Bekijk het origineel

Hoe is het in de arme landen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hoe is het in de arme landen?

Levensstijl en inkomen

7 minuten leestijd

Wie voor het eerst vanuit het Westen in de Derde Wereld terechtkomt vraagt zich af welke afstand hij heeft afgelegd. Niet in kilometers maar in sociaal opzicht. Armoede, ondervoeding, krottenwoningen, bedelaars, werklozen, brengen hem in een wereld waar hij zich nauwelijks een voorstelling van heeft kunnen maken.
Op den duur leer je er mee leven, maar je raakt er nooit aan gewend, dat er zo'n groot verschil in welvaart is. ledere keer weer word je voor concrete vragen gesteld die voortkomen uit overbevolking, ondervoeding, gebrek aan kennis en organisatie en de vicieuze cirkel waarin deze dingen opgesloten liggen.
Voor diegenen die voor zending of werelddiakonaat uitgaan om te gaan werken in dienst van een kerk of een organisatie geldt dezelfde ervaring. Waar ze ook wonen, in de stad of op het platteland, de afstand tot de mensen om hen heen blijft groot.
Nu heeft men in zending en werelddiakonaat altijd getracht door de instelling van een veldsalaris de afstand tot het salaris van werkers in de ontvangende kerk zo klein mogelijk te houden. Het veldsalaris van iemand die in de zending of het werelddiakonaat werkt ligt altijd een eind beneden dat van collega's op gelijk niveau in Nederiand. Vroeger werd door de ontvangende kerk nooit gesproken over salarissen van medewerksters en medewerkers die uit Nederiand kwamen. Maar met de groei van de zelfstandigheid van deze kerken is daar de vraag ontstaan: hoe moeten wijzelf tegenover deze dingen staan?

Indonesië bijvoorbeeld
Zo werd enige jaren geleden tijdens het overleg van de Raad van Kerken in Indonesië het volgende gezegd: 'Hoe zouden de salariëring en andere voorzieningen (huis, auto enz.) moeten zijn voor hen die wij als medewerker in onze kerken ontvangen?' Men kwam tot de conclusie dat dat in overieg tussen de kerken in Nederiand en Indonesië moet gebeuren en daarna besproken worden met de betrokken persoon. Daarbij moet aan de volgende dingen gedacht worden:
- de financiële draagkracht en de situatie van de beide kerken die samenwerken, waarbij in de eerste plaats de kerken in Nederiand verantwoordelijkheid dragen voor de salariëring.
- het salaris en de overige voorzieningen moeten voldoen aan wat degene die door zending of werelddiakonaat uitgezonden wordt nodig heeft.
- daarbij moeten echter al die dingen vermeden worden die de afstand tussen hem en zijn Indonesische collega's vergroten en de aanvaardbare behoeften te boven gaan.
- dat betreft dus ook voorzieningen als vakantie, medische verzorging, huisvesting, vervoer en andere zaken.
Ook is er gesproken over de levensstijl. Zij die naar Indonesië gaan, zijn uitgezonden tot getuigenis en dienst en hun levensstijl is een wezenlijk onderdeel van dat gezonden zijn. Het geroepen zijn door de Heer als diepste motivatie brengt met zich mee dat een levensstijl die niet overeenkomt met dit getuigenis en deze dienst, deze verioochent en teniet doet. Daarom is iedereen geroepen volgens de stijl van Christus te leven. De aanpassing van de levensstijl aan de omgeving zal pas slagen als degenen die uitgezonden worden en de leden van de ontvangende kerk in christelijke broederschap samen leven.
Zij die uitgaan moeten zich inspannen om zich aan te passen aan de situatie van de kerk en de gemeente ter plaatse. Verder moeten zij afstand doen van meerderwaardigheidsgevoelens op grond van hun levensstandaard, technische bekwaamheid en culturele achtergrond. Omgekeerd zullen ze begrip moeten opbrengen voor de maatschappelijke en culturele waarden in de samenleving, waarin ze opgenomen worden. Daarbij wordt gehoopt dat ze een bijdrage leveren in het proces van verandering van waarden dat plaatsvindt in kerk en maatschappij.

Niet slechts salariskwestie
Uit de stukken van deze conferentie blijkt dat er meer aan de hand is dan alleen een salariskwestie. Het gaat om je opstelling, je gedrag en de manier waarop je met je geld omgaat
En misschien wordt er van hen die uitgaan naar andere landen, op dit laatste punt nog wel meer gevraagd, dan op het punt van het veldsalaris dat zoveel mogelijk aangepast wordt aan de situatie waarin men komt te werken. De moeilijkheid is datje een bepaalde levensstijl nooit concreet kan aangeven. Je kunt niet zeggen: iedereen moet in een 'eend' gaan rijden — want het hangt helemaal van je werk af wat voor soort auto je nodig hebt Je kunt ook niet een plan voor een huis maken, dat aan minimale eisen voldoet. Want vaak krijg je een huis toegewezen of je moet je bij de bouw in de stad aan bepaalde voorschriften houden.
Een redelijk objectieve maatstaf is het salaris dat je in het land waar je werkt ontvangt. Daarvan geldt dat hoeveel het ook nog van de rest van je omgeving verschilt, het toch altijd een stuk lager ligt dan wat je in Nederland krijgt In die zin wordt er oprecht een poging gedaan om te bevorderen dat je je levensstijl zal aanpassen. Daar staat tegenover dat je een aantal zekerheden hebt in Nederland — sociale premies, terugkeer bij ziekte, periodiek veriof — die je positie weer duidelijk onderscheiden doen zijn van je collega's die uit het land zelf afkomstig zijn.
Dat verschil valt alleen weg wanneer degene die uitgezonden is door zending of werelddiakonaat, definitief emigreert en inwoner van een nieuw land wordt en daarvan dan ook de gevolgen wil aanvaarden.

Levensstijl moet het doen
Aangezien dit maar bij uitzondering gebeurt en gebeuren kan, zal het de wijze van leven in het gastland moeten zijn die zoveel mogelijk de afstand overbrugt Maar een dergelijke levensstijl kan niemand je voorschrijven, laat staan vastleggen in een aantal regels.
In het overieg in Indonesië vraagt men in de eerste plaats om begrip voor hoe men daar leeft. Tradities eerbiedigen, niet dwars door allerlei bestaande verhoudingen heenlopen. De autoriteit erkennen van hen die in kerk en samenleving de leiding hebben, ook al begrijpen we bepaalde maatregelen niet of zijn we het er totaal niet mee eens.
Het betekent ook dat je een aantal gewoonten die in Nederiand zeer aanvaardbaar zijn moet nalaten. Ik praat dan niet over roken en drinken, maar meer over gedragsregels die zo dwars staan op de gebruiken van de omgeving dat ze een drempel kunnen worden in het dagelijks verkeer — boos worden, hard en lang spreken lijken op zichzelf nog niet zo kwaadaardig, maar kunnen heel wat misverstand wekken.
In de meeste gevallen zal het salaris net genoeg zijn om rond te komen, soms ontbreekt zelfs daar nog wel iets aan. Er zijn ook wel mensen die in een bijzondere situatie overhouden op hun salaris. Maar voor allemaal geldt de vraag — wat eet je, hoe richt je je huis in, hoe gebruik je je auto, wat trek je aan als kleding, waar zoek je vertier buitenshuis. En nog verder reikt de vraag: hoe ontvang je mensen die je wel of niet kent aan huis, hoe gastvrij ben je, voor wie staat het huis open, wie mag er wel en niet met je meerijden — kortom kun je datgene wat je hebt aan bezit en eigenschappen delen met anderen.
Op dit punt komen we weer dicht bij onze eigen situatie in Nederiand. De eerste vraag die ons gesteld wordt: zijn we bereid te aanvaarden dat wat we gekregen hebben aan mogelijkheden — en die dingen die we door ons werk en onze inspanning verworven hebben op grond van die mogelijkheden — ook ten dienste moet komen van anderen?
En de tweede vraag luidt: als we meer krijgen dan we werkelijk zelf nodig hebben, zouden we dan niet dat meerdere wat minder laten worden, opdat een ander niet te kort komt?


Fotobijschrift
Wat voor soort auto je nodig hebt, hangt van je werk af . . .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

Kerkinformatie | 36 Pagina's

Hoe is het in de arme landen?

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

Kerkinformatie | 36 Pagina's

PDF Bekijken