Bekijk het origineel

Aandacht en zorg voor de kleine mensjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Aandacht en zorg voor de kleine mensjes

8 minuten leestijd

Broeders en zusters diakenen, diakonale assistentes of contact-dames en diakonale gemeente-leden.

Wij hopen dat ook u — vanuit de liefde van Jezus, die kinderen tot Zich liet komen en in een gebaar van oneindige ontferming Zijn armen om hen heen sloeg — in dit „Jaar van het kind„ in het bijzonder uw aandacht en zorg wilt doen uitgaan naar de kleine mensjes.

Mogelijk weet u, dat dáárom kinderverdriet wel eens het ergste verdriet genoemd wordt, omdat kinderen nog zo weinig beschikken over mogelijkheden om leed te kunnen relativeren, er andere dingen tegenover te kunnen stellen.

Levenssituaties

Als Marieke elke avond bidt of mamma of pappa die ziek zijn toch beter mogen worden, maar het gebeurt niet, en de pijn wordt almaar erger en de toestand almaar slechter, dan begrijpt ze niet waarom God niet ingrijpt terwijl ze er toch om gebeden heeft.

Gertje begrijpt niet, waarom z’n zusje Tineke gehandicapt is en niet kan lopen: de Here Jezus kan toch àlles?

Jan Willem kan er niet bij, dat z’n vader zó maar is weggegaan: hield hij dan niet van hen? Wat moet hij beginnen zonder vader, en met een moeder die zo vaak huilt en dan niet naar hem luistert?

Peter begrijpt niet, dat z’n moeder moest sterven, en pappa zegt wel dat mamma nu in de hemel is, maar alles gaat in het alledag-leven nu zò anders, al komt er een gezins-verzorgster die voor het eten, voor de bedden en voor het huis zorgt. Mamma is er niet meer, hòe moetje nu verder leven?

Margrietje is pienter, ze krijgt op school goede cijfers. Maar moet ze zich daarvoor niet schamen, omdat haar broertje Martijn debiel is en niet zo kan leren als zij? *

Hoe groot is het verdriet voor Willy en Henkie, als ze op bed liggen, en niet slapen kunnen omdat vader en moeder ruzie maken beneden, of omdat ze weten dat mamma almaar zit te wachten tot pappa thuis komt. Dan is hij vaak dronken en sláát hij mamma, wat moet je beginnen als kind?

Als je uit je bed komt slaat pappa ook jou.

Wat moet je zeggen als de kinderen op school vragen: „Waar is jouw vader?„ Als je het dan zelf al zo vreselijk vindt dat hij is weggegaan? Waarom plagen ze je zo datje woest wordt, en niet alleen zegt: „Het gaat je niets aan, jôh!„, maar je hem ook uit kwaadheid een stomp geeft en dan van de meester weer op je kop krijgt?

Bah ... wat is het leven vaak akelig. Mamma is niet thuis als je uit school komt, want ze moet verdienen.

Vroeger ging je met elkaar naar de kerk, je kon dan naar de nevendienst voor de kinderen. Maar nu ga je niet meer, want mamma gaat zo huilen in de kerk. Dat wil ze niet, dus gáát ze niet en wij willen niet alléén naar die kerk. ’t Lijkt wel of het alleen maar kan als alles goed is: vader, moeder en kinderen sámen naar de kerk.

Hebben we niet te uitsluitend aandacht voor de volwassenen?

Wat willen we zeggen met de geschetste voorbeelden?

Dit: we denken dat u vaak in moeilijke gezinssituaties komt. Dat u méé-leeft met de volwassen zieke of gehandicapte; dat u zoekt wat u voor hem of haar kunt zijn. Vervoer regelen naar het ziekenhuis per auto: graag! Als de zieke thuis komt contact opnemen met de gezins-verzorging: natuurlijk! Maar ziet u ook de kinderen in dat gezin? Die kleine mensjes, die vaak met zo’n benauwd hartje opstaan, naar school gaan, en ze willen hun best wel doen om te leren, maar ongewild is hun concentratie weg, want ze zien ineens mamma of pappa zo ziek of zo gehandicapt voor zich. Dan vergeten ze hun sommen of hun taalles en krijgen een standje of een slecht cijfer. Kunt u hun radeloosheid begrijpen: waarom hèlpt de Here toch niet?

Kunt u hun escapades begrijpen: je kunt als kind je zelf toch niet altijdals een prutser beleven?

Dus ga je gróót doen. Pyromaantje zijn bijvoorbeeld: spelen met vuur! Dan durf je wat! Dan vinden andere kinderen je niet alleen maar een sulletje, maar een geweldige knul! Of: je pikt geld uit moeders porte-monnaie, om de grote jongens te trakteren! Dan tel je mee; je kunt toch niet altijd zo’n zielig knulletje wezen! Trakteer die grote jongens eens, dat vinden ze mooi!

Wat kunnen we dóen?

Dit: in het jaar van het kind concentreren we onze aandacht eens op de kinderen, die in moeilijke gezins-omstandigheden moeten leven.

