Bekijk het origineel

”Ik verwacht het van kleinschaligheid”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

”Ik verwacht het van kleinschaligheid”

5 minuten leestijd

In de laatste twee nummers van dit blad zijn we uitgebreid in gesprek geweest met drie diakenen die Synodelid zijn: mevrouw Vroom en de heren Jansen en Bor.

Wie is die mevrouw?

Zij is huisvrouw en heeft vijf kinderen (’allemaal de deur uit’). Vóór haar huwelijk was zij maatschappelijk werkster en leidster van de gezinsverzorging in Zeeuws-Vlaanderen; een toen door de oorlogshandelingen verwoest gebied. Door het Ministerie van Sociale Zaken was zij ’uitgeleend’ aan de Hervormde kerk.

Als opleiding noteer ik: HBS-B, daarna N XIX met een aanvullende maatschappelijk werk-training.

Hobbies? Lezen, tuinieren, muziek beoefenen, de natuur ingaan en af en toe iets creatiefs met de handen.

Daarmee hebt u, dacht ik, al een aardig beeld van de vrouw waarover het hier gaat en die bovendien ook al acht jaar lid is van het Dagelijks Bestuur van de Stichting Gelderland, een opbouworgaan.

Maar nu het diakonaat.

Eerste vrouwelijke diaken hier

’Ik ben bijna zeven jaar diaken. Behoorde met een vrouwelijke ouderling tot de eerste vrouwelijke ambtsdragers in onze gemeente. Sinds enkele jaren werken en vergaderen de diakenen van onze drie wijken (verschillende modaliteiten) volledig samen. Het werk is over een aantal werkgroepen verdeeld, die met elkaar het diakonale veld bestrijken. Ik heb zitting in de commissie voor financiële bijstand.

Samenwerking in team-verband

’In onze kerkeraad is het onderwerp diakonaat altijd op de agenda te vinden. In onze wijk is het werk van ouderlingen en diakenen te laatste jaren georganiseerd in wijkteam-verband. Steeds twee ouderlingen, één diaken en vier of vijf contactdames. Onze wijkgemeente telt zeven van dergelijke teams’.

Wat doen die teams?

’Er worden o.a. huiskamer-contactavonden gehouden. Vorig jaar namen daaraan zo’n 80 mensen deel. Dit jaar idem.

Naast het contact-beoefenen worden er (per avond door ongeveer 12–14 mensen) speciale onderwerpen behandeld.

Verder is de taak van het wijkteam: nieuwingekomenenbezoek, ziekenbezoek, handen-spandiensten enz. Dit wordt door de contactdames gedaan. Verder is er een centrale figuur die zorgt voor het contact met de predikant.

Wij hopen via deze wijk-teams ook te komen tot meer samenwerking met andere kerken, hier met name met de Gereformeerde kerk, die ook bezig is met een dergelijke opzet.

Over het algemeen is het plezierig werken hier, al zijn er natuurlijk wel teleurstellingen en wensen. De gemeente is nogal consumptief ingesteld. De zondagse kerkdiensten worden zeer goed bezocht, maar verder is men nogal loszanderig.’

Ook actief in de provincie

Intussen is mevrouw v.d. Schans al tien jaar lid van de PDC in Gelderland. Ook daar begon ze ’als eerste vrouw’. Ze noemt het ’een heel prettige club’ met goede werkers: directeur dominee Norel, drie F2-ers en een diakonaal consulent.

Ik laat haar maar weer zelf aan het woord:

’In een grote provincie als Gelderland is er een veelheid van problemen. Erg boeiend. De provincie is in streekverbanden verdeeld. Sommige floreren, andere slapen.

Door een nieuwe opzet van het PDC-werk trachten we wat meer leven in de streekverbanden te krijgen en proberen we meer gemeenteleden bij dit werk te betrekken.’ Een probleem acht mevrouw v. d. Schans het ’bezit’ van veel diakonieën. In haar eigen gemeente is het bezit ’bevroren’. Door steeds meer gerichte collecten wordt getracht veel geld naar buiten toe te besteden.

In de Synode

’Diakonale zaken komen daar via de GDR aan de orde en verder via de ROS (Raad voor overheid en samenleving), waarbij o.a. de 2% en de nieuwe levensstijl onderwerpen zijn die wij via de diakonale kanalen op het grondvlak aan de orde trachten te krijgen.’

’Over het algemeen is er in de Synode een intenser belangstelling voor andere zaken dan de zuiver diakonale …’

’Maar allerlei onderwerpen zijn niet zuiver diakonaal. Grenzen vervagen, vooral tussen pastoraat en diakonaat. Ik vind dat geen negatieve ontwikkeling.’

’Van een systematisch werken naar een diakonale gemeente toe via het beleid van de Synode heb ik nog niet veel gemerkt.

Veel tijd wordt besteed aan formele zaken, hoewel die natuurlijk ook geregeld moeten worden.’

Mevrouw v. d. Schans vindt onze kerk maar een groot en log instituut, dat met al die Raden verstarring in de hand werkt. Ze wordt er weleens moedeloos onder. Aan ’het eigenlijke ’getuigen’ en als christen bezig zijn komt men zo weinig toe.

Toch een toekomst?

Hoe ziet diaken Van der Schans nu de toekomst van het diakonaat?

Zij verwacht het o.a. van:

• kleinschaligheid, van groepen die zich verantwoordelijk voelen voor elkaar èn voor ’de zaak’,

• het afstoten van bezit,

• open werk, ongeacht levensovertuiging (het tegengestelde van: in ons isolement ligt onze kracht),

• politiek diakonaat.

En zij besluit:

’Dit alles onderbouwd door een goede gereformeerde prediking.

Onmogelijk?

Een droom?

Ik blijf toch maar dromen!’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

Diakonia | 28 Pagina's

”Ik verwacht het van kleinschaligheid”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1979

Diakonia | 28 Pagina's

PDF Bekijken