Bekijk het origineel

Een brief over het oorlogsvraagstuk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een brief over het oorlogsvraagstuk

10 minuten leestijd

Het moderamen heeft een vijftiental ontvangen brieven, die in meer of mMdere mate verband hielden met het ooriogsvraagstuk en wat synode of moderamen daarover gezegd hadden, in een zoveel mogelijk samenvattend geheel beantwoord. Omdat naar uit alleriei contacten blijkt, meerdere mensen vragen hebben n.a.v. het ooriogsvraagstuk en synodeuitspraken daarover, meende het moderamen er goed aan te doen, het bovenbedoelde antwoord in Kerkinformatie te doen afdrukken.
Voor zover de brieven rechtstreeks aan de synode gericht waren, zijn deze uiteraard, omdat ze op de synode van Zwolle niet meer behandeld konden worden, doorgezonden naar de synode van Delft.
De samenvattende brief van het moderamen volgt hieronder.

Zeer geachte zuster(s) en broeder(s), Leusden 23 februari 1979

Behalve uw brief ontvingen wij nog een vijftiental brieven van kerkeraden en/of gemeenteleden n.a.v. het in te nemen standpunt ten opzichte van het oorlogsvraagstuk en mogelijke consequenties voortvloeiende uit het synodebesluit van 4 april 1978 en het antwoord van het moderamen op de brief van de heer Biesheuvel. Sommige briefschrijvers oefenen daarisij kritiek op de ingenomen standpunten, anderen vragen om verduidelijking of advies over de vraag hoe verder te handelen. Omdat alle brieven verband houden met het vraagstuk van ooriog en vrede, meende het moderamen er in zijn vergadering van 23 februari jl. goed aan te doen de verschillende vragen en opmerkingen, uiteraard aan de hand van de synodebesluiten, in een zoveel mogelijk samenvattend geheel te beantwoorden. De samenvatting, die wij hieronder laten volgen, is dus ook een antwoord op uw brief.
Het synodebesluit van 4 april 1978 inzake het vraagstuk van kernbewapening en bewapeningswedloop, heeft opmerkelijk weinig reacties ontlokt. De reacties kwamen pas toen enkele publiciteitsmedia het ontkennend antwoord van het moderamen inzake dienstweigering als 'de meest normale zaak', misbruikten om daarmee een tegenstelling te suggereren tussen de opvatting van het moderamen en het besluit van de synode. Het V.U.-magazine insinueerde zelfs, dat de leden van het moderamen 'kennelijk geschrokken van de brief van de oud-premier (de heer Biesheuvel) het kerkrechtelijke zuivere pad hebben veriaten'. Wie het synodebesluit in zijn geheel leest, zal kunnen constateren, dat dit verwijt geheel ten onrechte is. De synode overwoog een uitspraak te doen en te kunnen doen over het demonisch karakter van de massavernietigingswapens, zonder dwingend een bepaalde handelwijze voor te schrijven. Omdat een uitspraak, als zou dienstweigering de meest normale zaak zijn, toch wel heel dicht bij het voorschrijven van een dwingende handelwijze zou komen te liggen, antwoordde het moderamen, conform het synodebesluit dus, met 'kortweg neen'.
Het was eveneens ten onrechte dat enkele persorganen suggereerden, dat het moderamen daarmee ontkend zou hebben dat de consequentie van dienstweigering uit het synodebesluit getrokken zou kunnen worden. Het moderamen had in zijn antwoord juist verwezen naar het synodebesluit, dat de kerken oproept in die gevallen, waarin gemeenteleden vanwege de synodeuitspraak consequenties trekken welke, zowel op geestelijk als materieel gebied, de nodige offers vragen (daar zou al noemt het besluit het woord niet o.i. dienstweigering onder kunnen vallen), 'te zoeken naar een gerichte pastorale en diakonale aanpak'.
Samengevat: de synode heeft niet gezegd dat dienstweigering 'moet' of dat dienstweigering 'de meest normale zaak is', maar niet willen ontkennen dat de consequentie van dienstweigering uit het besluit getrokken kan worden en mede daarom de kerken opgeroepen in zon geval de mensen niet in de kou te laten staan, maar ze èn pastoraal èn diakonaal te begeleiden.
Waar de zaken zo liggen zal men er o.i. niet aan kunnen ontkomen te erkennen, dat wanneer een in onze kerken meelevend jongeman er in geweten van overtuigd raakt dat het tegenstand bieden aan de bewapeningswedloop en de massavernietigingswapens (die immers in strijd zijn met Gods heil voor de wereld) voor hem ligt in de weg van dienstweigering en hij zich daarbij beroept op het synodebesluit dat beroep rechtmatig mag worden geacht.
Maar, zo vraagt een kerkeraad via zijn classis, 'is het nog langer verantwoord onze dienstplichtige jongemannen zonder protest in dienst te laten gaan', nu de plannen voor de neutronenbom toch voortgang schijnen te vinden? Doordat de synode zich met nagenoeg algemene stemmen achter de brief van de Raad van Kerken stelde, hebben we reeds tegen de neutronenbom geprotesteerd. Als dit niet zou helpen, dan als plaatselijke kerk protesteren? En dan in direct verband met het in dienst gaan van onze dienstplichtige jongemensen? Zou men dan onze jongelui niet met verantwoordelijkheden opzadelen, die voor de andere gemeenteleden niet gelden, althans niet in die mate. Zou dat pastoraal verantwoord zijn? Zou men daarmee de jongelui niet in gewetensnood kunnen brengen? Is pastoraat niet veeleer het vlak naast de mens in nood, ook gewetensnood, te gaan staan?
In dit verband merken we nog op dat men, met een zo complexe zaak als dienstweigering, niet alleen uiterst voorzichtig moet zijn, maar dat men door het steeds spreken over dienstweigering de spits telkens weer op de jongeren richt, terwijl het een zaak is die ons allen geldt.
De synode heeft alle christenen opgeroepen 'stappen te ondernemen die van de heilloze weg van de kernbewapening afvoeren en die ons allen dichter bij de weg en de waarheid van Jezus Christus brengen'. Ouderen zowel als jongeren kunnen zich politiek, sociaal, cultureel of anderszins bezinnen op het demonisch karakter van de bewapeningswedloop en op de middelen zich daartegen te verweren. Het is niet alleen of allereerst een zaak van onze dienstplichtige jongeren.
Zoals het ook niet in de eerste plaats een zaak van de beroepsmilitairen zou zijn. Ook daarover is ons door een kerkeraad geschreven, er op wijzend dat beroepsmilitairen door het synodebesluit in geestelijke moeilijkheden dreigen te geraken. Begrijpelijk. Maar ook hier dient gezegd, dat de synode geen bepaalde handelwijze heeft voorgeschreven, over eventueel ontslag nemen van beroepsmilitairen is nimmer sprake geweest. Ook buiten de synode niet Van de beroepsmilitair wordt hetzelfde verwacht als van elk ander christen. Op zijn plaats en met zijn kennis zal hij moeten overwegen op welke wijze hij stappen kan ondernemen, die tot het gestelde doel voeren. In menig opzicht zal dat voor hem misschien moeilijker zijn dan voor anderen, niet-militairen. Juist in zijn milieu — maar daar niet alleen — heerst vaak sterk de overtuiging, dat het hebben van kernwapens noodzakelijk is voor het bewaren van de vrede. Wie zou daar het gesprek beter op gang kunnen brengen dan de beroepsgenoot? Als een andere briefschrijver zegt dat 'naar de mens gesproken de 'Pax Atomica' Europa reeds 33 jaar vrede heeft geschonken', dan mag dat zuiver menselijk gesproken voor Europa waar zijn, maar als men niet meer zegt dan komt er geen gesprek. Dan gaat men voorbij aan de zaak waar het om gaat nl. dat het demonisch karakter van de bewapeningswedloop steeds toeneemt Dan gaat men er aan voorbij dat wij (militairen en wellicht nog meer technici en politici) telkens de techniek weer de kans geven het heilloze karakter van de bewapeningswedloop te vergroten. Om aan die excalatie zo mogelijk een halt toe te roepen heeft de synode het besluit van 4 april 1978 genomen. Wie dat niet wil, die zal zich uiteraard nimmer met het synodebesluit kunnen verenigen. Maar de synode spreekt niet voor niets van een heilloze weg.
Een halt toeroepen aan de bewapeningswedloop betekent niet, dat men daarmee ontkennen zou dat er waarden zijn, geestelijke zowel als materiële, die het verdienen verdedigd te worden. Men hoeft daarbij slechts te denken aan de woorden van Van Randwijk op de gedenkmuur aan de Weteringschans in Amsterdam: 'Een volk dat voor tyrannen zwicht zal meer dan lijf en goed veriiezen, dan dooft het licht'. Maar het verdedigen van die waarden mag niet tot elke prijs geschieden. Het middel mag niet erger zijn dan de kwaal. Bijbels gezegd — men mag de duivel niet uitdrijven met hulp van de overste der duivelen. Veeleer zullen wij er ons op moeten bezinnen hoe we het kwade kunnen overwinnen door het goede. Bij die bezinning zullen we eenvoudig ook de beroepsmilitair niet kunnen missen.
Waar beroepsmilitairen door dat alles in geestelijke of materiële moeiijkheden zouden komen, daar zullen de plaatselijke kerken alles moeten doen om ze pastoraal en waar nodig ook diakonaal werkelijk te begeleiden. Zij zullen daarbij niet moeten schromen de hulp van daarbij betrokken deputaatschappen in te roepen.
Maar ondertussen steunt de synode dan toch maar de actie van het I.K.V. met financiële bijdragen, schrijven weer andere briefschrijvers. Zij zijn het niet eens met het I.K.V. en vinden een financiële bijdrage dus onjuist Nu is het inderdaad waar dat het I.K.V. uit de algemene middelen van onze kerken (bijeengebracht door de jaariijkse omslag) een financiële bijdrage krijgt. Op 4 november 1976 heeft de synode van Maastricht dat nog met algemene stemmen goedgekeurd. Waarom deed de synode dat? Omdat men meende dat het ooriogsvraagstuk vaak buiten de interesse van de plaatselijke kerken lag en dat door het I.K.V., met name door de Vredeskrant het gesprek over dat vraagstuk binnen de gemeenten meer op gang zou kunnen komen.
Overigens zij opgemerkt dat het I.K.V. niet spreekt namens onze Gereformeerde Kerken. De leden van onze kerken die in het I.K.V. zitten, zitten er tot nog toe op persoonlijke titel. Vandaar dat de synode van Maastricht een deputaatschap instelde ter begeleiding van deze leden.
Dat over het vraagstuk van ooriog en vrede het laatste woord nog niet gesproken is, is duidelijk. Daarom kon de synode ook slechts ten dele spreken. Daarom kunnen ook wij nog geen antwoord geven aan de briefschrijvers, die dat laatste woord nu zouden willen horen. Wel kan gezegd, maar dat kan bekend zijn, dat de synode van Zwolle een tweetal part-time krachten heeft benoemd om de betrokken deputaatschappen te helpen bij de nadere bestudering van dit vraagstuk en het pogen tot een bijbels verantwoord standpunt te komen, om dit dan naar de plaatselijke kerken toe te vertalen. Onze kerken zijn dus terdege met dit moeilijke vraagstuk bezig. Het is een zaak van gezamenlijk beraad en bezinning. Een zaak ook waarvoor aller gebed onmisbaar is.
Tenslotte nog d i t In dit samenvattend antwoord n.a.v. uw verschillende reacties op synodebesluiten is de visie gegeven, die het moderamen op de synodebesluiten heeft, overigens met herhaalde verwijzing naar de besluiten zelf. Dit antwoord is niet meer door de synode zelf geijkt. Dat betekent, dat indien u van mening bent dat dit antwoord onvoldoende is, nadere verduidelijking wenst of van oordeel blijft dat het besluit van 4 april 1978 moet worden ingetrokken of gewijzigd, u zich dan tot de generale synode van Delft moet wenden, die D.V. 15 mei 1979 haar werkzaamheden zal aanvangen.
Inmiddels verblijven wij met broederiijke groeten

Namens het moderamen
C. Mak, praeses
M. H. L Weststrate, scriba


De Generale Synode van Delft 1979-1980 zal op 15 mei 1979 voor het eerst bijeenkomen in Het Open Hof, Storklaan 1. Delft.
Aan de vooravond — maandag 14 mei 1979 om 19.00 uur — vindt in hetzelfde kerkgebouw een bidstond plaats. In het meinummer van Kerkinformatie wordt u nader geïnformeerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

Kerkinformatie | 36 Pagina's

Een brief over het oorlogsvraagstuk

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

Kerkinformatie | 36 Pagina's

PDF Bekijken