Bekijk het origineel

Echt gesprek en meer tijd voor voorbereiding gewenst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Echt gesprek en meer tijd voor voorbereiding gewenst

Evaluatie van een synode

7 minuten leestijd

Heeft de synode aan uw verwachtingen beantwoord? Waren er voor u hoogte- en/of dieptepunten? Wat kreeg te veel en wat te weinig aandacht? Door het stellen van deze en soortgelijke vragen is getracht enig idee te krijgen over het oordeel van de leden zelf over de afgelopen synode. Uit de binnengekomen antwoorden (ruim 60% antwoordde) blijkt dat voor de meerderheid de synode wel aan de verwachtingen heeft voldaan. Of dat gunstig of ongunstig is, hangt natuuriijk af van de verwachtingen die men in mei '77 had. Zo kan een lid nu zeggen, dat de synode niet aan zijn verwachtingen voldeed, omdat hij het zich destijds negatiever had voorgesteld. Dat is een heel ander 'nee' dan dat van het lid, dat af en toe verbijsterd was over de gang van zaken. Over het geheel genomen kan men zeggen dat men (uiteraard in de nodige gradaties) niet ontevreden was. De goede sfeer, de bereidheid naar elkaar te luisteren en de goede leiding worden telkens genoemd.
Over hoogte- en dieptepunten lopen de meningen nogal uiteen. Wat voor de een een hoogtepunt is, bijv. kinderen aan het avondmaal of het PCR, is voor een ander juist een dieptepunt. Loopt men de lange lijst van hoogtepunten door, dan blijken de discussies over 'kinderen aan het avondmaal' en over het PCR en de gift aan het Patriottisch front, er toch duidelijk uit te springen. Voor vele leden waren dat hoogtepunten, evenals de discussie rond de kernbewapening.
De behandeling van het rapport over de evangelisatie en de rede van dr. Newbigin op de gezamenlijke synode worden eveneens meerdere malen genoemd.
Bij de dieptepunten eveneens een lange lijst met slechts enkele uitschieters. Een daarvan is de gezamenlijke synode. Uiteraard niet vanwege de rede van dr. Newbigin of de prettige onderiinge contacten, maar vanwege de onmacht van de beide synodes duidelijke lijnen te trekken voor de praktijk. Dieptepunten waren voor vele leden ook de discussies over het al of niet wettig-zijn van eerder genomen besluiten, zoals het PCR-besluit van de synode van Maastricht of dat tot toelating van kinderen aan het avondmaal. Zulke discussies, en over het algemeen alleriei formele discussies (en sommigen begrijpen daar ook de begrotingsbehandelingen onder), vragen naar het oordeel van meerdere leden te veel tijd. Met als gevolg dat ervoor diepere geloofsvragen, voor het wezen van het kerk zijn in onze tijd, voor catechese, jeugden jongerenpastoraat charismatische beweging of evangelisatie te weinig tijd beschikbaar is. De kerkorde domineert teveel, zegt een lid, ten koste van het pastoraat. Laat het breed moderamen die formele zaken maar behandelen, vinden sommigen. Anderen willen alle kerkordelijke stukken daar maar aan toevoegen en soms ook de begrotingen. Maar het moet wel met voorzichtigheid gebeuren, noteert een lid.

Echte discussie
Men wil op de synode een echte discussie over de werkelijke vragen van 'het kerk zijn vandaag' en daarvoor moet tijd gemaakt worden. Voor een echte discussie is echter re- en dupliek nodig, wordt opgemerkt. Op wat deputaten antwoorden of wat de rapporteur zegt kan thans niet worden ingegaan. Zou daar geen tijd voor gevonden kunen worden door wat nu in de vergadering gezegd wordt grotendeels schriftelijk te doen geschieden? De leden zouden bij de commissie schriftelijke vragen kunnen indienen, die dan in het commissierapport beantwoord zouden worden, nadat de commissie daarover met de betrokken deputaten gesproken zou hebben. Tal van vragen die nu in de discussie gesteld worden, zouden dan achterwege kunnen blijven, omdat ze reeds beantwoord zijn. De discussie ter synode zou dan het karakter hebben van een discussie in tweede instantie en zich uiteraard meer richten op de werkelijk belangrijke punten uit het deputaten- of commissierapport. Een dergelijke werkwijze zou wel betekenen dat de deputatenrapporten veel vroeger ter beschiking zouden moeten zijn.
Dat nu is een punt waarover grote eenstemmigheid heerst onderde synodeleden. Het is de meest voorkomende opmerking dat deputatenrapporten tenminste een maand, maar liever nog zes tot acht weken ter beschikking zijn voordat de commissie er rapport over uit moet brengen. De bestudering vraagt tijd, men moet met deputaten kunnen spreken en dat alles betekent twee of driemaal als commissie vergaderen, zodat bij belangrijke rapporten twee maanden heus niet te veel is. Houdt men er rekening mee, dat de synodeleden het commissierapport tenminste een week van te voren in handen willen hebben, dan leert een eenvoudige rekensom, dat een stuk pas ongeveer drie maanden na indiening door deputaten op de agenda van de synode komen kan. Daar zou echt de hand aan gehouden moeten worden, vinden meerdere leden.

Rapporten
Het deputatenrapport zelf moet zakelijk en dus over het algemeen kort zijn. Kan dat niet dan dient aan het rapport een duidelijke samenvatting te worden toegevoegd. Dat voorkomt dat de commissie in haar rapport meent het stuk van deputaten eerst nog te moeten samenvatten. Toch overbodig, zeggen enkele leden, want van synodeleden mag verwacht worden dat ze de rapporten ook werkelijk lezen. Maar bewaar ons dan voor rapporten als boekwerken, merken dan weer anderen op. Meerdere leden willen via het deputatenrapport zien wat er gebeurd is. Het moet dus verslagleggend zijn. Eventuele beleidsprognoses dienen een apart onderdeel van het rapport te vormen. Voor twee afzonderlijke rapporten voelen de meeste leden niet.
Commissierapporten dienen kort te zijn, oordelen de meeste leden. Maar dat zijn ze al, zeggen weer anderen. Amendementen of tegenvoorstellen zouden reeds bij het begin van de zittingsweek moeten worden ingeleverd, zodat ze vermenigvuldigd en uitgedeeld kunnen worden, luidt een suggestie, leder kan zich er dan tijdig op beraden. Een schriftelijke toelichting op amendement of tegenvoorstel zou de zaak nog beter maken.

Kringlooppapier
Het gebruik van kringlooppapier vindt vrij algemeen instemming ondanks opmerkingen dat de voorstellen dan wel erg grijs worden of 'geen bezwaar, al maken die milieutoestanden me soms ziek'. Een lid dat tegen is motiveert dat met de opmerking 'schaadt het aanzien en het synode-milieu'. Een ander meent dat best kringlooppapier kan worden gebruikt omdat de rapporten over het algemeen toch geen lang leven beschoren is.

Jongerensynode
Over het algemeen zijn de synodeleden van oordeel dat de contacten met de vertegenwoordigers van de zgn. jongerensynode plezierig waren en wordt hun inzet op prijs gesteld. Maar over de inbreng ter synode lopen de meningen sterk uiteen.
Sommigen vinden die inbreng op tal van punten, zoals bij het ooriogsvraagstuk of 'kinderen aan het avondmaal' positief, anderen waarderen de inbreng als mager of onvoldoende. Enkele leden betreuren dat de jongeren juist bij onderwerpen als catechese en jeugd- en jongerenpastoraat verstek lieten gaan. In sommige commissies heeft men de jongeren niet of nauwelijks gezien. In vele gevallen werd wat de jongeren naar voren brachten, ook door de synodeleden zelf al gezegd. De inbreng was nogal eenzijdig, antwoorden enkele leden. Je wist van te voren al wat ze zouden zeggen. Volgens een lid komt dat omdat de jongerensynode geen vertegenwoordiging van de jongeren is, maar van een bepaalde vrij homogene groep,
De suggestie om de jongeren bij voortzetting van het experiment rechtstreekser in de commissies te laten meedraaien of hen tijdig te vragen over bepaalde onderwerpen zelfstandig advies te geven, vindt bij vele leden weerklank. Andere leden zijn echter van mening dat de inbreng van niet-synodeleden geheel in strijd is met het wezen van kerkelijke vergaderingen. De band tussen generale synode en jongerensynode moet losser worden. Een eigen jongerensynode met een eigen agendum zou beter zijn. Jongeren in de synode, uitstekend! Maar dan langs de gewone weg, d.w.z. als ambtsdrager. Daar moet men in de plaatselijke kerken aandacht aan gaan schenken. En als dan de vergadertijd van de synode gewijzigd zou worden, bijvoorbeeld meer in de weekeinden, dan zouden jongeren in loondienst meer kansen krijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

Kerkinformatie | 36 Pagina's

Echt gesprek en meer tijd voor voorbereiding gewenst

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

Kerkinformatie | 36 Pagina's

PDF Bekijken