Wie komen niet op de kinderneven-dienst?

We nemen als diakenen contact op met de mensen die de neven-diensten leiden. Misschien gaat het dan in de eerste plaats nietom de kinderen die wèl komen, maar om degenen die bij de gemeente horen en niet meer komen. Het gaat u als diakenen ter harte:
wàt zit daarachter?
welke kinderen blijven weg?
en waarom?

Bespreken in Sectieberaad

Als uw gemeente in wijken of secties verdeeld is, en u komt op geregelde tijden als ouderlingen èn diakenen met de contact-dames (of hoe ze anders heten mogen) bijeen, wilt u dan eens een paar vergaderingen besteden aan de kinderen van de gemeente. Misschien komt u tot de ontdekking dat u er weinig van weet of ze wei-varen.

Mogelijk kunt u àlle gezinnen in dit jaar eens bezoeken. Met de vraag: we willen sàmen na-denken over wat de mogelijkheden en moeilijkheden zijn voor de kinderen in ònze tijd.

Beroep doen op andere ouders

In de gezinnen waar het voorspoedig gaat, kunt u vragen of er een beroep op ouders gedaan mag worden voor diegezinnen waar moeilijkheden zijn, en kinderen in de knel komen. Een paar voorbeelden hiervan:

. Vader is vervroegd afgekeurd, moet van de Wet Arbeids Ongeschiktheid (WAO) trekken. Dit kan veel spanningen in het gezin geven en daarom kan de moeder wellicht ook niet meer zo fleurig zijn. Kan er niet eens wat gezelligs voor de kinderen bedacht worden? Zou een kind misschien graag eens naar judo gaan of naar muziekles? Dubbel nodig als tegenhanger tegenover de zorgen die er altijd zijn? Maar er is nèt geen geld voor deze luxe!?

. Hetzelfde kan gelden in gezinnen waar vader of moeder gehandicapt is. Deze ouder kan een gebod of verbod nooit kracht bij zetten door een kind eens bij de arm of schouders te pakken. Aanvullend iets betekenen in zo’n gezin hoort toch niet tot de onmogelijkheden?

. In één-ouder-gezinnen vanuit scheidingssituaties luistert het èrg nauw om vertrouwen te winnen. Maar als u de schuldvraag laat rusten komt de moeder of vader wellicht tevoorschijn met punten waarop hulp te geven is.

Hoe is de opvang geregeld van de kinderen als ze uit school komen en moeder/vader is nog niet thuis?

Licht het onderwijzend personeel in over spanningen die thuis omgaan, als de één-ouder daar zelf niet toe kan komen. Daardoor kan er meer begrip en een betere opvang worden gegeven als het kind een moeilijk gedrag vertoont of ongeconcentreerd is.

Als men in de eigen plaatselijke kerkdiensten óók samen met u niet kàn meedoen door te grote emoties, dan is het voor een periode toch mogelijk het bijwonen van een dienst in een naburige gemeente te regelen? Ga daar samenmet die één-ouder en de kinderen, als dat gewenst wordt, naar toe.

Samenvattend

We bedoelen het bovenstaande niet als pasklaar recept, maar om uw creativiteit op gang te brengen. Als u het vertrouwen van ouders en kinderen wint, zult u wel ontdekken wat ze zèlf aangeven als meer-mogelijk-heid om tot ontplooiing te komen.

Gesprek met leid(st)ers van jeugd-groe-pen tot 14 jaar

Zou u als diakonie op een speciale vergadering eens kunnen uitnodigen: de leiding van

• kindernevendiensten;

• gereformeerde jeugd-clubs;

• evangelisatie jeugd-clubs;

• kleuter-scholen en

• enkele mensen van het basis-onderwijs.

Om twee dingen met hen te bespreken:

1. Welke situaties komt u bij kinderen tegen, waaraan wij vanuit het diakonaat aandacht zouden moeten/kunnen geven?

2. Er wordt van kinderen uit Nederland vaak aandacht gevraagd voor kinderen uit de Derde Wereld. Dat is goed en nodig, maar nietwanneer voorbij wordt gegaan aan leed en levens-beknotting van het kind hier.

Kan er in groepjes met kinderen worden doorgesproken wat zij vlak náást zich of in het eigen leven beleven als niet goed? Kan wat daaruit voorkomt worden doorgegeven aan de diakenen?

Dit vanuit de gedachte dat kinderen zèlf ons kunnen helpen zicht te krijgen op wat beterzou kunnen.

Dit alles zouden we willen samenvatten in deze zin:
Kind, geef mij je hand
en laten we samen ontdekken
wat er verbeterd kan worden
in deze wereld
vanuit de liefde van God en mensen.

Mw. C. C. le Clercq is stafmedewerkster op het Algemeen Diakonaal Bureau voor de dia-konale recreatie en de voorlichting.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979

Het Diakonaat | 36 Pagina's

Aandacht en zorg voor de kleine mensjes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1979

Het Diakonaat | 36 Pagina's

PDF Bekijken