afgestemd. ’Iedereen weet dan wat hem of haar te doen staat. Anderen weten dan wat ze aan de diakonie hebben.’

Werkgroepen bieden een goede mogelijkheid om mensen, die actief willen zijn voldoende armslag te geven. De diakonie-vergadering draagt en coördineert het werk van de werkgroepen.

Informatie aan de gemeente is in dit verband volstrekt nodig. Sommige activiteiten kunnen in de gemeente weerstand oproepen, vooral als het gaat om de bestrijding van onrecht. Wil je een beroep doen op gemeenteleden, dan moeten ze ook mee kunnen denken. Want kenmerkend voor nieuwe vormen van diakonaat is ook dat voortdurende beroep op de gemeente. Of het nu om de persoonlijke inzet of (ook dat blijft nodig) om geld gaatje moet niet blijven steken in de kleine kring van meelevenden

Als er veel meer mensen op hun eigen manier meedoen, dan wordt het gemeente/even veel geschakeerder en daarmee ook de kerkdienst. Er is van alles te vertellen, te bidden en in de preek door te lichten.

Om je niet totaal in het werk te verliezen is bezinning nodig. Praatstukken en gesprekken. ’Ga maar eens een weekeinde naar een vormingscentrum, dat frist op’, zegt de heer Kniestedt.

Een goede samenwerking met andere ambtsdragers is erg belangrijk. Bezoekwerk, gemeenteavonden, jongerenwerk en de kerkdienst zijn diakonaal van belang. Bovendien kunnen diakenen op hun eigen houtje ook niet de contacten in de gemeente leggen die nodig zouden zijn.

Samenwerking met anderen is voor een gemeente, die diakonaal bezig wil zijn, pure noodzaak. We hebben als kerk geen alleenrecht, maar gelukkig ook geen alleenplicht tot hulpverlening. Als anderen een doel nastreven, dat in de lijn van het evangelie ligt, zullen we onze diensten moeten aanbieden. Als dan blijkt, dat er geen extra hulp nodig is, dan ligt op dit terrein geen taak voor de kerk. ’We houden goed in de gaten of werk, dat wij willen doen niet al door anderen wordt verricht Je moet geen doublures krijgen. We beginnen niet zelf met een werkgroep op te zetten maar we kijken of anderen er al mee bezig zijn, zoeken contact op en zien wat er samen valt te doen’, vindt men in Purmerend.

In dit artikel probeerden wij aan het voorbeeld van Purmerend te leren over diakonaat anno 1979. Wij wilden een concrete situatie tot uitgangspunt nemen om theoretiseren over hoe mooi het diakonaat zou kunnen zijn te voorkomen. Maar: iedere situatie is anders. Wat hier wenselijk en mogelijk is kan daar onwenselijk en onmogelijk zijn. Zo geschakeerd de samenleving is, zo geschakeerd kan ook het diakonaat zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979

Diakonia | 32 Pagina's

Kenmerken van diakonaat anno 1979

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken