Bekijk het origineel

Krakers — wat zijn dat voor mensen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Krakers — wat zijn dat voor mensen?

9 minuten leestijd

Als je de kranten mag geloven, de Volkskrant en NRC- Handelsblad niet uitgezonderd, heeft kraken vooral te maken met politie en justitie. Slechts in een minderheid van de gevallen wordt het verschijnsel kraken in verband gebracht met woningnood en leegstand. In de loop van de jaren is er een beeld van de kraker gegroeid, dat voornamelijk hierdoor wordt bepaald: iemand die moeilijkheden heeft met de politie of justitie. Levert de kerkelijke pers geen ander beeld op? Nee. Een speurtocht naar artikelen in kerkelijke bladen over het kraken en de achterliggende problemen heeft nauwelijks iets opgeleverd. Geen regel zonder uitzondering en in dit geval is dat het blad DIA (Diakonale Informatie Amsterdam) van het (Hervormd) Diakonaal Centrum Amsterdam. Het kraken wordt als een randverschijnsel van de samenleving gezien en ook in kerkelijke kring veelal als zodanig behandeld. Opnieuw: uitzonderingen daargelaten.

De algemene opvatting over kraken is negatief. Vooralsnog is er geen reden om aan te nemen dat de ideeën van het doorsnee-gemeentelid daarvan afwijken:

— krakers zijn jongelui die geen kamerhuur willen betalen;

— krakers zijn druggebruikers;

— krakers willen niet werken;

— krakers zijn mensen die het recht in eigen hand nemen en daarmee andere mensen duperen;

— krakers zijn mensen die tegen de bestaande orde schoppen.

Maar als dit beeld verkeerd is, wat zijn de krakers in werkelijkheid dan voor mensen? Wij stellen voorop dat wij niet onder krakers verstaan: allen die ’illegaal wonen’. Onder krakers verstaan wij diegenen die zonder toestemming van de eigenaar een leegstaande ruimte in gebruik nemen. Wie zonder woonvergunning van de gemeente maar mèt toestemming van de eigenaar een woning betrekt, beschouwen wij niet als een kraker.

Verreweg de meeste krakers kraken ruimten die buiten de distributiesector vallen. Toch beginnen wij met enkele gegevens over de mensen die zonder vergunning een distributiewoning betrekken. Daaronder zijn ook krakers, maar het overgrote deel doet dit in overleg met de eigenaar. Die heeft toch vrijwel niets over de woning te zeggen en als hij de huur maar ontvangt zal hij geen moei lijkheden maken. Zijn alternatief is een nog onbekende voordracht van de gemeente af te wachten.

De directeur van Hulp voor Onbehuisden in Amsterdam, O. W. Heldring, heeft veel ervaring met die illegale bewoning (= zonder woonvergunning) van goedkope woningen.

Hij heeft eens gezegd dat zijn vereniging in drie jaar te maken had gehad met zo’n 350 gevallen die ontruimd waren uit een distributiewoning. Negentien procent van deze gevallen waren jongeren, die werkten of nog in opleiding waren en die òf thuis niet meer terecht konden òf schoon genoeg hadden van de peperdure kleine huurkamers. Tachtig procent waren gewone gezinnen, die òf te klein woonden òf inwoonden en die een woning uit de distributiesector hadden betrokken zonder vergunning en die allen huur betaalden, vaak na het betalen van grote sommen geld aan ’overname’ of ’sleutelgeld’. Bijna altijd was de particuliere huiseigenaar akkoord gegaan.

Ze waren uit de woning gezet door de gemeentelijke dienst Herhuisvesting die juridisch geen enkel probleem heeft om tot ontruiming over te gaan.

Lang niet alle ’illegalen’ komen op straat te staan. De ervaring van HVO Amsterdam is dat van de gevallen van illegale bewoning waarmee HVO te maken krijgt zo’n tachtig procent na onderhandeling met de gemeente wordt gelegaliseerd of een andere woning krijgt aangeboden. Dit toont aan dat een zeer groot deel van degenen, die illegaal wonen, wel degelijk erg urgent zijn.

Echte krakers

Nu iets over krakers in de eigenlijke zin. Nogmaals: de meeste krakers kraken ruimten buiten het distributiebestand.

Uit een Utrechts onderzoek onder 556 krakers blijkt:

39% heeft een baan;

40% studeert (gelijkelijk verdeeld over universiteit en HBO);

16% geniet een uitkering;

5% zijn kinderen.

Ruim 90% is ouder dan 18 jaar en 31% ouder dan 25 jaar.

47% is alleenstaand;

41% is getrouwd of woont samen;

12% woont in gezinsverband met kinderen. Meestal behoren krakers tot de allerlaagste inkomensgroep.

In contacten met krakers stuitje voortdurend op de problemen die zij achter de rug hebben met veel te kleine en veel te dure kamertjes, hospita’s, etc. Uit het Utrechtse onderzoek blijkt dat het niet waar is dat krakers voornamelijk jongelui zijn die zo uit het ouderlijk huis tot kraken overgaan: 55% woonde voorheen op kamers, 16% woonde thuis, 5% was zwervend.

Voorts bleek dat 95% van de krakers in Utrecht bereid was huur te betalen. De resterende 5% (totaal 8 panden) was hiertoe niet bereid, vanwege de hoge kosten die de bewoners moesten maken i.v.m. achterstallig onderhoud.

Uit het onderzoek blijkt ook dat krakers meestal niet goede huizen kraken en deze uitwonen, maar verwaarloosde huizen kra ken en deze opknappen. Ons zijn voorbed den bekend dat eigenaars rustig hun pand door krakers hebben laten opknappen, om hen er vervolgens uit te zetten.

Deze gegevens sluiten niet uit dat er krakers zijn die het meer om het avontuur te doen is dan dat zij slachtoffers van de woningnood zijn. Evenmin, dat er krakers zijn, die eventueel een huurkamer (of woning) kunnen betalen, maar liever in een kraakpand zitten. Maar de beschikbare onderzoeken tonen nu juist aan dat dit een kleine minder heid betreft.

Conclusie: het beeld van de niet-werkende activisten en druggebruikers klopt op geen enkele manier met de werkelijkheid.

Een aspect dat in de beeldvorming over krakers maar weinig naar voren komt, is de vorm van samenleving die veel krakers heb ben ontwikkeld. Door de noodzaak gezamenlijk huizen op te knappen en de druk van buiten te weerstaan zijn vaak hechte onderlinge banden ontstaan. We weten dat veel mensen, die zich in hun eentje moeilijk staande konden houden in de maatschappij, weer bij de wal hebben kunnen opklimmen doordat ze werden opgevangen in de groep krakers om hen heen, waarin ze zich eindelijk tot hun recht voelden komen. Voor velen betekent ontruimd worden dat ze opnieuw terugvallen in vervreemding en eenzaamheid.

Aantallen

Hoeveel krakers zijn er?

Gesuggereerd is wel dat het slechts om een paar honderd mensen gaat, mede op grond van (onvolledige) politiegegevens.

Wij hebben ook getracht een globale indruk te krijgen. Wij betwijfelen niet de juistheid van de politiegegevens als zodanig, wél menen wij dat deze volstrekt onvoldoende zijn om een beeld te verschaffen van de sociale werkelijkheid. Dat is geen verwijt aan de politie. Ook hebben wij begrip voor de handicap van de ambtenaren van het departement van justitie: wanneer men krakers en hulpverleningsinstanties om gegevens vraagt met het oogmerk om deze tegen hen te gebruiken zal men voor een gesloten deur komen. Toch menen wij dat voor een oordeelsvorming over de kraakproblematiek de ’globale indruk’ die onze gegevens bieden onontbeerlijk is.

Hieronder noemen wij zelf enige cijfers.

Wij baseren ons hierbij op:

— een eigen onderzoek, d.w.z. door de werkgroep van de Raad van Kerken;

— een gemeentelijk onderzoek in Haarlem van 1972;

— het Utrechtse onderzoek (november ’75);

— gegevens van Release (mei ’76).

Dit Release-onderzoek was bepaald niet volledig en de cijfers waren niet aangedikt. Zo komen Rotterdam, Groningen, Enschede en Eindhoven er niet in voor.

Recente schattingen door kraakgroepen zijn nog hoger (maar getallen in de orde van 8 a 10.000 lijken ons overdreven). Feit is echter dat het preciese aantal niet bekend is. Er zijn in Amsterdam tenminste 12 coördinatiepunten voor ’buurtgericht kraken’. De meeste hiervan hebben een vast kraak spreekuur. Dat wil niet zeggen dat al het kraken via deze spreekuren gaat. Vooral in buurten waar veel wordt gekraakt door minderheidsgroepen (Surinamers, buitenlandse arbeiders) is de omvang van het kraken onbekend. Ook de mate waarin daar distributiewoningen worden gekraakt, is on duidelijk. Krakersorganisaties raden dit sterk af; deze woningen kunnen ook zonder enig probleem worden ontruimd. Om toch enig houvast te krijgen, heeft de werkgroep zelf in twee buurten een nauwkeurig onderzoek verricht. In de Pijp (een 19de eeuwse wijk) zijn minstens 223 woningen gekraakt, voorts een aantal distributie woningen, die langdurig leegstonden (vanwege slechte staat of niet-opgeven door de eigenaar). In de Nieuwmarkt (een kleine binnenstads- buurt met ca. 1500 woningen in totaal) zijn minstens 224 woningen (in 17 bedrijfspanden en 42 woonpanden) gekraakt.

Het getal voor heel Amsterdam van zo’n 700 kraakpanden met 5000 bewoners lijkt ons op grond van deze cijfers niet te hoog. (Men lette bij Amsterdam op het onderscheid tussen panden en woningen. Een pand heeft gemiddeld 3 a 4 woningen.) Voorts weten we dat ook in een aantal andere plaatsen, die nog niet zijn genoemd, er krakers zijn. Niet van al deze plaatsen weten wij de cijfers. Wij noemen bijv.:

Arnhem: volgens de aktiegroep ’De Loper’ ca. 30 woningen, merendeels in slooppanden, met ca. 60 bewoners en één groot kantoorpand met 15 bewoners.

Tilburg: in 1977 15 kraken, waarvan 6 panden nog bewoond, door 17 bewoners.

Deventer: 3 panden met 14 bewoners zijn zeker, volgens de aktiegroep ’3× bellen’ zijn er waarschijnlijk meer.

Vlissingen: 3 panden (voor sloop door de gemeente aangekocht).

Leiden: dat er krakers zijn is zeker, maar er is geen kraakbond of andere organisatie; cijfers ontbreken.

Delft: enkele tientallen woningen (renovatie en sloop) zijn gekraakt; het congregatiege- bouw is inmiddels gelegaliseerd.

Ede: 3 panden met 20 mensen.

Gorkum: 4 of 5 panden (er waren er meer, maar die zijn gesloopt of onbruikbaar gemaakt).

Renkum: 1 pand zeker.

Venray: 1 woning zeker.

Nijmegen: van de ca. 70 gekraakte panden is een deel ontruimd en een deel gelegaliseerd. 30 à 40 kraakpanden functioneren, met ca. 280 mensen.

Wageningen: minstens 9 panden, er is een kraakbond.

Hoogezand: 1 pand met 6 mensen.

Assen: 1 woning.

Suameer: 1 pand, 1 bewoonster.

Gouda: enkele panden.

Leeuwarden: in het begin van de zeventiger jaren is er veel gekraakt, het aantal nog bestaande kraakpanden is onbekend. Eén is zeker.

Soest: 1 woning, 1 bewoner.

Zwolle: 1 bedrijfspand met 8 mensen, voorts enkele woningen.

Dordrecht: ca. 60 panden, 80 à 100 bewoners.

Apeldoorn: 1 pand met 3 mensen.

De conclusie is, dat de berekening van Re lease van 1976, volgens welke er zo’n 10.0 krakers in Nederland zijn, eerder te voorzichtig is dan overdreven. Maar voor zichtigheidshalve houden wij dit getal van 10.0 verder aan. Het gaat immers om niet meer dan een ’globale indruk’. Daarbij moeten we bedenken dat niet alle krakers dezelfde status hebben. Bijvoorbeeld, de huidige krakers in Wageningen hoeven niet bang te zijn voor uitzetting omdat hun positie gelegaliseerd is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

Diakonia | 28 Pagina's

Krakers — wat zijn dat voor mensen?

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1979

Diakonia | 28 Pagina's

PDF Bekijken